Rechtbank oordeelt: aftrekverbod buiten toepassing wegens disproportioneel cover

9 jul 2026 | Tax & Private equity

Rechtbank oordeelt: aftrekverbod buiten toepassing wegens disproportioneel

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

​In de vennootschapsbelasting blijft de toepassing van het aftrekverbod een hot item. Ingeval van bericht van wijziging of ambtshalve aanslag waarbij een belastingverhoging van minstens 10% is toegepast, kunnen fiscale aftrekposten zoals bijvoorbeeld vorige verliezen worden geweigerd door de fiscus, vaak met stevige financiële gevolgen. De rechtspraak van het Grondwettelijk Hof geeft inzichten én opportuniteiten. En recent oordeelde de rechtbank van Antwerpen dat in een concrete casus het aftrekverbod an sich onredelijk was en dus buiten toepassing diende te worden gelaten.

Het Grondwettelijk Hof heeft zich intussen al een aantal keer uitgesproken over het aftrekverbod van artikel 206/3 § 1 WIB 92 (voorheen artikel 207, 7e lid WIB 92). In het bijzonder kan worden verwezen naar het arrest van het Hof van 19 juni 2025 (nr. 90/2025); recenter was er het arrest van 9 april 2026 (nr. 41/2026).

Weliswaar oordeelde het Hof tot op heden, in antwoord op de haar voorgelegde prejudiciële vragen, dat de regeling de aangevoerde grondwettelijke bepalingen niet schendt.

Maar de inhoud van de arresten biedt openingen om de toepassing van het aftrekverbod in concreto te bekampen. Meer bepaald zijn volgende overwegingen van het Hof van belang:

  1. De fiscus moet de beginselen van behoorlijk bestuur respecteren bij de toepassing van het aftrekverbod.
  2. Het aftrekverbod is op zich een sanctie met strafrechtelijk karakter.

Beginselen behoorlijk bestuur/motivering aftrekverbod in concreto

Het Hof oordeelt uitdrukkelijk dat de fiscus bij de toepassing van een aanslag van ambtswege (bv. aan de orde bij een laattijdige aangifte) de beginselen van behoorlijk bestuur dient te respecteren, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.

Die beginselen moeten, aldus het Hof, verhinderen dat de administratie op arbitraire wijze het aftrekverbod zou toepassen of niet op afdoende wijze de redenen zou uiteenzetten die haar beslissing dragen. Of met andere woorden, de administratie moet motiveren waarom het aftrekverbod wordt toegepast en dat dit verantwoord is in verhouding tot de begane inbreuk. De feitenrechter kan toetsen of deze beginselen werden gerespecteerd door de fiscus.

In de concrete gevallen waarin de fiscus niet of summier het aftrekverbod motiveert in de administratieve fase: zeker en vast een eerste kapstok voor uw verdediging.

Het aftrekverbod heeft een strafrechtelijk karakter

Het Hof oordeelt tevens uitdrukkelijk, meer bepaald in het arrest van 2025, dat het aftrekverbod de aard heeft van een sanctie met strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 van het EVRM.

Meer bepaald oordeelt het Hof, met verwijzing naar de parlementaire voorbereidingen, dat de maatregel een preventief en repressief doel nastreeft: ze werd verantwoord door de wil om ondernemingen ertoe aan te sporen hun verplichtingen inzake de belastingaangifte correct na te komen; het beoogt eveneens een daadwerkelijke aanslag volgend op de belastingcontrole te verzekeren; tenslotte kunnen de gevolgen van de aftrekbeperking in bepaalde gevallen zwaar blijken. Uit de aard en de ernst van de sanctie die de belastingplichtige met die maatregel kan ondergaan, blijkt dat zij een bestraffend en daardoor ontradend karakter heeft, aldus het Hof.

Dus uitstel moet mogelijk zijn…

Vooreerst doet die beoordeling de vraag rijzen of het aftrekverbod alsnog niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

Meer bepaald is het voor iemand die verschijnt voor een correctionele rechtbank mogelijk om zijn straf te laten uitspreken met opschorting, uitstel of probatie, terwijl dit in de huidige fiscale wetgeving niet mogelijk is voor onder andere de toepassing van het aftrekverbod, nochtans ook een sanctie met strafrechtelijk karakter zo blijkt.

Het Hof heeft reeds geoordeeld dat het inderdaad strijdig is met het gelijkheidsbeginsel dat bijvoorbeeld voor belastingverhogingen er geen wettelijk kader is om deze met uitstel te kunnen uitspreken. Onder meer het hof van beroep van Gent heeft om die reden al belastingverhogingen in concrete situaties ontheven.

Er is ons inziens geen redelijke verantwoording waarom dit ook niet zou gelden voor de toepassing van de sanctie van het aftrekverbod. Het Grondwettelijk Hof heeft zich over die vraag nog niet gebogen; die deur staat met andere woorden nog open.

Dus te toetsen op evenredigheid…

Daarnaast maakt die beoordeling dat de feitenrechter de toepassing van het aftrekverbod op zich moet kunnen toetsen op haar evenredigheid. Dit laatste is recent gebeurd, een primeur, door de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen bij vonnis van 1 april 2026.

De rechtbank verwijst eerst naar het arrest van het Grondwettelijk Hof van 2025 waarin is geoordeeld dat “aangezien de rechter een toetsing met volle rechtsmacht uitoefent op de belastingverhoging, kan de rechter binnen dezelfde grenzen als die van de administratie nagaan of, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de belastingverhoging en de daaruit voortvloeiende aftrekbeperking al dan niet dienen te worden toegepast.”

Hieruit volgt dat zij met volle rechtsmacht kan beoordelen of de toepassing van de belastingverhoging van 10% en de aftrekbeperking evenredig is met de ernst en de aard van de gepleegde inbreuk.

De rechtbank oordeelt in dit vonnis weliswaar dat de belastingverhoging evenredig is in de concrete situatie; er zou immers terecht sprake zijn geweest van een tweede overtreding.

Maar de rechtbank viseert vervolgens de toepassing van het aftrekverbod zelf. De rechtbank is gelet op het gegeven dat de aangifte slechts één maand na de indieningstermijn werd ingediend, en de concrete feitelijke omstandigheden, van oordeel dat een belastingverhoging van 10% met daaraan gekoppeld het aftrekverbod – dat in concreto tot gevolg had dat de belastbare grondslag niet werd gecompenseerd met de vorige verliezen – disproportioneel is.

De rechtbank besloot dat het gepast is het aftrekverbod buiten toepassing te laten.

Deze redenering kan worden doorgetrokken in tal van dossiers waar de toepassing van het aftrekverbod onevenredig is met de overtreding, denken we onder meer aan dossiers waarin aangiftes beperkt laattijdig werden ingediend.

De toepassing van het aftrekverbod zoals onder meer dat van vorige verliezen heeft vaak totaal onevenredige gevolgen, en moet dan ook blijvend kritisch worden benaderd én desgevallend worden betwist. Het Grondwettelijk Hof en recent de rechtbank van Antwerpen geven munitie. Dat het aftrekverbod zelf een sanctie met strafrechtelijk karakter betreft, maakt dat die toepassing door de bodemrechter kan worden beoordeeld op haar evenredigheid, en die bodemrechter de toepassing ervan buiten toepassing kan verklaren.

Dries Verhaeghe en Charles Petit

Volg ook onze IMPOSTO Tax Talks, ook op LinkedIn

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Office Manager
Administratie
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *