Parlement keurt het tijdelijk ‘carry back’-systeem definitief goed

Door Tiberghien

Recente vacatures

Jurist
bestuursrecht internationaal recht Omgevingsrecht Publiek recht sociaal recht
Brussel
Advocaat
Ondernemingsrecht
3 - 7 jaar
Limburg
Paralegal
Vastgoed
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Aankomende events

Opgelet: dit artikel werd gepubliceerd op 30/07/2020 en kan daardoor verouderde informatie bevatten.

Het parlement keurde op 18 juni ll. de carry-back voor verliezen – zowel in de vennootschapsbelasting, als in de personenbelasting – definitief goed (Parl. St. Kamer 2019-20, nr. 1309/004). Deze bijdrage heeft enkel betrekking op de carry-back in de vennootschapsbelasting, die zal worden ingeschreven in artikel 194septies/1 WIB92.

De regeling in de vennootschapsbelasting werd nog (beperkt) aangepast in vergelijking met het wetsontwerp dat wij al eerder hadden besproken (zie hier). De twee voornaamste veranderingen zijn:

De verlenging van de periode voor het gebruik de tijdelijke vrijstelling

Initieel was voorzien dat de winst van de boekjaren die afsloten werden tussen 13 maart 2019 en 12 maart 2020 geheel of gedeeltelijke kon worden vrijgesteld in het kader van de carry-back regeling. Middels een amendement werd deze periode verlengd tot 31 december 2020. De bedoeling is echter dat de maatregel slechts één maal kan worden gebruikt. Daarom wordt in de wettekst ook uitdrukkelijk voorzien dat van de regeling gebruik mag worden gemaakt voor slechts één belastbaar tijdperk dat wordt afgesloten in de periode van 13 maart 2019 tot 31 december 2020.

De uitsluiting voor ondernemingen die zich reeds in moeilijkheden bevonden vóór het begin van de COVID-19 pandemie

Aangezien de carry-back regeling er op gericht is om ondernemingen te helpen die in beginsel gezond zijn, maar door de COVID-19 pandemie een tijdelijk liquiditeitsprobleem hebben, worden in de finale tekst ook de vennootschappen die reeds op 18 maart 2020 konden worden aangemerkt als ‘een onderneming in moeilijkheden’ uitgesloten.

Tot slot merken wij nog op dat de wederopbouwreserve’ (vooralsnog) de eindmeet niet heeft gehaald. Gelet op het feit dat deze maatregel betrekking heeft op de aanslagjaren 2022, 2023 en 2024 kan deze maatregel bezwaarlijk als ‘spoedeisend’ worden aangezien, en werd de wederopbouwreserve door de Raad van State nog niet onderzocht. Deze maatregel zal dus pas terug op de tafel komen, nadat de Raad van State zich hierover heeft gebogen.

Tiberghien

Ivo Vande Velde – Counsel

Gilles Van Namen – Senior Associate

Linda Hoxha – Associate

Recente vacatures

Jurist
bestuursrecht internationaal recht Omgevingsrecht Publiek recht sociaal recht
Brussel
Advocaat
Ondernemingsrecht
3 - 7 jaar
Limburg
Paralegal
Vastgoed
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.