Expertise

De bezoldigingstheorie: terug van (nooit) weggeweest

Spartax
Geschreven door Spartax

De voorbije maanden verscheen veel negatieve rechtspraak over de bezoldigingstheorie. Het basisprincipe van de bezoldigingstheorie houdt in dat, wanneer een zaakvoerder de kosteloze terbeschikkingstelling verkrijgt van een onroerend goed vanwege de vennootschap (als een voordeel van alle aard), de vennootschap moet verantwoorden waarom de zaakvoerder recht heeft op deze bezoldiging. Dit is vooral een fiscaal verhaal, waarbij de aftrekbaarheid van de gemaakte kosten in hoofde van de vennootschap staat of valt met deze verantwoording.

Op basis van de negatieve rechtspraak zou men – al te kort door de bocht – kunnen besluiten dat een zaakvoerder zijn vennootschap niet als een fiscale speeltuin mag gebruiken, waarin private kosten naar hartenlust afgetrokken kunnen worden van de belastingfactuur.

Het is immers niet zo dat een bezoldiging (zij het in speciën, zij het in natura) automatisch aftrekbaar is in hoofde van de betalende vennootschap. Zij moet kunnen bewijzen dat er tegenover een bezoldiging reële prestaties staan en dat de bezoldiging in verhouding staat tot de prestaties die de zaakvoerder levert.

Recent arrest hof van beroep stelt enkele principes scherp

In een arrest van het hof van beroep te Antwerpen (van 14 januari 2020) werd de aftrekbaarheid van kosten onder de loep genomen met betrekking tot een appartement dat voor 99% volle eigendom was van een tandartsenvennootschap en 1% volle eigendom van de enige zaakvoerder-tandarts.

Dit arrest bevat enkele belangrijke principes die al eerder in andere arresten aan bod kwamen:

  • De aftrekbaarheid van de kost hangt niet af van de vraag of de aankoop werkelijk winstgevend is. Wel moet de verwachting bestaan dat de aankoop ofwel op termijn winstgevend wordt, ofwel dient om belastbare inkomsten te behouden ( Cass. 21 juni 2019, F .18.0130. N / 1).
  • De fiscus mag geen opportuniteitsoordeel vellen over de economische oorzaak of noodzaak om een bezoldiging in natura toe te kennen.
  • Een bezoldiging is niet automatisch aftrekbaar: de vennootschap moet kunnen aantonen dat het onroerend goed kosteloos ter beschikking gesteld wordt omwille van de prestaties die daadwerkelijk geleverd zijn door de zaakvoerder.
  • In dit concrete dossier voldeed de vennootschap aan de basisvereisten, wat het licht voor de aftrekbaarheid van kosten voorlopig op groen zette.

In dit dossier kon de belastingplichtige aantonen dat de vennootschap haar zaakvoerder deels in natura wou bezoldigen via de kosteloze terbeschikkingstelling van het appartement. Hierbij verwees de belastingplichtige naar de toelichting bij de balans, waarbij het te belasten voordeel alle aard zwart op wit vastgesteld werd en als dusdanig verwerkt (en belast) werd in de loonfiches van de zaakvoerder. Tegelijk kon de belastingplichtige extra verslagen van de algemene vergadering voorleggen, waarin vermeld stond dat een deel van de bezoldiging van de zaakvoerder bestond uit de kosteloze terbeschikkingstelling (aldus het hof).

Bovendien stelde het hof vast dat de waarde van een appartement aan de kust sinds (het aankoopjaar) 2006 drastisch gestegen was. Dit element creëerde de verwachting dat de vennootschap op termijn belastbare winst zou verkrijgen uit de verkoop. Daarbij maakte het hof expliciet het onderscheid met de situatie waarbij vruchtgebruik zou aangehouden worden door de vennootschap.

De vraag rijst of deze twee elementen noodzakelijk zijn om tot een positief besluit te komen, of dat enkel de bezoldigingstheorie hiervoor volstaat. Het lijkt alleszins moeilijk om op basis van de bezoldigingstheorie tot een negatief besluit te komen, omdat er geen enkel voorbehoud gemaakt wordt. De volle eigendom maakte het allicht enkel eenvoudig om de aftrekbaarheid van kosten te staven.

We stellen alleszins vast dat de zogenaamde meerwaardetheorie opnieuw actueler wordt, wat vermoedelijk geïnspireerd is door een arrest van het Hof van Cassatie van 21 september 2018 (F.17.0054.N/3). Maar hierbij willen we toch de volgende kritische kanttekening maken: een waardestijging van een onroerend goed leidt niet automatisch tot een latere meerwaarde (de waarde kan later ook weer dalen). Omgekeerd impliceert het ontbreken van een waardestijging niet dat er geen meerwaarde kan ontstaan (de waarde kan later stijgen). Winst of verlies zijn dus niet met 100% zekerheid voorspelbaar. Wat wel doorslaggevend is, is de reële en oprechte intentie.

Bezoldigingstheorie is springlevend

Dit arrest van het Hof van Cassatie past naadloos in de redenering van het hof van beroep te Antwerpen, dat al eerder stelde dat het aan de belastingplichtige is om aan te tonen dat de kosteloze terbeschikkingstelling werkelijke prestaties voor de vennootschap moet vergoeden, weliswaar binnen de bezoldigingspolitiek van de vennootschap (Antwerpen 26 maart 2019, 2017/AR/1359). De uitspraak van het Hof van Cassatie sluit ook perfect aan bij recente arresten van het hof van beroep te Gent, waaruit het belang van de bezoldigingstheorie eens te meer bleek (Gent 3 december 2019 en 19 maart 2019).

Dit bewijst dat de belangrijkste Vlaamse hoven van beroep met hun recente arresten unisono aangeven dat de bezoldigingstheorie springlevend is. Deze arresten kunnen er alleszins voor zorgen dat toekomstige negatieve rechtspraak beperkt blijft tot die gevallen waarbij de kosteloze terbeschikkingstelling moeilijk verantwoord kan worden, of waarbij een belastingplichtige niet de broodnodige bewijsdocumenten kan voorleggen.

De fiscus leek lange tijd de wind in de zeilen te hebben in dit debat, maar de slinger gaat stilaan (en terecht) de andere kant uit. De aanvankelijke slachtoffers waren doorgaans dossiers die niet goed in elkaar staken of dit wel deden maar niet waren gestoffeerd. Daarom wordt al jaren de aandacht gevestigd op het belang van een goede dossieropbouw. Dat is wettelijk eigenlijk niet verplicht maar maakt op het terrein een wereld van verschil uit. Opmerkelijk is ook dat het Hof te Antwerpen genoegen lijkt te nemen met een eerder formalistische verantwoording, en dus inhoudelijk geen al te strenge eisen stelt. Wetend dat nieuwe(re) dossiers normaliter veel beter uitgewerkt gaan zijn dan oudere, is de inschatting dat het aanvankelijke succes van de administratie in deze over zijn hoogtepunt heen is.

Ondanks deze positieve trend is het zinvol om even uit te zoomen op enkele trending topics:

Anno 2020 is vastgoed minder waardevast dan vroeger. Factoren zoals prijsrisico, locatie of onderhoudskosten spelen hier een bepalende rol. Een waardevermindering van gebouwen moet dus steeds mee ingecalculeerd worden in de planning.

De volle eigendom in een vennootschap is vandaag geen certitude om een kostenaftrek toe te passen. Het debat rond het thema kostenaftrek wordt vaak aangevuurd door emotionele oprispingen. We wachten af hoe de rechtspraak en politieke besluitvorming hierover verder evolueren. In een eerdere bijdrage schetsten we alvast de krijtlijnen van het speelveld.

Het gebruik van de eigen vennootschap in het kader van de bezoldigingstheorie is te verantwoorden, alhoewel er steeds een spanningsveld met de fiscus zal ontstaan zolang u als belastingplichtige fiscale voordelen kan genieten (ook al zijn de voordelen wel vaker financieel en niet fiscaal, waardoor de fiscale connotatie in die gevallen onterecht is). Om die spanning gedeeltelijk weg te werken, kiest u – afhankelijk van uw persoonlijk profiel – misschien beter voor de vlucht vooruit met een fiscaalneutrale oplossing. Daarover informeren we u graag in onze volgende nieuwsbrief.

Heeft u vragen of opmerkingen? Aarzel dan niet om ons te contacteren op robin.messiaen@spartax.be of op 0491/06.01.79.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.