Advocaten Algemeen Studenten

Vragen naar de sekse van een sollicitant

Geschreven door Willy van Eeckhoutte

Mag je aan een sollicitant vragen of je met een man, dan wel met een vrouw te maken hebt?


De Standaard, woensdag 2 augustus 2017, p. 12


De Standaard, woensdag 2 augustus 2017, p. 34-35

Ras, geloof of geaardheid

ICT-jurist Matthias Dobbelaere zegt – correct – dat je tijdens een sollicitatie niet mag vragen naar ”ras, geloof of geaardheid”. De Racismebestrijdingswet wat ras betreft (art. 4 4°, 5, § 2, 1, 7, § 1, en 8, § 1 en 12) en de Antidiscriminatiewet wat betreft geloof en geaardheid (art. 4, 4°, 5, § 2, 1°, 7, 13 en 14) verbieden dat op die basis rechtstreeks een onderscheid wordt gemaakt waarvoor geen “wezenlijke en determinerende beroepsvereiste” bestaat.

Wat met geslacht?

Maar wat met sekse? Veronderstel – wij zijn nog altijd in de vakantieperiode en dus mag men zich wat meer vrijheid permitteren – dat zich een sollicitant aanmeldt van wie men noch aan de voornaam, noch aan de fysieke of aan andere kenmerken kan zien of het gaat om een man of een vrouw. Mag men dat dan vragen aan de sollicitant?

Ook derde antidiscriminatiewet, de Genderwet, bevat m.b.t. sollicitatie (art. 6, § 2, 1°) een verbod (art. 19) een rechtstreeks onderscheid te maken zonder dat daarvoor “een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste” bestaat (art. 13, § 1).

Vraag is of vragen naar het geslacht neerkomt op een onderscheid maken op basis van dat criterium? Misschien stelt de werkgever de vraag om te weten of hij moet voorzien in aparte kleedkamers, douches of toiletten, want die moeten gescheiden zijn voor mannen en vrouwen (art. III.1-45 Codex over het welzijn over het werk). In dat geval zou men kunnen zeggen dat men te maken heeft met een onderscheid opgelegd door de wet, wat nooit een verboden discriminatie uitmaakt (art. 18, § 1, Genderwet). Maar als er al gescheiden voorzieningen zijn? Voor het vervullen van administratieve formaliteiten waarbij naar de sekse van de werknemer wordt gevraagd?

Ja, maar in al die gevallen lijkt men de vraag maar te mogen stellen als al beslist is de sollicitant aan te werven. Eerst dan speelt immers de wettelijke verplichting.

Bovendien is de sollicitant misschien noch een man, noch een vrouw en is de vraag (ook) om die reden niet-relevant (zie daarover het opiniestuk van Max Februari in hetzelfde nummer van De Standaard, hieronder). Dan dreigt een direct onderscheid op grond van genderidentiteit of genderexpressie, dat wordt gelijkgesteld met een direct onderscheid op grond van geslacht (art. 4, § 3, Genderwet).

Conclusie

Eén gek kan meer vragen dan duizend juristen kunnen beantwoorden.

Willy van Eeckhoutte
Meer lezen van deze auteur?

Opmerking plaatsen

X