Wijziging fiscale behandeling onderhoudsuitkeringen tast privéleven aan cover

9 jun 2026 | Algemeen

Wijziging fiscale behandeling onderhoudsuitkeringen tast privéleven aan

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

​Vanaf inkomstenjaar 2025 (AJ 2026) wordt de fiscale aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen, gedurende drie opeenvolgende jaren telkens met 10 % per jaar verminderd. Zo daalt de aftrekbaarheid ervan van 80 % naar 50 %. De mate waarin de onderhoudsuitkeringen aftrekbaar zijn bij de betaler bepaalt de belastbaarheid bij de ontvanger.

Met de wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen (BS 30 december 2025) heeft de wetgever in de artikelen 35 tot 37 een waaier van verschillende maatregelen inzake gezinsfiscaliteit doorgevoerd. De maatregelen passen in de bredere begrotingsinspanningen om het overheidstekort te saneren.

Geraamd wordt dat de regering daarmee aanvankelijk rond de 18-20 miljoen euro zal besparen, met een structurele opbrengst die oploopt tot ongeveer 56,5 miljoen euro per jaar als de maatregel op kruissnelheid is.

Dit is eigenlijk maar een zéér bescheiden besparing in de totale federale begroting van om en bij de 265 miljard euro. Voor individuele gevallen kan de bijkomende fiscale druk toch nog gauw oplopen tot enkele honderden euro’s per jaar , afhankelijk van het uitkeringsbedrag en de marginale aanslagvoet.

Fiscale aftrek resulteerde niet altijd in belastbaarheid

Wie verplicht is om op regelmatige basisonderhoudsuitkeringen te betalen kon 80 % van dat bedrag in mindering brengen van zijn totale netto-inkomen. Betaalde een belastingplichtige bijvoorbeeld jaarlijks 6.000 euro aan onderhoudsgelden, dan kon hij 4.800 euro (80%) aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Aangezien men in België relatief snel in de hoogste belastingschijf van 50 % terechtkomt, kon dit resulteren in een belastingbesparing van 2.400 euro. Hoewel voor de ontvanger datzelfde bedrag – in dit voorbeeld 4.800 euro – in principe belastbaar is, werden daar niet altijd belastingen op betaald.

Op die manier kostte de fiscale aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen de schatkist meer dan de belastbaarheid ervan effectief opbracht. Wanneer onderhoudsuitkeringen worden betaald ten behoeve van een (al dan niet meerderjarig) kind, zijn deze immers belastbaar in hoofde van het kind. Omdat deze inkomsten doorgaans onder de belastingvrije som blijven, volgt meestal geen effectieve belastingheffing. En daar schuilt het fiscaal verlies voor de schatkist dat men in het kader van de sanering van begrotingstekort wil beperken.

Rechtvaardigheid als motief voor budgettaire maatregel

In de memorie van toelichting wijst de wetgever op een gebrek aan rechtvaardigheid in de gezinsfiscaliteit.

Gescheiden, of niet-samenwonende, ouders kunnen genieten van een paar fiscale voordelen. Enerzijds via de aftrek van onderhoudsuitkeringen bij de betalende ouder en anderzijds via een toeslag op de belastingvrije som voor het kind ten laste voor de ouder bij wie het kind inwoont. Terwijl samenwonende ouders de kosten van onderhoud en de opvoeding van hun kinderen niet fiscaal in mindering kunnen brengen.

Het systeem van de aftrekbare onderhoudsuitkeringen zou ook het zgn. ‘Mattheuseffect’ in de hand werken. Aftrekbare betalingen leveren immers een voordeel op tegen het hoogste marginale tarief van de belastingplichtige, waardoor hogere inkomens relatief meer voordeel genieten dan lagere inkomens. En dat zou allemaal onrechtvaardig zijn.

Schending van het vertrouwensbeginsel

De beperking treft naar schatting honderdduizenden gezinnen (vooral gescheiden ouders). De wetgever breekt met de maatregel in in het privéleven van de burger. Fiscaliteit was ooit een verplichte bijdrage om de overheidsuitgaven te financieren. Vervolgens werden de belastingen gebruikt om inkomensherverdeling in de hand te werken. Nadien werd de fiscaliteit aangewend om het menselijk gedrag te sturen (bv. investeringen in hernieuwbare energie worden fiscaal gestimuleerd). Maar, met de wijziging van de decennia oude gezinsfiscaliteit mengt de wetgever zich nu in de wijze waarop de belastingplichtige, vertrouwend op gerechtvaardigde verwachtingen, zijn privéleven organiseert en heeft georganiseerd.

De vraag of de nieuwe maatregel verenigbaar is met het vertrouwensbeginsel kan zeker voorgelegd worden aan het Grondwettelijk Hof.

Het vertrouwensbeginsel is geschonden wanneer op disproportionele wijze afbreuk wordt gedaan aan de rechtmatige verwachtingen van een bepaalde categorie van belastingplichtigen zonder dat een dwingende reden van algemeen belang voorhanden is.

Maatschappelijke kosten

Moeizaam tot stand gekomen echtscheidingsovereenkomsten zullen tegen opnieuw het licht van de gewijzigde gezinsfiscaliteit worden gehouden.

Oude echtscheidingen zullen worden opengebroken. De vrees bestaat dat dit kan leiden tot massaal veel herzieningsaanvragen van onderhoudsregelingen, tot wanbetalingen of tot verhoogde druk op nieuwe gezinnen. Deze hervorming reikt verder dan een zuiver budgettaire ingreep. Want, zal de besparing die de maatregel verondersteld wordt op te leveren niet teniet gedaan worden door de verhoogde proceskosten waar de gerechtelijke macht mee zal opgezadeld worden?

Het is waarschijnlijk dat massaal veel aanpassingen zullen gevraagd worden van alimentatieovereenkomsten of rechterlijke beslissingen om het bedrag van uitkering aan te passen aan het gewijzigde fiscale kader.

Bijzonder pijnlijk is dat de hervorming zonder overgangsregeling werd ingevoerd. De eerste vermindering van 10 % geldt al voor alimentaties die in 2025 werden betaald of ontvangen. Indien destijds bij de vaststelling van het alimentatiegeld rekening werd gehouden met de fiscale impact, kan deze plotse koerswijziging voor een onaangename financiële verrassing zorgen. Die onaangename verrassing zal pas met het aanslagbiljet in de bus vallen nadat de aangifte in de personenbelasting van AJ 2026 werd ingediend. Veel mensen weten nog niet wat hen te wachten staat. Vandaar het belang om de huidige situatie te toetsen aan de nieuwe regelgeving.

In de gevestigde rechtspraak wordt geen rekening gehouden met de verminderde aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen. Die jurisprudentie is dus volledig achterhaald door de wetswijziging. Het risico bestaat dus dat tegen recente vonnissen die overeenkomstig die (inmiddels verouderde) rechtspraak werden uitgesproken hoger beroep zal worden aangetekend.

Het verdient sowieso aanbeveling om na te gaan of er tegen recente vonnissen al dan niet beroep moet worden ingesteld. Wat als degene die de onderhoudsuitkering moet betalen vaststelt dat hij door de verminderde fiscale aftrekbaarheid zelf in financiële problemen komt? Die aanbeveling geldt zeker voor mensen die verwikkeld zijn in een lopende echtscheiding. Voor hen is het ook aan te raden om hun verwachtingen of eisenpakket af te stemmen op de nieuwe fiscale realiteit.

Werner Niemegeers – Advocaat

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *