Expertise Nieuws

Wijziging Wet Aanvullende Pensioenen: aanvullend sectorpensioenstelsel mogelijk in de overheidssector

Véronique Pertry
Geschreven door Véronique Pertry

In de private sector bestaat het wettelijk kader voor aanvullende sectorpensioenstelsels al sinds 2003. De Wet Aanvullende Pensioenen  (“WAP”) laat immers toe dat paritaire (sub) comités via cao’s aanvullende pensioenenstelsels op sectorniveau tot stand brengen.  Een paritair beheerde rechtspersoon aangeduid in de cao, treedt dan op als de juridische eindverantwoordelijke van het aanvullend pensioenstelsel, m.a.w. als inrichter ervan.

De WAP had dit dus mooi geregeld voor de werkgevers die onder de wet van 5 december 1968 (“cao-wet”) ressorteerden, maar overheidswerkgevers vallen in de regel niet onder de cao-wet.

Afstemming op de publieke sector…

De wet van 30 maart 2018 had o.m. als doel om aanvullende pensioenen in de publieke sector voor het contractueel personeel te faciliteren. Dat was nodig omdat diezelfde wet ook de zogenaamde “gemengde pensioenen” invoerde in de publieke sector.  Hierdoor bouwen contractuele personeelsleden bij de overheid voor dat deel van hun loopbaan onder arbeidsovereenkomst,  nog uitsluitend rechten op een wettelijk pensioen in het werknemersstelsel op en niet meer op een overheidspensioen alsof ze toen reeds vastbenoemd statutair personeelslid waren.  Indien een contractueel personeelslid later vastbenoemd wordt, ontvangt het personeelslid naderhand een “gemengd pensioen”, d.w.z. een werknemerspensioen voor het deel van de loopbaan als werknemer en een overheidspensioen als vastbenoemde statutair voor het deel van de loopbaan tijdens hetwelk de betrokkene vastbenoemd is geweest. Enkel personeelsleden die vastbenoemd werden vóór 1 december 2017 ontsnappen aan de nieuwe regeling. In die context is het aldus goed te begrijpen dat de wetgever de opbouw van aanvullende pensioenen voor contractuelen wil bevorderen. De wet van 30 maart 2018 paste daarom de WAP aan om deze meer af te stemmen op de publieke sector zodat een inhaalbeweging voor die sector qua aanvullend pensioen gefaciliteerd werd.

maar meerdere inrichters zijn hinderpaal

Probleem was dat ook na de wet van 30 maart 2018 het juridisch-technisch moeilijk bleek om bv.  alle contractuelen die ressorteerden onder de federale staat eenzelfde aanvullende pensioentoezegging te laten genieten met slechts één enkele inrichter, zodat werknemers niet gehinderd werden in hun mobiliteit tussen overheidswerkgevers.  Niet alle bedoelde contractuelen hadden immers eenzelfde juridische werkgever.  De WAP kende wel sectorplannen waar meerdere werkgevers onder één stelsel met slechts één inrichter ressorteren, maar enkel voor werkgevers die vallen onder de cao-wet.  Overheidswerkgevers vallen hier normaal niet onder.  De WAP kent ook multi-inrichtersstelsels waar meerdere werkgevers hun identieke pensioentoezeggingen juridisch verbinden, maar dit blijft een vrij complexe regeling omdat elke werkgever juridisch de inrichter van zijn eigen plan blijft.

Dezelfde problematiek van een veelheid van onderscheiden juridische entiteiten bestaat uiteraard niet alleen op het niveau van de federale staat als werkgever, maar ook op andere niveaus, zoals op Vlaams, Brussel of Waals niveau en zelfs op het niveau van de lokale besturen.

Wet van 13 april 2019: één inrichter voor meerdere openbare werkgevers

De wet van 13 april 2019 houdende diverse bepalingen inzake pensioenen, werkt dit ongemak weg: voortaan kan een openbare werkgever de rol van inrichter op zich nemen ten gunste zijn eigen personeel, maar ook ten gunste van het contractueel personeel van andere publiekrechtelijke rechtspersonen.  Op deze manier kan dus een aanvullend pensioenplan tot stand komen voor meer dan één overheidswerkgever dat slechts één stelsel is met slechts één inrichter.  Dergelijk stelsel kan op sectorniveau, maar ook voor meer dan één sector of voor meer dan één werkgever, worden opgezet.

De overstap van een werknemer van de ene openbare werkgever naar de andere die beide onder hetzelfde aanvullend pensioenstelsel ressorteren,  wordt door de WAP bovendien niet beschouwd als een “uittreding”, waardoor het mogelijk is voor de betrokkene om zonder onderbreking onderworpen te blijven aan het stelsel. Het aanvullend pensioen staat bijgevolg de mobiliteit niet de weg.

Juridische verantwoordelijkheid

De juridische eindverantwoordelijkheid voor het aanvullend pensioenstelsel ligt natuurlijk bij de enige inrichter, die dus zal moeten instaan voor alle juridische verplichtingen die het pensioenreglement en de WAP ten laste leggen van de inrichter. Zo zal de enige inrichter ervoor moeten zorgen dat hij de voorafgaande adviesprocedures correct doorloopt. Hij zal ook moeten instaan voor o.m. de betaling van de verschuldigde bijdragen, voor de rendementsgarantie van artikel 24 WAP, voor het aanwezig zijn van de vaste prestatie (bij een vaste prestatieregeling), en in het algemeen rust op de inrichter de verplichting ervoor te zorgen dat de aanvullende toezegging in lijn is met de WAP.

Het is ook de verantwoordelijkheid van de inrichter om de uitvoering van het aanvullende pensioenstelsel te externaliseren bij een pensioeninstelling. De externalisering zou normaal ook makkelijker moeten kunnen verlopen: slechts één inrichter-contractpartij als verzekeringsnemer, slechts één inrichter-bijdragende onderneming als lid van het IBP (Instelling voor Bedrijfspensioenvoorziening, ook wel pensioenfonds genoemd).

Voorwaarden en bevoegdheden

De inrichter zelf moet voor wat betreft de Wet Aanvullende Pensioenen enkel voldoen aan de voorwaarde dat hijzelf ook een openbare werkgever is, d.w.z. een rechtspersoon niet onderworpen aan de cao-wet. Voor de zekerheid moet er toch nog op gewezen worden dat de WAP  geen regels omvat die de inrichter zouden toelaten om de door hem betaalde pensioenpremies “door te rekenen” naar de eigenlijke werkgever. Een openbare werkgever die als inrichter een pensioentoezegging tot stand brengt, stelt zich trouwens best ook de vraag of hij wel de bevoegdheid heeft om de arbeidsvoorwaarden te bepalen van het personeel waarvoor hij de toezegging wil doen.

Voordelen

Deze versoepelde wettelijke omkadering zou het aanvullend pensioen als arbeidsvoorwaarde makkelijker moeten maken in de publieke sector omdat het nu mogelijk is om deze arbeidsvoorwaarde voor een gehele sector ineens in te voeren, in plaats van per werkgever. Ook de opvolging qua beheer versoepelt de facto aanzienlijk indien er slechts één inrichter is. De regels i.v.m. wie inrichter mag zijn, zijn nu zelfs soepeler in de publieke dan in de private sector.

En zo bestaat nu ook het wettelijk kader om bij de overheid sectorpensioenstelsels te zien tot stand komen, weliswaar via een andere techniek dan in de private sector, maar met dezelfde doelstelling, nl. het voordeel van het aanvullend pensioen op eenvoudige wijze aan grote groepen werknemers kunnen toekennen.

Eerdere bijdragen over het nieuwe Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers (VAPW) en de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ) kunt u hier lezen.

 

Véronique Pertry

Benieuwd naar uw eigen opgebouwde pensioenrechten? Bekijk hier het Advocatennet-interview met Véronique Pertry over de mogelijkheden van de online databank mypension.be:

1 Comment

  • Geachte meester Pertry,
    Sinds de bedragen van het aanvullend pensioen zichtbaar zijn op mypension en er geen jaarlijkse overzichten meer verzonden worden zijn de bedragen voor het aanvullend pensioen behoorlijk naar beneden gegaan, zowel het bedrag bij eenmalige uitkering alsook de maandelijkse uitkering als daarvoor gekozen zou worden. Als oorzaak wordt een Verhoging van het wettelijk pensioen opgegeven.
    Het kapitaal bij leven is met 25% gedaald.
    Het bedrag van een eventuele maandelijkse uitkering is gehalveerd.

    Met de meeste hoogachting

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.