Actualia

Het welzijn van dienstboden en huispersoneel: thuis op de werkvloer

Arbeidsrecht Journaal
Geschreven door Arbeidsrecht Journaal
Onderstaand artikel van Stan Bruurs verscheen in uitgebreide vorm in het Arbeidsrecht Journaal. U kan die bijdrage hier lezen.

Het gebruik van professioneel huishoudwerk blijft stijgen, onder andere door de vergrijzing en de opkomst van het tweeverdienersmodel.[1] Hierbij worden verschillende huishoudelijke activiteiten verricht, zoals koken en poetsen, binnen een private woning ten dienste van het gezin. Ondanks de maatschappelijke bijdrage van bovenstaande huishoudelijke arbeidskrachten aan de werkgever en zijn gezin[2], onderwaarderen deze laatsten de professionele huishoudwerkers vaak en waarborgen hun algemeen welzijn dan ook niet.[3] Zelfs de wetgever draagt daartoe bij, door de dienstboden en het huispersoneel uit te sluiten van belangrijke arbeidswetten zoals de Welzijnswet en de Arbeidswet.[4] De dienstboden en het huispersoneel zijn desondanks vaak kwetsbare werknemers met een hoog risico op uitbuiting en misbruik door de één-op-één-relatie met hun werkgever en een onzichtbare tewerkstelling achter gesloten deuren.[5]

Uitsluiting Welzijnswet

Het is dus zeer belangrijk om ook het welzijn van de dienstboden en het huispersoneel te bevorderen en te garanderen. De Internationale Arbeidsorganisatie beaamde dit in art. 13 van de Conventie nr. 189 van 16 juni 2011 betreffende waardig werk voor het huispersoneel.[6] Hoewel België deze conventie ratificeerde, veranderde er niet veel in de Belgische regelgeving. Zo zijn de dienstboden en het huispersoneel bijvoorbeeld uitgesloten van de Welzijnswet, aangezien die regeling eerder is opgevat voor andere werkomgevingen dan werken in een thuiscontext.[7] Zij kunnen dus niet in dezelfde mate genieten van de wettelijke minimumgaranties omtrent het welzijn op het werk, zoals een werknemer in een bedrijf dat kan.[8] De dienstboden en het huispersoneel komen nochtans ook met welzijnsrisico’s in aanraking, waardoor een efficiënte welzijnsbescherming ook voor hen van belang is.[9]

Werkbaar koninklijk besluit blijft uit

De wet van 15 mei 2014 tracht enige verandering teweeg te brengen door de uitsluiting van de dienstboden en het huispersoneel van de Welzijnswet op te heffen.[10] Deze wet treedt echter pas in werking op een door de koning te bepalen datum, zodat er bijzondere maatregelen genomen kunnen worden gelet op de specifieke tewerkstelling van de dienstboden en het huispersoneel.[11] Er zijn echter al meer dan vijf jaar verstreken en er bestaat nog steeds geen werkbaar koninklijk besluit, waardoor de dienstboden en het huispersoneel uitgesloten blijven van de Welzijnswet.[12]

Alternatieve methoden zijn dus aangeraden om het welzijn van de dienstboden en het huispersoneel nu reeds te behartigen. Bijgevolg onderzoekt de uitgebreide bijdrage in het Arbeidsrecht Journaal de mogelijkheid tot een adequaat en praktisch werkbaar welzijnsbeleid die het algemeen welzijn van de dienstboden en het huispersoneel in een private werkomgeving garandeert, rekening houdende met hun karakteriserende eigenschappen.

Mogelijkheden werkbaar welzijnsbeleid

Ten eerste kunnen enkele preventieve maatregelen genomen worden die het welzijn op zich reeds behartigen. Zo kunnen de dienstboden en het huispersoneel bijvoorbeeld ondergebracht worden in een intermediaire structuur die zich inzet om onder andere waardig werk te bevorderen bij deze werknemers. Daarnaast is het belangrijk om de burgers te informeren en het statuut van de dienstboden en het huispersoneel te professionaliseren opdat een mentaliteitswijziging ontstaat waardoor deze werknemers ook beter behandeld zullen worden. Daarnaast kunnen ook repressieve maatregelen helpen om het welzijn van de dienstboden en het huispersoneel bij de private werkgever af te dwingen. Een efficiënt optreden van de sociale inspectie of een adequaat klachtenmechanisme kunnen hiertoe bijdragen. Ten slotte kunnen de dienstboden en het huispersoneel zelf aangespoord worden om gerechtelijke stappen te nemen om op te treden tegen enig misbruik.

Ten slotte verscherpt de COVID-19-pandemie bovenstaande bezorgdheden omtrent het welzijn van de dienstboden en het huispersoneel in een thuiswerkcontext. Zo beoogt de generieke gids de verspreiding van COVID-19 op de werkvloer te minimaliseren.[13] Ook hier stuiten de dienstboden en het huispersoneel op enkele beperkingen. De generieke gids bevat slechts richtlijnen, en geen afdwingbare normen. De toepassing van de generieke gids in een thuiswerkcontext is dan ook allesbehalve evident.

Stan Bruurs (Doctoraatsbursaal Instituut voor Arbeidsrecht KU Leuven)

***

Meer weten? Voor het uitgebreide artikel in het Arbeidsrecht Journaal, klik hier.

Referenties:

[1] M. JOKELA, “Macro-Level Determinants of Paid Domestic Labour Prevalence: A Cross-National Analysis of Seventy-Four Countries”, Social Policy & Society 2015, (385) 385.

[2] ILO, The definition of domestic work and domestic workers for statistical purposes, 20th International Conference of Labour Statisticians, Genève, ILO, 2018, 4.

[3] G. GEYMONAT en S. MARCHETTI, “A global landscape of voices for labour rights and social recognition” in G. GEYMONAT, S. MARCHETTI en P. KYRITSIS (eds.), Domestic workers speak: A global fight for rights and recognition, Londen, OpenDemocracy, 2017, (12) 15.

[4] Bijvoorbeeld in art. 2, §4 Welzijnswet en art. 3, §3, 2° Arbeidswet.

[5] ILO, The cost of coercion. Global report under the follow-up to the ILO declaration on fundamental Principles and Rights at Work, ILC, 99th session, Genève, ILO, 2009, 30.

[6] Preambule IAO-Conventie nr. 189; ILO, ILO Survey on domestic workers. Preliminary guidelines. Tools for researching domestic work, Genève, ILO, 2014, 3.

[7] Memorie van toelichting bij wetsontwerp betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, Parl.St. Kamer BZ 1995, nr. 71/1, 7.

[8] Art. 2, §4 Welzijnswet.

[9] NATIONALE ARBEIDSRAAD (hierna: NAR), Advies over waardig werk voor het huispersoneel, 14 juli 2009, nr. 1.700, http://www.cnt-nar.be/ADVIES/advies-1700.pdf, 8.

[10] NAR, Advies over het ontwerp van wet tot wijziging van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wat de dienstboden en het huispersoneel betreft, 25 februari 2014, nr. 1.897, http://www.cnt-nar.be/ADVIES/advies-1897.pdf, 2.

[11] Art. 4 wet van 15 mei 2014 tot wijziging van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wat de dienstboden en het huispersoneel betreft; C. DENEVE, “Algemene beginselen: Welzijnswet werknemers” in M. DECONYNCK, W. VAN EECKHOUTTE, O. VANACHTER, A. VAN REGENMORTEL en I. VAN PUYVELDE (eds.), Duiding Welzijn op het Werk – publieke en private sector, Gent, Larcier, 2015, (1) 7; HOGE RAAD VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK, Activiteitenverslag 2015-2016, Brussel, FOD WASO, 2017, I.9.

[12] VROUWENRAAD, Federaal Vrouwenmemorandum 2019. Aanbevelingen voor de federale regering. Uitgebreide versie, 2019, http://www.vrouwenraad.be/file?fle=47138&ssn=, 109.

[13] https://werk.belgie.be/sites/default/files/content/news/Generiekegids_versie3.pdf, 3.

 

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.