Bedrijfsjuristen en advocaten delen heel wat uitdagingen, al benaderen ze die soms vanuit verschillende perspectieven. Reden om samen te verkennen wat beide beroepsgroepen vandaag bezig houdt. Op vrijdag 20 maart 2026 organiseerden het Instituut voor bedrijfsjuristen (IBJ) en de Franse en Nederlandse Ordes van advocaten van de Balie te Brussel daarom een derde gezamenlijk seminarie. Op het menu een onderwerp waar elke jurist, of die nu advocaat, bedrijfsjurist of magistraat is, mee wordt geconfronteerd: de impact van AI (artificiële intelligentie) op de juridische praktijk.
Marc Dal (Vice-stafhouder van de Ordre français des avocats du Barreau de Bruxelles), Frank Judo (Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten bij de Balie te Brussel) en Nicolas Istas (Voorzitter van het Instituut voor bedrijfsjuristen) kkopenen de middag met enkele scherpe inzichten. We moeten AI in de juridische sector omarmen, maar altijd waakzaam en kritisch blijven.
Het seminarie wordt in goede banen geleid door Antoine Henry de Frahan (Professor EDHEC Business School, consultant strategie en organisatie, auteur). Die zet de zaken meteen op scherp. Als er één rode draad loopt door de discussie, dan is het onzekerheid. Welke impact zal AI hebben op het werk van de advocaat? Wordt de job van de bedrijfsjurist bedreigd? Zal over twintig jaar de rechtbank nog bestaan?
De perfecte butler
“AI in Legal Practice: No Choice, Only Responsibility": de titel van de keynote van Flip Petillion (Advocaat, managing partner Petillion) laat weinig aan de verbeelding over. We hebben geen keuze: AI is “here to stay”, en zal enkel verder doordringen in onze leefwereld. Waarom lijkt de impact op de juridische wereld zo groot? AI-systemen als ChatGPT, Claude en Gemini draaien op LLM’s (large language models) en laat taal nu net hét instrument van de jurist zijn. Juristen denken, argumenteren, reguleren en beslissen met taal.
We mogen nooit uit het oog verliezen dat de eindverantwoordelijkheid niet bij de butler ligt, niet bij het AI-systeem, maar bij onszelf
“Geen keuze” dus, maar wel verantwoordelijkheid. De eindverantwoordelijkheid ligt bij het gebruik van AI nog altijd bij de jurist. Petillon omschrijft het met een mooie metafoor: AI is als Stevens, de perfecte butler uit het boek Remains of the day van Kazuo Ishiguro (in de verfilming magistraal vertolkt door Anthony Hopkins). Een butler is discreet en loyaal, let op de dingen die je zelf vergeet, heeft een olifantengeheugen en blinkt uit in professional excellence. Maar het gevaar schuilt in blinde gehoorzaamheid. Iemand die je steeds op je wenken bedient, een mens zou het snel gewoon worden. Je dreigt er zelfs afhankelijk van te worden. Ook onze houding tot AI neigt daar naartoe. We vertrouwen meer en meer op allerhande tools om ons door de complexiteit van de wereld te navigeren. Maar we mogen daarbij nooit uit het oog verliezen dat de eindverantwoordelijkheid niet bij de butler ligt, niet bij het AI-systeem, maar bij onszelf. We mogen ons denken dus nooit uitbesteden.
AI sijpelt door in het hele ecosysteem. En de vraag is hoe klaar we daarvoor zijn. We moeten leren omgaan met een nieuw legal system. Het is niet de eerste keer dat onze wereld op zijn kop wordt gezet door een nieuwe technologie, maar die veranderingen kwamen nooit eerder zo snel. Het roept allerlei vragen op: Wat met de wapengelijkheid tussen partijen in de toekomst? Tussen wie die toegang heeft tot de meest efficiënte AI-tools en wie niet? Wat met de macht van de tech-bedrijven achter de AI-tools? …
Er lijkt nog slechts een zekerheid: we moeten leren navigeren door de onzekerheid.
AI in advocatenkantoren en juridische afdelingen: praktijkervaringen
In een eerste panel vertellen Ingrid De Poorter (Advocaat en managing partner De Groote De Man, professor UGent), Rafaël Jafferali (Advocaat, partner Simont Braun, professor ULB) en Nicolas Istas (Bedrijfsjurist, Novartis, Country Head of Legal, voorzitter IBJ) en Maaike Coucke (bedrijfsjurist NMBS, raadslid IBJ) over hun eerste ervaringen met AI.
Hoe je in het kantoor omgaat met AI hangt natuurlijk sterk af van de grootte van het kantoor. Een internationaal kantoor heeft de resources om eigen tools te ontwikkelen en die wereldwijd uit te rollen. Een kantoor zoals De Groote De Man kan dat niet zomaar, vertelt Ingrid De Poorter, maar dat neemt niet weg dat je een strategische visie moet ontwikkelen over het gebruik van AI – of je nu een klein, middelgroot of groot kantoor bent. Eén stap daarvan kan zijn om te kiezen of je de tools wil inzetten om kosten te beperken (bv. meer doen met minder ondersteunend personeel) of eerder om de dienstverlening te verbeteren. De Groote De Man kiest ervoor AI in te zetten om zowel de efficiëntie te verhogen als de dienstverlening te verbeteren. Dat doe je niet zomaar door ChatGPT te gaan gebruiken. Wel door te kiezen voor een veilig alternatief, ontwikkeld op basis van de noden van een advocatenkantoor, zoals Legalfly. Waarom je AI zou gebruiken? Je moet wel. Als professional ben je verplicht alle tools te gebruiken die je kunnen helpen je job beter te doen. Ben je nog niet helemaal mee? Dat is geen ramp, meent Ingrid De Poorter, we staan nog maar aan het begin. Maar laat het dus zeker niet links liggen.
Rafaël Jafferali voegt eraan toe dat het essentieel is dat je de technologie die deze AI-systemen aanstuurt, begrijpt. Bovendien is het van belang dat de keuze van een AI-systeem niet top-down gebeurt. . Dat geldt trouwens voor iedere nieuwigheid die je in je team wil doorvoeren. Je moet je medewerkers er mee aan de slag laten gaan, laten experimenteren, om zo de beperkingen van het systeem bloot te leggen. Een belangrijke vaststelling is dat de opkomst van AI, niet voor de eerste keer, de discussie over erelonen weer heeft doen oplaaien. Factureren op basis van uren: hoelang blijft dat nog houdbaar? In de toekomst zal je als advocaat meer dan ooit je meerwaarde moeten kunnen aantonen.
Bij een overheidsbedrijf als de NMBS loopt het natuurlijk wat anders. Maaike Coucke vertelt hoe de operationele diensten van het bedrijf heel enthousiast zijn om met AI aan de slag te gaan. De juridische afdeling is eerder voorzichtig. Er zijn natuurlijk nog heel wat vragen, ethisch, juridisch en strategisch. Bovendien is er een bijkomende moeilijkheid. Je kan als overheidsbedrijf niet zomaar kiezen. De keuze voor zo’n leverancier is een complex proces dat uiteraard moet verlopen via een openbare aanbesteding. Je bent dus minder flexibel. En dat in een wereld die net heel snel evolueert.
Nicolas Istas heeft andere ervaringen. In een innovatieve branche als de farmaceutische industrie werd AI snel omarmd. Ook binnen het legal department. Via AI-ambassadeurs worden nieuwe tools getest en verspreid binnen de afdeling. Of het nu is om documenten te synthetiseren of als sparringpartner, AI wordt gretig gebruikt.
Deontologie, transparantie en vertrouwen
Erik Valgaeren (Advocaat, partner Stibbe, bestuurder OVB), Laurence Van Meerhaeghe (Bedrijfsjurist, Febelfin, ondervoorzitter IBJ) en Frédéric Dechamps (Advocaat, Partner Lex4U, initiatiefnemer JEF, AI-tool voor advocaten).
Elke nieuwe technologie die de afgelopen decennia door de advocatuur woedde, riep gelijkaardige vragen op: hoe gaan we er mee om?
Erik Valgaeren wijst erop dat de advocatuur een strikt gereglementeerde beroepsgroep is. Met regels die worden gesanctioneerd in de strafwet, het Gerechtelijke Wetboek en de eigen reglementering van de OVB en OBFG. Begrippen als beroepsgeheim, waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid staan daarbij centraal. Ze bepalen mee hoe je als advocaat moet omgaan met AI. Die denkoefening werd door OVB en OBFG bewust in richtlijnen gegoten, en niet in strikte regels. Zonder in detail te treden kan je alvast enkele krachtlijnen onderscheiden: (i) Het beroepsgeheim moet te allen tijde gerespecteerd worden. (ii) De advocaat heeft een competentieplicht. Hij is vrij om AI te gebruiken, maar moet weten waar hij mee bezig is. Dat houdt o.a. in weten wat de tool kan, wat de beperkingen zijn, hoe die werkt en onder welke voorwaarden je die gebruikt. (iii) Als advocaat moet je steeds je eigen onafhankelijkheid bewaken, met andere woorden, je moet steeds kritisch blijven.
Dat leidt onvermijdelijk tot de vraag of AI de advocatuur blootstelt aan nieuwe risico’s. Volgens Frédéric Dechamps is het korte antwoord: “neen”. Elke nieuwe technologie die de afgelopen decennia door de advocatuur woedde (de cloud, e-mail, …), riep gelijkaardige vragen op: hoe gaan we er mee om? Hoe garanderen we dat het beroepsgeheim wordt gerespecteerd? … Toch zijn er enkele verschillen met eerdere technologische evoluties: (i) Een nieuwe technologie is nog nooit eerder zo snel en zo breed geadopteerd. Het maakt dat we bijna geen tijd hebben om er even bij stil te staan. (ii) Door generatieve AI geven we soms het ‘nadenken’ uit handen. Dat moeten we te allen tijde vermijden. Kritisch zijn op de output is een absolute noodzaak. (iii) De bronnen waarop AI zich baseert om antwoorden te genereren blijven te vaak onzichtbaar. De redenering die de tool volgt, geeft het systeem niet prijs. Ook daar moet je je als jurist bewust van zijn. Als advocaat blijf je immers zelf de eindverantwoordelijke.
Als bedrijfsjurist kijkt Laurence Van Meerhaeghe er enigszins anders naar. Een bedrijfsjurist vervult immers een specifieke rol in een organisatie en valt dus onder een hiërarchie. Toch zijn er heel wat parallellen te trekken. Ook het advies van de bedrijfsjurist is beschermd door de vertrouwelijkheid. Binnen het Instituut voor bedrijfsjuristen werden dan ook richtlijnen uitgewerkt over hoe om te gaan met AI. Die richtlijnen hangen samen met de waarden waar de beroepsgroep voor staat. Intellectuele onafhankelijkheid, loyaliteit aan de wet en de werkgever, competentie en vertrouwelijkheid staan daarbij voorop.
AI in geschillenbeslechting
Voor het laatste panel, dat zich buigt over AI in geschillenbeslechting, schuiven naast een advocaat en een bedrijfsjurist ook twee magistraten aan: Anouk Devenyns (Voorzitter van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank te Brussel), Pierre-Yves de Harven (Voorzitter van de Franstalige ondernemingsrechtbank te Brussel), Guillaume Croisant (Advocaat, counsel Linklaters , assistent ULB) en Tom Wijnant (Bedrijfsjurist, Belfius, erkend bemiddelaar).
Tom Wijnant gooit de knuppel in het hoenderhok. Vandaag hebben we als bedrijfsjurist advocaten zeker nodig als we in een geschil betrokken zijn. Of dat in de toekomst nog zo zal zijn, en of we geschillen dan nog via de rechtbank zullen oplossen is helemaal niet zeker. Hij gebruikt AI om complexe dossiers te vertalen naar heldere communicatie voor de niet-juristen binnen het bedrijf. En om de eigen argumenten te challengen en zo op een andere manier naar een dossier te kijken.
Ook Guillaume Croisant ziet AI (bv. Legora) als sparringspartner. Het helpt om documenten te analyseren en structureren. Maar vooral ook om de zwakke punten in je eigen redenering te ontdekken. Zo kom je beter beslagen in de rechtbank. AI bewijst hier echt wel zijn meerwaarde.
Hoe kijkt de magistratuur naar AI? Pierre-Yves de Harven merkt dagelijks dat partijen in geschillen op AI vertrouwen. Zeker wanneer er niet-juristen voor de rechtbank verschijnen. Maar ook lange conclusies vol herhalingen, en helaas soms ook hallucinaties, wijzen vaak op het gebruik van ChatGPT en verwante tools.
Gebruikt de rechtbank zelf al AI? Nog niet, maar dat betekent niet dat de magistratuur wereldvreemd is, zegt Anouk Devenyns. We zijn bezig om richtlijnen op te stellen en er lopen pilootprojecten, o.a. een zoekrobot of een AI-tool om arresten te analyseren en pseudonimiseren. Maar het is een werk van lange adem. Ze ziet vooral grote kansen in het gebruik van AI om je op je biases te wijzen. Om je als magistraat ook jezelf en je eigen overtuigingen in vraag te stellen.
Conclusie: AI is here to stay
AI is here to stay. De vraag is vooral hoe juristen er mee omgaan. AI is de ideale sparringpartner die je eigen vastgeroeste ideeën uitdaagt, een onderzoeksassistent die in enkele minuten documenten analyseert en synthetiseert, een butler met het perfecte geheugen die je wijst op wat je zelf vergeet. Maar de advocaat of bedrijfsjurist blijft zelf de eindverantwoordelijke: altijd kritisch tegenover wat AI produceert, geeft het ‘nadenken’ niet uit handen, en respecteert altijd de waarden en grondslagen van zijn beroep: vertrouwelijkheid, beroepsgeheim, intellectuele onafhankelijkheid, …
Dit verslag werd trouwens geschreven zonder de hulp van AI.
Verslag: Wim Putzeys, hoofdredacteur Jubel




0 reacties