Het begon dinsdag met een paginalang bericht op de voorpagina van De Standaard dat – gelijktijdig met Le Soir – meldde dat zowel de woordvoerder van minister van Justitie Annelies Verlinden als de Nederlandstalige woordvoerder van het Brussels Parket door de onderzoeksrechter in verdenking zijn gesteld “na lekken in de zaak i-Police”. De parketwoordvoerder zou geheime informatie gelekt hebben naar de woordvoerder van de minister in de politiek gevoelige zaak rond het mislukte informatiseringsproject van de politie, waarbij veel overheidsgeld definitief in rook lijkt te zijn opgegaan.
Over die zaak valt voorlopig weinig te vertellen, wat op zichzelf ook al een aantal pijnpunten blootlegt.
Als het bericht van de pers klopt en er twee woordvoerders in verdenking zijn gesteld, betekent dit dat de onderzoeksrechter aanwijzingen heeft van strafbare feiten. De pers maakt melding van een schending van het beroepsgeheim. Het klopt dat een parketmagistraat een beroepsgeheim heeft, maar dat is voor een woordvoerder van een minister vanuit een louter juridisch oogpunt minder evident. Een inverdenkingstelling vindt plaats in het kader van een gerechtelijk onderzoek, dat tot nader orde geheim is. De inverdenkinggestelde wordt tot aan zijn veroordeling door een rechter vermoed onschuldig te zijn. Het is precies dat beginsel dat ervoor zorgt dat het onderzoek niet openbaar is. Dat is ook de reden waarom rechtgeaarde juristen vaak zo hevig reageren op lekken in het geheim van het onderzoek. Het ondermijnt de sereniteit van dat onderzoek, want er ontstaat daardoor een onbehaaglijk gevoel van “waar rook is, moet er ook vuur zijn”.
Het is een moeilijk debat, dat altijd terugkomt bij iedere openbaarmaking van een geheim strafonderzoek
Journalisten zullen zeggen dat het hun taak is om als “publieke waakhond” te informeren over maatschappelijk belangrijke thema’s. Ze moeten dat zorgvuldig doen en onder meer hun bronnen checken. Blijft natuurlijk dat het onderzoek geheim is en de gelekte informatie altijd op een oneigenlijke manier de journalist bereikt. De bronnen die lekken, bedienen daar hun eigen agenda mee. Het is een moeilijk debat, dat altijd terugkomt bij iedere openbaarmaking van een geheim strafonderzoek. De media vinden dat hoge bomen wat meer wind moeten kunnen verdragen en zullen sneller geneigd zijn bij publiek bekende figuren of bij zeer ernstige feiten de maatschappelijke relevantie als argument aan te voeren.
Het gaat in de zaak van de woordvoerders natuurlijk om meer dan een onderzoek naar enkel strafbare feiten. Diverse kranten weten ook dat de woordvoerder van het Brussels Parket blijkbaar tijdelijk geschorst is. Dat lijkt erop te wijzen dat er ook een tuchtonderzoek is geopend, allicht wegens mogelijke deontologische inbreuken. Misschien gaat het om een preventieve schorsing, wat betekent dat iemand blijft thuiszitten om het verdere onderzoek sereen te laten verlopen. Daaruit kan niet enige vorm van schuld worden afgeleid. In ieder geval verloopt een tuchtonderzoek anders dan een strafzaak en ook daar dienen er waarborgen te zijn om het vermoeden van onschuld te garanderen.
Het strafonderzoek en de mogelijke deontologische inbreuken zijn natuurlijk de aanleiding voor een geheel ander debat: de politieke verantwoordelijkheid. Dat brengt meteen de minister van Justitie zelf op de voorgrond. Dat geeft aan de vermeende feiten ook een geheel nieuwe dimensie. Verantwoordelijkheid begint met na te gaan wat er is fout gelopen en precies dat blijkt nog voorwerp te zijn van een gerechtelijk onderzoek. Wie nu al een politieke verantwoordelijkheid wil zien, zegt dus dat de feiten er niet toe doen, maar dat het loutere feit dat het onderzocht wordt, al voldoende is. Dat is een gevaarlijk hellend vlak waar best bijzonder omzichtig mee wordt omgesprongen.
Wie nu al een politieke verantwoordelijkheid wil zien, zegt dus dat de feiten er niet toe doen
Blijft dan het persoonlijk functioneren van de betrokkenen. Dat het parket over woordvoerders beschikt, is een goede zaak. Het moet ertoe bijdragen dat de pers op een correcte manier over justitie bericht. De woordvoerder is de spreekbuis van het parket en mag uiteraard nooit een eigen rit rijden. Of dat hier het geval is, zal het onderzoek moeten uitwijzen.
Dat de woordvoerder van de minister van Justitie vaak contact heeft met de woordvoerder van het parket, lijkt niet onlogisch, maar via die weg kan die geen informatie verkrijgen die het brede publiek ook niet mag krijgen van het parket. Nogmaals: of er hier een bepaalde grens overschreden is, zal het gerechtelijk onderzoek moeten uitwijzen. Indien dat het geval zou zijn, is er sprake van een zeer verontrustend en ernstig incident.
De pers houdt ook van emotie en dus ontbreekt die ook hier niet. Diverse kranten melden dat de beide woordvoerders ook met elkaar een amoureuze relatie hebben. Indien dat al zo zou zijn, verandert dat niets aan de zaak. Er zijn geen andere spelregels voor koppels. Het gebeurt wel meer dat koppels professioneel soms tegenstrijdige belangen hebben. Het is dan een kwestie van daar op een deontologisch verantwoorde manier mee om te gaan.
Hugo Lamon
Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.



0 reacties