De selectieve verontwaardiging over de aantasting van de ‘Rule of Law’ cover

17 mrt 2026 | Column

De selectieve verontwaardiging over de aantasting van de ‘Rule of Law’

Recente Jobs

Advocaat Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0-5 jaar
Brussel
Accounting officer
Accountancy
5 - 10 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountant
Accountancy
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant

Politici, commentatoren, academici, de Hoge Raad voor de Justitie en advocaten rollen over elkaar om hun verontwaardiging te uiten over het mogelijk negeren van rechterlijke uitspraken. Zeer terecht overigens. Partijen die een betwisting hebben zoeken zekerheid bij de rechter. Eens die beslist heeft, moet die beslissing worden nageleefd. Het respect voor rechterlijke uitspraken is dus essentieel voor de rechtstaat of, zoals sommigen het liever trendy benoemen, de ‘Rule of Law’.

Minder vanzelfsprekend is de selectiviteit die hierbij aan de dag gelegd wordt.

Dat de overheid zelf rechterlijke uitspraken moet naleven is evident.

Maar wat met advocaten, sleutelfiguren die onmisbaar zijn voor een efficiënte en goede werking van de rechtsstaat? Wat als die advocaten de rechterlijke beslissingen niet respecteren, naast zich neerleggen, weigeren uit te voeren en aldus het normaal verloop van de procedure verhinderen en saboteren?

Dat is nochtans wat er zich afspeelde op terechtzitting van 18 september 2025 va n de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, uitzonderlijk zetelend in Brussel.

Wie de moeite neemt om het arrest van 9 oktober 2025 van het hof van beroep Gent dat uitspraak deed over de wrakingen te lezen, kan moeilijk anders dan concluderen dat de betrokken advocaten de beslissingen van de rechter, die de leiding van de zitting heeft, flagrant negeerden en obstinaat weigerden uit de voeren. De volgende citaten uit dit arrest geven een duidelijk beeld van de gebeurtenissen:

Verzoeker tot wraking en zijn raadsman (en bij uitbreiding alle partijen en hun raadslieden) hadden zich naar deze (uitvoerbare) beslissing van de rechtbank van 18 september 2025 te schikken, hoe onbegrijpelijk, oneerlijk en/of onwettig zij deze ook mogen vinden.

Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 18 september 2025 blijkt evenwel dat mr. X, de raadsman van één van de andere beklaagden, zich niet wilde neerleggen bij en schikken naar deze uitvoerbare beslissing:

Rechter [rechter 1], die de leiding over de zitting heeft en soeverein beslist welke partij wanneer aan het woord komt, had (na de gezegde uitvoerbare beslissing om de preliminaire vorderingen bij de grond van de zaak te voegen) het woord verleend aan het openbaar ministerie voor haar vordering.

Mr. X had het woord niet gekregen. Hij heeft het woord verschillende keren gevraagd, doch het was hem niet verleend. Hij was op dat moment slechts een ‘toehoorder’ in de zaal. Hij beschikte (nog) niet over het spreekrecht.

Rechter [rechter 1] heeft meermaals benadrukt dat alle partijen en hun raadslieden uitgebreid de gelegenheid zouden krijgen om aan het woord te komen.

Mr. X wilde echter voor zijn beurt spreken en weigerde zich neer te leggen bij de beslissing van de rechtbank (1) om de preliminaire vorderingen bij de grond van de zaak te voegen (beslissing die reeds genomen was én onmiddellijk uitvoerbaar was) en (2) om het openbaar ministerie eerst het woord te verlenen.

Door zijn houding heeft mr. X onmiskenbaar de zitting verstoord.

Rechter [rechter 1] heeft hem meermaals gevraagd te zwijgen doch mr. X bleef volharden, reden waarom hij op verzoek van rechter [rechter 1] uit de zittingszaal werd gezet.

Dat er geweld moest worden gebruikt is enkel het gevolg van het feit dat mr. X de zaal niet vrijwillig wenste te verlaten.

Kortom, rechter [rechter 1] heeft slechts gebruik gemaakt van de hem in artikel 760 Ger.W. verleende bevoegdheid. Hij heeft de taak (zelfs de plicht) om de debatten in goede banen te leiden. Hij heeft, zo blijkt uit het proces-verbaal van de rechtszitting, eerst gewaarschuwd. Wanneer partijen of advocaten de zitting blijven verstoren en ook de tussenkomst/bemiddeling van de stafhouder geen soelaas biedt moet hij echter ingrijpen en de betrokkene uit de zittingszaal (laten) zetten. Dat dit onder dwang gebeurde is enkel te wijten aan het feit dat mr. X weigerde de zittingszaal vrijwillig te verlaten. Nogmaals, de rechtbank moet erover waken dat de beklaagden worden berecht binnen een redelijke termijn, wat één van de grondrechten van élke beklaagde is. In een dossier van dergelijke omvang is het cruciaal dat de zitting ordentelijk verloopt, volgens een duidelijk stramien, waarbij – zoals gebruikelijk – eerst het openbaar ministerie aan het woord komt. Mr. X heeft het woord onterecht ‘opgeëist’. Het is echter niet aan een advocaat om de leiding van de zitting in handen te nemen. Dit komt enkel toe aan de voorzitter.

Ook het arrest van 16 december 2025 van het Hof van Cassatie dat uitspraak deed over de cassatievoorziening tegen het voormelde arrest van het hof van beroep Gent, is dienaangaande klaar en duidelijk:

Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 444, 759, 760 en 828 Gerechtelijk Wetboek: het arrest ontzegt de eiser het recht van verdediging door te poneren dat, wanneer het woord niet wordt verleend aan een advocaat, deze advocaat als een toehoorder dient te worden aanzien en aldus overeenkomstig artikel 759 Gerechtelijk Wetboek gehouden is tot een stilzwijgende houding en gelet op deze vaststellingen te oordelen dat de voorzitter een advocaat uit de zittingszaal kon laten verwijderen om de eenvoudige reden dat er niet werd gezwegen door deze raadsman.

De loutere omstandigheid dat aan de advocaat van een procespartij het woord wordt ontnomen nadat hem door de rechter is meegedeeld dat hij het woord zal krijgen nadat een andere procespartij het woord heeft genomen, miskent het recht van verdediging van die eerste procespartij niet.

De rechter die een advocaat, die weigert zich bij die beslissing neer te leggen en zo voor stoornis zorgt, uit de zittingszaal laat verwijderen, miskent niet het recht van verdediging maar maakt gebruik van de hem bij wet toegekende bevoegdheid tot handhaving van de orde ter rechtszitting. Dat die advocaat niet langer aan het debat kan deelnemen is een gevolg van zijn eigen houding.

Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht.

Uit de voormelde arresten blijkt duidelijk dat het gaat om advocaten die zich weigerden neer te leggen bij de beslissingen van de rechter over het verloop van de zitting, en voor stoornis zorgden door het woord te blijven nemen terwijl dit hen niet verleend werd. Zodat de rechter genoodzaakt was hen uit de zittingszaal te laten verwijderen, nadat zij ook niet vrijwillig de beslissing van de rechter dat zij de zaal dienden te verlaten, naleefden. Hoe dikwijls zondigden deze advocaten hierbij tegen de elementaire regel dat rechterlijke beslissingen moeten worden nageleefd?

Niettemin volgde onmiddellijk na de feiten zelf, op 21 september 2025, een persmededeling van de Gentse stafhouder, waarin o.m. het volgende gesteld werd:

Met verbazing heeft de Orde van Advocaten te Gent kennis genomen van het verloop van een zitting in Brussel van 18/09/2025 waarbij twee Gentse advocaten door de Rechtbank manu militari uit de zittingszaal werd gezet, terwijl zij zelfs enkel maar het woord vroegen ter verdediging van hun cliënt.

De balie van Gent protesteert met klem tegen deze werkwijze, die een democratische rechtstaat onwaardig is.

Alleen in dictatoriale regimes is de advocaat slechts een decorstuk in de zittingszaal.

Het ware wellicht voorzichtiger geweest als de Orde van Advocaten zich eerst grondig zou geïnformeerd hebben over wat er zich precies had afgespeeld op de zitting van 18 september 2025 had afgespeeld. Want straffe woorden als “deze werkwijze, die een democratische rechtsstaat onwaardig is” en “dictatoriale regimes”, wijzen eerder op jumping to conclusions.

Het is ons niet bekend of de voormelde ongelukkige communicatie van de Gentse Orde van Advocaten inmiddels herroepen werd, of minstens gecorrigeerd. Als dat niet het geval is, hierbij een warme oproep om daar zo snel mogelijk toe over te gaan. Zodat advocaten, en ook de publiek opinie, niet de verkeerde indruk kunnen krijgen dat advocaten de enigen zijn die beslissingen van de rechtbank obstinaat naast zich neer mogen leggen. En daarvoor ook nog steun krijgen van hun beroepsorde.

Zelfs na de arresten van 9 oktober 2025 van het hof van beroep Gent en van 16 december 2025 van het Hof van Cassatie had de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies het op LinkedIn over: het choquerende bevel aan twee advocaten om de zittingszaal te verlaten, of beter gezegd, nadat de rechter hen door de politie had laten verwijderen.”. En in dezelfde post op LinkedIn betoogde hij: “Het schreeuwerige gedoe over vermeend misbruik van het wrakingsrecht mag nu eens ophouden.”

Hierbij nogmaals een warme oproep aan de Orde van Vlaamse balies om mede te delen of deze woorden van hun voorzitter het standpunt van de OVB zelf is. Zodat advocaten duidelijk weten of zij de beslissingen van de rechtbank al dan niet moeten naleven. M.a.w. of de rule of law geldt voor iedereen behalve voor advocaten.

Als ere-magistraten en ere-advocaten zijn wij ervan overtuigd dat het overgrote deel van de advocaten een diep respect heeft voor de rechtsstaat, en het gedrag van het klein kliekje advocaten dat voortdurend procedure-incidenten uitlokt, en hoven en rechtbanken overstelpt met manifest ongegronde wrakingsverzoeken, afkeurt en er zich voor schaamt.

Het zou dan ook goed zijn dat zij vertegenwoordigers zouden kiezen die deze visie uitdragen.

Het meest volstrekte mutisme waarin de balie-instanties zich inmiddels dienaangaande hullen, en het gebrek aan optreden tegen advocaten die zich schuldig maken aan overdadig procesrechtsmisbruik met een ontwrichtend effect op de werking van hoven en rechtbanken, roept immers vragen op.

Want we moeten er niet flauw of omfloerst over doen. De successen die geboekt werden in de strijd tegen de zware georganiseerde misdaad ingevolge het kraken van de Sky-ECC-communicatie, stuit op het einde van de rit, bij de behandeling ten gronde, dikwijls op uitgelokte incidenten en manifest ongegronde wrakingsverzoeken. Dat men ons niet verkeerd begrijpt. Iedere verdachte heeft recht op een goede verdediging door een advocaat. Dat is een fundamenteel principe van de rechtstaat. En als er gegronde of mogelijke gegronde procedure argumenten kunnen opgeworpen worden is het de plicht van de advocaat om dat te doen. Maar procesrechtsmisbruik is en blijft misbruik, en dus ontoelaatbaar. En de orde van advocaten kan dienaangaande de kop niet in het zand blijven steken. Het is de taak van de advocatuur om er mee voor te zorgen dat betwistingen tijdig kunnen beoordeeld worden door de rechtbank, niet om dat te vertragen, te verhinderen of te saboteren.

Hopelijk komt er ook zeer snel een wetswijziging die het schorsend effect van een wrakingsverzoek wegneemt zodat de incentive voor dit misbruik wegvalt. Wij verwijzen daarvoor naar onze vorige bijdragen en die van collega Pierre Thiriar.

Maar de balies zouden er ook goed aan doen om duidelijk te maken dat de rule of law voor iedereen geldt, ook voor advocaten.

Dirk Van Overloop, ere-kamervoorzitter in het hof van beroep Antwerpen, ere-advocaat balie Antwerpen

Bruno Luyten, ere-eerste voorzitter van het hof van beroep Antwerpen, ere-advocaat balie Brussel

Recente Jobs

Advocaat Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0-5 jaar
Brussel
Accounting officer
Accountancy
5 - 10 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountant
Accountancy
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *