Expertise

Rechtsonbekwaamheid artsen en verpleegkundigen om te erven

Avatar
Geschreven door KnopsPublishing

Niet iedereen kan zomaar een erfenis of schenking ontvangen. Het Burgerlijk Wetboek noemt drie categorieën van personen die relatief rechtsonbekwaam zijn. Het gaat over voogden, artsen en verplegend personeel en bewindvoerders.  In bepaalde gevallen zijn zij onbekwaam om erfgenaam, legataris of begiftigde te zijn. In deze bijdrage bekijken we de relatieve rechtsonbekwaamheid van medisch personeel.

Relatief rechtsonbekwaam

De genoemde personen zijn relatief rechtsonbekwaam omdat ze alleen onbekwaam zijn om van  bepaalde testators/schenkers te erven of een schenking te krijgen. De wetgever heeft deze regels ingevoerd om de testator of schenker te beschermen. De betrokken personen staan namelijk in een machtspositie en kunnen die misbruiken om een schenking of erfenis te verkrijgen, die de testator/schenker zonder die beïnvloeding niet zou hebben gegeven. Het klassieke voorbeeld van de uitgesloten personen is een verpleegkundige die een zieke in de laatste weken voor zijn overlijden heeft verzorgd.

Ook tussenpersonen die een nauwe band hebben met de onbekwame kunnen niet erven. Het is dus niet mogelijk het verbod te omzeilen door te schenken/na te laten aan de echtgenoot/echtgenote, ouders, kinderen en afstammelingen van de zorgverstrekker.

Onbekwaam om te ontvangen of om te beschikken

Strikt gezien zou je deze regel kunnen zien als een onbekwaamheid om te beschikken. Hierbij is het dan de patiënt die onbekwaam is om iets na te laten of te schenken aan zijn arts. Het Hof van Cassatie interpreteert de bepaling echter als een onbekwaamheid om te ontvangen.

Artsen, apothekers en ‘officieren van gezondheid’

Artikel 909 BW spreekt van artsen, apothekers en officieren van gezondheid. Zij zijn onbekwaam om een erfenis of een schenking te ontvangen van een persoon die ze behandeld hebben gedurende de ziekte waaraan hij is overleden als die beschikking gemaakt is tijdens de ziekte. Bij artsen verduidelijkt de wet nog dat het gaat om doctors in de genees-, heel- en verloskunde.

Ook na de wetswijziging in 2003 blijft de verouderde term ‘officieren van gezondheid’ in de wet staan. De wetgever ging uiteindelijk niet in op het voorstel om de term te vervangen door ‘de leden van het verpleegkundig personeel’. De wetgever oordeelde immers dat deze laatste term te beperkt kan worden uitgelegd, terwijl het net de bedoeling is er een ruime betekenis aan te geven.

De rechtspraak past de regel in de praktijk toe op iedereen die een ‘gezondsheidsberoep’ uitoefent. Hieronder vallen onder andere: kinesisten, psychologen en verpleegkundigen. Toch ontstaan er nog vaak discussies over wie er al dan niet onder dit begrip valt:

  • Volgens het hof van beroep van Antwerpen valt een bejaardenhulp niet onder artikel 909 BW, omdat zij geen (para-)medisch beroep uitoefent.
  • Een huishoudster zonder medisch diploma, die een verlamde persoon bijstaat in zijn dagelijkse bezigheden is evenmin een officier van gezondheid. Hetzelfde geldt voor andere thuishulpen of zorgverleners die persoonlijke en huishoudelijke hulp bieden, maar geen verpleegkundige handelingen stellen.
  • Een zelfstandig verpleger die een bejaarde persoon vrijwillig verzorgde, kan wel erven volgens het hof van beroep van Gent omdat hij niet beroepshalve optrad. Door de onbekwaamheid alleen toe te passen op wie beroepshalve optreedt, voegt het hof hier wel een voorwaarde toe die niet expliciet in de wet staat. Het hof nam hierbij ook in aanmerking dat de testator niet was overleden aan een ziekte waarvoor hij door de verpleger behandeld werd. Een voorwaarde die wel uitdrukkelijk in de wet staat.

Uitzonderingen

Artikel 909 BW somt zelf nog wel een aantal uitzonderingen op de regel op. Zo is een beschikking ten bijzondere titel om bewezen diensten te vergoeden is wel toegestaan.

Ook een schenking of erfenis nalaten aan een bloedverwant die de testator/schenker medisch verzorgt, is toegestaan. Dat kan tot bloedverwanten in de vierde graad, als er geen erfgenamen in rechte lijn zijn. Beschikkingen in het voordeel van erfgenamen in rechte lijn (kinderen en kleinkinderen) zijn steeds mogelijk. Ten slotte kan ook de verzorgende partner altijd erven, het maakt niet uit of die echtgenoot is of wettelijk samenwoont, of een louter een feitelijk gezin met de testator vormt.

Testament aanvechten op andere gronden

Anderzijds kunnen personen die een bejaarde op zieke bijstaan maar niet medisch verzorgen (huishoudster, bejaardenhulp), wel degelijk invloed uitoefenen op de mensen die ze begeleiden. Krijgt één van hen een aanzienlijke som via erfenis of schenking, dan zullen de erfgenamen dit op een andere rechtsgrond moeten aanvechten. Zij kunnen zich baseren op het wilsgebrek bedrog als er sprake is van captatie of suggestie. Dit zijn twee vormen van erfenisbejaging: het wederrechtelijk beïnvloeden van een persoon om die in iemands voordeel te doen beschikken.

 

Dit onderwerp wordt uitgebreid besproken in “Overzicht van rechtspraak schenkingen en testamenten (januari 2011-september 2019): de toestemming en bekwaamheid en de vormvereisten bij de schenking en het testament” van Jan Bael, gepubliceerd in Rechtskroniek voor het Notariaat, deel 35, dat sinds deel 35 wordt uitgegeven door KnopsPublishing.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.