Pleiten is een moeilijke vaardigheid cover

15 sep 2026 | Column

Pleiten is een moeilijke vaardigheid

Door Leo Neels

Recente Jobs

Dossierbeheerder
sociaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Auditor
Fiscaal recht
5+ jaar
Vlaanderen
Estate planning manager
Estate Planning
5+ jaar
Oost-Vlaanderen
Transfer pricing manager
Fiscaal recht
5+ jaar
Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant
Tax manager
Fiscaal recht
5+ jaar
Vlaanderen

​De kern van justitie is het tegensprekelijk debat. Het is hét symbool van de rechten van verdediging. Die gaan over het recht op een eerlijke en openbare behandeling van de rechtszaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, dat bij de wet is ingesteld. Dat is de formulering in artikel 6 EVRM, dat in België altijd werd beschouwd als een voor de hand liggend beginsel, zodat het niet als zodanig werd verwoord in de Grondwet of in het Gerechtelijk Wetboek. Ter zitting excelleren dus magistraten en advocaten, en wel in de regel in openbare zittingen. (Boekbespreking van P. THIRIAR en A. De SCHAMPHELEIRE, Het pleidooi en de rechter. Een moderne leidraad bij het pleiten, Larcier Intersentia, 2026, 142 p.)

De Voorzitter leidt de zitting, doch het woord wordt voornamelijk gevoerd door advocaten en, in strafzaken, ook de Procureur. Magistraten van de zetel, die het vonnis of arrest zullen uitspreken, beschikken over een bijzonder talent om lang stil te zitten en te luisteren.

Magistraten hopen op een pleidooi dat beknopt en helder is, de essentie benoemt en het nagestreefd resultaat aangeeft, en het juridisch kernargument samenvat. Het komt, in hun waarneming, te weinig voor.

Die waarneming is de verantwoording van het boekje van Thiriar en De Schampheleire. De libido docendi neemt de overhand, repetiones inanes, cupitidas placendi, confusio verborum, … allemaal geweldige stijlfiguren uit de oude welsprekendheid, maar ongeschikt voor de rechtszaal anno 2026.

Rechtsprocedures worden schriftelijk gevoerd, met een dossier van de onderliggende stukken en van de standpunten van de partijen. Het tegensprekelijk debat is de kern van de rechtspleging. Het is ook hét controlemoment voor advocaten om de magistraten dichter bij de gewenste oplossing te brengen. Daarom zijn precisie en kernachtigheid vereist, en beide vergen beknoptheid. Incertitudinem vitare… scientiam demonstrare, In continentia magister se revelat. Het zijn de terloopse opmerkingen uit de kunst van de Rhetorica of Oratoria die er toe doen.

Thiriar en De Schampheleire hebben een pedagogisch boek geschreven van grote waarde. Verplichte lectuur voor alle advocaten, jong en oud. De basisles is: het pleidooi is uw laatste kans om de rechter te overtuigen van uw stelling. Help haar of hem – zonder uw partijdigheid als advocaat te verliezen – om in alle onpartijdigheid de juiste oplossing voor het geschil te zien en de meest aannemelijke verantwoording.

De tijd van de inventio, dispositio, elocutio, memoria en actio (naar Quintilianus) is voorbij, dat was de schriftelijke conclusie. Zoals de auteurs aangeven, blijven faculteiten in hun casusonderricht soms hangen bij de moderne variant hiervan: “issue, rules, application, conclusion” (IRAC). Dat is een mooie samenvatting van het basiswerk – de conclusies – maar het kan niet meer de kern zijn van het pleidooi. De brede opbouw was in de schriftelijke fase van de conclusies een noodzakelijk element van ordering, maar die is te lang voor de kernachtige weg naar de oplossing in het pleidooi.

Thiriar en De Schampheleire brengen de grote leermeesters van het genre op het podium. Walter Van Gerven met zijn Het beleid van de Rechter (1973), Peter Van Koppen en Hans Crombagh met De menselijke factor in het recht. Psychologie voor juristen (1991), Jerome Frank met Law and the Modern Mind (1930!).

Ze werken hun stelling uit met Nobelprijs Daniel Kahnemann. Die legde, vrij recent nog, als behavioural economist de basis voor inzicht in onze denkprocessen; hij verbond zijn psychologische kennis met inzicht in menselijke beslissingen (Thinking, Fast and Slow, 2011).

De menselijke beslissing is niet zo rationeel als vaak gedacht, en rust vaak meer op intuïtie, vooroordelen en impressies dan op een diep rationeel proces. Intuïtie is ons snelle brein (‘Systeem 1’) dat direct reageert op alles. Kahnemann verwijst naar de meningen die circuleren bij de koffiepauze. ‘Systeem 2’ is ons reflectieve brein, het uniek vermogen dat mensen hebben om rationeel af te wegen, te overwegen en te herzien. Het is uniek, maar traag, het opereert in tweede lijn.

Hou dus rekening met de beide denkfasen, capteer aandacht met intuïtieve vlotheid, vermijd citaten van wetsbepalingen en precedenten. Bouw een geloofwaardig narratief op dat boeit.

Jonathan Haidt (The Happiness Hypothesis, 2006, The Righteous Mind, 2012) gebruikt het beeld van het iele Indische mannetje dat boven op de grote olifant zit en deze aanstuurt. Het iele mannetje is ons rationeel brein, het denken waarvan we ons bewust zijn (en denken dat we dat altijd doen). De viertonner onder het iele mannetje staat, aldus Haidt, symbool voor de overige 99% van onze mentale processen, waarvan we niet erg bewust zijn en die zo vaak ons gedrag aansturen.

In ons dagelijks leven werken die beide ‘systemen’ – of het mannetje en de olifant – samen, vaak loopt dat goed en soms gaat het verkeerd. Een blik op social media volstaat om de zelfgenoegzaamheid van eerste indrukken vast te stellen, de verontwaardiging en het ressentiment – alsof vele actoren daar niet eens over een ‘Systeem 2’ beschikken.

Maar ‘Systeem 1’ kan helpen om de verbinding te maken met het werk van de rechter, en de intuïtieve common ground aan te boren die aanspreekt. De auteurs benoemen dit als aandacht voor de ‘beslissingsrelevantie’ van wat in het pleidooi wordt gezegd: wat heeft de rechter er aan om de zaak op te lossen?

Van Gerven beschreef destijds, zowel verrassend als uitstekend, dat rechters vaak starten van een impressie van het vonnis dat ze zullen wijzen, van een leidende intuïtie waaraan ze nadien de motivering koppelen. Dat laatste is het rationele werk dat moet kloppen, of de ingebeelde oplossing moet doen nuanceren of wijzigen. Maar eerste impressies van wat het dictum kan worden sturen het denk- en redigeerwerk dat nadien volgt.

In de beperkte spreektijd die er is, is het dus van belang om de synthese te beheersen, niet het hele denkproces, maar de kern die bij de leidende impressies kan aansluiten.

Magistraten die tijdens de zitting vragen stellen, doen sommige advocaten aarzelen. Maar het is een zegen, omdat de vragen zicht geven op het inzicht en de twijfels die bij de magistraten aanwezig zijn. Een prompt, adequaat en precies antwoord versterkt dat proces en consolideert een narratief dat bijblijft bij de definitieve beslissing.

Het pleidooi vergt van advocaten voldoende zelfzekerheid – waarmee de meesten geen probleem hebben – maar ook een ruime intellectuele bescheidenheid – … wat een grotere inspanning kan vragen.

Kortom, Thiriar en De Schampheleire schreven een goed opgebouwd en kernachtig boekje over de vaardigheid van het pleidooi, dat goed aansluit bij de moderne inzichten in argumentatie- en beslissingsprocessen. Een boekje, schreef ik bewust, niet om te denigreren, maar als hulde, omdat zowel de concisie als de logische opbouw van het geschrift bewondering afdwingen.

De leidraad is onmisbaar voor de Stageschool van OVB, en een blijver voor de permanente vormingen van advocaten.

Prof. em. Leo Neels, ere-advocaat

​Boekbespreking van P. THIRIAR en A. De SCHAMPHELEIRE, Het pleidooi en de rechter. Een moderne leidraad bij het pleiten, Larcier Intersentia, 2026, 142 p.

Recente Jobs

Dossierbeheerder
sociaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Auditor
Fiscaal recht
5+ jaar
Vlaanderen
Estate planning manager
Estate Planning
5+ jaar
Oost-Vlaanderen
Transfer pricing manager
Fiscaal recht
5+ jaar
Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant
Tax manager
Fiscaal recht
5+ jaar
Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *