John Maes

John Maes is advocaat strafrecht bij advocatenkantoor Metis te Antwerpen. Hij studeerde in 1990 af als licentiaat in de rechten (met grote onderscheiding) en begon zijn professionele loopbaan als aspirant assistent strafrecht (1990-1991). In zijn huidige functies is hij onder meer werkzaam als afgevaardigde van de Antwerpse balie bij de Orde van Vlaamse Balies (OVB) en als voorzitter van de commissie strafrecht bij de OVB. Daarnaast gebruikt hij zijn vakkennis als expert strafrecht namens België in het Criminal Law Committee van de CCBE. Hij is eveneens actief als docent strafprocesrecht van de advocaten-stagiairs van Antwerpen, Mechelen en Turnhout. Als auteur heeft John Maes meerdere publicaties inzake strafrecht op zijn naam staan.

Het hof van assisen is en blijft een controversieel onderwerp: je hebt voor- en tegenstanders. Een van de potpourriwetten had het de facto afgeschaft, waarop het Grondwettelijk Hof tussenkwam. Maar wat blijft er nog over van de rechtspraak door een volksjury?

Via een van de potpourriwetten was het mogelijk geworden dat alle misdaden konden gecorrectionaliseerd worden, ook de allerzwaarste. Het Grondwettelijk Hof heeft dat teruggefloten, zodat de allerzwaarste misdrijven opnieuw exclusief voor het hof van assisen zouden komen. De wetgever heeft daarop een paar ingrepen gedaan om de logge procedure wat te verlichten, maar dat lijkt niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Er werden een drietal kleine ingrepen doorgevoerd. De voorzitter van het hof van assisen kan nu bepaalde getuigen afwijzen wanneer het niet vaststaat dat de voorgedragen getuigen kennelijk kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding. Dus minder getuigen, in theorie althans. Verder worden de procedureproblemen – nietigheden en onregelmatigheden – naar voor geschoven. Deze mogen nu niet meer bij het begin van het debat worden aangevoerd, maar dat moet voor de zogenaamde preliminaire zitting gebeuren. Tot slot moet de akte van beschuldiging niet meer worden voorgelezen. Dit gebeurde in het verleden altijd door het openbaar ministerie bij het begin van de eerste dag.

Beroepsmagistraten

Veel lijkt dat niet te verhelpen aan de duurtijd van een proces. Je voelt wel dat de wetgever vecht met dat gegeven. Enerzijds zou men assisen het liefst afschaffen, anderzijds moet men het behouden. Men zal op een bepaald moment toch moeten beslissen in de ene of de andere zin.

Het hof van assisen is op dit moment eigenlijk al voor een groot stuk ondergraven. Met name de juryrechtspraak, de beslissing die genomen wordt door twaalf burgers,  is al zo goed als onbestaande: ook voor de schuldvraag beraadslagen de beroepsrechters intussen mee. Ze beslissen dan wel niet, maar ze gaan ook mee in die beraadslagingskamer. De facto is daar zeker een invloed, die we niet mogen ontkennen. De autonomie van die twaalf burgers bestaat dus nauwelijks nog. Zo gebeurt de straftoemeting allang enkel door beroepsmagistraten.

Het hof van assisen werd wel behouden, maar men kan zich de vraag stellen in welke mate dat zinvol is. Het zal een debat zijn waarmee we in de toekomst nog vaak zullen geconfronteerd worden.

Bekijk hier ook het interview inzake de assisenprocedure met meester John Maes:

John Maes

John Maes is advocaat strafrecht bij advocatenkantoor Metis te Antwerpen. Hij studeerde in 1990 af als licentiaat in de rechten (met grote onderscheiding) en begon zijn professionele loopbaan als aspirant assistent strafrecht (1990-1991). In zijn huidige functies is hij onder meer werkzaam als afgevaardigde van de Antwerpse balie bij de Orde van Vlaamse Balies (OVB) en als voorzitter van de commissie strafrecht bij de OVB. Daarnaast gebruikt hij zijn vakkennis als expert strafrecht namens België in het Criminal Law Committee van de CCBE. Hij is eveneens actief als docent strafprocesrecht van de advocaten-stagiairs van Antwerpen, Mechelen en Turnhout. Als auteur heeft John Maes meerdere publicaties inzake strafrecht op zijn naam staan.

Bekijk alle artikelen

3 reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Flauw.
    Is de reactie van de slechte verliezers.
    Waarom de competentie van de burgers systematisch blijven bekritiseren?
    Gezond verstand, dat telt dus niet meer mee?

    Nu nog een blunder aan de procedure toevoegen door de akte van beschuldiging niet meer voor te lezen. De “mensen” mogen dus nu zelfs niet meer weten voor wat iemand terechtstaat?

    Het Hof van Assisen wordt verstikt door de massale aanwezigheid van advocaten en partijen die graantjes meepikken mits totaal overbodige tussenkomsten en pleidooien. Tot tien burgerlijke partijen tegelijk over hetzelfde thema.
    De balie is de grote verantwoordelijke voor de trage gang van een assisenproces.
    Het is ooit anders geweest.

    Totaal niet akkoord met de stelling van een achtbaar man als John Maes wanneer die stelt dat de volksjury volledig in de greep zou zitten van de drie magistraten van het Hof die, inderdaad, sedert de zoveelste wetswijziging nu bij het beraad aanwezig zijn, zonder stemrecht.

    Waarom niet akkoord?
    Indien een voorzitter vandaag tijdens de beraadslaging in aanvaring zou komen met een volksjury, dan staat het ‘s anderendaags in de media.

    Laat dat de kern van de zaak zijn: een volksjury is vandaag zo mondig, zo onafhankelijk en zo kritisch geworden dat sommigen vinden dat ze moet afgevoerd worden.
    Monddood gemaakt, kritische stem minder.

    Gust Verwerft, gerechtsjournalist
    en mede de procedure voor GWH gevoerd om Hof van Assisen te behouden.

  • Volkomen eens met uw stelling.

    Mvg
    Stephaan Verhelst
    Voorzitter raadkamer Brugge

  • aan alle voorstanders van asssisen: wil U liever geopereerd worden door een loodgieter dan door een chirurg ? Dan mag U wat mij betreft ook berecht worden door ongeschoolde leken en niet door beroepsmagistraten . onafhankelijk oordelen over schuld en recht spreken laat men in een democratische samenleving van de 21e eeuw over aan mensen die daarvoor opgeleid zijn en niet aan “het volk”.
    Jan Dyck-Ere advocaat