Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Rechter op rust Walter De Smedt stelt vast dat dossiers met een politieke of geloofsgebonden inslag niet meer tot bij de strafrechter raken, schrijft hij in onderstaand opiniestuk. Wat is de rol van het openbaar ministerie hierin?

Justitieminister Vincent Van Quickenborne (Open Vld) verklaarde in Knack van 22 februari 2022 : “Vertrouwen in justitie en geloof in de rechtsstaat bij de burgers zijn cruciaal voor het voortbestaan ervan.” Zelfs al is dat vertrouwen intussen gestegen van 21% naar 34% dan is dat voor een rechtsstaat geen resultaat om fier op te zijn. Vertrouwen komt evenwel niet vanzelf. Het kan enkel komen indien er toezicht mogelijk is op wat justitie doet: recht moet zichtbaar gebeuren. Er is toezicht op al wat een rechter doet. Dat gebeurt door tussenkomst van het parket, de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling, en vooral door de behandeling in een openbaar en tegensprekelijk debat voor de strafrechter. Buiten het gezag van de justitieminister en de procureurs-generaal is er geen soortgelijk toezicht meer op het openbaar ministerie. Gezien de opdrachten en bevoegdheden van dat openbaar ministerie gevoelig werden verhoogd is dat een knelpunt dat aandacht verdient.

Seponeren, zonder gevolg rangschikken, bestond niet

In de Napoleontische codificatie was er een duidelijke en evenwichtige verdeling van opdrachten en bevoegdheden. Het parket had een opsporings- en een vervolgingsplicht. Seponeren, zonder gevolg rangschikken, bestond niet. Het onderzoek was een rechterlijke opdracht. Dat had tot gevolg dat er op wat het openbaar ministerie deed er een dubbel toezicht was: één door de rechter en één door de openbare behandeling voor de rechter. Uit de mogelijkheid om de openbare vordering te laten verjaren ontstond de gewoonte om het dossier vroegtijdig te rangschikken. Intussen maakte de parketmagistratuur ook gebruik van de bevoegdheid als officier van gerechtelijke politie om de opsporingsplicht uit te breiden tot een opsporingsonderzoek. Door deze nieuwe vormen van afhandeling verviel het dubbel toezicht op het openbaar ministerie en werd geen aangepast toezicht gemaakt. Niet vervolgen is echter een even belangrijke beslissing als het wél te doen. Een geseponeerd opsporingsonderzoek blijft binnen de vertrouwelijkheid van de parketstructuur. De wet Franchimont erkende deze gewoonterechtelijke wijze van afhandeling omdat de burger de mogelijkheid behield om er zich door een burgerlijkepartijstelling of een rechtstreekse dagvaarding tegen te verzetten. Maar welke burger weet dat? En wie heeft er het geld voor? Waarom wilden de justitieminster en de procureurs-generaal het afschaffen?

In de wet Franchimont werd getracht het knelpunt m.b.t. de in het strafproces betrokken actoren op te lossen door de opdrachten en bevoegdheden te verfijnen. De opsporingsplicht van de procureur bleef gehandhaafd. De plicht tot vervolging werd een recht. De opdracht van de onderzoeksrechter werd omschreven als de te nemen maatregelen die de rechtscolleges in staat moeten stellen met kennis van zaken te oordelen. Deze opdracht was het gevolg van de vaststelling dat er in het onderzoek naar de overvallenreeks van de Bende van Nijvel (1982-1985) niet vanuit dit doel was gewerkt en het parket een overmacht had betoond bij het bepalen van de onderzoekspistes en de onderzoeksstrategie. Deze wettelijke bevestiging van de rechterlijke opdracht werd echter niet door iedereen aanvaard. In de wet op het politieambt werd het vooronderzoek in twee gesneden en werd de politieoperatie onder het enkel gezag van de politiemeerdere geplaatst.

Het Vast Comité P, de nieuwe toezichtsvorm op de werking van de politie, maakte een vervalst verslag waarin de bekentenissen van de verhoorde rijkswachters werden weggelaten en de Rijkswacht werd vrijgepleit

In het parlementair onderzoek van de Dutroux-zaak werd aangetoond tot wat dat kan leiden. Het Vast Comité P, de nieuwe toezichtsvorm op de werking van de politie, maakte een vervalst verslag waarin de bekentenissen van de verhoorde rijkswachters werden weggelaten en de rijkswacht werd vrijgepleit. Daarom moest het parlement het onderzoek overdoen. Dat besloot naar waarheid dat de operaties Othello en Décimes, de observatie van de huizen van Marc Dutroux, voor de onderzoeksrechter geheim werden gehouden. Aan de door drie leden van het comité gepleegde feiten werd geen gevolg gegeven. Het onderzoek over deze vervalsing werd door de procureur-generaal ‘geseponeerd’.

Hoewel nu ook de inlichtingendiensten een gerechtelijke opdracht hebben verkregen en die samen met de politiediensten werkzaam zijn op hetzelfde terrein, ook dat van de enkele bedreiging, en met dezelfde ‘Bijzondere Methoden’, werd enkel in een bestuurlijk en geheel afgeschermde vorm van toezicht voorzien. Het draait hier om een bestuurlijke commissie die geen rechterlijke bevoegdheden heeft en geheel buiten de gerechtelijke organisatie werkt. Bovendien zijn belangrijke gerechtelijke onderzoeken voor een groot deel operaties geworden. De afwezigheid van rechterlijk toezicht in de wijze van afhandeling hierin, waarbij grondwettelijk beschermde vrijheden worden geschonden, is erg problematisch.

Vertrouwelijk akkoord

De oorspronkelijk afkoopwet ging nog heel wat verder en gaf aan het openbaar ministerie een quasi-rechterlijke bevoegdheid. Zelfs zaken die reeds onder de strafrechter lagen konden door de enkele beslissing van een parketmagistraat van de rechter worden afgetrokken. Er ontstond een nieuwe wijze van afhandeling die geheel tegengesteld was aan de vereisten van het eerlijk proces. Alles werd afgedaan in een vertrouwelijk akkoord tussen de procespartijen zonder enig rechterlijk toezicht. Na een tussenkomst van het Grondwettelijk Hof werd dit “daadwerkelijk” rechterlijk toezicht hersteld. De andere vereiste, dat recht ook zichtbaar moet gebeuren, werd echter niet ingevuld. Het toezicht door de onderzoeksgerechten gebeurt immers met gesloten deuren.

Hebben deze hervormingen voor een betere justitie gezorgd? Uit alle grote dossiers blijkt het tegendeel

Buiten deze procesrechtelijke beschouwingen moet ook gekeken worden naar de feitelijke gevolgen. Hebben deze hervormingen voor een betere justitie gezorgd? Uit alle grote dossiers blijkt het tegendeel. Wie bepaalt in het Bendedossier de onderzoekspistes en de onderzoeksstrategie? Het federaal parket verkreeg de bevoegdheid, ambtshalve, andere dossiers naar zich toe te trekken. De justitieminister verkreeg het monopolie over het gehele strafrechtelijk beleid, het openbaar ministerie mag er enkel een niet-bindend advies in geven maar is wel verplicht de ministeriële richtlijnen uit te voeren.

Hoewel het parket aanvankelijk een gerechtelijk onderzoek vorderde in de Fortis-zaak en de onderzoeksrechter zeven ex-bestuurders in verdenking had gesteld, meende het parket dat er onvoldoende bewijzen waren voor de misdaad valsheid in geschriften zodat ook de andere wanbedrijven door verjaring kwamen te vervallen. Na een opsporingsonderzoek van twee jaar vorderde het parket een onderzoeksrechter in de Dexia-zaak. Voor de raadkamer zag het parket geen reden meer tot vervolging. De Publifin-commissie maakte na een langdurig en diepgaand onderzoek een lijst met de mogelijk gepleegde misdrijven over aan het parket. Advocaat-generaal Paul Catrice schreef daarover een brief aan de betrokkenen: "Het openbaar ministerie heeft beslist om de verdachten niet voor de correctionele rechtbank te dagen. We denken dat we de eenvoudige minnelijke schikking aan allen kunnen voorstellen".

In de artikelenreeks van het onderzoeksmedium Apache werden op grond van documenten en verklaringen ernstige en samenlopende elementen aangebracht die wezen op misdrijven binnen de Antwerpse bouwpromotor Land Invest. Na een kort opsporingsonderzoek werd het dossier door het parket geseponeerd. In het parlementair onderzoek op de Kazachgate kwam vast te staan dat de Brusselse procureur-generaal de afkoop had toegestaan, hoewel de wet nog moest worden gestemd en er op het advies van de Raad van State gewacht werd. De Antwerpse procureur-generaal moest er in bekennen dat hij gelogen had en hij wél met de advocaten van de diamantairs overlegde om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

3M, Operatie Kelk, Fortis, Kazachgate

De raad van bestuur van BAM-LANTIS, de bouwheer van de Oosterweel werken, maakte een dagvaarding om 3M in schadevergoeding voor de rechter te brengen. Na overleg binnen het ‘Politiek Sturingscomité’, een feitelijke samenkomst van de voogdijministers en vertegenwoordigers van de stad, werd een geheime dadingovereenkomst opgesteld. In die overeenkomst werd tegen de Europese regelgeving in en met miskenning van het eigen Vlaams decreet gehandeld. De verplichting om de gehele schade door de vervuiler te doen betalen werd niet enkel miskend maar zelfs omgedraaid. Dat dergelijke handeling als een samenspanning van ambtenaren kan worden bekeken, was het Antwerps parket wellicht ontgaan.

Wat hebben de parketten gedaan met de veelvuldige dossiers over pedofilie binnen de Kerk? In de operatie Kelk werden de in beslag genomen overtuigingsstukken lopende het onderzoek terug gegeven. Wat deed het parket er aan? Uit de lezing van een veertig jaar oud dossier over de verdwijning van zuster Gaby bleek dat het parket te Dendermonde het dossier gedurende acht jaar in eigen handen hield, getuigenverklaringen zonder gevolg bleven en een duidelijke onderzoekspiste werd miskend.

In voorgaande voorbeelddossiers gaat het steeds om hetzelfde fenomeen: de ontwijking van een openbaar en tegensprekelijk debat voor de strafrechter waarin iedere partij zijn zeg kan doen, er openbaar toezicht is, en er een rechterlijke uitspraak komt over schuld en boete. Van een toepassing van het eerlijk proces en van het principe dat recht zichtbaar moet worden gedaan is hier geen sprake meer. In de plaats komt een vertrouwelijke afhandeling waarin één procespartij de hoofdrol speelt. Het parket spoort op en onderzoekt zelf, vervolgt of vervolgt niet meer, seponeert of maakt een schikking. Het gevolg is erg zichtbaar. Dossiers met een politieke of geloofsgebonden inslag geraken niet meer tot bij de strafrechter. Als er nadien wat van in de media komt omdat verbolgen partijen gebruik maken van stukken uit het dossier wordt er vervolgd voor misbruik van inzagerecht.

Wat schiet er nog over van wat wij uit de Verlichting, de Revolutie en het Keizerrijk hebben geërfd?

In welk strafrechtsysteem zijn wij terecht gekomen? Wat schiet er nog over van wat wij uit de Verlichting, de Revolutie en het Keizerrijk hebben geërfd? Omdat ook het definitief onderzoek op de openbare zitting een uitzondering is geworden, is de tussenkomt van de strafrechter, wanneer die niet kan vermeden worden, beperkt tot de enkele vraag of de vordering van het openbaar ministerie al dan niet moet worden bevestigd.

Ook de nieuwe wijze van onderzoek door een politiek-bestuurlijk orgaan kent dezelfde ondoelmatigheid. De Fortis-commissie verviel in een spel van meerderheid tegen minderheid, waarbij de conclusies en de aanbevelingen van de meerderheid zeer sterk afweken van die van de oppositie. De afwijkende meningen kwamen echter in het rapport niet aan bod. Senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) riep de commissie op om gewoon te stoppen met de werkzaamheden, “in het belang van de instellingen” . De Kamercommissie Financiën verwierp de verschillende wetsvoorstellen van N-VA, Ecolo-Groen, Vlaams Belang en FDF tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie op het Dexia-schandaal.

Advocaat Walter Van Steenbrugge verklaarde in een interview in Knack waarom Operatie Kelk zoveel tegenstand kreeg: er zat massaal kinderporno tussen en het Federaal Parket was tegen de aanwending van de in beslag genomen stukken, misschien omdat er magistraten waren die hun benoeming te danken hebben aan de kerk en de katholieke partij. Dit is een wel erg verregaande verdachtmaking. Kan die zo maar zonder gevolg blijven? Parketmagistraten die hun onafhankelijkheid en hun onpartijdigheid opzijzetten om de belangen van de kerk te dienen, te beletten dat aanwijzingen – misschien zelfs bewijzen – van kindermisbruik tot in de hoogste regionen van de kerk worden onderzocht, en in openbare zitting voor de rechter komen? De parlementaire commissie stelde vast dat de tussenkomst van justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V) een gevaarlijk precedent uitmaakte, maar dat het met goede trouw gebeurde.

Het is dezelfde vraag die ook het voorwerp uitmaakt van het parlementair onderzoek over Kazachgate. Daarin werden duidelijke aanwijzingen gevonden: ook daar schoven parketmagistraten hun opdracht tot vervolgen opzij en lobbyden zij met de verdachten om de zaak niet tot bij de rechter te moeten brengen.

In het Oosterweel-dossier zijn er ernstige en samenlopende aanwijzingen voor het misdrijf van samenspanning van ambtenaren. Wat doet het openbaar ministerie er aan?

Hoewel het openbaar ministerie ‘the lead’ in de belangrijke dossiers claimt, wordt die, als het om politiek gevoelige dossiers gaat, omgezet in een ware ‘pleinvrees’. Het Borealis-onderzoek kwam er pas nadat een gewezen arbeidsauditeur het publiekelijk aan de klok had gehangen. In het Oosterweel-dossier zijn er ernstige en samenlopende aanwijzingen voor het misdrijf van samenspanning van ambtenaren. Wat doet het openbaar ministerie er aan?

Aan het statuut van de rechter hoeft niet gewerkt te worden. Dat is universeel en grondwettelijk bepaald. Anders is het met het statuut van de parketmagistraat. De spanning tussen zijn opdracht als de enerzijds onder versterkt ministerieel gezag geplaatste vervolgingsambtenaar en anderzijds de onafhankelijk en onpartijdig onderzoeksmagistraat is gevoelig toegenomen. De uitbreiding van zijn opdrachten en bevoegdheden maakte een eind aan het dubbel toezicht en is niet gepaard gegaan met een daaraan aangepast toezicht. Bovendien heeft het parket ook nooit toepassing gemaakt van de door de wet Franchimont gegeven mogelijkheid om wanneer het openbaar belang het vereist zelfs bij de lopende onderzoeken dienstige mededelingen te doen, zelfs wanneer een parlementaire onderzoekscommissie daarop aandrong. De burger is echter niet zo dom als wel meer wordt beweerd. Dat justitie slechts 34% vertrouwen haalt heeft duidelijke redenen. Wie doet er wat aan?

Walter De Smedt, gewezen strafrechter en oud-lid van de Comité P en Comité I.

Lees ook deze eerdere opiniestukken van oud-rechter De Smedt:

Na afbraak glazen kooien op 22/3-proces: de terugkeer van het rechterlijk bevel
De pleinvrees van de procureur
“Hou magistraten ver weg van het beheer van centen”
Hoe de toegang tot de rechter aangetast wordt


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen de juridische en fiscale wereld?
Volg Jubel.be op LinkedIn

Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.