Cassatierechtspraak

Op zoek naar meer duiding bij cassatierechtspraak in België? Hier vindt u de meest spraakmakende arresten tot korte commentaren verwerkt. Vooraanstaande juristen geven u op een overzichtelijke maar toch diepgravende wijze meer toelichting bij actuele uitspraken bij het Hof van Cassatie.

Deze pagina staat onder supervisie van een interuniversitair redactiecomité met volgende leden:

Sven Sobrie (vrijwillig wetenschappelijk medewerker KU Leuven - Publiek Recht, Advocaat bij Omega Law)

Laurens Claes (Ph.D. kandidaat onder promotorschap van prof. dr. Joëlle Rozie en prof. dr. Joachim Meese en mandaatassistent materieel strafrecht Universiteit Antwerpen)

Asli Kizilkilic (Doctoranda aan de UGent onder promotorschap van prof. dr. Bart Peeters en prof. dr. Mark Delanote)

Céline Vangheel (Aspirant FWO-Vlaanderen aan de Universiteiten van Gent en Hasselt onder promotorschap van prof. dr. Bart Peeters en prof. dr. Elly Van de Velde) 

Madou Haberkorn (Doctoraatsbursaal aan de Universiteiten van Hasselt en Gent onder promotorschap van prof. dr. Elly Van de Velde en prof. dr. Reinhard Steennot)

Artikel 446ter Ger.W. is misschien wel de meest poëtisch geformuleerde bepaling van onze procesrechtelijke codex. Naar luid van deze bepaling begroten de advocaten hun ereloon “met de bescheidenheid die van hun functie moet worden verwacht”. Het is een bepaling die al veel inkt heeft doen vloeien, niet in het minst omdat tussen raadsman en cliënt de meningen vaak kunnen verschillen over waar de bescheidenheid eindigt en de exuberantie begint.

Discussie over ereloon

Dergelijke ereloondiscussies kunnen we op meerdere manieren beslechten. Uiteraard verdient een minnelijke oplossing de voorkeur. Indien de cliënt een consument is, kan de ombudsdienst een minnelijke oplossing bemiddelden. Indien een minnelijke oplossing niet mogelijk blijkt, kan men zich wenden tot de raad van de Orde, die krachtens artikel 446ter Ger.W. inderdaad de bevoegdheid heeft om een ereloonstaat te matigen. Daarnaast kunnen partijen uiteraard een arbitrage overeenkomen. Deze mogelijkheden laten evenwel het recht onverlet, zowel in hoofde van de advocaat als in hoofde van de cliënt, om de zaak aanhangig te maken bij de rechterlijke orde.[1]

Cassatie spreekt zich tweemaal uit

Het is deze rechterlijke bevoegdheid in ereloondiscussies die recent aanleiding gaf tot twee interessante arresten van het Hof van Cassatie, beiden uitgesproken op 9 september 2022.

Cliënt aanvaardt aanvankelijk ereloon

In een eerste arrest had de cliënt aanvankelijk de juistheid van de kosten- en ereloonstaat erkend. Nadien bracht hij de zaak tóch voor de rechtbank. De advocaat wierp op dat er sprake was van een buitengerechtelijke bekentenis die geleid heeft tot een onherroepelijke afstand van recht, zodat de vordering van de cliënt onontvankelijk moest worden verklaard. De rechter, daarin gevolgd door het Hof van Cassatie, oordeelde evenwel dat het recht van de cliënt om een ereloonbetwisting aan de rechter voor te leggen, de openbare orde raakt, zodat daarvan geen afstand kan worden gedaan:

De in [artikel 446ter. Ger.W.] uitgedrukte wil van de wetgever dat de rechter het ereloon van een advocaat kan matigen indien het niet in bescheidenheid en met billijke gematigdheid werd begroot, strekt ertoe het vertrouwen van de rechtszoekenden in de advocatuur en bij uitbreiding in justitie in het algemeen te versterken. Aldus betreft zij de juridische grondslagen van de maatschappij en raakt zij de openbare orde.

Reikwijdte van de beoordelingsvrijheid over ereloon

In een tweede arrest rees de vraag tot hoever de rechterlijke beoordelingsbevoegdheid reikt. Het is genoegzaam bekend dat de rechter het aangerekende ereloon slechts marginaal kan toetsen. Hij kan niet zomaar zijn eigen appreciatie in de plaats stellen van deze van de advocaat, maar moet er zich toe beperken na te gaan of het ereloon niet kennelijk onredelijk of overdreven is.[2] In casu had de rechter deze marginale toetsingsbevoegdheid evenwel ‘omzeild’ door een onderscheid te maken tussen het gehanteerde uurtarief en het aantal gepresteerde uren. Inderdaad is een ereloonstaat in veel gevallen het eenvoudige product van het uurtarief met het aantal gepresteerde uren. De rechter was van mening dat zijn toetsing slechts marginaal was wat de factor ‘uurtarief’ betreft. De aangerekende uren zou hij wél ten volle kunnen toetsen, nu dat een loutere feitelijke kwestie zou betreffen waarbij de bewijslast van de gepresteerde uren ten volle op de advocaat rust. Het Hof van Cassatie oordeelde evenwel anders:

De bepaling van het ereloon door een advocaat overeenkomstig artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek is een partijbeslissing die, wanneer zij wordt betwist, door de rechter kan worden gematigd indien zij kennelijk onredelijk is. De rechter mag zich hierbij niet in de plaats van de advocaat stellen, maar beschikt enkel over een marginaal toetsingsrecht.

Indien de partijen een uurtarief zijn overeengekomen, draagt de advocaat de bewijslast van de geleverde prestaties en de berekeningswijze van het ereloon. Wanneer de omvang van het ereloon wordt betwist, toetst de rechter of het aantal aangerekende uren niet kennelijk onredelijk is in welk geval hij het aantal uren herleidt tot de redelijke perken

Veel advocaten zullen hierbij opgelucht ademhalen. Het is inderdaad niet evident, zo niet onmogelijk, om te bewijzen hoe lang men aan een bepaald dossier heeft gewerkt. Het moge duidelijk zijn dat het Hof van Cassatie met zijn rechtspraak een evenwicht zoekt – en vindt – tussen de gerechtvaardigde belangen van de cliënt en van zijn raadsman.

Sven Sobrie, advocaat Omega Law & research fellow KU Leuven

Lees ook Cassatie spreekt zich uit over erelonen advocaat.


Referenties

[1] F. STEVENS en I. VANDEVELDE, “Art. 446ter Ger.W.”, Comm.Ger. 2010, losbl., randnr. 6.

[2] J. STEVENS, “Tussen markt en billijke gematigdheid, en van billable hour tot no cure no pay: advocatenerelonen”, in Grenzeloze advocatuur: obstakels worden uitdagingen, Brugge, die Keure, 2012, 78, nr. 20; B. VAN DORPE, “De juridische aard van het ereloon naar Belgisch recht”, in Advocatenerelonen, Brugge, die Keure, 2006, 14.

Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen de juridische en fiscale wereld?

Volg Jubel.be op LinkedIn

Cassatierechtspraak

Op zoek naar meer duiding bij cassatierechtspraak in België? Hier vindt u de meest spraakmakende arresten tot korte commentaren verwerkt. Vooraanstaande juristen geven u op een overzichtelijke maar toch diepgravende wijze meer toelichting bij actuele uitspraken bij het Hof van Cassatie.

Deze pagina staat onder supervisie van een interuniversitair redactiecomité met volgende leden:

Sven Sobrie (vrijwillig wetenschappelijk medewerker KU Leuven - Publiek Recht, Advocaat bij Omega Law)

Laurens Claes (Ph.D. kandidaat onder promotorschap van prof. dr. Joëlle Rozie en prof. dr. Joachim Meese en mandaatassistent materieel strafrecht Universiteit Antwerpen)

Asli Kizilkilic (Doctoranda aan de UGent onder promotorschap van prof. dr. Bart Peeters en prof. dr. Mark Delanote)

Céline Vangheel (Aspirant FWO-Vlaanderen aan de Universiteiten van Gent en Hasselt onder promotorschap van prof. dr. Bart Peeters en prof. dr. Elly Van de Velde) 

Madou Haberkorn (Doctoraatsbursaal aan de Universiteiten van Hasselt en Gent onder promotorschap van prof. dr. Elly Van de Velde en prof. dr. Reinhard Steennot)

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.