Waeterinckx Advocaten Ondernemingsstrafrecht

Wij zijn experten in ondernemingsstrafrecht.

Ons team helpt ondernemingen, organisaties en hun leidinggevenden hun strafrechtelijke verantwoordelijkheid te begrijpen en te beheersen. Als het misgaat helpen wij de crisis te managen en begeleiden wij hen bij geschillen.

Het strafrecht is immers een risico in het alledaags bedrijfs-en verenigingsleven. Niet enkel fraude maar ook onachtzaamheid kunnen de strafrechtelijke verantwoordelijkheid in het gedrang brengen. Daarnaast kan je ook slachtoffer worden van strafbare feiten, niet alleen offline, maar meer en meer ook online, dikwijls met ingrijpende financiële gevolgen.

Een uitgebreide praktijkervaring gecombineerd met een academische werking en wetenschappelijke bijdragen, staan garant voor kwaliteit en pragmatisme.

Op 6 januari 2021 velde de Franstalige 2de kamer van het Hof van Cassatie een interessant arrest i.v.m. het non-bis-in-idem-beginsel, dat in onze rechtsorde een algemeen rechtsbeginsel is.

Dit websitebericht is natuurlijk niet de plaats om in extenso deze hele problematiek uit de doeken te doen. Ter duiding van het cassatiearrest volstaat het om hier kort even de huidige stand van zaken weer te geven.

Non bis in idem betekent dat een persoon niet een tweede maal kan worden berecht of veroordeeld (non bis) voor feiten (idem) waarvoor hij al definitief werd berecht (m.a.w. veroordeeld of vrijgesproken). Dit algemeen rechtsbeginsel vindt zijn grondslag in art. 14.7 IVBPR, art. 4 van het 7de Protocol bij het EVRM, art. 50 van het EU-handvest, art. 54 SUO en art. 13 VT. Sv.

Ter invulling van het begrip idem, is de grondslag niet de kwalificatie, maar wel het feit/de feiten. Dezelfde feiten impliceert identieke dan wel substantieel dezelfde feiten dan deze die het voorwerp hebben uitgemaakt van een definitieve strafrechtelijke berechting. De beoordeling of het gaat om dezelfde of substantieel dezelfde feiten is een feitelijke beoordeling en behoort tot de soevereine beoordeling van de bodemrechter. Die zal op basis van een geheel van concrete omstandigheden betreffende eenzelfde persoon moeten beoordelen of de feiten onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden in tijd en ruimte. Die beoordeling staat niet alleen los van de kwalificatie van de feiten, maar ook – enigszins logisch gelet op het voorgaande – van de constitutieve bestanddelen van het misdrijf.

In het hier besproken arrest ‘lag het kalf gebonden’ bij de vraag of men wel gewag kan maken van dezelfde feiten als de constitutieve bestanddelen in de tweede vervolging verschillen van deze van de inbreuken waarvoor de beklaagde al definitief was berecht.

In de eerste, definitief beslechte, procedure was de eiser in cassatie definitief veroordeeld voor diverse verkeersinbreuken. Het ging o.a. om het geen gevolg geven aan de bevelen van een bevoegd persoon, het voorbijrijden van het rode verkeerslicht, de onaangepaste snelheid en vluchtmisdrijf.

In de tweede procedure werd eiser vervolgd voor de kwaadwillige belemmering van het verkeer, waarvoor de appelrechters hem veroordeelden met de overwegingen dat hij had geweigerd gevolg te geven aan de bevelen van de politie tijdens een vluchtmisdrijf, daarbij rijdend aan hoge snelheid en meerdere rode verkeerslichten voorbijrijdend om uiteindelijk te stranden in de gevel van een garage.

Volgens de appelrechters ging het om andere feiten ondanks het feit dat ze door dezelfde persoon (eiser in cassatie), op dezelfde plaats en op hetzelfde ogenblik waren gepleegd dan de feiten waarvoor hij definitief was veroordeeld. De appelrechters steunden hun oordeel op de overweging dat er een moreel element was bestaande in kwaadwillig opzet, en een materieel bestanddeel dat het voorbijrijden van meer rode lichten omvatte dan bij de eerste veroordeling voor inbreuken op de wegcode. Daarnaast hadden de appelrechters ook benadrukt dat de wegcode reglementaire bepalingen omvat terwijl de ratio legis van de inbreuk van de kwaadwillige belemmering van het verkeer de aanslag op de veiligheid van weggebruikers tot voorwerp heeft.

Dat oordeel vond echter geen genade in de ogen van het Hof van Cassatie, dat oordeelde dat louter de heterogeniteit in de constitutieve bestanddelen van twee inbreuken, op zich niet het bestaan van twee onderscheiden misdrijven rechtvaardigt. Dit lijkt een logische toepassing van het principe dat ter beoordeling van een non bis in idem, de feiten van tel zijn en niet de strafrechtelijke kwalificatie.

Patrick Waeterinckx

Waeterinckx Advocaten Ondernemingsstrafrecht

Noot:

Wie zich wenst te verdiepen in de finesses van deze juridisch ingewikkelde en heikele materie verwijzen we naar gespecialiseerde literatuur:

HOET, “Het begrip feiten in het ne bis in idem-beginsel van artikel 54 van de Schengenovereenkomst”, T.Strafr. 2007, 32-50; F. TULKENS, “The Paradoxical Relationship between Criminal Law and Human Rights”, Journal of International Criminal Justice 2011, 577-595; S. GNEDASJ en H. VANHULLE, “Not even God judges twice for the same act … and tax offence. Draagwijdte en grenzen van het ne bis in idem-beginsel”, TFR 2014, afl. 466, 649 e.v.; A. LECOCQ, “Principe non bis in idem: vers l’esquisse d’une standardisation de l’Una Via procédural – expériences belges et françaises”, TRV-RPS 2016, 645-654; D. DE WOLF, “De actuele betekenis van het ‘ne bis in idem’-beginsel” in P. TRAEST, A. VERHAGE en G. VERMEULEN, Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderde samenleving?, Mechelen, Wolters Kluwer, 2017, (147) 150; N. AUDENAERT, Het ne-bis-in-idembeginsel en eenheid van opzet: een goed huwelijk?, T.Strafr. 2018/4, 262-280; P. VAN DIJK, F. VAN HOOF, A VAN RIJN en L. ZWAAK, Theory and practice of the European Convention on Human Rights, 5e ed., Antwerpen, Intersentia, 2018, 985-986; P. PINTO DE ALBUQUERQUE, “The overuse of criminal justice in the case law of the European Court of Human Rights”, in P.H.P.H.M.C. VAN KEMPEN en M. JENDLY (eds.), Overuse in the Criminal Justice System. On Criminalization, Prosecution and Imprisonment – Le recours excessif au système de justice pénale. Aux sanctions et poursuites pénales et à la détention, Antwerpen, Intersentia, 2019, 67-81.

Waeterinckx Advocaten Ondernemingsstrafrecht

Wij zijn experten in ondernemingsstrafrecht.

Ons team helpt ondernemingen, organisaties en hun leidinggevenden hun strafrechtelijke verantwoordelijkheid te begrijpen en te beheersen. Als het misgaat helpen wij de crisis te managen en begeleiden wij hen bij geschillen.

Het strafrecht is immers een risico in het alledaags bedrijfs-en verenigingsleven. Niet enkel fraude maar ook onachtzaamheid kunnen de strafrechtelijke verantwoordelijkheid in het gedrang brengen. Daarnaast kan je ook slachtoffer worden van strafbare feiten, niet alleen offline, maar meer en meer ook online, dikwijls met ingrijpende financiële gevolgen.

Een uitgebreide praktijkervaring gecombineerd met een academische werking en wetenschappelijke bijdragen, staan garant voor kwaliteit en pragmatisme.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.