Tijdens de zoveelste hittegolf van het jaar zochten velen verkoeling vlak bij de zee, zo vlak bij de ‘cabines’ (mooi Vlaams voor wanordelijke strandkoterij) met aanpalende horeca-accommodatie. “Zodra de consumpties betaald zijn, draagt de klant het volledige risico voor de ontvreemding door meeuwen. Ze werken niet voor ons”, zo valt bij een ‘beachbar’ te lezen. Voor de gemiddelde vakantieganger is het een ludieke waarschuwing, geboren uit een trauma met een hongerige en agressieve zeevogel die de aanval inzet op een portie nootjes of een stukje pizza. Voor de meegereisde advocaat – wiens brein weigert in de stand ‘zon, zee, zand’ te gaan – is dit het startschot voor een risicoanalyse die hem de rest van de middag kan bezighouden. Want laten we eerlijk zijn: de beroepsmisvorming stopt niet bij de grensovergang tussen dijk en strand. Waar de gewone mens een strand ziet, ziet de advocaat een verzameling van potentiële geschillen, exoneratieclausules en aansprakelijkheidskwesties.
Wat te denken over het bordje over de meeuwen? Vanuit juridisch oogpunt is dat niet meteen een grapje, maar eerder een knullige poging tot een eenzijdige exoneratie. De meeuwen geen werknemers? Dat mag zo zijn, maar is er hier geen sprake van een schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm?
Is er hier geen sprake van een schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm?
In het vakantiebrein van de advocaat ontrolt zich meteen een middel voor een conclusie: de barhouder lokt de meeuwen aan door het aanbieden van calorierijke versnaperingen op een open terras. Door na te laten effectieve meeuwenverschrikkers te installeren, creëert de uitbater een voorzienbaar risico. De meeuw is wellicht geen ondergeschikte in de zin van het arbeidsrecht, maar schiet de barhouder niet tekort in zijn contractuele veiligheidsverplichting? Kan de gedupeerde klant de koopsom van zijn gin-tonic dan niet terugvorderen op grond van wanprestatie? De vordering in rechte schrijft zichzelf, terwijl het ijs in het glas langzaam smelt.
Even later betrekt de lucht. Een spetter regen valt op de zonnebrandolie. Een Nederlandse toerist eist bij de strandverhuurder zijn geld terug voor zijn ligbed. De uitbater haalt zijn schouders op en wijst naar de lucht. Wanneer de toerist pruttelt dat de uitbater niet handelt zoals een normaal zorgvuldig persoon zou doen door te verhuren bij dreigend onweer, voelt de advocaat op het strand een vlaag van professionele trots. Eindelijk, iemand die de taal van het recht spreekt!
Maar tegelijkertijd begint het te wringen. Want de uitbater pareert de repliek met een simpele handbeweging naar de hemel. Overmacht. Een daad van de weergoden. De advocaat op zijn ligbed gaat in zijn gedachten op zoek naar argumenten voor de stelling van ‘voorzienbare natuurverschijnselen aan de kust’. Had de verhuurder Buienradar niet moeten raadplegen? (En wat als die het niet had voorspeld?) Is er sprake van dwaling bij het aangaan van de huurovereenkomst?
Het illustreert een wonderlijk fenomeen. We zijn met z’n allen mondiger geworden op vakantie, sneller op onze ziel getrapt en opvallend minder tolerant voor de kleine kanten van het leven. Het idee dat pech gewoon pech is, lijkt te verdwijnen. Alles moet gevangen worden in een raster van rechten, plichten, aansprakelijkheid en schadevergoeding.
Als de zon schijnt, claimen we het recht op vitamine D. Als het regent, zoeken we de schuldige voor het lagedrukgebied (tenzij we natuurlijk nu in de Hoge Venen op vakantie zouden zijn, dan eisen we onmiddellijk en overvloedig regen).
Als een meeuw de croque-monsieur steelt, is er een groeiende groep van burgers die meteen een compensatieregeling eisen. Hetzelfde voor de goedweergarantie. De verwende burger ziet de samenleving steeds meer als een waterdicht contract waarin iedere afwijking van het verwachtingspatroon op anderen moet worden afgewenteld.
De verwende burger ziet de samenleving steeds meer als een waterdicht contract
Vakantie zou toch een vrijzone moeten zijn voor de bureaucratische drang om alles te regelen? Bestaat er geen recht op wat chaos? Is er geen recht op de beleving wanneer dingen mislukken, dat het regent op uw gehuurde matras en dat een asociale meeuw er met uw drankjes en bijhorigheden vandoor kan gaan zonder dat dit aanleiding kan geven tot een aangetekende ingebrekestelling?
Zou het geen taak van algemeen maatschappelijk nut zijn om op te roepen de meeuw als een onvoorspelbare factor in de kosmos te accepteren? Soms is een gestolen koekje niet de basis voor een schadevergoeding, maar gewoon een sterk verhaal bij de latere tuinparty. En als het regent? Dan wordt u nat. Zonder recht op restitutie, maar wél met de absolute vrijheid om er gewoon eens schouderophalend om te lachen.
Maar wat als de onhandige peuter met de bol op een hoorntje de wetten van de zwaartekracht op de proef stelt? Een blik die ongelukkig naar de grond gericht is, heeft misschien meer overtuigingskracht bij de ijsjesverkoper. Niet omdat het moet, maar gewoon omdat het vakantie is!
Hugo Lamon
Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.



0 reacties