Algemeen Bedrijfsjuristen Nieuws

5 vaak gestelde vragen rond Belgisch Auteursrecht

Geschreven door Jubel

Als advocaten en juristen auteursrecht worden wij met allerlei vragen rond auteursrecht geconfronteerd. Hieronder een antwoord op enkele van de meest voorkomende praktische vragen rond Belgisch auteursrecht.

1. Wat zijn de voorwaarden voor auteursrechtbescherming onder Belgisch recht?

Om voor auteursrecht bescherming in aanmerking te komen, moet een werk voldoen aan twee basisvoorwaarden:

Het werk moet een concrete vorm hebben:  een louter idee, concept of werkwijze kan in principe niet door het auteursrecht beschermd worden. De concrete uitdrukking van een idee komt wel in aanmerking voor bescherming. Teksten, afbeeldingen, muziek of videobeelden op websites, blogpagina’s of sociale media voldoen wel aan de vereisten van materialisatie.

Het werk moet een originele creatie zijn:  het moet gaan om een menselijke creatie die voldoende origineel is. Het juridische begrip ‘originaliteit’ wijkt sterk af van wat wij in het normale spraakgebruik als ‘origineel’ beschouwen. Het werk moet geen blijk geven van een bijzondere verbeeldingskracht of technische onderlegdheid. In juridische termen wordt vereist dat het werk getuigt van ‘de persoonlijkheid van de auteur’ of een ‘eigen intellectuele schepping’ van de auteur is. Over wat dit concreet inhoudt is al veel juridische inkt gevloeid, en de Europese en Belgische rechters zitten in dit verband niet altijd op dezelfde lijn. Belangrijk is dat de auteur minimale creatieve keuzes maakt en zijn of haar creatie niet louter door technische vereisten laat bepalen. Over het algemeen wordt gemakkelijk aan deze vereiste voldaan.

2. Moet je auteursrechten registreren?

Neen. Auteursrechtelijke bescherming ontstaat automatisch door de creatie van het originele werk. Het werk moet niet aan bepaalde formaliteiten van registratie voldoen om in aanmerking te komen voor bescherming. Ook moet het werk geen bepaalde lengte of esthetische/stilistische waarde hebben (maar hoe korter een werk is, hoe moeilijker het kan zijn om aan te tonen dat het voldoende origineel is – dit hang steeds af van de concrete omstandigheden).

3. Hoe lang duurt het auteursrecht?

In principe biedt het auteursrecht bescherming voor een periode tot 70 jaar na de dood van de auteur (als er meerdere auteurs zijn, wordt dit 70 jaar na de dood van de langstlevende auteur). Voor sommige sectoren heeft dit meer belang dan voor andere. 70 jaar na de dood van de auteur vervalt de auteursrechtelijke bescherming en komt het werk terecht in het ‘openbaar domein’ (‘public domain’). In tegenstelling tot wat sommigen denken, betekent ‘openbaar domein’ dus niet ‘alles wat publiek online beschikbaar is’, maar wel: werken waar geen auteursrecht meer op rust of die nooit onderhevig zijn geweest aan auteursrecht.

4. Wie is de “auteur” of de houder van de auteursrechten?

De auteur is in principe de fysieke persoon die het werk effectief creëert. Hij is de eerste houder van de auteursrechten, maar kan zijn vermogensrechten afstaan of overdragen aan een derde partij (bijvoorbeeld een uitgever, producent, klant, werkgever, een collectieve beheersvennootschap of de uitbater van een sociaal netwerk). Deze afstand of overdracht moet voldoen aan bepaalde criteria (zo moet dit vastgelegd worden in een schriftelijk en voldoende duidelijk contract – dit kan een arbeidscontract zijn). Een auteur kan zijn of haar morele rechten in principe wettelijk niet afstaan (deze regel is bedoeld om de auteurs te beschermen tegen sterkere marktpartijen). Als er meerdere auteurs zijn, krijgen deze allen auteursrecht op het gezamenlijke werk (dit kan bijvoorbeeld een website of een reclamecampagne zijn). Dit is wel enkel zo voor auteurs die een voldoende creatieve bijdrage hebben geleverd aan het werk (geen loutere technische bijdrage).

5. Wat is het verschil tussen “vermogensrechten” en “morele rechten”?

Het auteursrecht bestaat uit twee soorten rechten: vermogensrechten en morele rechten.

De vermogensrechten houden in dat een auteur het exclusieve recht heeft om zijn of haar werk te exploiteren. Enkel de auteur heeft dus het recht om kopieën of andere reproducties of adaptaties van het werk te maken. Ook kan alleen de auteur het werk meedelen aan het publiek.

De morele rechten houden in dat een auteur de persoonlijke band tussen hemzelf en zijn of haar werk kan beschermen. Dit betekent concreet dat enkel de auteur het recht heeft om het werk voor het eerst publiek te maken (divulgatierecht), dat de auteur steeds het recht behoudt om als auteur van het werk erkend te worden (vaderschapsrecht), en dat de auteur zich kan verzetten tegen wijzigingen aan het werk (integriteitsrecht). Daar waar de vermogensrechten vaak door de auteur aan een andere partij worden afgestaan, is dit wettelijk niet mogelijk voor de morele rechten

Lees hier voor meer informatie in verband met Belgisch auteursrecht.

Bart Van Besien
Advocaat Auteursrecht bij Finnian & Columba

Voor vragen rond auteursrecht: neem gerust contact op!

Dit artikel is het eerste deel van een tweedelige publicatie. Het vervolg vindt u volgende week op Jubel.be.

Opmerking plaatsen

X