Knowlex juridische kennisdeling
Advocaten Bedrijfsjuristen Fiscalisten Nieuws

Hof van Justitie beperkt btw-vrijstelling kostendelende vereniging

Recht op aftrek van historische btw - wat is dit nu eigenlijk? 1
Geschreven door Tiberghien

Hof van Justitie beperkt btw-vrijstelling kostendelende vereniging: belangrijke impact voor de financiële, verzekerings- en vastgoedsector

Op 21 september 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in een aantal ophefmakende arresten de btw-vrijstelling voor kostendelende verenigingen in belangrijke mate beperkt. De bank- en verzekeringssector wordt uitgesloten van het toepassingsgebied van deze vrijstelling. Hierna gaan we kort in op de gevolgen van deze rechtspraak voor de Belgische praktijk.

De figuur van de kostendelende verenigingen (KDV) biedt de mogelijkheid om kosten met vrijstelling van btw te verrekenen t.a.v. entiteiten die geen of een beperkt recht op aftrek van de btw hebben. Via deze btw-vrijstelling kunnen gemeenschappelijke kosten, met name diensten aangekocht van derden en personeelskosten, met vrijstelling van de btw worden verrekend. Zo werd en wordt deze figuur courant toegepast in de sectoren van financiële dienstverlening, verzekeringen, non-profit, medische diensten en gezondheidszorg, overheden en vastgoed. Recent werden de voorwaarden van deze btw-vrijstelling in België in belangrijke mate gewijzigd (we verwijzen hiervoor graag naar onze vorige nieuwsbrief).

Het belang van deze btw-vrijstelling is sinds de invoering van de btw-eenheid in België enigszins verminderd. Niettemin blijft de KDV relevant in situaties waar een btw-eenheid geen oplossing biedt, bv. indien de verbondenheidsvoorwaarden niet kunnen worden voldaan, wanneer een entiteit niet kan toetreden tot een btw-eenheid (bv. een passieve holding) of in cross-border context.

Naar aanleiding van de prejudiciële vragen die aan het Europees Hof van Justitie werden voorgelegd in drie zaken (C-605/15, zaak Aviva (klik hier), C-616/15, zaak Commissie tegen Duitsland (klik hier) en C-326/15, zaak DNB Banka (klik hier) is discussie ontstaan over het concrete toepassingsgebied van de btw-vrijstelling. De vraag werd onder meer gesteld of de btw-vrijstelling toepassing vindt t.a.v. een kostendeling in de financiële en verzekeringssector.

Allereerst, deze zaken zijn des te opmerkelijker omdat er over dezelfde discussie twee tegenstrijdige opinies zijn van de bevoegde advocaten-generaal: advocaat-generaal Kokott stelde heel duidelijk dat het toepassingsgebied dient te worden beperkt tot een groepering van leden die een activiteit verrichten in het kader van het algemeen belang, waarvan financiële dienstverlening en activiteiten op vlak van verzekeringen zijn uitgesloten; advocaat-generaal Wathelet daarentegen staat een brede interpretatie van deze btw-vrijstelling voor, inclusief de activiteiten van de financiële en verzekeringssector.

In drie relatief korte arresten volgt het Hof van Justitie nu de enge visie van advocaat-generaal Kokott: wat de vrijgestelde activiteiten betreft beperkt het Hof de draagwijdte van de KDV-vrijstelling tot personen die een activiteit uitoefenen vrijgesteld in het kader van het algemeen belang (artikel 132 Btw-richtlijn / artikel 44, §1 en §2 W.Btw). Onder deze activiteiten vallen grof samengevat: medische dienstverlening, ziekenhuizen, maatschappelijk werk, onderwijs, exploitatie van sportinrichtingen, bibliotheken, musea en dgl., organisatoren van voorstellingen/concerten, artiesten. Andere vrijgestelde activiteiten, en met name handelingen die kwalificeren onder de financiële of verzekeringsvrijstelling, kunnen niet meer genieten van de KDV-vrijstelling (artikelen 135, 136 en 137 Btw-richtlijn / artikel 44, §3 en artikel 44bis W.Btw).

Het is duidelijk dat deze uitspraken een schokgolf hebben teweeggebracht in de financiële en verzekeringssector. Echter, de impact van deze rechtspraak gaat o.i. mogelijks nog veel verder:

  • Entiteiten met activiteiten in vastgoed die vrijgesteld zijn van btw kunnen niet meer genieten van de btw-vrijstelling gezien deze activiteiten evenmin beschouwd worden als vrijgesteld “in het kader van het algemeen belang”;
  • Het is onduidelijk of de vrijstelling nog ten volle kan gelden in de publieke sector. Hier zijn de bepalingen enigszins onduidelijk omdat aan de ene kant nog wordt verwezen naar entiteiten met activiteiten die niet btw-plichtig zijn, zoals overheden, terwijl aan de andere kant overheidshandelingen op zich niet worden opgesomd onder de vrijstellingen in het algemeen belang;
  • Dezelfde opmerking zoals onder het vorige punt kan gemaakt worden t.a.v. passieve holdings, die kwalificeren buiten het toepassingsgebied van de btw.

Zoals aangegeven, biedt de figuur van de btw-eenheid in België in vele gevallen een oplossing om een kostendeling zonder btw-kost te kunnen organiseren. Hiervoor is wel vereist dat de partijen nauw met elkaar verbonden zijn op economisch, financieel en organisatorisch vlak. Bovendien biedt het scenario van een btw-eenheid evenwel niet in alle situaties een oplossing (bv. in de publieke sector, t.a.v. passieve holdings). Dit is casus per casus te bekijken.

Bovendien dient er mee rekening gehouden te worden dat de huidige Belgische vrijstellingsbepaling voor KDV’s (artikel 44, §2bis W.Btw) o.i. nog steeds een brede toepassing van de btw-vrijstelling toelaat, ook binnen de financiële, verzekerings- en vastgoedsector. Immers de tekst van artikel 44, §2bis W.Btw verwijst naar alle activiteiten die op grond van artikel 44 W.Btw zijn vrijgesteld, dus inclusief de vrijstellingen voor vastgoedtransacties en financiële diensten. Belastingplichtigen moeten zich o.i. nog steeds op de Belgische vrijstellingsbepaling kunnen beroepen tot deze bepaling zou worden aangepast door de wetgever.

Tiberghien Advocaten

Voor meer informatie, contacteer het Tiberghien btw-team:

Stijn Vastmans (stijn.vastmans@tiberghien.com)

Stein De Maeijer (stein.demaeijer@tiberghien.com)

Gert Vranckx (gert.vranckx@tiberghien.com)

Loulou Geboers (loulou.geboers@tiberghien.com)

 

Opmerking plaatsen

X