In de programmawet van juli 2025 kondigde de fiscale wetgever een wetswijziging aan die vooral sleutelt aan de autofiscaliteit in de personenbelasting. Op de vennootschapsbelasting is de impact veel minder groot.
Zo wordt voortaan rekening gehouden met de nieuwe Euro 6e-bis (FCM)-norm in het kader van de regeling van zogenaamde ‘valse hybride’-wagens. Het gaat om hybride wagens die werden aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 januari 2018 waarvan de elektrische batterij een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram wagengewicht of die een uitstoot hebben van meer dan 50 gram CO2/kilometer. De wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen (BS, 30 december 2025) verhoogt deze laatste drempel voortaan naar 75 gram CO2/kilometer vanaf 1 januari 2025 voor voertuigen waarvan de uitstoot wordt berekend volgens de Euro 6e-bis norm of een latere norm.
Pro memorie, de aftrekbaarheid van autokosten in de vennootschapsbelasting werd onder de vorige regeerperiode reeds grondig gewijzigd bij wet van 25 november 2021[1]. Voor thermische (incl. hybride) wagens aangekocht, gehuurd of geleased[2] vanaf 1 januari 2026 zijn de kosten niet langer aftrekbaar.[3] De wet van 2021 voorziet daarnaast in een uitdoofscenario voor de aftrekbaarheid van thermische wagens aangekocht voor die datum.
- Wagens aangekocht, gehuurd of geleased vóór 1 juli 2023: het oude aftrekregime op grond van de gramformule blijft gelden, met een aftrekbaarheid van minimaal 50% en maximaal 100% (aftrek van 40% bij uitstoot van ≥200 gram CO2/km);
- Wagens aangekocht, gehuurd of geleased vanaf 1 juli 2023 tot en met 31 december 2025: het oude aftrekregime op grond van de gramformule zal stelselmatig uitdoven vanaf aanslagjaar 2026.
- Aanslagjaar 2026 (belastbaar tijdperk vanaf 1 januari 2025): niet langer een minimale aftrekbaarheid op grond van de gramformule en beperking maximale aftrekbaarheid tot 75% (zelfde regels ook van toepassing bij een uitstoot van ≥ 200 gram CO2/km)[4]
- Aanslagjaar 2027 (belastbaar tijdperk vanaf 1 januari 2026): maximale aftrekbaarheid daalt naar 50%[5]
- Aanslagjaar 2028 (belastbaar tijdperk vanaf 1 januari 2027): maximale aftrekbaarheid daalt naar 25%[6]
- Aanslagjaar 2029 (belastbaar tijdperk vanaf 1 januari 2028): niet langer enige aftrekbaarheid.[7]
Ditzelfde uitdoofscenario geldt ook voor hybride wagens, met de bijzonderheid dat:
- de specifieke bepaling voor zogenaamde ‘valse hybrides’ blijft gelden[8];
- de brandstofkosten voor plug-in hybrides aangekocht, gehuurd of geleased vanaf 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 steeds voor maximaal 50% aftrekbaar zijn[9].

De wet van 2021 verlaagt daarnaast ook stelselmatig de fiscale aftrekbaarheid van emissievrije wagens (elektrisch of waterstof) van 100% naar 67,5%[10]. Wagens aangekocht, gehuurd of geleased
- vóór 1 januari 2027: blijven 100% aftrekbaar
- vanaf 2027: 95% aftrekbaarheid
- vanaf 2028: 90% aftrekbaarheid
- vanaf 2029: 82,5% aftrekbaarheid
- vanaf 2030: 75% aftrekbaarheid
- vanaf 1 januari 2031 en volgende: 67,5% aftrekbaarheid.
Ward Willems
- Voor een overzicht van de autofiscaliteit in de personenbelasting zie: Anne Mieke Vandekerckhove, “Wet diverse bepalingen – impact binnen de personenbelasting”, ITAA-zine, september 2025.
- Voor meer over de wijzigingen in de vennootschapsbelasting zie: Ward Willems, “Programmawet en wetsontwerp houdende diverse bepalingen: enkele vennootschapsbelastingaspecten”, ITAA-zine, oktober 2025.
Dit artikel over autofiscaliteit verscheen eerder ook in het ITAAzine van het ITAA.
Voetnoten
[1] BS 3 december 2021.
[2] Voor deze datum wordt gekeken naar de datum van de bestelbon (bij aankoop) of de datum van het lease- of huurcontract, zie Circulaire nr. 2024/C/50, 22 juli 2024, www.fisconetplus.be.
[3] Art. 66, § 1 WIB 92 (zoals van toepassing vanaf aanslagjaar 2027).
[4] Art. 66, § 1, lid 3 WIB 92 (zoals van toepassing vanaf die datum).
[5] Art. 66, § 1, art. 550, lid 4 en art. 198bis WIB 92 (zoals van toepassing vanaf die datum).
[6] Art. 550, lid 4 (zoals van toepassing vanaf die datum).
[7] Zie de opheffing van art. 550, lid 4 WIB 92 (vanaf die datum).
[8] Art. 66, § 1, lid 4 WIB 92 (zoals gewijzigd, zie hoger – t.e.m. aanslagjaar 2026) en art. 550, lid 6 WIB 92 (vanaf aanslagjaar 2027).
[9] Art. 550, lid 7 WIB 92 (zoals van toepassing vanaf aanslagjaar 2027, voor tijdperken vanaf 1.1.2026).
[10] Art. 66, § 1 WIB 92 (zoals dat stelselmatig zal worden gewijzigd).




0 reacties