Vorige week werd de nieuwe gevel van het Brusselse historische justitiepaleis opnieuw ingehuldigd. Echt nieuw is dat iconische gebouw natuurlijk niet, maar de heugelijke gebeurtenis sloeg op het wonderbaarlijke feit dat na 30 jaar de verroeste stellingen aan de voorgevel zijn weggehaald. De minister van Justitie is dan wel niet bevoegd voor de Regie der Gebouwen, maar liet via sociale media haar blijdschap de vrije loop bij de realisatie van die “meer dan symbolische mijlpaal in de restauratie van het iconisch gebouw”. Ze meldt ook dat nu ook “het vele werk aan de binnenkant zal volgen, met respect voor wat vorige generaties hebben opgebouwd en met de blik gericht op de generaties die na ons komen”. Ze doelde allicht op de instortende plafonds, de aftandse inrichting en de vele materiële besognes van het indrukwekkende gebouw, maar het klinkt ook als een metafoor voor de werking van justitie zelf. Alleen maar de gevel opfrissen zal niet volstaan om het imago van de Brusselse justitie bij te spijkeren. Bij de opening van het nieuw gerechtelijk jaar wees procureur-generaal Van Leeuw op de gerechtelijke achterstand bij het hof van beroep in Brussel. Het siert hem om daar nog maar eens de aandacht op te vestigen, maar dat zal niet volstaan. Het mag bijna niet luidop worden gezegd, maar het is toch wel een specifiek Brussels probleem. Wordt het niet tijd om alarm te slaan en doortastende maatregelen te nemen, om te vermijden dat Brussel afglijdt naar de rechtenloosheid?
De Tijd kopt dat justitie kritisch is voor zichzelf bij de start van het gerechtelijk jaar (De Tijd, 2 september). Het valt overigens op dat het de enige krant is die hiervoor aandacht had. Het artikel citeert Bart Willocx, die vindt dat justitie in de moeilijke budgettaire context moet durven te hervormen om de bestaande middelen beter te verdelen. Hij ziet in artificiële intelligentie een instrument dat justitie kan helpen om in tijden van budgettaire schaarste alsnog efficiënter te werken en de kwaliteit van de rechtspraak te verbeteren.
De opening van het jaar bij het Hof van Cassatie was voor de derde keer op rij live te volgen via sociale media (er bleken maar 37 personen te zijn ingelogd, maar u kunt nog met z’n allen uitgesteld kijken). De eerste advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere had het ook over AI en ontwaarde – bijna apocalyptisch – 13 gevaren (zoals ontmenselijking, gebrek aan transparantie, vooringenomenheid en manipulatie, hallucinaties, deresponsabilisering, enz.) Hij heeft de stellige indruk dat steeds vaker ellenlange conclusies met een overvloed aan middelen door AI zijn gegenereerd en hij is daarbij streng voor de balie: “Het lijkt erop dat de balies menen dat een advocaat weliswaar niet tegen een magistraat mag liegen, maar evenmin verplicht is te antwoorden wanneer de rechter hem vraagt in welke mate zijn conclusie werd opgesteld met behulp van AI. Waarom zouden de deontologische transparantieverplichtingen die voor professoren en studenten aan universiteiten gelden echter minder streng zijn voor de student die advocaat of magistraat geworden is?” Wat verderop in de toespraak klinkt het nog strenger: “De advocaat is (…) verantwoordelijk voor de juistheid van de verwijzingen die hij vermeldt. Het vermelden van onjuiste verwijzingen in zijn conclusie kan de noodzakelijke en broze vertrouwensband tussen de magistratuur en de balie ondermijnen en een ernstige miskenning vormen van de plichten van bekwaamheid, rechtschapenheid, zorgvuldigheid, loyaliteit, kiesheid en confraterniteit die op de advocaat rusten, plichten waarvan de naleving onontbeerlijk is voor een goede rechtsbedeling.” Hij vindt dat de tuchtoverheden “sterke signalen moeten afgeven, zodat elke advocaat weet dat dergelijke praktijken onaanvaardbaar zijn”. Het debat is hiermee geopend, maar hopelijk niet gesloten. Volstaat het dan dat de advocaat de in de conclusies geciteerde rechtspraak en rechtsleer bijbrengt? Zijn we dan zeker dat die bronnen zelf niet door AI werden gecreëerd of ondersteund? En moeten we in één beweging ook de verwijzing naar indicatieve tabellen voor lichamelijke schade of apps voor het berekenen van onderhoudsgelden verbieden (of mag dat wel zolang ze niet via AI worden gebruikt?).
Is het geen illusie te denken dat AI via tuchtrecht nog kan worden getemperd?
Moeten we misschien in rechtszaken daarom niet eerder meer aandacht geven aan de feiten zelf, aan de mondelinge behandeling met pleidooien die de ware aard van het geschil daarmee aan de oppervlakte brengen. De advocaat-generaal eindigde zijn toespraak met een citaat van Jean Carbonnier: “le juge est un homme et non une machine à syllogismes: autant qu’avec sa connaissance des règles et sa logique, il juge avec son intuition et sa sensibilité”. Laten we die gevoeligheden in pleidooien en zonder AI tot volle ontwikkeling laten komen.
Hugo Lamon
Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.



0 reacties