Het Jubel duurzaamheidsdebat

Duurzaamheid is meer dan een modewoord. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Jubel draagt zijn steentje bij door experts uit diverse vakgebieden bijeen te brengen die de milieu- en klimaatproblematiek bekijken met een juridische bril.

Centraal daarbij staat de vraag naar het belang van het recht als middel voor duurzaamheid (collectief en Individueel). Een verscheidenheid aan auteurs probeert een antwoord te bieden vanuit diverse rechtstakken: van het mededingingsrecht en vennootschapsrecht over het strafrecht en Europees recht tot het fiscaal recht en de mensenrechten.

Dit project wordt begeleid door een wetenschappelijk redactiecomité, samengesteld uit:

Alain François (Hoogleraar VUB en Partner bij Eubelius Advocaten)
Ludo Cornelis (Professor dr. Emeritus VUB)
Sandra Gobert (Executive Director Guberna)
Philippe Lambrecht (Professeur Centre de recherche interdisciplinaire Droit, Entreprise et Société (CRIDES) UCL)
Jean-Marc Gollier (Advocaat EUBELIUS, Corporate Social Responsibility - Compliance (UCL - Louvain School of Management)

Zelf een bijdrage over duurzaamheid schrijven? Contacteer de Jubel-redactie

Jubel.be inspireert u. Wij zijn marktkenners.

Prof. dr. Dorothy Gruyaert hield de openingsrede voor de Balie West-Vlaanderen onder de titel Duurzaamheid en recht. Hieronder kunt u de integrale tekst lezen.

Geachte Stafhouder, Geachte Genodigden,

Recht en duurzaamheid, gaan die twee termen wel samen? Bij het zien van het onderwerp van deze openingsrede heeft u zich misschien afgevraagd wat duurzaamheid met recht te maken heeft. Is het recht zelf wel duurzaam?

Als u kijkt naar de vele wetswijzigingen van de afgelopen jaren waaraan u zich als advocaat steeds moet aanpassen, zou u daaraan kunnen twijfelen. Het recht is vanuit die optiek misschien inderdaad niet duurzaam in de zin van toekomstbestendig.

Hervorming van ‘het recht’ is echter onvermijdelijk. Recht vormt het kader dat onze samenleving ordent, dat de rechten en plichten in onze samenleving afbakent. Welnu, wanneer een samenleving evolueert, evolueert het recht mee.

Er is almaar luider klinkende roep om een duurzamere samenleving. En het recht evolueert mee. Of hinkt het recht achterop?

Dat is ook het geval bij de almaar luider klinkende roep om een duurzamere samenleving. Het recht evolueert mee.

Of hinkt het recht achterop?

Laat mij deze rede over recht en duurzaamheid beginnen met een illustratie uit onze rechtspraak. Ik beloof dat ik hier vandaag niet ben om les te geven, maar het volgende voorbeeld is wel een schoolvoorbeeld: de overhangende takken.

Op 22 oktober 2021 heeft ons Hof van Cassatie geen boom, maar een arrest geveld, een arrest echter over het vellen van bomen.

De zaak ging over platanen en beuken waarvan de takken over de perceelsgrens hingen. Dat was in strijd met het oude artikel 37 van het Veldwetboek en de regels over afstand van beplantingen. De buur vorderde dan ook de snoeiing van de takken voor de vrederechter. De vrederechter stelde een expert aan. Die expert kwam tot het besluit dat er wel degelijk hinder was voor de buur, maar dat het voortbestaan van de oude bomen ernstig in het gedrang zou komen wanneer men die bomen ingrijpend zou snoeien. De vrederechter veroordeelde de eigenaar van de bomen dan ook enkel tot het nemen van bepaalde voorzorgsmaatregelen.

De buur ging in beroep en de rechtbank van eerste aanleg te Luik maakte een belangenafweging, om te oordelen of er sprake was van rechtsmisbruik. Pleegde de buur misbruik van recht door de snoeiing van de bomen te vorderen? De rechtbank in Luik oordeelde dat er hier inderdaad sprake was van rechtsmisbruik. De bomen snoeien zou disproportioneel zijn. De voordelen voor de buur zouden daarbij immers niet opwegen tegen de nadelen. Wat die nadelen betreft, meende de rechtbank dat, gelet op de huidige omstandigheden, zij zich niet kon beperken tot de nadelen voor de eigenaar van de bomen, maar ook rekening moest houden met: de omgevingsrechtelijke, menselijke en sociale gevolgen.

Kortom met, en ik citeer, ‘les dimensions collectives de l’usage du droit en cause’.

Aandacht voor de collectieve dimensie bij de uitoefening van een recht vormt de kern van deze uitspraak. Het geschil ging over private percelen, maar die percelen lagen wel in een park, dat een groene long vormde in een verstedelijkt gebied. Wanneer de bomen zouden verdwijnen, zou dat het collectieve belang aantasten. En dat is buiten verhouding met de voordelen van de rooiing voor die ene individuele buur, namelijk minder bladval en minder schaduw of ‘hinder’ van de bomen.

Rechtsmisbruik dus.

De zaak komt tot voor het Hof van Cassatie. Het Hof fluit de rechtbank in Luik terug en verbreekt het vonnis.

Wanneer een rechter moet beoordelen of een private partij rechtsmisbruik pleegt door zich op een bepaald recht te beroepen ten opzichte van een andere private partij, dan kunnen uitsluitend de private belangen tegenover elkaar worden afgewogen, aldus het Hof van Cassatie. Het Hof heeft geen oor voor duurzaamheidsargumenten of voor het collectieve belang van groen voor de omgeving. De proportionaliteitstoets bij rechtsmisbruik kan er niet toe leiden dat een vordering (tot snoeiing van bomen) kennelijk onevenredig zou zijn omwille van de nadelige gevolgen voor het algemeen belang, aldus het Hof.

Nochtans merkt het Hof van Cassatie enkele regels hoger in het arrest zélf op dat een rechter bij het maken van een belangenafweging rekening moet houden met alle omstandigheden van de zaak. Valt het algemeen belang daar dan niet onder?

Het Hof van Cassatie, of althans de Franstalige sectie van de eerste kamer van het Hof, meent alvast dat er met het collectief belang geen rekening kan, en zelfs màg, worden gehouden. Een rechter die rekening houdt met andere dan de private belangen miskent zèlf het algemeen rechtsbeginsel van het verbod op rechtsmisbruik.

Het cassatiearrest van 22 oktober 2021 staat haaks op de transitie richting een duurzamere samenleving. Het toont ook aan hoe een relatief kleine zaak, een klassiek burengeschil, eigenlijk raakt aan een veel groter maatschappelijk probleem.

Wie er nog zou aan twijfelen, een wetenschappelijke studie aan de KU Leuven heeft recent nog aangetoond wat het belang is van het behoud van voornamelijk grote, oude bomen met dikke kruinen in stedelijke gebieden. In steden zoals Brussel leveren die oude bomen een rechtstreeks voordeel op, niet alleen voor de biodiversiteit maar ook voor de volksgezondheid. De studie onderzocht de verkoop van medicatie voor cardiovasculaire aandoeningen en stemmingsstoornissen (dus zowel fysieke als mentale ziektes) en kwam tot het besluit dat de verkoop van die medicijnen opmerkelijk lager is in buurten waar voldoende van die grote bomen aanwezig zijn.

Ik vermoed dat ook velen onder u, tijdens de coronapandemie, het belang hebben ervaren van groen in de openbare ruimte. Hoe belangrijk was toen niet de toegang tot parken, bossen en natuurgebieden, wanneer wandelen vaak de enige manier was om te ontspannen en vrienden en familie te ontmoeten.

In deze rede wil ik u aantonen dat de transitie richting meer duurzaamheid onmiskenbaar is ingezet, ook in het recht. Daarbij wordt meer en meer aandacht besteed aan de collectieve belangen.

In deze rede wil ik u aantonen dat, ondanks dit cassatiearrest, de transitie richting meer duurzaamheid onmiskenbaar is ingezet, ook in het recht. Daarbij wordt meer en meer aandacht besteed aan de collectieve belangen.

Vooraleer in te gaan op verschillende illustraties kan ik niet anders dan scherp te stellen wat ik bedoel met ‘duurzaamheid’ en ‘duurzame ontwikkeling’. Wat is dat nu, dat modewoord ‘duurzaamheid’?

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een moeilijk te definiëren begrip. Nochtans wordt het begrip ‘duurzaam’ te pas en te onpas gebruikt. Aan het begin van mijn rede stelde ik zelf al de vraag is het recht wel duurzaam, in de zin van ‘kan het de tand des tijds doorstaan’?

Ook wanneer u naar de radio luistert, slaan ze u met het woord ‘duurzaamheid’ om de oren – op het gevaar van ‘green washing’ af: duurzame ventilatiesystemen, duurzaam beleggen, een duurzaam personeelsbeleid, en ga zo maar door.

Ook al wordt het vaak als een buzz word gebruikt, toch heeft de term duurzaamheid een concrete inhoudelijke betekenis. Het betekent iets, op basis van de herkomst en de geschiedenis van de term.

Wanneer we het hier vandaag over duurzaamheid hebben, moeten we eigenlijk terug naar 1987. Het Brundtland-rapport uit 1987 bevat een duidelijke definitie van de term duurzaamheid. De World Commission on Environment and Development van de Verenigde Naties omschrijft duurzame ontwikkeling in het rapport als volgt: het is de ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van dehuidige generatie zonder dat de mogelijkheid van toekomstige generaties om aan hun eigen noden te voldoen daarbij in gevaar wordt gebracht.

Het Brundtland-rapport benadrukte hoe belangrijk het is om bij het nastreven van economische groei ook ecologische gevolgen in overweging te nemen. Later is daar een derde P aan toegevoegd (zoals u kunt zien op de slide): profit, planet ànd people. Economische groei moet gepaard gaan met aandacht voor het milieu èn voor sociale rechtvaardigheid.

Er is geen sprake van duurzame ontwikkeling wanneer er geen evenwicht is tussen die drie pijlers: People, planet en profit.

Want wat is het alternatief? Na ons de zondvloed? En dat mag u behoorlijk letterlijk nemen als u de gebeurtenissen van vorige zomer even terug voor de geest haalt.

Neen, dat is geen optie.

Duurzaamheid impliceert een langetermijndenken; het gaat ervan uit dat we ons organiseren op een wijze die niet alleen goed is voor onszelf, maar die ook rekening houdt met diegenen die na ons komen. Ons gedrag bepaalt mee de toekomst en in dat gedrag en bij de beslissingen die we nemen, dienen we aandacht te hebben voor het collectieve belang. Aandacht voor het lot van de mensen over vijftig of honderd jaar. Kleinkinderen, achterkleinkinderen, mensen met wie we verwant zijn, maar ook mensen met wie we niet verwant zijn.

Duurzaamheid wordt wel eens bestempeld als een ‘wicked problem’: Complex, Lastig, en ongestructureerd.

Nu we de term gedefinieerd hebben, rijst de vraag: hoe bereiken we dat dan, duurzame ontwikkeling? En wat heeft het recht daarmee te maken?

Duurzaamheid wordt wel eens bestempeld als een ‘wicked problem’: Complex, Lastig, en ongestructureerd.

Termen die u na afloop hopelijk niet met deze rede zèlf zult associëren. Bij duurzaamheidsvraagstukken ligt de oplossing niet voor de hand, aangezien er geen eensgezindheid is op het vlak van kennis, noch consensus over welke waarden en normen dan moeten primeren.

Hoewel, de hogere mate van wetenschappelijke zekerheid en het groeiende draagvlak onder de bevolking zorgen recent wel voor een grotere consensus over duurzaamheid. De tijd voor echte verandering is aangebroken en onze huidige tijden vormen een kantelpunt.

Het meest recente verslag van het IPCC laat er geen wetenschappelijke twijfel meer over bestaan: de klimaatverandering is door menselijke activiteit veroorzaakt, meer bepaald door de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen.

De problematiek van de klimaatverandering is één van de grootste uitdagingen voor de maatschappij van de eenentwintigste eeuw. Het gaat daarbij niet alleen maar over de reductie van CO2 en respect voor de ecologische grenzen van onze planeet , maar ook over de rol van de gemeenschap en over sociale rechtvaardigheid.

Wat het draagvlak betreft, stelt communicatie-expert Koen Thewissen in zijn workshop ‘De taal van het klimaat’ dat op de vraag “Maakt u zich zorgen over het klimaat?” wereldwijd 90% van de mensen “JA” antwoordt. Op de vraag of we ook bereid zijn onze manier van leven hieraan aan te passen, antwoordt nog steeds meer dan 80% “JA”, zij het in verregaande of meer beperkte mate.

Als draagvlak kan dat natuurlijk tellen, en toch blijft duurzame ontwikkeling een wicked problem dat we maar niet opgelost krijgen.

Dat komt voor een stuk door de inherente tegenstrijdigheid die gepaard gaat met duurzaamheid. Tussen alle verschillende doelstellingen van duurzame ontwikkeling bestaat een tegenstrijdigheid. Denk aan de maar liefst 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties – klimaatactie, duurzame energie, eerlijk werk en economische groei, geen armoede, enzovoort. Wanneer we er op één vlak op vooruitgaan, kan dat een ander belang schaden. Er is bij duurzaamheid sprake van een spanningsveld waarbij actie om een bepaald doel te bereiken ten koste kan gaan van het bereiken van een ander doel.

In dat verband veroorzaakte de Brusselse minister-president Vervoort recent ophef door zijn uitspraken op de exclusieve vastgoedbeurs Realty in Tour & Taxis. Als socialist schaarde hij zich achter enkele gecontesteerde Brusselse vastgoedprojecten. De minister-president meent dat het leefmilieu door activisten als een voorwendsel wordt misbruikt om bouwprojecten tegen te gaan.

Hij stelde daarbij uitdrukkelijk: “Ik neem de bescherming van de biodiversiteit heel erg serieus, maar wie praat vandaag nog over de sociale crisis, het tekort aan betaalbare woningen. Het leefmilieu is een essentieel aspect, maar mag niet primeren op het sociale en economische luik…”

Of om nog eens terug te komen op de bomen. In december van vorig jaar haalde de gemeente Retie het nieuws omdat het gemeentebestuur had beslist om 22 gezonde en oude eiken te kappen. Waarom was dat? Wel, de buurtbewoners klaagden dat hun zonnepanelen te weinig opbrachten door de vallende bladeren en de uitwerpselen van vogels. Pijnlijk detail, de straat in kwestie heet de Bosstraat…

Een andere dooddoener over de inherente tegenstrijdigheid is: is het wel duurzaam om vegetarisch te eten wanneer avocado’s worden ingevoerd met het vliegtuig? Ik vermoed dat veel advocado’s ook het vliegtuig namen tijdens de gerechtelijke vakantie.

Hoe realistisch en haalbaar is duurzame ontwikkeling dan? Het is een overweldigend, ongestructureerd en complex probleem.

Maar is het niet voor het oplossen van complexe problemen dat u jurist bent geworden?

Die inherente tegenstrijdigheden en de complexiteit van het probleem, bieden ook opportuniteiten. In de praktijk zorgen de tegenstrijdigheden er ook voor dat verschillende groepen vanuit verschillende invalshoeken kunnen bijdragen aan duurzaamheid.

Het kan worden toegepast op een wereldwijde schaal, maar ook door landen, regio’s, steden en zelfs door kleine gemeenschappen. Ook het meest recente internationale en Europese beleid luidt dat veel kleine initiatieven ook leiden tot grote impact.

Een mooi voorbeeld is het stadhuis van Roeselare dat in maart nog de prijs voor beste circulaire bouwproject heeft gewonnen op de Belgian Construction Awards.

Kortom, duurzaamheid bereiken we tesaam, ‘ol tegoare’, op verschillende fronten en met een zekere sense of urgency.

Die sense of urgency is ook zichtbaar in het recht.

In de recente duurzaamheidsregelgeving is er meer en meer sprake van verplichtingen voor rechtsonderhorigen om tot actie over te gaan. Daarbij wordt het collectieve belang in rekening gebracht bij individuele gedragingen. Ik geef u straks enkele concrete voorbeelden van deze:

Dura lex, sed duurzame lex…

Die duurzaamheidsregelgeving is er steeds rechtstreeks of onrechtstreeks ter bevordering van het collectieve belang. En dat heeft een impact op de uitoefening van de individuele rechten.

De dwingende, regelgevende instrumenten willen problemen zoals klimaatverandering en overexploitatie van hulpbronnen tegengaan, en onze leefomgeving duurzamer maken. Daarbij dreigt de aandacht voor sociale rechtvaardigheid (de derde P in duurzame ontwikkeling) soms onderbelicht te blijven. Dat zal meteen blijken in het eerste voorbeeld van duurzaamheidsregelgeving.

Europese regelgeving

Het eerste voorbeeld vloeit voort uit Europese regelgeving. Europa heeft zich vanaf het begin van de internationale ontwikkelingen richting duurzaamheid gepositioneerd als wereldleider.

In de loop der jaren heeft de EU een volledig eigen beleid ontwikkeld, dat zich richt op milieu- en klimaatbescherming en, in de laatste jaren, op duurzame energie. Met de Green Deal kondigde de Europese Commissie in 2019 aan dat Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent zou worden.

Veel van de duurzaamheidsregelgeving is dan ook Europees aangestuurd.

Een mooie illustratie daarvan is de renovatiegolf van de Europese Commissie. Een betere energie-efficiëntie en meer hernieuwbare energie zijn essentieel voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen.

De bebouwde omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Bijna 50% van alle energieconsumptie in Europa heeft te maken met verwarming en koeling, waarvan 80% gebruikt wordt in gebouwen. De Europese Commissie heeft dan ook een duidelijke strategie om het gebouwenpark te verduurzamen. De maatregelen betreffen niet langer alleen nieuwbouw of grote renovaties, maar raken ook aan bestaande gebouwen.

Bovendien is het zo dat waar Europa aanvankelijk uitging van het motiveren en stimuleren van duurzaamheid, zij recent het roer heeft omgegooid en de koers vaart richting concrete verplichtingen. Aangezien de energietransitie te traag verloopt en de globale opwarming te snel, worden verschillende verduurzamingsverplichtingen opgelegd, met een duidelijke sense of urgency.

Lidstaten dienen de nodige maatregelen te nemen om hun gebouwen energie-efficiënter te maken. Alle gebouwen, zowel publieke gebouwen, kantoren, appartementen als eengezinswoningen moeten eraan geloven en moeten tegen een welbepaalde deadline een welbepaald energielabel halen.

Vlaanderen neemt wat de renovatieplicht betreft het voortouw. Misschien hebben sommigen onder u reeds cliënten geadviseerd op dit punt. Sinds 1 januari 2022 is het immers zo dat bij de overdracht van niet-residentieel vastgoed, voornamelijk kantoren en winkelpanden, de nieuwe eigenaar binnen de vijf jaar verplicht bepaalde renovatiewerken moet uitvoeren. Het gaat over concrete verplichtingen rond beglazing, isolatie, verwarming en koeling. Een verplichting dus die een actieve gedraging oplegt aan de private eigenaars, en dat voor het collectieve belang. De verplichting geldt trouwens ook voor de verkrijger van een opstalrecht of erfpachtrecht.

Vanaf 1 januari 2023 zal in Vlaanderen een gelijkaardige verplichting gelden voor residentieel vastgoed. Alle woningen en appartementen met EPC label E of F, moeten verplicht worden gerenoveerd naar label D of beter, binnen de vijf jaar na de datum van de notariële akte.

Bij deze renovatieplicht, zeker voor residentieel vastgoed, wil ik toch een bezorgdheid uiten. Ik alludeerde er al op dat de sociale dimensie van duurzaamheid soms over het hoofd wordt gezien in de aandacht voor het klimaat.

Nochtans is één van de slagzinnen van duurzame ontwikkeling “leave no one behind”, houd het haalbaar en betaalbaar voor iedereen. Welnu, hoe duurzaam is die renovatieplicht eigenlijk vanuit sociaal oogpunt?

De verplichting om een beter energieprestatiecertificaat te behalen, geldt enkel voor nieuwe eigenaars, niet voor huidige eigenaars die hun eigendom verhuren na 2023. De verplichting treft bestaande gebouwen voorlopig enkel wanneer er sprake is van een transactie, van een overdracht. Voor eigenaars die hun goed verhuren, geldt geen renovatieplicht. Nochtans zijn het de bewoners, hier dus de huurders, die rechtstreeks gebaat zijn bij een betere EPC score. Huurders zullen dus duurdere energiefacturen blijven betalen, terwijl dat net de mensen zijn (om het even vereenvoudigd te stellen) die niet in de financiële mogelijkheid zijn om zelf vastgoed aan te kopen.

In dat verband publiceerde De Standaard vorige week nog een artikel getiteld “Huisbaas van de toekomst gaat honderden woningen renoveren”. Yally, een nieuwe grote speler op de vastgoedmarkt, ontstaan in de schoot van de Gimv en Belfius Bank, heeft de ambitie om de komende jaren drie- tot vierhonderd woningen aan te kopen, deze energiezuiniger te maken en te verhuren. Yally profileert zich als bondgenoot van de huurders, letterlijk “Your ally”. Zij willen de algemene woonkost voor huurders doen dalen. Een nobele missie. In het artikel meent de ceo van Yally dat ook eigenaars misschien blij zullen zijn dat ze hun pand kunnen verkopen en een exit-mogelijkheid krijgen…

Dat roept bij mij een tweede bekommernis op. Opnieuw blijft de ‘people’ component van duurzame ontwikkeling onderbelicht en lijkt het erop dat de vastgoedmarkt alleen nog maar meer gedomineerd zal worden door grote kapitaalkrachtige ontwikkelaars. Voor privépersonen wordt het mogelijks nog moeilijker om een eigen woonst te verwerven. Bij aankoop na 1 januari is er niet enkel de aankoopprijs, maar ook een renovatiekost. Of zal die verplichte renovatie de prijzen van vastgoed net doen drukken? Dat valt nog te bezien.

De renovatieverplichtingen zullen trouwens alleen maar strenger worden wanneer we kijken naar de op til zijnde Europese regelgeving en de geplande herziening van de richtlijn over de energieprestatie van gebouwen. Daarbij worden dwingende minimumstandaarden voor energieprestatie opgelegd voor àlle gebouwen, los van een overdracht van eigendom, dus ook voor de bestaande eigenaars.

Belgische regelgeving

Gemene voorwerpen

Terug naar ons nationale recht. Een volgend voorbeeld van aandacht voor duurzaamheid en het collectieve belang betreft het nieuwe artikel over gemene voorwerpen in het burgerlijk wetboek.

Gemene voorwerpen zijn voorwerpen waarvan het gebruik voor eenieder is bestemd: wind, stromend water, lucht, zonlicht, maar ook bijvoorbeeld dieren die in het wild leven. In het oud Burgerlijk Wetboek (art. 714) stond te lezen dat die voorwerpen aan niemand toebehoren en dat het gebruik ervan aan allen gemeen is.

In ons nieuw burgerlijk wetboek wordt uitdrukkelijk aandacht besteed aan duurzame ontwikkeling. Artikel 3.43 van het BW luidt: “De gemene voorwerpen kunnen niet in hun totaliteit worden toegeëigend. Zij behoren aan niemand toe en worden gebruikt in het algemeen belang, met inbegrip van het belang van toekomstige generaties.”

Bij het gebruik van de genoemde voorwerpen, zoals waterlopen, moet rekening worden gehouden met het algemeen belang, inclusief dat van toekomstige generaties. De nieuwe definitie van gemene voorwerpen bevat dus uitdrukkelijk een intergenerationele component en een keuze voor duurzaamheid.

In de parlementaire voorbereidingen wordt verwezen naar de huidige tijden van mogelijke schaarste en groeiende aandacht voor ecologie en milieu. Inderdaad, het oude artikel bepaalde enkel dat gemene voorwerpen door iedereen kon worden gebruikt; men ging er dan ook van uit dat er toch voldoende van was voor iedereen.

De tijden zijn wel degelijk veranderd ten opzichte het oude burgerlijk wetboek uit 1804.

Met deze nieuwe bepaling geeft de wetgever een niet mis te verstane boodschap. In de parlementaire voorbereidingen is sprake van mogelijke schaarste. De aandacht voor het algemeen belang is dan ook ingegeven vanuit het groeiende besef dat onze natuurlijke rijkdommen eindig zijn. We kunnen grondstoffen niet blijven gebruiken alsof ze onuitputtelijk zouden zijn.

Deze wettelijke bepaling uit het BW is een mooie illustratie van hoe het recht in onze huidige tijden minder focust op het individuele en meer op het collectieve.

Onrechtmatige beplantingen

Terug naar de overhangende takken. Dat het Hof van Cassatie achterop hinkt in het besproken arrest, blijkt eveneens uit de recente hervorming van ons burgerlijk wetboek. De wetgever heeft onbewust geanticipeerd op deze problematische rechtspraak in de nieuwe regels over afstand van beplantingen. Ook deze regels werden immers hervormd en vinden we niet langer in het Veldwetboek, maar wel in de artikelen 3.133 en 3.134 van het burgerlijk wetboek. De nieuwe regels voorzien dat de eigenaar van het naburige perceel de rooiing of snoeiing van takken of wortels kan vorderen, tenzij de rechter van oordeel is dat dit rechtsmisbruik uitmaakt. Bij dat oordeel – ik citeer – houdt de rechter rekening met alle omstandigheden van het geval, met inbegrip van het algemeen belang.

Opnieuw blijkt de duurzaamheidskeuze van de wetgever uit de parlementaire voorbereidingen: “Er mag, zeker vandaag, niet meer voorbij gegaan worden aan de functies die beplantingen vervullen in het algemeen belang. Daaronder vallen, niet limitatief, de belangen van het leefmilieu, de landschappelijke waarde, en erfgoedwaarde.”

De nieuwe bepalingen waren niet van toepassing op de besproken zaak, aangezien ze helaas enkel gelden voor beplantingen aangebracht na de inwerkingtreding van de wet, dat is dus na 1 september van vorig jaar. Daar heeft het Grondwettelijk Hof zich ook reeds over uitgesproken. Toch is het een belangrijke nieuwigheid in het recht dat nu uitdrukkelijk verwezen wordt naar het algemeen belang bij de beoordeling van een vordering tot snoeiing.

Het vormt een gemiste kans dat het Hof van Cassatie deze nieuwe vermelding in de wet niet aangreep om de huidige stand van zaken in het recht te bepalen wanneer zij moest oordelen of er sprake was van rechtsmisbruik. De wettelijke verankering van het algemeen belang is een stap vooruit en een stap richting een duurzamere leefomgeving. Er is immers, jammer genoeg, ook andere rechtspraak (niet alleen cassatierechtspraak), dat de waarde van bomen voor het collectieve belang miskent. Gelukkig zijn er ook goede voorbeelden te vinden, en dat, uiteraard binnen West-Vlaanderen, in een vonnis uit 2015 van het vredegerecht van Veurne.

Aan de eerder ongelukkige rechtspraak is voortaan verholpen door de wetgever. Bij de beoordeling van rechtsmisbruik, wanneer het vellen van bomen betreft, moet rekening worden gehouden met het algemeen belang.

Maar er is meer.

Dat is een zin die ik bij het schrijven van conclusies heb geleerd van mijn stagemeester. Er is altijd meer, en dat moet de aandacht van de lezer of hier dus toehoorder verscherpen.

Hiermee kom ik stilaan aan het einde van mijn betoog.

Eigenlijk gaat de zaak over de overhangende takken over meer dan over bomen.

Het gaat over hoe ons recht, in het bijzonder het privaatrecht, uitgaat van rechten en plichten van individuen, privaatrechtelijke rechtsverhoudingen waarbij private belangen worden afgewogen.

Het privaatrecht legt geen collectief doel op maar laat toe dat iedereen zijn eigen gekozen doelen nastreeft, weliswaar op voorwaarde dat dit gebeurt met respect voor de rechten van anderen. Het is die laatste overweging, respect voor de rechten van anderen, die een verhoogde aandacht voor duurzaamheid in het privaatrecht mogelijk maakt.

Rechtsmisbruik en de belangenafweging in private rechtsverhoudingen, houdt verband met hoe een normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon zich zou gedragen. Hoe definiëren we de normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon?

Is er geen nood aan een nieuwe invulling van dat ‘individu’ in private rechtsverhoudingen?

Dient de standaard immers niet te zijn dat een individu altijd aandacht dient te hebben voor de collectieve dimensie van de uitoefening van zijn of haar rechten?

Nochtans is het opnieuw het Hof van Cassatie dat in een arrest van 1991 oordeelde dat er geen algemeen rechtsbeginsel is waarbij het algemeen belang zou primeren op de private belangen. Moeten we in onze huidige samenleving, maar ook in het recht, de puur private belangen, de individuele behoeftebevrediging en de winst op korte termijn niet overstijgen, en in het algemeen aandacht hebben voor onze leefomgeving?

Door eigenaars te verplichten om hun woningen te renoveren, wijst de wetgever de individuele eigenaar op zijn verantwoordelijkheid voor het collectieve belang. Eigendom verleent niet alleen rechten, het gaat ook gepaard met plichten en met een bepaalde verantwoordelijkheid ten opzichte van de (micro en macro) omgeving.

Het is in onze huidige maatschappij niet langer verantwoord om bij privaatrechtelijke geschillen (zoals bij burenhinder) geen aandacht te hebben voor het collectieve belang. Die kaart, de duurzaamheidskaart, kunt u ook als advocaat trekken, als aanvulling op het behartigen van het private belang van uw cliënt.

Belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak komen immers vaak voort uit het feit dat een advocaat dat argument heeft opgeworpen. Complexe problemen oplossen, daarvoor zijn advocaten in de wieg gelegd – en daarbij moeten zij verder durven kijken dan de private belangen.

Duurzame ontwikkeling vereist immers dat een normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon niet enkel aandacht heeft voor hier en nu, maar ook voor daar en later.

Tot slot

Tot slot wil ik graag de stafhouder uitdrukkelijk danken om mij hier vandaag uit te nodigen. Ik kijk uit naar haar repliek.

Verder wens ik u allen nog een mooie en feestelijke avond. Het belang van dit feest kan nauwelijks worden onderschat. Het is cruciaal voor de confraternele, zo je wil duurzame, relaties aan de balie.

Ik wens u allen een ontzettend boeiend gerechtelijk jaar toe.

Dorothy Gruyaert

Het Jubel duurzaamheidsdebat

Duurzaamheid is meer dan een modewoord. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Jubel draagt zijn steentje bij door experts uit diverse vakgebieden bijeen te brengen die de milieu- en klimaatproblematiek bekijken met een juridische bril.

Centraal daarbij staat de vraag naar het belang van het recht als middel voor duurzaamheid (collectief en Individueel). Een verscheidenheid aan auteurs probeert een antwoord te bieden vanuit diverse rechtstakken: van het mededingingsrecht en vennootschapsrecht over het strafrecht en Europees recht tot het fiscaal recht en de mensenrechten.

Dit project wordt begeleid door een wetenschappelijk redactiecomité, samengesteld uit:

Alain François (Hoogleraar VUB en Partner bij Eubelius Advocaten)
Ludo Cornelis (Professor dr. Emeritus VUB)
Sandra Gobert (Executive Director Guberna)
Philippe Lambrecht (Professeur Centre de recherche interdisciplinaire Droit, Entreprise et Société (CRIDES) UCL)
Jean-Marc Gollier (Advocaat EUBELIUS, Corporate Social Responsibility - Compliance (UCL - Louvain School of Management)

Zelf een bijdrage over duurzaamheid schrijven? Contacteer de Jubel-redactie

Jubel.be inspireert u. Wij zijn marktkenners.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.