Toespraak van Dirk Leestmans bij de boekvoorstelling Lamonades. Beschouwingen en meningen over recht en justitie. Dit boek bundelt de columns van Hugo Lamon die iedere woensdag op Jubel verschijnen, aangevuld met nieuwe inzichten
Dames en heren,
Sta me toe te beginnen met iets wat in deze assisenzaal wel meer gebeurt: een bekentenis.
Misschien heb ik iets te snel ja gezegd op de uitnodiging van auteur Hugo Lamon om hier vanavond het woord te nemen.
Wat moet er gebeuren om bij te dragen tot een beter begrip van het recht? Wat is aangewezen om justitie efficiënter te maken? En of de auteur daarin slaagt met zijn blogs?
Bij nader inzien, het is nogal wat….
Hugo Lamon is publicatie-productief. Da’s het minste wat we kunnen zeggen. In dit boek is er per column naast een titel ook een oneliner.
"Meer dan tien jaar lang elke week 760 woorden – en justitie is nog altijd niet gered," luidt de eerste.
Kunnen woorden justitie redden dan?
Bij een vorig boek van de gevierde auteur, schreef Hugo als persoonlijke opdracht dat door de botsingen van ideeën het licht ontstaat.
Die wijsheid heb ik alvast onthouden.
Conform mijn job zal ik meer vragen stellen dan antwoorden geven. Het debat straks kan er maar door geïnspireerd worden.
Het gaat niet goed met justitie. Dat schijnt het uitgangspunt te zijn van Hugo. Waarom zou je anders de vraag stellen wat er moet veranderen om tot een betere justitie te komen? Minstens tot een betere beeldvorming. in tijden waar perceptie realiteit is, ook niet onbelangrijk.
Het uitgangspunt zal door weinigen betwijfeld worden. Mocht de kloof tussen de burger en justitie niet zo diep zijn, Lamon had ze alleen al gevuld met zijn schrijfsels.
Geert Corstens, de voormalige president van de Nederlandse Hoge Raad schreef bij zijn afscheid een werk met als titel “de rechtsstaat moet je leren”.
Het lijkt wel of Hugo die opdracht elke week tot zich neemt. Dat doet hij niet zelden polemisch maar altijd, ik zeg het wat pathetisch, ook dat gebeurt wel meer in deze assisenzaal, maar altijd met veel liefde voor de rechtsstaat.
Hij wordt daar zelf niet beter van. Dat in tegenstelling tot wijlen Bram Moszkowicz, de oudste telg van de beroemde advocatenfamilie. Hij schreef in 1983 al een wekelijkse column in De Telegraaf, het meest gelezen dagblad van Nederland. Dat platform werd hem aangeboden door de jonge, aanstormende misdaadverslaggever Peter R. De Vries. Tussen hem en Bram Moszkowicz ontstond wat hij zelf omschreef als een “wederzijds profijtelijke relatie”.
Beide gingen wekelijks eten en bespraken dan de publicitaire begeleiding van de nieuw binnengekomen strafzaken.
Op dat opportunisme kan ik Lamon niet betrappen.
Populair maakt hij zich met zijn columns ook al niet. Bij de vorige verkiezingen voor de OVB haalde hij welgeteld één stem.
Stel dat hij wel verkozen zou geweest zijn, zou hij meer impact gehad hebben als OVB-voorzitter? Boudewijn De Groot parafraserend kan je je afvragen hoe sterk de eenzame publicist is? Denkend tegen de wind in.
Ik interviewde ooit jurist en stand up comedian Bert Kruismans.
De man studeerde rechten samen met Bart Somers, iemand die een politieke carrière ambieerde, en het later zou schoppen tot partijvoorzitter, minister en thans burgemeester van Mechelen, een stad zoals ze dat hier zeggen, ergens op de parking. De derde student was iemand die koos voor humanitair werk, hij werd voorzitter van Artsen Zonder Grenzen.
“Wie zou het meest maatschappelijke impact hebben?” zo vroegen de drie studenten zich destijds af.
Het is een goeie vraag die hier vanavond ook aan de orde is.
Hoe zwaar wegen eigenlijk de opgetelde woorden van Lamon op woensdag?
“Democracy dies in darkness”, is de leuze van The Washington Post. Door wekelijks zijn licht te laten schijnen over justitieland, geeft Lamon op geheel eigen wijze invulling aan die leuze. Dat is een verdienste op zich.
Meer: Lamon voedt mee het debat.
Maar de titel Lamonades indachtig: voedt hij het debat met calorieën waar een samenleving enkel dikker van wordt? Want geef toe, het leest lekker zoet weg.
Of geeft hij met zijn Lamonades voedingsstoffen waar een maatschappij sterker en beter van wordt?
Worden we intellectueel obees met instant bevrediging of worden we wijzer met inspirerende gedachten.
Lamon blijft ook na veertig jaar praktijk verwonderd. En hij maakt ons deelgenoot van zijn gedachten die hij met een even scherpe als goeie pen formuleert.
Zijn columns worden gelezen, da’s wel zeker. Ik laat me vertellen met hoogtepunten tot 20.000 clicks.
Lamon piekt, Jubel jubelt.
Maar wie leest het?
In deze gemediatiseerde tijden zijn er heel veel informatiekanalen. Door die pluriformiteit valt het debat ook wel wat uiteen in respectievelijke deelpublieken. Algoritmes bezorgen tegenwoordig ieder een eigen werkelijkheid.
Ik wil de pret niet bederven op deze feestelijke avond waar we samenzitten in deze prachtige zaal. Maar zitten we ook niet een beetje samen in dezelfde bubbel?
Zo bekeken is het vooral de vraag hoe de boodschap die Lamon wekelijks uitzendt, wordt ontvangen? Hij wordt gelezen zei ik net, maar wordt hij ook gehoord? En is er enige resonantie?
Kreten en gefluister, ongetwijfeld. Maar heeft hij ook impact?
Ik ga het antwoord op die vraag nog even uit de weg en verruim de vraag: wat is er eigenlijk nodig om impact te hebben op justitie?
- Gevangenisdirecteurs voerden in het voorjaar actie om iets te doen aan de overbevolking. “Geef ons minstens het signaal dat het iemand kan schelen,” zo vroeg de grote baas van het gevangeniswezen.
- Veel mensen hier in de zaal deden mee aan de vijf voor twaalf-acties. Maar wat was het gevolg?
- In de zomer van 2024, in volle regeringsvorming, sloegen het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie én de Raad van State een noodkreet over de “sluipende aftakeling van justitie”. Ze vroegen ontvangen te worden door formateur De Wever. Helaas, de vraag viel op een koude steen.
Het zijn slechts drie voorbeelden, ik zou nog wel even kunnen doorgaan.
Actie, uitnodiging tot gesprek, crisis. Niets lijkt te bougeren.
Wat is er eigenlijk wel nodig om politiek de dingen in beweging te krijgen?
It’s the incident stupid!
Het is een ongemakkelijke waarheid maar de affaire Dutroux, dertig jaar geleden, bewijst deze stelling wel.
Tussen haakjes, deze affaire was ook de aanleiding voor Lamon om te beginnen stukjes schrijven.
Incidenten dus.
Denk aan de politiehervorming of de oprichting van de hoge raad voor justitie.
Ik zou nog voorbeelden kunnen geven. De wetgevende macht schiet vaak in een hogere versnelling onder druk van een schandaal.
Daadkracht is er dan wel. Of het ook de kwaliteit van het wetgevend werk ten goede komt, is een andere discussie.
Sommigen spreken in dit verband over steekvlampolitiek.
Ik geef een totaal ander voorbeeld: de detentiehuizen, een vorm van kleinschalige detentie, een idee van gevangenisdirecteur Hans Claus. De vraag hier is: wat maakt dat één man een idee kan lanceren dat in de praktijk ook gerealiseerd wordt?
Een VUB hoogleraar criminologie vroeg het hem ook ietwat jaloers. “Ik ben heel mijn academisch leven bezig met het schrijven van vuistdikke wetenschappelijke rapporten om aan te tonen dat grote gevangenissen niet werken. En niemand luistert naar mij. Wat heb jij dat ik niet heb?” zo vroeg ze zich af.
Het antwoord van Claus was dat hij een ander register bespeelde. Ik citeer: “We leven nu eenmaal in een samenleving die een nieuw verhaal zoekt. Mijn ervaring is dat overtuiging, communicatie, beeldspraak, hoop, ja poëzie, veel meer impact hebben.”
“Er is geen enkel maatschappelijk domein waar de wetenschap de plak zwaait. Zelfs als de bewijzen daar zijn, laat de menselijke soort zich niet vangen in de ratio.” Einde citaat.
Voor voorstanders van evidence-based beleid, klinkt dit weinig hoopgevend.
Dit weekend had professor Rozie het op een studiedag van Magistratuur en Maatschappij over de vicieuze cirkel van het punitief populisme.
Incident, media, veronderstelde publieke opinie, politiek, hardere straffen, magistratuur. Het een versterkt het ander. En die dynamiek leidt tot wetgevende initiatieven die veeleer lijken bedoeld te zijn om een signaal te geven dan wel een oplossing.
Rozie gaf het voorbeeld van het wetsvoorstel Martin, de partner van Dutroux, over de voorwaardelijke vrijlating. “Ik zie heel veel zogenaamde argumenten,” zo zei ze, “maar nergens een verwijzing naar wetenschappelijk onderzoek.”
Het lijkt wel of de emotie regeert.
Recent nam men in Amerika het besluit een ter dood veroordeelde te executeren door een vuurpeloton.
Het kan verkeren, zei Bredero. Het kan weerkeren, zegt een Amerikaans president.
Duidelijk is wel dat de rechtsstaat nooit definitief verworven is en voortdurend moet verdedigd worden.
“Les magistrats ont le devoir de déplaire.” Dat wisten we. Maar misschien moeten beleidsmakers ook iets meer die attitude aannemen.
Dit jaar werd in Parijs Robert Badinter in het Pantheon bijgezet. De Franse gewezen minister van Justitie wordt geëerd omwille van zijn daadkracht. Hij schafte de doodstraf af. Tegen de publieke opinie in. Laat ons het politieke moed noemen.
Terug even naar de kernvraag van Lamonades: Hoe bijdragen tot een beter begrip van het recht en van justitie.
Het is een oproep tot reflectie en zelfreflectie. En dat is natuurlijk goed. Maar toch, zo vraag ik me af, getuigt het misschien ook wel van een overgevoeligheid.
De medische wereld bv. lijkt minder met dat probleem te kampen. Mensen aanvaarden ogenschijnlijk veel meer wat mijnheer doktoor zegt dan wat de advocaat of de rechter zegt.
Als een voorwaardelijk vrijgelatene opnieuw feiten pleegt, staat het land op z’n kop. Als een zieke mens niet succesvol behandeld wordt, passeert dat. Want ook in een ziekenhuis loopt het wel ’s fout. En ook daar gaat het over essentiële dingen, over leven en dood namelijk. Toch is daar veel minder maatschappelijke beroering over.
De medische wetenschap kan veel maar niet alles, zal u misschien zeggen. Maar dat geldt natuurlijk ook voor het recht.
Maar dit terzijde.
De Brusselse procureur-generaal Frederic Van Leeuw wees in zijn openingsrede op de eigen verantwoordelijkheid van justitie en de noodzaak om zelf pro actief te communiceren. Om transparant en in een duidelijke taal niet alleen de beslissingen uit te leggen maar ook de werking van het apparaat.
Het zou kunnen bijdragen tot het doorbreken van een negatieve spiraal die, zo gaf hij ootmoedig toe, justitie misschien ook wel wat aan zichzelf te danken heeft. Ik citeer hem: “De gerechtelijke wereld wordt al te vaak gezien als de knorrige dwerg uit Sneeuwwitje, terwijl hij veeleer zou moeten worden gezien als de edele Aladdin, weliswaar arm, maar met het ongelooflijke talent om dankzij zijn lamp de geest van Justitie te laten verschijnen.”
Het moet gezegd: er is op dat terrein al een hele weg afgelegd. Magistraten nemen vaker deel aan het maatschappelijk debat en vooral, er kwamen woordvoerders, zowel op het niveau van de rechtbanken als op het niveau van het parket.
De mediatisering van Justitie bracht ook een professionalisering van de communicatie met zich mee. Daarmee is een grote stap vooruit gezet. Sommige woordvoerders leveren uitstekend werk.
En toch ook dit. Begin deze maand organiseerde de vereniging van beroepsjournalisten een samenkomst met vertegenwoordigers van het college van hoven en rechtbanken en van het college van procureurs-generaal. Dat gebeurde in de plechtige zittingszaal van het Hof van Cassatie wat al iets zegt over de gewichtigheid.
Journalisten stellen een merkwaardige paradox vast. Voor hen wordt het soms moeilijker werken met de komst van woordvoerders. Dat heeft te maken met de organisatie van sommige woordvoerders maar het heeft vooral ook te maken met een formalisering van de relaties die door journalisten ook geïnterpreteerd wordt als een motie van wantrouwen.
Dat uit zich bv. ook in het opstellen van heuse contracten en protocollen.
De VVOJ, dat is de Vlaams-Nederlandse Vereniging van onderzoeksjournalisten hield recent een enquête onder haar leden waaruit bleek dat bijna twee op de drie bevraagde onderzoeksjournalisten vooral tegenwerking ervaren van woordvoerders.
Het is hier niet de plek om daar dieper op in te gaan maar ook dit gegeven zegt iets over de tijdsgeest.
Het geven van informatie is iets wezenlijk anders dan het bewaken van de reputatie.
Een beter begrip van het recht en van justitie moet wel best zo dicht mogelijk bij de realiteit blijven, niet bij de sociaal wenselijke realiteit. Het leven zoals het is. Niet het leven zoals het zou moeten zijn.
In Nederland ging Jan Moors vorige week met pensioen. De man was jarenlang rechter in nogal wat grote zaken, de zaak Wilders om er maar eentje te noemen. En hij was ook persrechter. Terugblikkend zegt hij dat twijfel essentieel is voor het beroep.
“Je moet niet te snel overtuigd zijn van jezelf.”
Goed dus dat mensen en dingen in vraag gesteld worden. Precies wat Hugo Lamon doet.
Ik sluit af waar ik begon, met de oneliner van zijn eerste column: “wekelijks 760 woorden en nog altijd is justitie niet gered.”
Exact dertig jaar geleden trok een witte mars door de Brusselse straten. Paul Marchal, de vader van een van de vermoordde meisjes, publiceerde recent zijn memoires. Toen hij op het koninklijk paleis werd uitgenodigd sprak hij de vorst aan. “Majesteit, al wat experten en ministers zullen voorstellen, tot wat moet dat dienen? Tot de uitbreiding van de bibliotheek? Dan hoeft het voor ons niet.”
Vrij vertaald: er wordt te veel gepraat, te weinig gedaan.
Dertig jaar later blijven die woorden overeind.
Alles gaat voorbij behalve het verleden, schreef de Leuvense rechtssocioloog Luc Huyse.
Er blijft werk aan de winkel. En net dat maakt Hugo Lamon ons elke week voor zo ver als nodig nog ’s heel duidelijk.
Ik dank u.
Dirk Leestmans 21 oktober 2026



0 reacties