Knowlex juridische kennisdeling
Advocaten Gerechtsdeurwaarders Magistratuur Nieuws

Verlenging van de arrestatietermijn van 24 naar 48 uur

Geschreven door Jubel

De wet van 13 augustus 2011 voorzag nog in de invoering van het bevel tot verlenging (art. 15 bis van de Voorlopige Hechteniswet dat inmiddels werd opgeheven) omdat een fundamentele keuze gemaakt werd tot het behoud van de termijn van 24 uur, als zijnde een belangrijk principe voor de bescherming van de vrijheid van personen. Op die manier meende men tegemoet te komen aan de nieuwe rechten die door de Salduzwet werden ingevoerd in een situatie waar de termijn van 24 uur al onder druk stond, zonder aan de Grondwet te moeten raken. Voor sommigen zou dit echter strijdig zijn geweest met de bedoeling van de Grondwetgever.

In de realiteit bleken de politiediensten, het parket en de onderzoeksrechters lang niet over de volle termijn van 24 uur te kunnen beschikken om tal van praktische redenen.

Op voorstel van de meerderheidspartijen werd, met de steun van een brede meerderheid, toch besloten om Grondwet te wijzigen en de termijn voor de vrijheidsberoving op te trekken van 24 tot 48 uur. Het doel is drievoudig: de juridische middelen voor de strijd tegen de criminaliteit  – met inbegrip van het terrorisme – versterken, de grondwettelijke rechten en vrijheden verbeteren en de naleving van de Europese rechtspraak met betrekking tot de bijstand van een advocaat vanaf de eerste hoorzitting vergemakkelijken.

Het oorspronkelijke voorstel om in terrorismezaken op bevel van de onderzoeksrechter de termijn met maximaal 24 uur te verlengen tot 72 uur werd niet weerhouden. Uit de huidige tekst van art. 12, lid 3 van de Grondwet blijkt dat de Grondwetgever uitdrukkelijk wenste te vermijden dat de termijn van 48 uur nogmaals zou kunnen worden verlengd.

De wijziging van art. 12, lid 3 van de Grondwet heeft echter op zich niet tot gevolg dat wetten die refereren naar een andere arrestatietermijn impliciet zouden gewijzigd zijn.  Aldus voorziet de wet van 31 oktober 2017 (B.S., 29 november 2017) in de wijziging van de Voorlopige Hechteniswet, de Huiszoekingswet, de Wet op het Politieambt en de Wet betreffende het EAB.

Verder werd in de Voorlopige Hechteniswet (art. 1, 2 en 2 bis) ook een terminologische wijziging doorgevoerd waarbij de termen ‘aanhouding’ en ‘aangehouden’ in de fase van de arrestatie (voor de betekening van het aanhoudingsbevel) aangepast werden naar ‘arrestatie en ‘gearresteerde’.

De wet trad in werking op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad, nl. op 29 november 2017.
U kunt de gecoördineerde versie van de Voorlopige Hechteniswet raadplegen via deze link.

Met dank aan Dhr. Goethals, hoofdgriffier aan het Hof van Beroep te Antwerpen.

Het wetboek Strafrecht en Strafvordering, uitgegeven in de zevendelige Praktische WettenCollectie van Mijnwetboek.be, bundelt alle relevante wetgeving omtrent dit thema. Eind januari 2018 verschijnt de hernieuwde uitgave, nu reeds online te bestellen. Wilt u meer weten over deze uitgave? Klik hier.

Opmerking plaatsen

X