Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

Rik Deblauwe en Elisabeth De Nolf


Veronderstel dat mijn ouders een vennootschap hebben opgericht, die ondertussen wel wat waard is, en dat ze mij daarvan niet rechtstreeks de aandelen willen geven, maar certificaten van een stichting. Wat gebeurt er dan precies?

De bedoeling is, net zoals bij de burgerlijke maatschap, om ervoor te zorgen dat de kinderen wel de economische voordelen van de geschonken goederen krijgen, maar dat hun beslissingsmacht nog beperkt is. De ouders willen er zeker van zijn dat zij het nog voor het zeggen hebben. Ze willen het stemrecht nog voorbehouden, en soms willen ze de aandelen nog kunnen verkopen, zonder het akkoord van de kinderen te moeten vragen. Met een maatschap kan dat in principe ook, maar een stichting-administratiekantoor geeft nog meer zekerheid, want ze is echt zelfstandig eigenaar van de aandelen.

De structuur komt tot stand in drie stappen

1. Vooreerst wordt de stichting opgericht. Net zoals bij een vennootschap verschijnt iemand voor de notaris, en meestal zal dat de ouder zijn die de schenking daarna wil doen, en hij verklaart de stichting op te richten. De stichting krijgt een naam (meestal een soort fantasienaam), er wordt gezegd waar de zetel gevestigd zal zijn (bij een Nederlandse stichting zal dat in Nederland zijn), wat het doel ervan is (het certificeren van aandelen), en, zeer belangrijk, wie de stichting gaat besturen, eventuele bijzondere meerderheden voor bepaalde beslissingen, de wijze van beraadslaging, enz.

Daarbij moet, zoals bij de maatschap, goed gelet worden op de drie fases: zolang beide ouders leven, na het overlijden van de eerste ouder, en dan na het overlijden van de langstlevende. Vooral in de tweede fase gaat het om maatwerk, en komen de kinderen eventueel al in het bestuur, worden er soms adviseurs aan toegevoegd, wordt het stemrecht minutieus geregeld, enzovoort. Ten slotte wordt er ook aangegeven hoe de stichting ontbonden kan worden.

De stichting wordt meestal in Nederland opgericht, maar meer en meer wordt ook gedacht aan de Belgische Private Stichting: ook die kan daarvoor dienstig zijn. Een belangrijk verschil is wel dat een Belgische stichting alleen ontbonden kan worden door de ondernemingsrechtbank, terwijl voor een Nederlandse stichting een eenvoudig besluit van het bestuur volstaat.

2. Een tweede stap is de vastlegging van de administratievoorwaarden. De stichting, die ondertussen opgericht is, verschijnt nu zelf voor de notaris (of maakt een onderhands document op) en verklaart: als ik aandelen zal krijgen van een vennootschap tot certificering, dan zal ik dat doen onder de volgende voorwaarden: ik zal zelf het recht hebben om te stemmen, maar alle vermogensvoordelen die de aandelen geven zal ik binnen de vijftien dagen[1] doorstorten aan de certificaathouders. Als de stichting dus een dividend krijgt van de Belgische vennootschap, zal zij binnen de vijftien dagen dat dividend moeten doorgeven aan de certificaathouders. Hier wordt ook vastgelegd hoe die certificering ongedaan kan gemaakt worden, hoe de aandeelhouder dus zijn aandelen kan terugkrijgen. Men noemt dit ‘royeren’, doorstrepen. Zolang beide ouders leven zal dat wellicht niet mogelijk zijn, maar daarna soms wel, of onder bepaalde voorwaarden.

De stichting zal dus handelen als administratiekantoor, en dat is het verschil met een gewone private of openbare stichting, waarvan het bestuur zelf beslist wat er zal gebeuren met haar inkomsten.

3. De derde en laatste stap is de eigenlijke certificering: de ouders dragen hun aandelen over aan de stichting onder de voorwaarden bepaald in de administratievoorwaarden. De stichting wordt dus echt juridisch eigenaar van die aandelen maar geeft in ruil daarvoor certificaten aan de ouders die zij daarna kunnen schenken aan de kinderen. Meestal wordt er per aandeel één certificaat afgeleverd. Het is ook mogelijk dat de ouders alleen maar de blote eigendom van hun aandelen overdragen, en dan behouden zij als vruchtgebruiker rechtstreeks het stemrecht, en het recht op de dividenden.

Het is ook mogelijk dat de ouders hun aandelen overdragen aan de stichting onder last om rechtstreeks certificaten uit te geven aan de kinderen, die verschijnen dan mee bij de akte.

Wat zijn mijn rechten als certificaathouder?

Daarvoor moet je gewoon die drie documenten bekijken. Soms zijn die behoorlijk lang, en in moeilijke taal opgesteld, al streven de Nederlandse notarissen er meer en meer naar om hun akten begrijpelijk te maken. Hoe dan ook, daaruit zal dus blijken waarop je recht hebt.

1. Uit de stichtingsakte, dat eerste document, kan blijken dat je vanaf een bepaald ogenblik of onder bepaalde voorwaarden in het bestuur van de stichting kunt zetelen. Dan beslis je mee over wat er met de aandelen gebeurt.

2. Uit de administratievoorwaarden, het tweede document, zal blijken op welke economische voordelen je recht hebt. In hoofdzaak gaat het hier over de doorstorting van de dividenden, maar bv. ook inschrijvingsrechten bij kapitaalverhoging kunnen hier geregeld worden.

3. Uit de certificeringsakte zelf, het derde document, zal blijken wat er overgedragen werd: hoeveel aandelen bezit de stichting nu, en gaat het over de volle eigendom of alleen maar over blote eigendom? Let dus wel op: ook als je volle eigendom hebt van certificaten is het mogelijk dat de stichting zelf alleen maar blote eigendom heeft van de aandelen, en dan heb je nog geen recht op dividenden of andere vruchten.

Ten slotte moet je uiteraard de schenkingsakte zelf bekijken: ook daar kunnen je rechten beperkt worden, of kunnen bepaalde verplichtingen opgelegd worden.

Interessant is wel dat je misschien recht hebt om de Algemene Vergadering van de vennootschap bij te wonen met raadgevende stem, als de kosten van de certificatie ten laste genomen werden door de vennootschap[2]. Dat hoeft niet eens in de stichtingsakte of de administratievoorwaarden te staan, het volgt uit de Belgische wet[3]. Het is dan ook alleen van toepassing op Belgische vennootschappen. Maar als dus blijkt uit de boekhouding of uit de rekeningen van de vennootschap dat zij de kosten van de stichting draagt, dan heb je als certificaathouder het recht om de Algemene Vergadering van die vennootschap bij te wonen.

Een verplichte jaarlijkse vergadering van certificaathouders is er niet. Je zult dus niet elk jaar opgeroepen worden om de jaarrekening goed te keuren. De certificaathouders zullen enkel samenkomen als er in de statuten of de administratievoorwaarden zou voorzien zijn dat bepaalde beslissingen moeten genomen worden door de certificaathouders. Wanneer de schenkers zich het vruchtgebruik hebben voorbehouden, is er dan ook na te gaan wie het stemrecht uitoefent: de vruchtgebruiker of (mede) de blote eigenaar. Zelfs als er een vergadering is, word je dus misschien niet uitgenodigd.

Hoe zit het nu fiscaal?

Wanneer het gaat om aandelen van Belgische of Europese vennootschappen, dan wordt de stichting “transparant behandeld”, zegt men. Men doet dan voor de belastingheffing op de inkomsten alsof de stichting niet bestaat en de certificering nooit plaats gehad heeft, als de voorwaarden vervuld zijn[4]. Dat houdt in dat alleen effecten van NV’s en BV’s zo gecertificeerd kunnen worden, en dat de emittent van certificaten (de stichting dus) zich ertoe moet verbinden onmiddellijk en na aftrek van eventuele kosten, aan de certificaathouder de dividenden, de eventuele opbrengst van een inschrijvingsrecht en het overschot na vereffening door te storten, alsook alle bedragen die voortkomen uit een terugbetaling van de inbreng. Met “onmiddellijk” wordt hier binnen vijftien dagen bedoeld[5].

De certificaathouder wordt dan belast alsof hij rechtstreeks eigenaar is van de aandelen. Juist daarom levert men meestal één certificaat af per aandeel, dat vergemakkelijkt de zaken.

Wanneer het dus gaat om Belgische aandelen, heb je geen aangifteplicht in de personenbelasting, want dan heb je bevrijdende roerende voorheffing. Wanneer het daarentegen gaat om aandelen van een buitenlandse vennootschap, dan zul je de dividenden die je krijgt van de stichting wel moeten aangeven.

Het is ook mogelijk om andere zaken te certificeren, al gebeurt dat minder. Je zou obligaties kunnen certificeren, of kunst, of zelfs onroerend goed. Hiervoor is geen transparantie voorzien. De stichting wordt eigenaar van wat haar wordt overgedragen, en zij wordt ook zo belast. De certificaathouder heeft alleen maar een vordering, en de opbrengst van die vordering zal bij hem belast worden als een interest, en hij zal die dus ook moeten aangeven in de personenbelasting.

Wie certificaten erft zal de waarde ervan moeten aangeven, als roerende goederen. Wellicht zal de waarde ervan minder waard zijn dan de eigenlijke aandelen, want ook stemrecht heeft een zekere economische waarde: je zult minder geven voor een pakket aandelen waarmee je niet kunt stemmen, dan voor aandelen met stemrecht, zeker als het om een meerderheidsparticipatie gaat.

In de erfbelasting is ook een soort transparantie voorzien voor familiale ondernemingen. In artikel 2 7 4 2 2 van de Vlaamse codex fiscaliteit wordt immers voorzien dat certificaten van aandelen ook als aandelen beschouwd worden, als zij uitgereikt worden door een rechtspersoon met zetel in een van de Staten van de Europese economische ruimte, en ter vertegenwoordiging van aandelen van de familiale vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen. De rechtspersoon moet dan wel de verplichting hebben om de dividenden en andere voordelen onmiddellijk en uiterlijk binnen de maand door te storten aan de certificaathouder. Die transparantie was zelfs al voorzien vooraleer ze in de inkomstenbelasting bestond. Als de vennootschap voldoet aan de voorwaarden voor het gunsttarief inzake erfbelasting, 3% of 7%, zullen dus ook de stichting certificaten tegen dat tarief verkregen kunnen worden.

Daarvoor moet de stichting dus wel gevestigd zijn in de EER, de Europese Economische Ruimte. Een Belgische of Nederlandse stichting voldoet, ook een Liechtensteinse, maar een Zwitserse of Antilliaanse stichting niet.

Hetzelfde geldt in de schenkbelasting: daar geldt het 0%-tarief voor certificaten van aandelen, onder dezelfde voorwaarden als voor het verlaagd tarief in de erfbelasting.

Bij certificering van Belgisch onroerend goed zal het verkooprecht geheven worden, en de certificaten zijn daarna gewoon roerend goed, aldus – o.i. terecht – standpunt 17022 van de Vlaamse Belastingdienst:

“Er kan immers niet worden voorbijgegaan aan het gegeven dat de STAK, in tegenstelling tot bv. de maatschap, rechtspersoonlijkheid bezit.

Als er onroerende goederen in de STAK werden ingebracht, tegen uitreiking van certificaten aan de inbrenger, is het onroerend goed juridisch gezien de eigendom van de STAK. De certificaathouder is juridisch gezien eigenaar van roerende goederen.

De overdracht van de certificaten wordt bijgevolg beschouwd als de overdracht van roerende goederen.”

Andere verplichtingen

Er zijn een aantal verplichtingen verbonden aan de oprichting en werking van een STAK, en die verschillen naargelang het een Belgische of een buitenlandse stichting betreft. In principe is het bestuur van de stichting belast met deze verplichtingen.

Voor Belgische stichtingen

Een uittreksel van de statuten van een Belgische stichting wordt gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatblad en de statuten zijn integraal consulteerbaar via de statutendatabank van het Belgisch notariaat[6].

De stichting moet ook ingeschreven worden bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. Daar is de zetel van de stichting te zien, alsook wie de bestuurder(s) van de stichting zijn.

Ook zullen de bestuurders de UBO’s (“ultimate beneficial owners") van de stichting moeten registreren en de UBO’s van de gecertificeerde vennootschap moeten wijzigen.

Hiermee worden de natuurlijke personen bedoeld die een zeggenschap of controle uitoefenen over de stichting of die de uiteindelijke eigenaar zijn. Het gaat er dus om te kunnen vaststellen wie er effectief achter de stichting staat of economisch voordeel haalt uit de stichting. De bedoeling is om sterker te staan in de strijd tegen het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de onderliggende misdrijven.

Voor een Belgische stichting zijn het voornamelijk de bestuurders en de stichter die vermeld moeten worden. Die gegevens zijn toch al consulteerbaar via de KBO en het Belgisch Staatsblad. Of ook de certificaathouders vermeld moeten worden in het UBO-register is niet heel duidelijk in de richtlijnen van de FOD Financiën[7]. Je kunt het zo interpreteren dat de certificaathouders bij naam moeten vermeld worden, maar ook dat enkel een categorie ‘certificaathouders’ moet vermeld worden. Enkel wie een legitiem belang kan aantonen met betrekking tot het witwassen van geld of terrorismefinanciering kan de UBO’s van een stichting consulteren.

Verder is de stichting gehouden tot het voeren van een boekhouding. Er zijn voorschriften voor de opmaak van de boekhouding en de jaarrekening, afhankelijk van de grootte van de stichting. De jaarrekening moet worden neergelegd op de griffie van de ondernemingsrechtbank, maar moet niet gepubliceerd worden.

Voor Nederlandse stichtingen

De stichting moet ingeschreven worden bij de Nederlandse Kamer van Koophandel; daar zie je de zetel van de stichting en de bestuurders ervan. Een uittreksel van de statuten van een Nederlandse stichting moet daar neergelegd worden en is toegankelijk via de website van de Kamer van Koophandel.

Een Nederlandse stichting moet logischerwijs haar zetel in Nederland houden. Wanneer de familie niet beschikt over een adres in Nederland (bv. van een vennootschap) dan wordt vaak beroep gedaan op een fiduciekantoor. De stichting zal dan op het adres van de fiducie gedomicilieerd worden. Merk op dat er, naast een vrij hoge kost, ook een zeer uitgebreide informatieplicht bestaat. Niet enkel het vermogen van de stichting, maar ook informatie omtrent de persoon en het vermogen van de bestuurders en certificaathouders, wordt onderzocht[8].

Wanneer de stichting gevestigd is in Nederland, moet de registratie gebeuren in het Nederlandse UBO register. Daar is het zo dat de certificaathouders in beginsel niét als UBO van de stichting aangemerkt worden en dus niet als dusdanig moeten geregistreerd worden.

In Nederland is er geen wettelijke verplichting om een jaarrekening op te maken.

Buitenlandse entiteiten die niet of zeer laag belast worden, kunnen aan de Kaaimantaks onderworpen zijn. Een Nederlandse stichting zou hier ook onder kunnen vallen. Het praktische gevolg voor de certificaathouder is echter beperkt: hij dient louter het bestaan van de stichting te melden in zijn aangifte personenbelasting als ‘juridische constructie’.[9]

Besluit

Zo’n stichting, naar Nederlands of Belgisch recht, is ingewikkelder dan een maatschap, maar zij kan ervoor zorgen dat de ouders meer zekerheid hebben dat zij hun zeggenschap behouden, en dat zij dus al eerder aan schenken zullen denken dan zonder die structuur. Wie certificaten gekregen heeft, heeft dikwijls niet veel te zeggen, maar heeft wel de economische voordelen van wat de stichting-administratiekantoor bezit. De formaliteiten verschillen nogal naargelang het een Belgische of een Nederlandse stichting betreft, maar die moeten vooral door het bestuur van de stichting vervuld worden.

Rik Deblauwe, wetenschappelijk adviseur Tiberghien advocaten

Elisabeth De Nolf, advocaat Tiberghien advocaten

Zie verder:

  • Over de wet van 15 juli 1998 betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschap, R. DEBLAUWE, “De fiscale gevolgen van de wet op de certificatie van effecten”, TFR 2000, 267-288.
  • Over de stichting-administratiekantoor in het algemeen: P. SOUFFRRIAU, E. DE NOLF en E. KUSTERMANS, “Controlebehoud bij aandelen: de Belgische PSAK of de Nederlandse STAK?”, Vermogensplanning in de Praktijk, 2021/3, 4 ev.
  • Over de voorwaarden voor fiscale transparantie in de erfbelasting: R. DEBLAUWE, Inleiding tot de Vlaamse erfbelasting, derde editie, KnopsPublishing, derde editie, 2021, nr. 1134.
  • Over de voorwaarden voor fiscale transparantie in de registratiebelasting: R. DEBLAUWE, Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting, KnopsPublishing, 2017, nr. 872 ev.

[1]De termijn van vijftien dagen is om fiscale redenen, zoals verder wordt aangegeven. Zie ook artikel 5.49 WVV en artikel 13 van de wet van 15 juli 1998.

[2] Art. 7:135 van het Wetboek van Verenigingen en stichtingen: “De houders van aandelen zonder stemrecht, winstbewijzen zonder stemrecht, converteerbare obligaties, inschrijvingsrechten of certificaten die met medewerking van de vennootschap werden uitgegeven, mogen de algemene vergadering bijwonen, doch slechts met raadgevende stem. De statuten bepalen de formaliteiten die zij moeten vervullen om tot de algemene vergadering te worden toegelaten.”

“De vennootschap wordt geacht aan de certificatie mee te werken als zij de wil heeft geuit om de verrichting te bevorderen, hetzij door zelf het initiatief ertoe te nemen, hetzij door de certificatiekosten te dragen, hetzij door rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan het bestuur van de rechtspersoon die de certificaten uitgeeft.”, Memorie van toelichting bij de wet van 15 juli 1998, Doc. Kamer 1430/1, p. 8.

[3]Art. 5:86.De aandeelhouders mogen deelnemen aan de algemene vergadering.

De houders van aandelen zonder stemrecht, van converteerbare obligaties, inschrijvingsrechten en met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten mogen de algemene vergadering bijwonen met raadgevende stem.

[4]Artikel 13 van de wet van 15 juli 1998 betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschap. Artikel 43bis van de Vennootschapswet is ondertussen vervangen door artikel 5:49 § 1 van het WVV.

[5]Aldus de Memorie van toelichting bij de wet van 15 juli 1998, zie Doc Kamer 1430/1-97/98, p. 6. De transparantie is dus afhankelijk van de verbintenis, niet van de uitvoering ervan.

[6]https://statuten.notaris.be/costa_v1/enterprises/search

[7]https://financien.belgium.be/sites/default/files/thesaurie/20211208_FAQ_UBO_NL.pdf

[8]Ingevolge de Wet van 7 november 2018, houdende regels met betrekking tot het verlenen van trustdiensten en het toezicht daarop.

[9]Voor een uitgebreide bespreking van deze problematiek, zie: G.D. Goyvaerts en C. Coudron, “De kaaimantaks als de yin en yang van de Belgische fiscaliteit. Een kritische commentaar bij de invoering van het nieuwe EER-KB en niet-EER-KB”, TFR 2019, 891-895.

Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.