Jubel Talks II WVV-2

Véronique Pertry

Véronique Pertry

Véronique Pertry's praktijk focust op arbeidsrecht (individueel en collectief), socialezekerheidsrecht en pensioenen. Véronique heeft bijzondere interesse voor sociaal recht in de publieke sector en herstructurering met gevolgen voor de werknemers in de private en publieke sector. Ze heeft een uitgebreide praktijkervaring ontwikkeld m.b.t. (sociale) grondrechten in het algemeen en gelijke behandeling in het bijzonder.

Zij is partner van de associatie Eubelius Advocaten sinds februari 2007 en lid van de Brusselse balie sinds 1998.

Véronique is licentiaat in de rechten aan de Vrije Universiteit te Brussel (1986) en bijzonder licentiaat in het sociaal recht aan de Université Libre de Bruxelles (1988).

Zij startte haar loopbaan als assistent arbeidsrecht aan de VUB. Vanaf 1989 was zij actief eerst als juridisch adviseur, daarna als advocaat in het domein van arbeidsrecht en sociaalzekerheidsrecht, en pensioenen.

Tussen 2002 en 2016 doceerde zij arbeidsrecht in de Master na Master Ondernemingsrecht aan de Universiteit Antwerpen. Zij is sinds 2014 Law and Criminology fellow aan de VUB en sinds 2014 ere-fellow

Zij is lid van de Raad van Bestuur en voorzitter van het Directiecomité van de Voorzorgskas voor Advocaten, Gerechtsdeurwaarders en andere zelfstandigen, wat haar een bijkomende praktijkervaring verschaft voor wat pensioenfondsen betreft. Zij is ook bestuurslid van de Vereniging Sociaal Recht Brussel en van de Belgian Pension Lawyers Association.

Zij wordt aanbevolen door diverse vooraanstaande internationale juridische directories (o.a. Legal Experts, Practical Law Global, Chambers Europe, Legal 500).

Véronique geeft regelmatig lezingen en publiceert voornamelijk in het domein van collectief arbeidsrecht, pensioenen, grondrechten en gelijke behandeling.

© profielafbeelding: Thierry Geenen

Nu het minimumpensioen geleidelijk zou opgetrokken worden naar 1.500 euro netto voor een volledige loopbaan, met een pro rata bij een loopbaan van minder dan 45 jaar, zouden we het bijna vergeten dat op 1 december 2020 de overgangsperiode afloopt voor werknemers en zelfstandigen die hun studiejaren zouden willen afkopen om zo hun wettelijk pensioen te verhogen. De regeling voor ambtenaren bespreken we hier niet.

door Chantal Hendrickx & Véronique Pertry

Werknemers en zelfstandigen die hun diploma behaalden voor 1 december 2007 kunnen nog tot 30 november 2020 hun aanvraag indienen om hun studiejaren vanaf hun 20ste verjaardag af te kopen aan een voordeelforfait. Na deze datum is het nog steeds mogelijk om studiejaren af te kopen maar dan tegen een (hoger) bedrag na een actuariële berekening.

Het forfaitair bedrag tijdens de overgangsperiode bedraagt in 2020 per 12 maanden af te kopen studie 1.560,60 euro. Dat is hetzelfde bedrag dat werknemers en zelfstandigen betalen voor de afkoop van een studiejaar binnen de 10 jaar na het behalen van het diploma.

Waarom zou iemand studiejaren afkopen?

Elk afgekocht studiejaar levert een forfaitaire verhoging van het bruto pensioenbedrag op van 277,44 euro bruto per jaar bij een pensioen als alleenstaande en 346,80 euro bruto per jaar bij het gezinsbedrag.

Opgelet, dit bedrag kan mogelijks verminderd worden door een samenspel met andere berekeningsregels, zoals de beperking door de regels over de eenheid van loopbaan die o.m. spelen wanneer iemand tegelijk wettelijke pensioenen in meerdere stelsels opgebouwd heeft.

Op www.mypension.be kan iedereen simulaties maken over het effect dat de afkoop van studiejaren zou hebben op het pensioenbedrag, uiteraard in de huidige stand van de pensioenwetgeving.

Het afkopen van studiejaren heeft enkel een impact op het pensioenbedrag. Het heeft geen impact op het moment waarop iemand met vervroegd pensioen kan gaan.

Welke studiejaren afkopen?

Kort gezegd zijn het de jaren van hoger onderwijs. De studie moet wel voor de cyclus afgerond worden met een diploma. Studieperioden die resulteren in een doctoraatsthesis tellen ook mee voor maximum twee jaar. Er kunnen voor een studie niet meer jaren worden geregulariseerd dan het minimum aantal jaren nodig om het diploma te behalen.  Bisjaren dus niet. Het is evenmin mogelijk om meerdere diploma ’s van hetzelfde niveau te regulariseren.

Regulariseren als zelfstandige of als werknemer?

Dit hangt af van het stelsel waarin de betrokkene werkt op het moment van zijn aanvraag.

Hoe regulariseren?

Wie wil regulariseren moet hiertoe een aanvraag indienen via www.mypension.be en dit dus voor 1 december 2020 om van het voordeeltarief te genieten.

Bijdragen zijn fiscaal aftrekbaar

Er is voorzien in een fiscale incentive voor het afkopen van studiejaren: de bijdrage die men betaalt, ongeacht of men werknemer of zelfstandige is, is aftrekbaar als ‘niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen’ (code 1257/2257).  Voor zelfstandigen, die hun beroepskosten bewijzen, kwalificeert de bijdrage als een aftrekbare beroepskost.

Latere uitkering: belastingdruk getemperd door nieuwe belastingvermindering

Elk afgekocht jaar geeft in principe recht op de reeds vermelde forfaitaire stijging van het wettelijk pensioen. Deze bedragen zijn uiteraard brutobedragen. Pensioenen zijn progressief belastbaar (max. 50%, verhoogd met gemeentelijke opcentiemen). Hoeveel netto zal overblijven, wordt bepaald in de mate dat de voorziene belastingverminderingen van toepassing zijn.

Basisbelastingvermindering en aanvullende vermindering

Met de wet van 23 maart 2019[1] (“jobsdeal”) heeft de wetgever gesleuteld aan de belastingvermindering teneinde de zgn. fiscale pensioenval weg te werken. Deze val had tot gevolg dat een verhoging van het pensioen (door afkoop studiejaren) toch tot minder nettopensioen leidde. Genoemde wet integreert de ‘bijkomende’ belastingvermindering voor pensioenen, vervangingsinkomsten en ziekte- en invaliditeitsvergoedingen in de gewone belastingvermindering (art. 147 tot 153 WIB 92). Voor pensioenen en andere vervangingsinkomsten wordt voortaan naast de gewone basisbelastingvermindering ook voorzien in een aanvullende vermindering.  Dit betekent dat als het netto-inkomen uitsluitend uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten bestaat, de belastingplichtige recht heeft op een basisvermindering van  1.828,41 euro (geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2021) en een aanvullende vermindering van 376,18 euro. De aanvullende vermindering wordt lineair afgebouwd wanneer het pensioeninkomen tussen 16.170,00  euro en 23.710,00  euro ligt. Pensioenen hoger dan 23.710,00 euro (Aj. 2021) genieten geen aanvullende vermindering.

Concreet betekent dit dat indien het ‘extra pensioen’ het totale pensioen niet boven de 16.170,00 euro doet uitkomen, de maximale belastingvermindering geldt. Deze belastingvermindering neutraliseert volledig de belasting, zodat de betrokkene géén belasting hoeft te betalen. Voor deze groep belastingplichtigen loont het fiscaal alvast zeker de moeite om studiejaren af te kopen. Wanneer het wettelijk pensioen door de ‘verhoging’  tussen 16.170,00 euro en 23.170,00 euro bedraagt, dan zal men naast de basisvermindering van 1.828,41 euro een pro rata berekende aanvullende vermindering (fractie van 376,18 euro) genieten. Wanneer het wettelijk pensioen hoger wordt dan 23.170,00 euro, blijft het bij de basisvermindering van 1.828,41 euro.

Afkopen of niet?

Zelfs minder dan een maand voor de deadline is het antwoord niet eenduidig te geven. De simulatietool op mypension.be geeft een indicatie. Feit is dat vanaf 1 december 2020 het regulariseren van oudere studiejaren merkelijk duurder wordt dus het is nu of nooit. De kost en het brutorendement van de investering zijn gekend, maar een aantal onbekende variabelen (inzake pensioenwetgeving en fiscaliteit) hebben hun impact op het eindresultaat. Het loont zeker de moeite om te vergelijken met een identieke investering in een tweede pijler-regeling (als zelfstandige : VAPZ, IPT) of zelfs in een derde pijler-regeling (pensioensparen). Die stelsels leveren een pensioen op, in kapitaal of in rente, overdraagbaar of niet, in functie van de rendementen van de belegging van de betaalde premies. Vandaag zijn deze rendementen niet onmiddellijk fenomenaal.  Sociale en fiscale regels beïnvloeden het netto verder. Simulaties tonen aan dat de afkoop van enkele studiejaren (vóór 1 december) voor 50-plussers eerder interessant lijken in vergelijking met eenzelfde investering in een rente-uitkerend tweede pijler-product uitgaande van een normale levensverwachting. Individuele overwegingen en vertrouwen in de “afkoopinvestering”, in het bijzonder in de sociaal- en fiscaalrechtelijke omkadering van de afkoop en de alternatieven, zullen o.i. de doorslag geven of iemand ook aan afkoop van studiejaren een plaats wil geven in zijn persoonlijk pensioenenbouwpakket .

Chantal Hendrickx & Véronique Pertry

referenties:

[1] Wet van 23 maart 2019 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor wat betreft de fiscale bepalingen van de jobsdeal, B.S., 5 april 2019 (art. 13 t.e.m. 19).

Dit bericht verscheen eerder als bijdrage op LinkedIn. Bekijk het oorspronkelijke artikel hier.

 

Véronique Pertry

Véronique Pertry

Véronique Pertry's praktijk focust op arbeidsrecht (individueel en collectief), socialezekerheidsrecht en pensioenen. Véronique heeft bijzondere interesse voor sociaal recht in de publieke sector en herstructurering met gevolgen voor de werknemers in de private en publieke sector. Ze heeft een uitgebreide praktijkervaring ontwikkeld m.b.t. (sociale) grondrechten in het algemeen en gelijke behandeling in het bijzonder.

Zij is partner van de associatie Eubelius Advocaten sinds februari 2007 en lid van de Brusselse balie sinds 1998.

Véronique is licentiaat in de rechten aan de Vrije Universiteit te Brussel (1986) en bijzonder licentiaat in het sociaal recht aan de Université Libre de Bruxelles (1988).

Zij startte haar loopbaan als assistent arbeidsrecht aan de VUB. Vanaf 1989 was zij actief eerst als juridisch adviseur, daarna als advocaat in het domein van arbeidsrecht en sociaalzekerheidsrecht, en pensioenen.

Tussen 2002 en 2016 doceerde zij arbeidsrecht in de Master na Master Ondernemingsrecht aan de Universiteit Antwerpen. Zij is sinds 2014 Law and Criminology fellow aan de VUB en sinds 2014 ere-fellow

Zij is lid van de Raad van Bestuur en voorzitter van het Directiecomité van de Voorzorgskas voor Advocaten, Gerechtsdeurwaarders en andere zelfstandigen, wat haar een bijkomende praktijkervaring verschaft voor wat pensioenfondsen betreft. Zij is ook bestuurslid van de Vereniging Sociaal Recht Brussel en van de Belgian Pension Lawyers Association.

Zij wordt aanbevolen door diverse vooraanstaande internationale juridische directories (o.a. Legal Experts, Practical Law Global, Chambers Europe, Legal 500).

Véronique geeft regelmatig lezingen en publiceert voornamelijk in het domein van collectief arbeidsrecht, pensioenen, grondrechten en gelijke behandeling.

© profielafbeelding: Thierry Geenen

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.