Advocaten Algemeen Fiscalisten Nieuws Notarissen

Wat als ouder opname in zorginstelling niet zelf kan betalen?

Wat als je ouder de opname in een zorginstelling niet zelf kan betalen? 1
Geschreven door KnopsPublishing
Je ouder zou het beste opgenomen worden in een zorginstelling, maar enkel met zijn of haar pensioen en eigen middelen zal dat niet lukken. Ben jij als kind dan verplicht om financieel bij te springen? Welke gevolgen heeft dat voor jouw belastingen? En wat kan het OCMW doen?
Erenotaris Johan Verstraete en fiscalist Rik Deblauwe geven een antwoord op deze vragen.

Wat als … je ouder de opname in een zorginstelling niet zelf kan betalen?

Marie kan niet langer alleen wonen en een verblijf in een rusthuis dringt zich op. Maar met haar kleine pensioen kan ze de facturen voor het rusthuis niet betalen. Haar drie kinderen vragen zich af of zij wettelijk verplicht zijn om hun moeder te onderhouden.

Een privérusthuis is meestal pas geneigd om je bejaarde ouder op te nemen als het voldoende betaalgaranties heeft. Bij twijfel vraagt de instelling vaak dat de kinderen zich contractueel verbinden om geregeld een bepaald bedrag te betalen en/of de eventuele tekorten bij te passen. De meeste ouders willen niet financieel afhankelijk worden van hun kinderen en streven er in de eerste plaats naar om hun eigen middelen te gebruiken. Behoren de eigen middelen tot een onverdeeldheid, dan moet je eerst tot verdeling overgaan, met alle gevolgen van dien als er geen eensgezindheid over bestaat.

Je ouder kan je wel dwingen om bij te dragen in zijn of haar onderhoud. Er bestaat namelijk een wettelijke (wederkerige) onderhoudsplicht tussen verwanten in de rechte lijn (ouders, kinderen, grootouders) zonder beperking van graad en zonder beperking in de tijd. Hier gelden twee voorwaarden: de onderhoudsgerechtigde moet behoeftig zijn en de onderhoudsplichtige in staat om het onderhoudsgeld te betalen. De rechter houdt rekening met de concrete omstandigheden op het ogenblik van de eis: enerzijds de leeftijd, gezondheidstoestand en sociale rang van de onderhoudsgerechtigde en anderzijds de betalingsmogelijkheden van de onderhoudsplichtige. Het is niet de bedoeling dat wie onderhoudsplichtig is daardoor zelf financiële problemen krijgt. Het is dus best mogelijk dat het ene kind onderhoudsgeld moet betalen en het andere niet. Als verschillende kinderen onderhoudsplichtig zijn, dan kan je ouder van elk kind slechts diens deel vorderen. Laat een van de kinderen na zijn deel te betalen, dan hoeven de andere kinderen daar niet voor op te draaien. Het bedrag van het onderhoudsgeld kan in de loop van de tijd variëren, afhankelijk van de behoeften en mogelijkheden aan beide zijden. De partijen kunnen geen onherroepelijke overeenkomsten sluiten over het al dan niet verschuldigd zijn van het wettelijke onderhoudsgeld. Zij kunnen het bedrag ervan evenmin definitief vastleggen. De wettelijke onderhoudsplicht is namelijk van openbare orde, dat wil zeggen dat je er niet vrijwillig bij overeenkomst van mag afwijken.

Klopt je ouder bij het OCMW aan voor een opname in een zorginstelling, dan is de situatie enigszins anders. Als je ouder in aanmerking komt voor een opname in het OCMW, dan is deze instelling, binnen de grenzen van de concrete mogelijkheden, verplicht de bejaarde op te nemen, ook al is er niet meteen een vooruitzicht op terugbetaling van de kosten. Daarom heeft de OCMW-wet in ruimere recuperatiemogelijkheden voorzien. Zo heeft het OCMW bijvoorbeeld het recht om een hypotheek te nemen op de onroerende goederen die toebehoren aan je ouder. Het OCMW kan de kosten voor de dienstverlening ook nog verhalen op de nalatenschap van je ouder, maar maximaal voor de vijf laatste jaren van de dienstverlening en slechts voor het bedrag van het actief van de nalatenschap. Het OCMW heeft het recht om de kosten van haar maatschappelijke dienstverlening te verhalen op de onderhoudsplichtigen. Het beschikt hiertoe over een eigen recht en je bejaarde ouder hoeft dus niet zelf zijn kinderen te dagvaarden voor de betaling van het onderhoudsgeld. Om billijkheidsredenen (en met goedkeuring van de gemeentelijke overheid) kan het OCMW echter afzien van een terugvordering van de kosten van huisvesting. Dit kan uiteraard niet (meer) als je hulpbehoevende ouder zich kort vóór of tijdens de opname opzettelijk en in aanzienlijke mate heeft verarmd. Het kwam vroeger meer dan eens voor dat een bejaarde ouder, met het oog op een opname in het OCMW, zijn vermogen wegschonk of goederen verkocht en dan als hulpbehoevende beroep deed op steun van de gemeenschap. Vaak was dit het gevolg van het wijd verspreide misverstand dat het OCMW recht had op de eigendommen van de opgenomen bejaarde.

Misvatting
Het OCMW heeft recht op een vergoeding voor de kosten die de dienst moet maken voor de hulpverlening aan een bejaarde ouder en kan daar ook een waarborg voor vestigen, maar heeft niet zomaar recht op de eigendommen van de opgenomen bejaarde.

Aftrekbaar en belastbaar
Onderhoudsuitkeringen bieden een fiscaal voordelig aspect: onder bepaalde voorwaarden zijn de onderhoudsuitkeringen die je betaalt, voor 80 procent aftrekbaar in de personenbelasting en de onderhoudsuitkeringen die je ontvangt, voor 80 procent belastbaar. Als de betaler van het onderhoud op zijn hoogste schijf inkomen 50 procent betaalt, plus bijvoorbeeld 6 procent gemeentelijke opcentiemen, dan betekent dat dus voor hem een belastingbesparing van 80 procent x 50 procent x 1,06 = 42,4 procent. Als de ontvanger dan beneden het belastbaar minimum valt, betaalt de fiscus dus 42,4 procent mee aan dat  onderhoudsgeld.

Wat zijn de voorwaarden voor aftrekbaarheid?
– Ten eerste moet je de uitkeringen werkelijk betaald hebben in het belastbaar tijdperk en dat ook kunnen bewijzen. Je betaalt dus best via de bank.
– Ten tweede mag de ontvanger geen deel uitmaken van het gezin van de betaler. Je mag er dus niet mee samenwonen, tenzij de ontvanger in hetzelfde gebouw een afzonderlijk appartement betrekt. Je moet met feitelijke elementen (afzonderlijk ingerichte woonkamers, keukens en toiletten) kunnen aantonen dat je ouders geen deel uitmaken van je gezin dat in hetzelfde huis woont, en een afzonderlijk gezin vormen.
Wanneer je partner wordt opgenomen in een zorginstelling, veronderstelt de fiscus dat die slechts tijdelijk niet in de gemeenschappelijke woning leeft en de gezinsband niet verbroken is. Je kunt de kosten die je betaalt voor de opname van je partner in de instelling niet aftrekken als  onderhoudsgeld. Maar als je kunt bewijzen dat de breuk in het gezinsleven niet tijdelijk is en jij en je partner dus feitelijk gescheiden leven, dan komen de kosten voor de opname van je partner in een  zorginstelling wel in aanmerking voor aftrek.
– De derde voorwaarde is dat de betaling gebeurt op basis van een wettelijke verplichting. De wet zegt: ‘op grond van een verplichting op grond van het Burgerlijk of Gerechtelijk Wetboek of van een gelijkaardige wettelijke verplichting in een buitenlandse wetgeving’. Je bent daar wettelijk toe verplicht voor je ouders en je grootouders. Die verplichting geldt ook voor je schoonouders tenzij je gescheiden bent, want dan verdwijnt de aanverwantschap, of je schoonouder een tweede huwelijk aangaat, of als je partner overleden is en jullie samen geen levende kinderen meer hebben. Je hebt geen onderhoudsplicht tegenover broers of zussen, ooms of tantes. We illustreren deze voorwaarde met een voorbeeld:
Jan en An zijn getrouwd. Ans moeder Bea is behoeftig en An heeft zelf geen inkomen. Jan is Bea onderhoudsgeld verschuldigd. Als Bea hertrouwt, is Jan niet langer onderhoudsgeld verschuldigd. En als An overlijdt en er geen kinderen ( meer) zijn uit het huwelijk van Jan en An, ook niet meer.

– Volgens de vierde voorwaarde moet de onderhoudsgerechtigde behoeftig zijn.
– En tot slot geldt nog de voorwaarde dat de betaling regelmatig moet gebeuren. Dat kan – maar hoeft niet – bijvoorbeeld wekelijks, maandelijks of driemaandelijks zijn. Het is voldoende dat de betalingen punctueel zijn en volgens de omstandigheden herhaaldelijk plaatsvinden. De fiscus aanvaardt de aftrek als de achterstand niet meer dan drie maanden bedraagt. Ook kapitalen die uitkeringen vervangen, zijn aftrekbaar, net als onderhoudsuitkeringen die na het belastbare tijdperk waar ze betrekking op hebben, zijn betaald ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd. De onregelmatige betaling moet dus aan een dergelijke gerechtelijke beslissing te wijten zijn. Onderhoudsuitkeringen die je als kind betaalt voor je behoeftige ouders in een zorginstelling, zijn aftrekbaar. Het doet er niet toe of je die onderhoudsuitkeringen rechtstreeks aan de instelling betaalt (bijvoorbeeld het OCMW), dan wel aan je ouders  uitkeringsgerechtigde zelf. Een woning gratis ter beschikking stellen kan ook als een werkelijk betaalde  onderhoudsuitkering worden beschouwd. Een dergelijke ‘uitkering in natura’ kun je ramen op het jaarlijkse bedrag aan huur dat je had kunnen opstrijken als je het onroerend goed aan een derde had verhuurd, dus op de normale huurwaarde.

Aandachtspunt
Als je je behoeftige (schoon)ouders gratis een woning ter beschikking stelt, dan kan dat ook als een onderhoudsuitkering worden beschouwd en is dat fiscaal aftrekbaar in je personenbelasting.

Als de voorwaarden vervuld zijn, is het onderhoudsgeld dus zowel aftrekbaar bij de betaler als belastbaar bij de ontvanger. Indien de ontvanger echter in het buitenland woont, dan moet je als betaler in principe bedrijfsvoorheffing inhouden voor een bedrag van 26,75 procent op 80 procent van de uitkeringen, en moet je fiscale fiches opmaken. Je kunt hiervoor contact opnemen met het Contactcenter van de Federale Overheidsdienst Financiën (02 572 57 57, maandag-vrijdag van 8.00 u tot 17.00 u).

Dit artikel werd genomen uit Financiële zorgvragen, in goede en kwade dagen.
Auteurs: Ingrid Stevens, Rik Deblauwe, Karl Ruts, Jo Stremersch, Johan Verstraete, Ingrid Verstringe, m.m.v. Herman Nys. Gepubliceerd door KnopsPublishing.
Wat als je ouder de opname in een zorginstelling niet zelf kan betalen?

Artikel op Seniorennet.be 

Opmerking plaatsen

X