Het aftrekverbod volgens het Grondwettelijk Hof: feitenrechter heeft het laatste woord cover

21 mei 2026 | Tax & Private equity

Het aftrekverbod volgens het Grondwettelijk Hof: feitenrechter heeft het laatste woord

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Audit Medewerker
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Assistent Advisor
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Legal advisor
Commercieel recht
3 - 7 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen
Tax Advisor
Fiscaal recht
3 - 7 jaar
Vlaanderen

Sinds de hervorming van de vennootschapsbelasting in 2017 kunnen diverse aftrekken niet langer gebeuren op het gedeelte van het resultaat dat het voorwerp uitmaakt van een bericht van wijziging of van een aanslag van ambtswege, waarvoor een belastingverhoging van minstens 10% effectief wordt toegepast. Het gaat onder meer om de aftrek van vorige verliezen, dbi-aftrek, innovatieaftrek, octrooiaftrek, notionele intrestaftrek, enz. De financiële impact van dit aftrekverbod is vaak aanzienlijk. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat deze bepaling voorwerp uitmaakt van vele fiscale betwistingen, én van prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof. Recent heeft dit Hof zich nogmaals over deze kwestie uitgesproken.

Prejudiciële vragen

Drie verschillende rechtscolleges hebben in 2025 nieuwe prejudiciële vragen gesteld aan het Grondwettelijk Hof omtrent de bestaanbaarheid van het aftrekverbod met de Grondwet:

  • De eerste prejudiciële vraag, gesteld door de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, had betrekking op de discretionaire bevoegdheid van de taxatieambtenaar om al dan niet een belastingverhoging van 10% op te leggen – met daaraan gekoppeld de activatie van het aftrekverbod – bij het begaan van een eerste overtreding wegens het indienen van een onjuiste aangifte.
  • De tweede prejudiciële vraag, gesteld door de rechtbank van eerste aanleg van Hasselt had betrekking op de specifieke situatie waarbij het aftrekverbod werd opgelegd aan een vennootschap die reeds in vereffening was. Dit specifieke scenario houden we buiten het bestek van dit artikel.
  • De derde prejudiciële vraag, gesteld door het hof van beroep te Gent, betrof de vraag of de discretionaire bevoegdheid van de taxatieambtenaar om bij een laattijdige aangifte te kiezen voor het vestigen van een aanslag van ambtswege in plaats van een gewone aanslag – wat ook de activatie van het aftrekverbod met zich meebrengt –, niet in strijd is met het grondwettelijk gewaarborgd legaliteitsbeginsel.

Arrest Grondwettelijk Hof april 2026

Het toepassen van de belastingverhoging van 10% en het aftrekverbod

De drempelvoorwaarde voor de toepassing van het aftrekverbod voor o.a. geleden verliezen is de effectieve toepassing van een belastingverhoging van 10%. In de tekst van het oude artikel 444 WIB92 stond, tot vóór de wetswijziging bij de programmawet van 18 juli 2025, dat de administratie “bij ontstentenis van kwade trouw” kon afzien “van het minimum van 10% belastingverhoging”.

De fiscale administratie beschikte voor de wetswijziging dus over de beoordelingsbevoegdheid om bij een eerste overtreding al dan niet een belastingverhoging van 10% op te leggen.

Sinds de programmawet van 1 juli 2025 staat in artikel 444 WIB92 dat er moet worden afgezien van een belastingverhoging bij een eerste overtreding, tenzij de administratie kwade trouw kan bewijzen. Recent heeft dit aanleiding gegeven tot positieve rechtspraak, die naar aanleiding van een eerste overtreding te goeder trouw de belastingverhoging, en zodoende het aftrekverbod, als niet van toepassing beschouwde (zie: Eerste overtreding te goeder trouw: géén belastingverhoging, en dus géén aftrekverbod).

Aldus rijst de vraag of de vroegere versie van artikel 444 WIB92in combinatie met het aftrekverbod wel verenigbaar was met het legaliteitsbeginsel. Ingeval de taxatieambtenaar ervoor opteert om een belastingverhoging van 10% op te leggen, beslist hij immers over de toepassing van het aftrekverbod. Daardoor bepaalt de taxatieambtenaar zelf de belastbare grondslag.

Het Hof oordeelt in zijn arrest van 9 april 2026 (nr. 41/2026) dat het legaliteitsbeginsel niet zou zijn geschonden op dit punt. Het Hof herneemt daarbij in essentie de motivering van een eerder arrest van 19 juni 2025 (nr. 90/2025) – zie daarover: De belastingverhoging van minstens 10% en aftrekverbod van verliezen – Het Grondwettelijk Hof wijst de richting aan

Het Hof erkent dat de aan de belastingadministratie toegekende beoordelingsbevoegdheid een weerslag kan hebben op het uiteindelijk verschuldigde belastingbedrag. Maar het Hof wijst er tegelijk op dat de wetgever nader gepreciseerd heeft wanneer kan worden afgezien van het minimum van 10% belastingverhoging (namelijk bij “ontstentenis van kwade trouw”, zie hoger). De fiscale wet bevat daardoor, volgens het Hof, “een minimum aan beoordelingsrichtlijnen” waardoor de fiscale bepalingen in kwestie afdoende afgebakend zouden zijn.

Het toepassen van de procedure aanslag van ambtswege en het aftrekverbod

Het hof van beroep te Gent had dan weer de vraag gesteld of het vestigen van een aanslag van ambtswege in combinatie met het aftrekverbod geen schending vormde van het legaliteitsbeginsel.

Het hof wees erop dat de fiscale administratie ingeval van een laattijdige aangifte niet verplicht is om een aanslag van ambtswege te vestigen. De administratie kan ingeval van een laattijdige aangifte immers ook een gewone aanslag vestigen op grond van de laattijdig ingediende aangifte. In dat laatste geval kan het aftrekverbod niet toegepast worden. Door te opteren voor een aanslag van ambtswege in plaats van een gewone aanslag, kan de taxatieambtenaar dus zelf het aftrekverbod activeren, en bepaalt hij dus zelf de belastbare grondslag.

Het Grondwettelijk Hof bevestigt dat de belastingadministratie inderdaad een beoordelingsbevoegdheid heeft om al dan niet over te gaan tot een aanslag van ambtswege. Deze beoordelingsbevoegdheid moet volgens het Hof aan de administratie de mogelijkheid bieden om rekening te houden met alle feitelijke omstandigheden. Het Hof oordeelt evenwel dat deze beoordelingsbevoegdheid geen afbreuk doet aan het duidelijk en nauwkeurig karakter van de betrokken fiscale bepalingen. Het Hof besluit in dit opzicht dat er ook op dit punt geen schending is van het legaliteitsbeginsel.

Wel zegt het Hof expliciet dat de belastingadministratie ook bij de uitoefening van haar beoordelingsbevoegdheid om al dan niet af te zien van de aanslag van ambtswege de beginselen van behoorlijk bestuur moet eerbiedigen, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Het komt de bevoegde rechter vervolgens toe te waken over de eerbiediging van die beginselen (overweging B.13.4).

Deze overweging van het Hof is essentieel: gewoonlijk stelt de fiscale administratie dat bij iedere laattijdige aangifte steeds een aanslag van ambtswege moet gevestigd worden, omdat dat nu eenmaal zo is bepaald in de administratieve richtlijnen. Het Hof bevestigt nu uitdrukkelijk dat de administratie de keuze voor een aanslag van ambtswege en de toepassing van het aftrekverbod, in plaats van een gewone aanslag, moet motiveren. Bovendien zal de belastingadministratie haar keuze moeten kunnen verantwoorden in het licht van het evenredigheidsbeginsel.

Het evenredigheidsbeginsel impliceert dat een sanctie in verhouding moet staan met de begane inbreuk, daarbij onder meer rekening houdende met de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties, de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld en de weerslag van de sanctie op de betrokkene.

De feitenrechter moet dit toetsen, en kan desgevallend, indien de sanctie effectief onredelijk hoog wordt geacht, deze sanctie milderen of volledig kwijtschelden.

Dit is bijzonder relevant, vermits de toepassing van het aftrekverbod an sich de aard van sanctie met strafrechtelijk karakter wordt toegedicht door het Grondwettelijk Hof (met name in het voormelde arrest van 19 juni 2025).

In de praktijk zijn zeker gevallen denkbaar waarin het zeer de vraag is of het toepassen van een aftrekverbod wel in verhouding staat met de begane inbreuk. Denken we onder andere, om maar één voorbeeld te noemen, aan de situatie waarin een aangifte slechts beperkt buiten de reguliere aangiftetermijn werd ingediend. Mocht de fiscus in zo’n geval kiezen voor de toepassing van een aanslag van ambtswege, met het aftrekverbod tot gevolg, kan dat gigantische financiële gevolgen met zich meebrengen.

De toepassing van een belastingverhoging en dienvolgens van het aftrekverbod komt dus in aanmerking voor vermindering of kwijtschelding op grond van het evenredigheidsbeginsel.

Conclusie

Het Grondwettelijk Hof heeft opnieuw in antwoord op welbepaalde prejudiciële vragen geoordeeld dat het aftrekverbod in de bevraagde situaties niet ongrondwettig is. Het gaat onder meer over de situatie waarin de fiscale administratie op basis van haar beoordelingsbevoegdheid beslist om een aanslag van ambtswege te vestigen, en op die manier het aftrekverbod activeert. Wel stelt het Hof opnieuw expliciet dat de administratie bij het uitoefenen van haar beoordelingsbevoegdheid de beginselen van behoorlijk bestuur moet eerbiedigen, waaronder het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Er zijn veel situaties waarin de toepassing van een aftrekverbod niet afdoende is gemotiveerd, of vooral niet in verhouding staat met de begane inbreuk. Mits de nodige onderbouw zijn er op dit punt dus reële opportuniteiten voor de belastingplichtige met het oog op ontheffing.

Charles Petit en Dries Verhaeghe

​Volg ook onze IMPOSTO Tax Talks, ook op LinkedIn

Recente Jobs

Advocaat
Burgerlijk recht Familierecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Audit Medewerker
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Assistent Advisor
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Legal advisor
Commercieel recht
3 - 7 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen
Tax Advisor
Fiscaal recht
3 - 7 jaar
Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *