Het Jubel duurzaamheidsdebat

Duurzaamheid is meer dan een modewoord. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Jubel draagt zijn steentje bij door experts uit diverse vakgebieden bijeen te brengen die de milieu- en klimaatproblematiek bekijken met een juridische bril.

Centraal daarbij staat de vraag naar het belang van het recht als middel voor duurzaamheid (collectief en Individueel). Een verscheidenheid aan auteurs probeert een antwoord te bieden vanuit diverse rechtstakken: van het mededingingsrecht en vennootschapsrecht over het strafrecht en Europees recht tot het fiscaal recht en de mensenrechten.

Dit project wordt begeleid door een wetenschappelijk redactiecomité, samengesteld uit:

Alain François (Hoogleraar VUB en Partner bij Eubelius Advocaten)
Ludo Cornelis (Professor dr. Emeritus VUB)
Sandra Gobert (Executive Director Guberna)
Philippe Lambrecht (Professeur Centre de recherche interdisciplinaire Droit, Entreprise et Société (CRIDES) UCL)
Jean-Marc Gollier (Advocaat EUBELIUS, Corporate Social Responsibility - Compliance (UCL - Louvain School of Management)

Zelf een bijdrage over duurzaamheid schrijven? Contacteer de Jubel-redactie

Jubel.be inspireert u. Wij zijn marktkenners.

Prof. Dr. R. Feltkamp en Prof. Em. L. Cornelis

Niet goed wijs?

Nogal wat Belgische juristen verslikken zich bij de uitspraken in de o.m. Belgische en Nederlandse klimaatzaken. Vooral het Shellvonnis ligt hen zwaar op de maag.

Dat de Hoge Raad, op grond van Nederlandse regelgeving, in de Urgenda-zaak meent dat de Nederlandse overheid aan haar zorgvuldigheidsplicht te kort is gekomen door onvoldoende reductiedoelstellingen op te leggen om de opwarming van de planeet door de uitstoot van broeikasgassen af te remmen en te stoppen, tot daaraan toe …

Reductiedoelstellingen aan de Belgische overheid opleggen om de opwarming van de planeet door de uitstoot van broeikasgassen af te remmen en te stoppen (zie de lopende Klimaatzaak), zou evenwel verwerpelijk rechterlijk activisme zijn dat het beginsel van de scheiding der machten danig met de voeten treedt.

Aan een onderneming reductiedoelstellingen opleggen, zoals in de Shell-zaak gebeurde, zou hier en elders helemaal een brug te ver zijn…

Zijn die rechters wel goed wijs ? Voor een dergelijke rechterlijke maatregel is in het recht geen plaats en al zeker niet in het privaatrecht dat de activiteiten van ondernemingen beheerst. Vrijheid van ondernemen en wilsautonomie toch?

Geen ergere blinden dan zij die niet willen zien

Het staat intussen vast dat:

  • de verbranding van voornamelijk fossiele brandstoffen om goederen, producten en diensten te produceren en te verhandelen, broeikasgassen (in het bijzonder CO2) uitstoot;
  • die uitstoot de atmosfeer en de planeet becijfer- en meetbaar opwarmt, zoals blijkt uit de onophoudelijke stijging van de gemiddelde temperatuur sinds de pre-industriële periode;
  • die opwarming, op dit moment met minstens 1,1°C, gevaarlijke klimaatveranderingen tot gevolg heeft, omdat zij klimaat, biodiversiteit en ecosystemen ontregelt;
  • er zich daardoor, wereldwijd en dus ook in West-Europa, op een meer veelvuldige schaal en met een meer vernielende impact rampen voordoen, brutaal of sluipenderwijs;
  • de verwezenlijking van dergelijke rampen niet enkel elk mens ernstig en rechtstreeks bedreigt, maar ook daadwerkelijke slachtoffers maakt die worden getroffen in hun leven, fysieke en/of psychische integriteit, gezondheid, arbeidsgeschiktheid, privé-leven, vrijheid, zelfbeschikking, eigendom …

Deze vaststellingen blijken, onverbloemd en wetenschappelijk onderbouwd, sinds tientallen jaren uit rapporten van o.m. de UNO en de Europese instellingen. In het bijzonder zijn de rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (het IPCC) te vermelden. De toon is niet mis te verstaan : “Code red for humanity”.

Ligt de dader op het kerkhof?

Welnee. De diverse ontregelingen die we al meemaken en nog zullen meemaken, vinden – en ook daarover zijn de wetenschappers het eens – hun oorsprong in de productie en de verhandeling van goederen, producten en diensten door vervuilende economische, industriële en financiële activiteiten. Deze activiteiten worden georganiseerd en gecontroleerd door ondernemingen en hun eigenaars, die sinds decennia weten dat hun activiteiten broeikasgassen uitstoten en genereren, waardoor ze tot de gevaarlijke opwarming bijdragen. Zij liggen daarvan niet wakker en die kennis belet hen niet daar op steeds grotere schaal mee door te gaan.

De ondernemingen en hun eigenaars die (met kennis van zaken) tot de opwarming en de ontregeling van klimaat, biodiversiteit en ecosystemen bijdragen, berokkenen opzettelijk schade aan “de anderen” om zelf van die gevaarlijke activiteiten “beter” te worden.

Kan nog langer worden ontkend dat die ondernemingen en eigenaars via zgn. “natuurrampen” opzettelijk risico’s, kosten, uitgaven en schade op de anderen afwentelen met als oogmerk zelf winsten te maken?

Om aan die ongehoorde en ongeoorloofde toestand iets te veranderen, is in eerste instantie aan de vervuilende ondernemingen en hun eigenaars te denken.

Uit die hoek kan evenwel doorgaans geen significant teken worden opgevangen waaruit zou blijken dat zij bereid zouden zijn hun activiteiten, hun speelveld en hun economisch model zodanig aan te passen en te herzien dat zij de uitstoot van broeikasgassen terugdringen en ervoor zorgen dat de opwarming geen anderhalve graad Celsius overtreft. Enkelen die daartoe bereid zijn en die in die zin beginnen te handelen blijven spreekwoordelijke uitzonderingen die het verschil niet maken.

Jammer genoeg meer met woorden dan met daden, blijken de staatsmachten, althans in werkelijke democratieën, er zich rekenschap van te geven dat zij en hun ingezetenen op meer en meer klimaat- en ecologische rampen afstevenen indien zij de vervuilende ondernemingen en hun eigenaars hun gang laten gaan.

Desondanks blijft hun ingrijpen beperkt en wordt “het probleem” vooral vooruitgeschoven. Het is evenwel een publiek geheim dat elk getalm de tussen de opwarming en de ontregelingen bestaande wisselwerkingen versnelt en verergert.

Machteloos?

Het getuigt dan ook van realisme dat de daadwerkelijke en potentiële slachtoffers van klimaat- en ecologische ontregelingen – waartoe we allemaal willens nillens behoren – beseffen dat geen beterschap van een spontaan tot inzicht komende meerderheid van ondernemingen en hun eigenaars is te verwachten en dat overheden – op dit moment – nog steeds verkiezen “het probleem” uit de weg te gaan, eerder dan het kordaat aan te pakken.

Betekent het dat de burgers – zijnde de potentiële en daadwerkelijke slachtoffers – er afgezien van noodhulp, alleen voor staan, ook wanneer ze de betrachting hebben om bijkomende rampen te voorkomen?

Toch niet. Uit de Grondwet en uit de in overeenstemming daarmee gesloten internationale verdragen (het EVRM, het Europees Handvest….), blijkt immers dat elke staatsmacht en derhalve alle ingezetenen die voorranghebbende normen moeten eerbiedigen. Die verplichting rust ook op ondernemingen en hun eigenaars, ook wanneer hun activiteiten door het privaatrecht worden beheerst.

Wanneer verwezenlijkte en begrensde grond- en mensenrechten worden aangetast, kan iedere titularis (m/v/x) van zich afbijten, zowel verticaal ten aanzien van de staatsmachten die nalaten hem te beschermen, als horizontaal ten aanzien van ondernemingen en hun eigenaars, waaraan de aantasting, rechtstreeks of middellijk, toerekenbaar is.

Zoals uit de daarop betrekking hebbende redelijke wetten en afgeleide rechtsregels blijkt, kan de beperking van grond- en mensenrechten niet zover gaan dat hun titularissen zich bedrieglijke aantastingen door vervuilende ondernemingen en hun eigenaars moeten laten welgevallen. Daarbij kan geen onderscheid worden gemaakt tussen rechtstreekse en onrechtstreekse aantastingen, die het gevolg zijn van één welbepaalde oorzaak of van een pluraliteit van samenlopende oorzaken.

Daar ligt de toegevoegde waarde van de uitspraken in de Nederlandse klimaatzaken en de verdienste van de personen die daartoe het initiatief namen. Het klimaat, de biodiversiteit en de ecosystemen worden beschermd via de bescherming van de (effectieve en efficiënte) uitoefening van het recht op leven (artikel 2 EVRM), het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 5 EVRM) en het recht op privé-, familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM) in combinatie met artikel 13 EVRM, die elke titularis kan afdwingen zowel van de staatsmachten (Urgenda), als van ondernemingen (Shell) en hun eigenaars.

Het is eenvoudig: recht dat geldt moet worden toegepast

Om het (klimaat)tij te keren is dus geen transitie, geen disruptie, geen revolutie en geen paradigmashift nodig. Het volstaat om de Grondwet en de daarop gesteunde internationale verdragen te eerbiedigen.

Alle grond- en mensenrechten genieten dezelfde bescherming, ongeacht hun titularis en de plaats die hij (m/v/x) op de inkomsten- en welzijnsladder inneemt. Dat geldt ook voor de andere subjectieve rechten die op de ene of andere manier steeds afgeleiden van onderliggende grond- en mensenrechten zijn.

Vervuilende economische, industriële en financiële activiteiten die met kennis van zaken bijdragen tot de opwarming van de planeet, tot ontregeling van klimaat, biodiversiteit en van ecosystemen en tot rampen die andermans recht op leven, op fysieke en/of psychische integriteit, op gezondheid, op arbeidsgeschiktheid, op privéleven, op zelfbeschikking, op vrijheid, op eigendom… daadwerkelijk aantasten of ernstig en rechtstreeks bedreigen, impliceren dat de desbetreffende ondernemingen en hun eigenaars opzettelijk aan anderen schade berokkenen en opzettelijk de grond- en mensenrechten van anderen schenden. Ondanks het verbod om – bedrieglijk of arglistig – schade aan derden te berokkenen (cfr. fraus omnia corrumpit, de wilsgebreken bedrog, geweld, gekwalificeerde benadeling, diverse strafrechtelijke bepalingen,…), halen ze de schouders op. Zij achten zich – weliswaar onrechtmatig en ongeoorloofd – gerechtigd om de uitoefening van de grond-, mensen- en andere subjectieve rechten aan hun daadwerkelijke en potentiële slachtoffers te ontnemen. Vermits hun reactie uitblijft, dringt de vaststelling zich op dat de staatsmachten de activiteiten van de desbetreffende ondernemingen en hun eigenaars volstrekt onvoldoende beperken dan wel de bestaande beperkingen ontoereikend afdwingen.

Dat dralen verandert niets aan de inhoud, de zin en de draagwijdte die toekomt aan de voorranghebbende normen die in rechte kunnen worden afgedwongen.

Ieder daadwerkelijk of potentieel slachtoffer kan van de staatsmachten, alsmede van de vervuilende ondernemingen en hun eigenaars eisen en – in rechte – bekomen dat zij zonder verder uitstel, hun bedrieglijke, vervuilende risico-, kosten-, uitgaven- en schade- externaliserende activiteiten terugschroeven of stoppen. Iedereen – ook een onderneming wiens activiteiten bedreigd worden – kan er dus toe bijdragen dat de opwarming van de gemiddelde planeettemperatuur ten opzichte van de pre-industriële periode, tot 1,5° C wordt beperkt, niet op middellange termijn maar meteen, zonder het minste verwijl. De balie en juristen in het algemeen, kunnen hun expertise gebruiken om dat baanbrekend klimaatwerk te leveren.

Zoals dit voor alle staatsmachten geldt, rust immers ook op de rechterlijke macht de grondwettelijke en conventionele plicht om in te staan voor de geschillen waarvan zij kennis neemt voor de bescherming van ieders grond-, mensen- en daarvan afgeleide, andere subjectieve rechten.

Rechters kunnen niet in strijd met gedurende decennia vergaarde en geanalyseerde feiten voorbijgaan aan het bestaan van vervuilende economische, industriële en financiële activiteiten, die de planeet opwarmen, klimaat en ecosystemen ontregelen en rampen veroorzaken, waardoor de grond- en mensenrechten van anderen worden aangetast. Zij kunnen evenmin negeren dat de ondernemingen en hun eigenaars die daarmee met volledige kennis van zaken blijven doorgaan, bedrieglijk, arglistig, onrechtmatig en ongeoorloofd handelen.

Wie meer wil vernemen over de wijze waarop klimaat, biodiversiteit en ecosystemen middels subjectieve rechten kunnen worden beschermd, kan hierover verder lezen, in open access, op Law back on track.

Prof. Dr. R. Feltkamp en Prof. Em. L. Cornelis


Meer lezen? In zijn boek “Revolutie met recht” betoogt mr. Roger Cox dat ook justitie belangrijke tools in handen heeft om de klimaatverandering en energiecrisis een halt toe te roepen. Hier vindt u meer informatie over boek.

Het Jubel duurzaamheidsdebat

Duurzaamheid is meer dan een modewoord. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Jubel draagt zijn steentje bij door experts uit diverse vakgebieden bijeen te brengen die de milieu- en klimaatproblematiek bekijken met een juridische bril.

Centraal daarbij staat de vraag naar het belang van het recht als middel voor duurzaamheid (collectief en Individueel). Een verscheidenheid aan auteurs probeert een antwoord te bieden vanuit diverse rechtstakken: van het mededingingsrecht en vennootschapsrecht over het strafrecht en Europees recht tot het fiscaal recht en de mensenrechten.

Dit project wordt begeleid door een wetenschappelijk redactiecomité, samengesteld uit:

Alain François (Hoogleraar VUB en Partner bij Eubelius Advocaten)
Ludo Cornelis (Professor dr. Emeritus VUB)
Sandra Gobert (Executive Director Guberna)
Philippe Lambrecht (Professeur Centre de recherche interdisciplinaire Droit, Entreprise et Société (CRIDES) UCL)
Jean-Marc Gollier (Advocaat EUBELIUS, Corporate Social Responsibility - Compliance (UCL - Louvain School of Management)

Zelf een bijdrage over duurzaamheid schrijven? Contacteer de Jubel-redactie

Jubel.be inspireert u. Wij zijn marktkenners.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.