Het voorbehouden erfdeel van de kinderen, een onwrikbaar schild? cover

21 apr 2026 | Civil Law & Litigation

Het voorbehouden erfdeel van de kinderen, een onwrikbaar schild?

Recente Jobs

Management Assistent
Notariaat
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0-5 jaar
Brussel
Accounting officer
Accountancy
5 - 10 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountant
Accountancy
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Het Belgische, Nederlandse en Franse rechtsstelsel leggen verschillende accenten wat betreft het voorbehouden erfdeel van kinderen. Waar België en Frankrijk in beginsel kiezen voor een sterke afstammelingenbescherming, voorzien ze tegelijk in juridische technieken om die bescherming strategisch uit te hollen. Nederland kiest daarentegen voor een wettelijk erfrecht waarin de langstlevende echtgeno(o)t(e) van rechtswege maximaal wordt beschermd en kinderen hun deel pas later kunnen opeisen. Concluderend wordt gesteld dat het voorbehouden erfdeel van kinderen niet steeds onwrikbaar is: een welingelichte erflater beschikt over een goed gevulde toolbox om zijn echtgeno(o)t(e) maximaal te bevoordelen, op voorwaarde dat hij die tijdig en op doordachte wijze aanwendt.

Het voorbehouden erfdeel van de kinderen

Het Belgische voorbehouden erfdeel[1] behoudt het midden tussen het Franse model en het Nederlandse model. In het Franse model genieten de kinderen een bescherming van openbare orde.[2] Het beschikbare deel van de nalatenschap varieert naargelang het aantal kinderen, zoals onder het oude Belgische recht het geval was. Hoewel de aanvechting van bovenmatige vrijgevigheden principieel in waarde geschiedt, kunnen afstammelingen in uitzonderlijke gevallen toch hun rechten doen gelden op de nalatenschapsgoederen zelf.[3] Deze sterke afstammelingenbescherming kadert in een diepgewortelde Franse traditie, waarin de egalité van de kinderen primeert op de liberté van de erflater.

In het Nederlandse model daarentegen worden onterfde kinderen herleid tot chirografaire schuldeisers. Het voorbehouden erfdeel (‘de legitieme portie’) is er geen ‘erfdeel’ in strikte zin, maar louter een schuldvordering op de nalatenschap.[4] Bovendien riskeren onterfde kinderen via een niet-opeisbaarheidsbeding in het testament in een soort ‘erfrechtelijke wachtkamer’[5] te worden geplaatst, waardoor hun vordering pas opeisbaar wordt bij het overlijden van de langstlevende.[6]

Planningstechnieken

De erflater die een maximum aan vermogen aan zijn echtgeno(o)t(e) wenst toe te bedelen, stelt klassiek een testament op in die zin. Een dergelijke vermaking kwalificeert echter als beschikking onder kosteloze titel en dient binnen de perken van het beschikbaar deel van de nalatenschap te blijven.[7] Om een regeling te treffen waartegen de kinderen niet kunnen opkomen, dient hij dus op zoek te gaan naar ontervingstechnieken die beschouwd worden als beschikkingen onder bezwarende titel.[8]

Een onderscheid wordt gemaakt naargelang de technieken een feitelijke dan wel een juridische onterving van de kinderen tot gevolg hebben.

Feitelijke onterving

Een eerste vorm van onterving is de feitelijke of de facto onterving. Juridisch gezien is er geen sprake van onterving (er is immers geen beschikking onder kosteloze titel die het voorbehouden erfdeel schaadt), maar feitelijk worden de kinderen wel benadeeld.[9]

De meest eenvoudige manier om te voorkomen dat de kinderen ooit zullen erven, is door ervoor te zorgen dat er bij overlijden niets meer overschiet van het fortuin.[10] Hoewel deze strategie bijzonder efficiënt is, heeft zij een evidente keerzijde: ook de langstlevende blijft uiteindelijk met lege handen achter.

Een tweede, meer gesofisticeerde manier van onterving is het wijzigen van de woonplaats of de nationaliteit. Krachtens artikel 21 van de Erfrechtverordening (‘ErfVo’) wordt de nalatenschap in beginsel beheerst door het recht van het land waar de erflater op het tijdstip van zijn overlijden zijn ‘gewone verblijfplaats’ had. Daarnaast staat het de erflater vrij om bij uiterste wilsbeschikking te kiezen voor het recht van een ander land, waarvan hij op het tijdstip van de rechtskeuze of van zijn overlijden de nationaliteit bezit (art. 22 ErfVo).[11] Een erflater die de Engelse nationaliteit heeft verkregen, kan bijvoorbeeld in zijn testament het Engelse recht van toepassing verklaren op zijn nalatenschap en een trust-achtige constructie in het leven roepen waarbij de langstlevende als enige begunstigde wordt aangeduid.[12] Omdat het Engelse recht geen voorbehouden erfdeel kent[13], kunnen de kinderen zich hier in beginsel niet tegen verzetten. Desondanks staan de kinderen niet volledig ongewapend aan de zijlijn. De ErfVo stelt immers drie belangrijke grenzen aan de rechtskeuze van de erflater: ten eerste dient er een nauwe band te bestaan tussen de erflater en het gekozen rechtsstelsel[14], ten tweede kan een vreemde rechtsregel buiten beschouwing gelaten worden indien deze kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het forum (openbare orde-exceptie)[15], en tot slot kan het wijzigen van de woonplaats of de nationaliteit niet uitsluitend zijn ingegeven door de bedoeling om het voorbehouden erfdeel van de kinderen te ondermijnen (verbod op wetsontduiking)[16],[17].

Juridische onterving

Juridische onterving speelt in op het fundamentele onderscheid tussen beschikkingen onder kosteloze titel en beschikkingen onder bezwarende titel. Enkel de eerste worden in aanmerking genomen bij de berekening van het voorbehouden erfdeel. Vermogensverschuivingen die kwalificeren als beschikkingen onder bezwarende titel verdwijnen daarentegen definitief uit het vizier van de kinderen.

De juridische ontervingstechnieken bewijzen in wezen enkel in België en Frankrijk hun nut. In Nederland wordt de langstlevende echtgeno(o)t(e) immers van rechtswege de nalatenschapsgoederen in volle eigendom toebedeeld (art. 4:13 NBW). De kinderen van de erflater moeten genoegen nemen met een schuldvordering, die pas opeisbaar is bij het overlijden van de langstlevende.[18]

Interessant in dit verband is een arrest van 16 februari 2024 van de Hoge Raad.[19] In dat arrest oordeelde het Nederlandse hoogste rechtscollege dat de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen volgens ongelijke breukdelen (in casu een 90-10 verhouding) niet kan worden gekwalificeerd als een bij leven gedane handeling onder kosteloze titel. Er is immers tijdens het leven geen sprake van een verschuiving van het vermogen van de ene echtgenoot naar dat van de andere. Het voordeel dat de langstlevende geniet bij het overlijden van de erflater (in casu 40% van de omvang van de huwelijksgemeenschap), blijft dan ook buiten beschouwing bij de wedersamenstelling van de nalatenschap, en derhalve ook bij de berekening van het voorbehouden erfdeel. Dit maakt het aangaan van een gemeenschap waarin de echtgenoten voor ongelijke delen gerechtigd zijn, een bijzonder performant instrument om het voorbehouden erfdeel van de kinderen buiten spel te zetten. In de plaats van de vordering van zijn kinderen uit te stellen door middel van een beding in het testament, kan de erflater er via een breukdelengemeenschap zelfs voor zorgen dat zijn kinderen de facto helemaal niets meer te vorderen hebben.[20] Enkel een actio pauliana of een vordering gesteund op de Belgische leer van de huwelijksvoordelen biedt mijns inziens soelaas.[21]

In zowel België[22] als Frankrijk[23] vormen de huwelijksvoordelen een harnas tegen een eventuele onterving van de kinderen door middel van het huwelijksstelsel van de ouder(s), althans voor wat betreft de niet-gemeenschappelijke kinderen. Enkel een aanwasbeding biedt een voldoende waterdicht instrument van vermogenstoebedeling aan de langstlevende. Wanneer de echtgenoten, gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen, nagenoeg gelijke kansen hebben om de begunstigde van het beding te worden, kwalificeert de overeenkomst als kanscontract en dus als beschikking onder bezwarende titel.[24] De daaruit voortvloeiende vermogenstoebedeling ontsnapt bijgevolg aan het voorbehouden erfdeel van de kinderen.[25] Hoewel de kinderen het vergeldende karakter van de overeenkomst kunnen betwisten[26], lijkt dit slechts een ijdele hoop zodra er wederkerigheid bestaat van gelijke kansen.

Tot slot vormt ook de levensverzekering in Frankrijk een effectieve techniek om de langstlevende maximaal te bevoordelen. Enkel bij kennelijk buitensporige premies[27] of bij gebrek aan een onzeker element[28], kan het voorbehouden erfdeel de beschikkingsvrijheid van de erflater een halt toe roepen. In België werd door het Grondwettelijk Hof in 2008 paal en perk gesteld aan deze ontervingstechniek.[29]

De sterke erfrechtelijke positie van afstammelingen in het Belgische en Franse recht wordt aldus gecompenseerd door de mogelijkheid om de langstlevende buiten de nalatenschap om te bevoordelen.

Conclusie

Hoewel kinderen in elk van de drie besproken rechtsstelsels een voorbehouden erfdeel genieten, staat de erflater die zijn echtgeno(o)t(e) maximaal wil bevoordelen niet geheel machteloos. In zowel België, Nederland als Frankrijk beschikt hij over technieken om de afstammelingenbescherming strategisch uit te hollen, en soms zelfs volledig buiten spel te zetten.

De verdeling van de nalatenschap gaat gepaard met het balanceren op een slappe koord tussen de beschikkingsvrijheid van de erflater en het minimum aan solidariteit ten aanzien van de afstammelingen. In deze delicate evenwichtsoefening moet de maximale gemoedsrust van de erflater mijns inziens primeren. Het Nederlandse wettelijk erfrecht, waarin de langstlevende echtgeno(o)t(e) van rechtswege de goederen van de nalatenschap wordt toebedeeld en de kinderen zich tevreden moeten stellen met een uitgestelde schuldvordering, biedt in dat opzicht het meest stabiele kader. Een voorbehoud dient daarbij evenwel te worden gemaakt voor situaties waarin het erfrecht van de kinderen volledig illusoir dreigt te worden, bijvoorbeeld wanneer de langstlevende nagenoeg dezelfde leeftijd heeft als de kinderen of wanneer er een reëel gevaar bestaat dat het vermogen volledig wordt opgesoupeerd. In dergelijke omstandigheden verdient het aanbeveling om in het Nederlandse wettelijke kader een mogelijkheid te integreren voor de kinderen om een vroegtijdige opeisbaarheid van hun rechten te vorderen en hen minstens toe te laten bewarende maatregelen te treffen.

​Sebastian Du Mongh, master in de rechten

​Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het tijdschrift Jura Falconis: DU MONGH S., ‘De maximale bevoordeling van de langstlevende echtgenote. Het voorbehouden erfdeel van de kinderen als onwrikbaar schild?’, Jura Falc. 2026/1, 105-197.


Voetnoten

[1] Art. 4.145 Burgerlijk Wetboek (hierna BW).

[2] Art. 912 Code civil (hierna CC).

[3] De aanvechting geschiedt naar Frans recht in natura op vraag van de begiftigde (art. 924-1 CC) of wanneer de oorspronkelijke begunstigde insolvent is geworden en de goederen in handen zijn gekomen van een derde-verkrijger (art. 924-4 CC). Dit laatste is mijns inziens onaanvaardbaar en kan noch worden bijgetreden noch als voorbeeld dienen. Het ondermijnt niet alleen de rechtszekerheid, maar druist ook regelrecht in tegen de ratio legis van het erfrecht in waarde.

[4] Art. 4:63 Nederlands Burgerlijk Wetboek (hierna NBW).

[5] Vyncke E., De eeuwige evenwichtsoefening tussen de kinderen en de langstlevende, KnopsPublishing, 2025, 175.

[6] Art. 4:82 NBW; Waaijer B., “De legitieme portie” in van Mourik M., Verstappen L., Schols B., Schols F. en Waaijer B. (eds.), Handboek Erfrecht, Kluwer, 2020, 393-394.

[7] Art. 4.145 BW; art. 4:64-65 NBW; art. 913 CC.

[8] Verbeke A.-L. en Verdickt B., Handboek Estate Planning II: Erfrecht en giften, Intersentia, 2021, 1112; Nuytinck A., Studiereeks Burgerlijk Recht: Personen- en familierecht, relatievermogensrecht en erfrecht, Kluwer, 2024, 462-463; Voirin P. en Goubeaux G., Droit civil: Tome 2: Régimes matrimoniaux, successions – libéralités, Lextenso, 2024, 332-333.

[9] Adriaens M., ‘Vaders wil is wet, of toch niet helemaal? Over het de facto onterven van reservataire erfgenamen door middel van giften’ in Verbeke A.-L. en Barbaix R. (eds.), Actuele knelpunten familiaal vermogensrecht, Intersentia, 2014, 195.

[10] Verbeke A.-L. en Verdickt B., Handboek Estate Planning II: Erfrecht en giften, Intersentia, 2021, 1112; Nuytinck A., Studiereeks Burgerlijk Recht: Personen- en familierecht, relatievermogensrecht en erfrecht, Kluwer, 2021, 413; Fongaro E. en Nicod M., ‘Réserve héréditaire – Quotité disponible’ in X, Répertoire de droit civil, Dalloz, 2022, nr. 32.

[11] De rechtskeuze kan zowel een EU-lidstaat als een derde staat betreffen (Perrotin F., ‘Contourner la réserve héréditaire dans le cadre d’une succession à l’étranger’, Petites Affiches 2018/60, 4).

[12] Dit was het geval in twee zaken van het Franse Hof van Cassatie waarbij twee muzikanten hun hoofdverblijfplaats in Californië hadden gevestigd en heel hun vermogen aan hun echtgenote hadden overgedragen via een trust (Cass. fr. 27 september 2017, n°16-17.198, D. 2017, 2185 (Jarre); Cass. fr. 27 september 2017, n°16-13.151, D. 2017, 2185 (Colombier)).

[13] In het Engelse recht kent men geen forfaitair voorbehouden erfdeel voor de kinderen. Wél voorziet S.1 (1) c. van de Inheritance Act 1975 in een verzorgingsaanspraak of ‘family provision’ voor behoeftige kinderen.

[14] Art. 21, tweede lid ErfVo.

[15] Art. 35 ErfVo.

[16] Overweging 26 j° 38 ErfVo.

[17] Hoewel het leerstuk van de fraus legis nauwelijks tot ontwikkeling is gekomen in Nederland, stelt Filesia met enige voorzichtigheid dat het toepassing moet vinden in het Nederlands interregionaal erfrecht (Filesia K., ‘De rechtskeuze in het interregionaal erfrecht versus de legitieme portie’, WPNR 2020/7274, 207).

[18] De vordering van de kinderen is eveneens opeisbaar wanneer de langstlevende zich in staat van faillissement of schuldsanering bevindt (art. 4.13, derde lid NBW).

[19] HR (NL) 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:239. Dit arrest wordt nu al het ‘estateplanningsarrest van de eeuw’ genoemd (Schols B., ‘Zo goed als zeker’, WFR 2024/75; De Vries M., ‘Hoe legitiem is de breukdelengemeenschap voor de legitimaris?’, TE 2024/5, 83).

[20] Blokland P., ‘Een civielrechtelijke kanttekening bij het HR-arrest over de breukdelengemeenschap: de legitimaris heeft het nakijken!’, Juridische berichten voor het notariaat 2024/5, 8.

[21] De Vries M., ‘Hoe legitiem is de breukdelengemeenschap voor de legitimaris?’, TE 2024/5, 84; Blokland P., ‘Een civielrechtelijke kanttekening bij het HR-arrest over de breukdelengemeenschap: de legitimaris heeft het nakijken!’, Juridische berichten voor het notariaat 2024/5, 8.

[22] Ingevolge art. 2.3.58 BW is alles wat de langstlevende echtgeno(o)t(e) meer krijgt dan de helft van de aanwinsten vatbaar voor aanvechting door de niet-gemeenschappelijke kinderen, in de mate daarbij het beschikbaar deel van de nalatenschap wordt overschreden (zie ook: Casman H. en Verbeke A.-L., Huwelijksvoordelen bij scheiding van goederen, Intersentia, 2022, 16).

[23] Art. 1527, tweede lid CC; Naar Frans recht beschikken de niet-gemeenschappelijke kinderen van de erflater over een specifiek aanvalswapen tegen huwelijksvermogensrechtelijke toebedelingen aan de langstlevende echtgeno(o)t(e): de zogenaamde ‘action en retranchement’.

[24] Pintens W., Declerck C., Du Mongh J. en Vanwinckelen K., Familiaal vermogensrecht, Intersentia, 2010, 1252, nr. 2470; Spruyt E., Beding van aanwas en terugval, Intersentia, 2022, 40, nr. 46; Aydogan A., De aard van de overeenkomst, Intersentia, 2014, 243, nr. 348; Michiels D., ‘Hoofdstuk 3 – Aanwasbedingen’ in Verbeke A.-L. en Verdickt B. (eds.), Handboek Estate Planning I: relatievermogensrecht, Intersentia, 352, nr. 611; Gent 7 september 2023, T. Not. 2024/11, 813; Cass. fr. 14 december 2004, n°02-11.088, Bull. civ. I, 313; Najjar I. en Guiguet-Schielé Q., ‘Donation’ in X, Répertoire de droit civil, Dalloz, 2023, randnr. 138; Montoux D., ‘Fasc. 260 : Vente d’immeuble – Tontine’, JurisClasseur Notarial Formulaire 2018, §23.

[25] Casman H. en Verbeke A.-L., Huwelijksvoordelen bij scheiding van goederen, Intersentia, 2022, 89, nr. 10; Roy O., ‘Réserve héréditaire et solidarité familiale’ in Fulchiron H. (ed.), Solidarity between generations, Brussel, Bruylant, 2013, 647; Brenner C., ‘Fasc. 20: Libéralités – Réserve héréditaire. Quotité disponible – Masse de calcul’, JurisClasseur Code Civil 2022, §12.

[26] Vooraleer de kinderen het aanwasbeding kunnen aanvechten omdat het beschikbaar deel van de nalatenschap is overschreden, moeten zij het vergeldende karakter van het beding betwisten en aantonen dat het in werkelijkheid gaat om een beschikking onder kosteloze titel (Casman H. en Verbeke A.-L., Huwelijksvoordelen bij scheiding van goederen, Intersentia, 2022, 92, nr. 16; Peterka N. en Guiguet-Schielé Q., Régimes matrimoniaux, Dalloz, 2024, 35, nr. 72).

[27] Art. L.132-13 Code des assurances.

[28] Cass. fr. 4 juli 2007, n°05-10.254, Bull. civ. I, n° 258; Cass. fr. ch. mixte 21 december 2007, n°06-12.769, D. 2008, 218.

[29] GwH 26 juni 2008, nr. 96/2008, J.T. 2008, 601, noot. Leleu Y.-H. en Renchon J.

Recente Jobs

Management Assistent
Notariaat
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0-5 jaar
Brussel
Accounting officer
Accountancy
5 - 10 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountant
Accountancy
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *