Algemeen Expertise

Nieuwe stap in officiële erkenning van gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers-tolken

Avatar
Geschreven door Jubel

In een eerdere bijdrage kondigden we een wetswijziging betreffende het nationaal register van gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers en tolken aan. Op 29 juni 2019 zijn de nieuwe bepalingen in werking getreden. Alle artikelen met betrekking tot het nationaal register van gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers en tolken zijn voortaan opgenomen in het Gerechtelijk Wetboek (artikelen 555/6 – 555/15). De dienst Nationaal register zal pas in januari, in overleg met de voorzitters van de rechtbanken en de procureurs-generaal, richtlijnen uitvaardigen aangaande de toepassing van de nieuwe wetgeving.

Eerste eedafleggingen met wettelijke grondslag

De aanpassingen houden ook in dat alle personen die thans voorlopig zijn opgenomen in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken vóór  29 december 2019 de eed moeten afleggen in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep. Ongeveer 2.000 vertalers en tolken en nog meer deskundigen passeren daarom deze maand de revue op eedafleggingen aan het hof van beroep van hun woonplaats.

Deze eedafleggingen van gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers en/of tolken zijn pas de eerste met een wettelijke grondslag. Tot voor kort berustten de regels met betrekking tot het beëdigen van vertalers en tolken op gebruiken uit de 19de eeuw die voor iedere rechtbank afzonderlijk waren bepaald. Ook de titel van gerechtsdeskundige kende voordien geen officiële erkenning. Eenieder die eenmaal door een rechter als deskundige was aangesteld, kon zich deze lege titel toe-eigenen.

De wet op het nationaal register is eigenlijk al sinds 1 december 2016 van kracht en bepaalt dat enkel de eerste voorzitter van het hof van beroep bevoegd is voor de eedaflegging van gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers en/of tolken. Toch weerhield dit de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen er niet van tot in september jl. nog jaarlijks vertalers en tolken te blijven “beëdigen”.  Ook al misten die beëdigingen elke wettelijke grondslag.

Nog steeds overgangsregeling, nu ook voor ‘nieuwe’ deskundigen, vertalers en tolken

De huidige eedafleggingen voor het hof van beroep kaderen nog steeds in de overgangsbepaling. Die omhelst de voorlopige opname van de deskundigen, vertalers en tolken die reeds werkzaam waren voor justitie vóór 1 december 2016. Door de eedaflegging blijft hun voorlopige opname in het nationaal register geldig tot 30 november 2021. Deze overgangsbepaling wordt nu uitgebreid tot deskundigen, vertalers en tolken die vóór 1 december 2016 nog niet werkzaam waren voor justitie. Zij moeten het bewijs van de vereiste beroepsbekwaamheid voor hun vakgebied of talencombinatie(s) kunnen voorleggen.

De bedoeling van deze eedafleggingen is het wegwerken van lacunes en onduidelijkheden in de vorige wetgeving. De wettelijke eedaflegging geldt voor alle opdrachten die naderhand zullen worden toevertrouwd aan de betrokkenen in hun hoedanigheid van beëdigd vertaler, tolk en vertaler-tolk of gerechtsdeskundige. Dit betekent dat mondelinge of schriftelijke eedafleggingen voor de aanstelling voor een concrete opdracht in principe niet langer nodig zijn. Na hun eedaflegging in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep mogen gerechtsdeskundigen, vertalers en tolken immers op permanente basis de titel van gerechtsdeskundige, beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk dragen.

Uit de antwoorden van minister Koen Geens op een recente parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Stefaan Van Hecke blijkt dat enkele noodzakelijke uitvoeringsbesluiten bij de wetgeving nog in volle voorbereiding zijn. Het gaat o.a. om de KB’s voor de legitimatiekaarten van gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers en tolken en de publieke toegankelijkheid van het register. Hierdoor is het vooralsnog onduidelijk hoe men intussen zijn hoedanigheid van gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler-tolk effectief kan aantonen.

Titelbescherming laat nog te wensen over

De opname van wetsartikelen over beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken in het Gerechtelijk Wetboek is onmiskenbaar een grote stap voor de erkenning van het beroep. Toch laat de titelbescherming van beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken en ook van gerechtsdeskundigen nog te wensen over. De titels van beëdigd vertaler, beëdigd tolk, beëdigd vertaler-tolk en van gerechtsdeskundige zijn immers strafrechtelijk niet beschermd. Noch het Gerechtelijk Wetboek, noch de wet van 10 april 2014, zoals gewijzigd, voorzien een sanctie op het aannemen van voornoemde titels. Het aannemen van de titel van beëdigd vertaler, tolk, vertaler-tolk of gerechtsdeskundige blijkt evenmin strafbaar als een aanmatiging van ambt of titel. De openbare ambten, bedoeld bij artikel 227 Strafwetboek, zijn die welke, bij een rechtstreekse of onrechtstreekse overdracht van de Belgische wet, aan diegenen, die er mede bekleed zijn, een deel van de openbare macht toekennen (Cass. 19 juni 1944, Pas. 1944, I, 392, Arr. Cass. 1944, 181).

Het Europees Hof van Justitie oordeelde bij het arrest Josep Peñarroja Fa dat werkzaamheden van vertalers-experten, geen werkzaamheden ter uitoefening van het openbare gezag in de zin van artikel 51 VWEU zijn, aangezien de door een dergelijke deskundige gemaakte vertalingen slechts een ondersteunend karakter hebben, en de beoordeling door de rechter en de vrije uitoefening van de rechtsprekende bevoegdheid onverlet laten. De aanstelling als beëdigd vertaler, tolk of gerechtsdeskundige, waarbij men wordt gevorderd voor een bepaalde opdracht, valt dus niet onder de definitie van deelneming aan de openbare macht.

Het valt te betreuren dat men in de wetgeving geen sanctie heeft voorzien voor het aannemen van de titel van beëdigd vertaler, tolk en vertaler-tolk en ook van gerechtsdeskundige. Wie zich niet in het nationaal register laat opnemen, kan immers ook niet worden afgeschrikt met een schorsing of schrapping of uit dat register. Dit zet de deur open voor misbruiken. Ter vergelijking: in Duitsland werd onlangs de wet op gerechtstolken (GDolmG) aangenomen. Daar is wel een bepaling voorzien die de titel van ‘algemeen beëdigd gerechtstolk’ beschermt tegen misbruik. Wie zich in Duitsland uitgeeft voor ‘algemeen beëdigd gerechtstolk’ zonder daartoe bevoegd te zijn, stelt er zich bloot aan een administratieve boete tot 3.000 euro.

Uit de antwoorden van minister Koen Geens op een recente parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Stefaan Van Hecke blijkt dat enkele noodzakelijke uitvoeringsbesluiten bij de wetgeving nog in volle voorbereiding zijn. Het gaat o.a. om de KB’s voor de legitimatiekaarten van gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers en tolken en de publieke toegankelijkheid van het register. Hierdoor is het vooralsnog onduidelijk hoe men intussen zijn hoedanigheid van gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler-tolk effectief kan aantonen

Henri Boghe

beëdigd vertaler-tolk, zaakvoerder van Translatica vof

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.