In februari van dit jaar signaleerden wij het wetsontwerp m.b.t. de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek[1], met de toevoeging dat daarin is voorzien in de invoering van één uniform en flexibel systeem van 360 vrijwillige overuren in alle sectoren. Inmiddels is het wetsontwerp in de Commissie Sociale Zaken, Werk en Pensioenen aangenomen in tweede lezing en staat het op de agenda van de plenaire vergadering van de Kamer. Deze bijdrage gaat uit van de tekst zoals die door de Commissie is aangenomen.
Van vrijwillige overuren…
De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk[2] voerde met ingang van 1 februari 2017 een regeling van vrijwillige overuren in door invoeging van een artikel 25bis in de Arbeidswet.[3]
Op initiatief van de werknemer en met zijn akkoord kunnen de vaste en flexibele arbeidsduurgrenzen overschreden worden met maximum 120 uren[4] [5]per kalenderjaar. Die overschrijding is slechts mogelijk in de mate dat de werkgever deze uren wenst te laten presteren.
Het akkoord van de werknemer moet schriftelijk worden vastgesteld voor een hernieuwbare periode van zes maanden, en dat akkoord moet uitdrukkelijk en voorafgaandelijk aan de betrokken periode worden gesloten.[6]
De vrijwillige overuren geven recht op overloon, worden niet meegerekend voor de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur en dienen dus niet te worden ingehaald, maar worden wel meegerekend voor de interne meerurengrens van 143 uren, met uitzondering van de eerste 25 gepresteerde uren.
Het overloon verschuldigd voor de vrijwillige overuren is niet vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, en daarop zijn (weliswaar verminderde[7]) belastingen verschuldigd.
… en bijkomende vrijwillige overuren, relance-uren genoemd,…
De maatregel van de relance-uren werd voor alle sectoren een eerste keer ingevoerd tijdens de coronacrisis.[8] Dankzij die maatregel, genomen in het kader van de relance van de economie[9], konden in alle sectoren 120 bijkomende vrijwillige overuren worden gepresteerd in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en nog eens 120 bijkomende vrijwillige overuren in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.
De wet van 31 juli 2023 tot uitvoering van het afsprakenkader in het kader van de interprofessionele onderhandelingen voor de periode 2023-2024[10] voerde de maatregel van de 120 bijkomende vrijwillige overuren, relance-uren genaamd, opnieuw in voor de periode van 1 juli 2023 tot 31 december 2023, voor de periode van 1 januari 2024 tot 31 december 2024, voor de periode van 1 januari 2025 tot 31 december 2025 en voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 maart 2026.[11]
Het akkoord van de werknemer met betrekking tot de relance-uren moet schriftelijk worden vastgesteld voor een hernieuwbare periode van zes maanden. Dit akkoord moet uitdrukkelijk en voorafgaandelijk aan de betrokken periode worden gesloten.
De bijkomende overuren, relance-uren genoemd, worden gepresteerd in het kader van artikel 25bis van de Arbeidswet en dienen te worden gepresteerd tijdens de periode waarop zij betrekking hebben. Een overdracht naar een volgende periode is dus niet mogelijk.
De relance-uren geven geen recht op overloon, worden niet meegerekend voor de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur en dienen dus niet te worden ingehaald, en worden evenmin meegerekend voor de interne meerurengrens van 143 uren.
De bezoldigingen met betrekking tot de relance-uren zijn vrijgesteld van inkomstenbelastingen[12], op voorwaarde dat de bezoldigingen voor die uren niet meer bedragen dan de bezoldigingen die overeenkomstig de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement of een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigd zijn voor die uren wanneer ze niet als overuur zouden kwalificeren.[13] Op de netto-vergoeding van de relance-uren zijn geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd.[14]
… naar één systeem van 360 vrijwillige overuren, waarvan er 240 volledig netto zijn
Het wetsontwerp dat de aanleiding is voor deze bijdrage, creëert één uniform en flexibel systeem van 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar in alle sectoren, die zonder motief kunnen worden gepresteerd.
Het akkoord van de werknemer moet uitdrukkelijk, voorafgaand, schriftelijk en voor een bepaalde duur van een jaar worden vastgesteld. Dat akkoord wordt, behoudens opzegging, telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van een jaar. Opzegging van het akkoord gebeurt schriftelijk en met naleving van een opzeggingstermijn van één maand, die ingaat de dag na de opzegging. Het akkoord kan ook altijd in onderling overleg tussen de werkgever en de werknemer worden beëindigd.
De werkgever kan de werknemer niet verplichten een dergelijk akkoord te aanvaarden. Hij mag de werknemer die dat weigert ook niet aan een nadelige behandeling onderwerpen.
Overloon is niet verschuldigd voor 240 uren van de 360 vrijwillige overuren, en diezelfde 240 uren zullen worden vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing en sociale bijdragen.[15] De werknemers zullen voor 240 vrijwillige overuren netto dus meer ontvangen dan wat voor hun normale arbeidsuren verschuldigd is.
De regeling van vrijwillige overuren wordt voorbehouden aan werknemers die voltijds werken. Voor werknemers die deeltijds werken wordt de mogelijkheid om vrijwillige overuren te verrichten beperkt. Werknemers die deeltijds werken kunnen slechts vrijwillige overuren presteren wanneer zich een tijdelijke vermeerdering van werk voordoet én op voorwaarde dat zij al minstens drie jaar werken op basis van een deeltijdse arbeidsovereenkomst. Een uitzondering wordt gemaakt voor de deeltijdse werknemers die op datum van de bekendmaking van de wet houdende wijzigingen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek verbonden waren door een akkoord inzake het presteren van vrijwillige overuren.
De werknemers die hun arbeidsprestaties verminderen in het kader van hoofdstuk IV, afdeling V, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen[16], worden uitdrukkelijk uitgesloten van de toepassing van de regeling inzake vrijwillige overuren. Omwille van de specifieke context en finaliteit van de loopbaanonderbreking, wordt aangenomen dat een deeltijdse tewerkstelling in het kader van loopbaanonderbreking als hiervoor bedoeld, niet compatibel is met de vraag of het initiatief van de werknemer vrijwillige overuren te verrichten. De bedoelde stelsels van loopbaanonderbreking[17] zijn immers gericht op een betere combinatie tussen privéleven en arbeid door minder arbeidsprestaties te leveren, waarbij de naleving van de gevraagde tewerkstellingsbreuk tijdens de periode van loopbaanvermindering essentieel is.[18]
Het systeem van vrijwillige overuren in de horeca, blijft in zijn geheel van toepassing, met dien verstande dat het contigent van 360 uren wordt uitgebreid naar 450 uren. Overloon is niet verschuldigd voor 360 uren van de 450 vrijwillige overuren, en diezelfde 360 uren zullen worden vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing en sociale bijdragen.
De wijzigingen met betrekking tot de regeling van vrijwillige overuren heeft uitwerking met ingang van 1 april 2026. Het akkoord van de werknemer dat vóór 1 april 2016 is gegeven om vrijwillige overuren te presteren voor een periode die afloopt na die datum, blijft geldig als akkoord om vrijwillige overuren te presteren onder de toepassing van de regels die gelden vanaf die datum, tot het verstrijken van de geldigheidsduur ervan. Hetzelfde geldt voor een akkoord dat werd gegeven in de periode van 1 april 2026 tot de dag voorafgaand aan de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad.
Overzichtstabel

Goedroen De Maeseneire – Bellaw




0 reacties