Deontologie & Juridische Beroepen Kantoor & beleid

Multidisciplinair samenwerken: een logische evolutie

Generation J
Geschreven door Generation J

Onze samenleving is voortdurend in verandering terwijl het tempo van die verandering alleen maar lijkt toe te nemen. Die steeds veranderende samenleving resulteert in een steeds complexere maatschappij en een dito rechtstelsel. Het recht ondergaat een evolutie en maar goed ook.

door Jens Rau, Managing Partner Belexa Advocaten

Die complexere maatschappij verplicht de advocaat als het ware om zich in bepaalde rechtsmateries te specialiseren. Daarbij zal de advocaat vroeg of laat ongetwijfeld wel eens stoten op het probleem dat de voorgelegde casus zodanig complex blijkt dat hij of zij in kwestie op de eigen grenzen en beperkingen stoot. Dat doet de advocaat lonken naar samenwerkingsverbanden met andere, al dan niet-juridische actoren, om zo tot een organisatiestructuur te komen die het best past bij de noden van het cliënteel. Wat samenwerkingsverbanden betreft, zijn we geëvolueerd van een totaalverbod op samenwerken tussen advocaten naar het toelaten van samenwerkingsverbanden in alle mogelijke vormen, zij het met een aantal beperkingen.

Associatie, groepering, netwerk

De samenwerkingsverbanden tussen advocaten staan omschreven onder het eerste hoofdstuk van deel V van de Codex Deontologie. De drie gekende samenwerkingsverbanden tussen advocaten zijn de associatie, de groepering of het netwerk. De meest verregaande en intensieve samenwerking betreft de associatie. Het gaat hier om een volledige of gedeeltelijke inbreng van de uitoefening van het beroep van advocaat, terwijl de leden contractueel hebben vastgelegd hoe tussen hen de baten of de verliezen zullen worden verdeeld. Binnen een groepering maken de leden binnen die groepering een aantal contractuele afspraken omtrent gezamenlijk diensten ter ondersteuning van de uitoefening van hun beroep en beslissen ze hoe die gemeenschappelijke kosten voor de organisatie van die gemeenschappelijke diensten zullen worden verdeeld. De minst intensieve samenwerking betreft het netwerk waarbij de leden binnen dat netwerk onafhankelijk van elkaar hun beroepsactiviteit uitoefenen, maar de andere leden binnen het netwerk wel aanbevelen aan hun cliënteel.

Multidisciplinariteit

Het kan uiteraard zijn dat de advocaat eerder gebaat is bij een samenwerking met een niet-advocaat. Multidisciplinair denken en handelen dringt zich meer en meer op. Meer nog, het is de cliëntenbehoefte die de organisatievorm van de dienstverlener bepaalt. Immers wil de cliënt ontzorgd worden, noopt ons dat om te streven naar een globale dienstverlening. De samenwerking tussen advocaten en niet-advocaten wordt vervat in hoofdstuk 2, deel V van de Codex Deontologie. Opnieuw worden hier drie mogelijkheden gedefinieerd: de associatie, de multidisciplinaire groepering en het multidisciplinair netwerk, gelijkaardig gedefinieerd zoals bij de samenwerkingsverbanden tussen advocaten. Er is wel een verbod op multidisciplinaire associaties.

Als advocaat hebben we er alle belang bij om de multidisciplinaire praktijk toe te passen. Immers willen we steeds aan de noden en wensen van de cliënt blijven voldoen en vermits die net blijven evolueren, zal er een punt komen dat advocaten het niet alleen meer zullen redden. Ondanks het feit dat de advocaat de juridische dienstverlener bij uitstek is, is er soms behoefte aan de tussenkomst van een andere professional.

Om ons als advocaat te navigeren naar het centraal middelpunt van de begeleiding en naar een oplossing voor de problemen van onze cliënten, moet er vrijheid heersen wat betreft het samenwerken met niet-advocaten.

Beperkingen deontologisch kader?

Ondanks de beperkingen binnen het deontologische kader die de moderne advocatuur in de weg staan, moeten we oog hebben voor de evolutie van de rechtspraktijk en moeten we onze eigen beperkingen in de ogen durven kijken. We doen dit ook voor onze cliënten: we moeten steeds streven naar de beste oplossing. Die kan misschien niet steeds worden gevonden bij samenwerkingen met andere advocaten maar mogelijks wel bij meer verregaande samenwerkingen met andere, al dan niet juridische, actoren.

Toch wordt de multidisciplinariteit door sommigen als een vloek aanzien. Men vreest hoofdzakelijk voor de teloorgang van de onafhankelijkheid van de advocaat. Bij uitbreiding denken sommigen dat een aantal andere belangrijke aspecten die vervat liggen in onze deontologie zouden, zoals het kind, met het badwater, worden weggespoeld. Die hoofdzakelijk afwijzende opstelling ten aanzien van structurele en vooral geïntegreerde samenwerkingen met niet-advocaten, is zonder meer voorbijgestreefd.

In ieder geval dient de onafhankelijkheid van de advocaat te worden gewaarborgd en te worden verankerd. Die onafhankelijkheid geeft ons beroep als advocaat namelijk een unieke positie en daar mag geen enkele afbreuk aan worden gedaan.

De toekomst is ongetwijfeld multidisciplinair.

Jens Rau, Managing Partner Belexa Advocaten

***

Bovenstaande bijdrage is een beknopte samenvatting van de rede van mr. Jens Rau die hij uitsprak op de openingszitting van de Balie West-Vlaanderen 2020. De volledige openingsrede kan u hier nalezen of bekijken via Advocatennet.be!

Interesse in de repliek van stafhouder Rik Crivits op de openingsrede van mr. Jens Rau? Die vindt u hier terug. Net als de openingsrede, kan u ook deze repliek integraal bekijken op Advocatennet.be.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.