Afschaffing huwelijksquotiënt: een fiscale hold-up op het privéleven van de belastingplichtige cover

18 aug 2026 | Column

Afschaffing huwelijksquotiënt: een fiscale hold-up op het privéleven van de belastingplichtige

Recente Jobs

Adjunct-kabinetschef
Management
3 - 7 jaar
Antwerpen
Advocaat
Burgerlijk recht Strafrecht Familierecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Het huwelijksquotiënt wordt geleidelijk afgeschaft over een periode van de komende twintig jaar. De volledige regeling is vervat in de artikelen 27 t.e.m. 34 van de Wet van 15 juli 2026 betreffende de hervorming van de personenbelasting (BS 29 juli 2026). Deze maatregel zal grote gevolgen hebben op de fiscale situatie van eenverdienersgezinnen of koppels met sterk ongelijke inkomsten.

Het huwelijksquotiënt

Het huwelijksquotiënt, dat van toepassing is op gehuwde koppels en wettelijk samenwonenden, maakt het mogelijk om fictief tot 30 % van het beroepsinkomen van de partner, met het hoogste inkomen, toe te kennen aan de andere partner, die geen of slechts beperkte beroepsinkomsten heeft. Dit mechanisme verlaagt de gezamenlijke belastingdruk door een deel van het hoog belast inkomen van de ene partner in een lagere belastingschaal van de andere partner te plaatsen. Deze toekenning is evenwel onderworpen aan een maximumbedrag (13.460 euro voor aanslagjaar 2026).

De nieuwe wet voorziet in een geleidelijke afschaffing van het huwelijksquotiënt in functie van de leeftijd van de belastingplichtige koppels.

Voor koppels waarvan beide partners de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt, zou het mechanisme tijdelijk behouden blijven, maar met een geleidelijke uitdoving over een periode van ongeveer twintig jaar. Het percentage van 30 % blijft gedurende deze tijd behouden, terwijl het toegelaten maximumbedrag stapsgewijs wordt verlaagd, tot een volledige afschaffing vanaf aanslagjaar 2046.

Voor gehuwden en wettelijk samenwonenden wordt het maximumbedrag van het huwelijksquotiënt over vier aanslagjaren (van AJ 2027 tot en met 2030) gehalveerd. De toepasselijke maximumbedragen zullen vanaf AJ 2027 niet langer worden geïndexeerd.

Fiscale discriminatie wegwerken

Hiermee is ook duidelijk geworden dat feitelijk samenwonenden van die regeling niet konden genieten. Dat samenlevingsvormen fiscaal neutraal zouden moeten behandeld worden komt al ter sprake in het advies van de Hoge Raad van Financiën (HRF) van mei 2020. De neutraliteit wordt volgens de HRF geschonden wanneer een koppel fiscaal verschillend wordt behandeld al naargelang het gehuwd is, wettelijk samenwonend dan wel feitelijk samenwonend.

Naar verluidt wordt de hervorming gemotiveerd om de fiscale neutraliteit tussen de verschillende samenlevingsvormen te bewerkstelligen. Daarnaast zou de afschaffing van het huwelijksquotiënt passen binnen een evolutie naar een fiscaal model dat minder is afgestemd op het eenverdienersgezin. Tot slot wordt het door de wetgever beschouwd als een eventuele rem op de ontwikkeling van de beroepsactiviteit van de andere partner. Tegelijkertijd wordt verwacht dat de maatregel de arbeidsdeelname kan verhogen van partners die momenteel minder werken.

De roep om meer huisvrouwen aan het werk te krijgen blijkt ook een belangrijke stimulans te zijn voor de regering om het huwelijksquotiënt af te schaffen.

De werkgelegenheidsgraad van vrouwen in België zou omhoog moeten. Er is immers nog steeds een kloof tussen mannen en vrouwen. In het eerste kwartaal van 2026 wordt de werkgelegenheidsgraad van vrouwen geschat op 69,0 %, terwijl het voor mannen op 75,9 % bedraagt.

huwelijksquotiënt

Fiscale hold-up op het privéleven

Deze statistieken tonen volgens de regering aan dat er nog ruimte is om de werkgelegenheidsgraad van vrouwen in België te verhogen. Er wordt dan verwezen naar het Europese gemiddelde van 71,3%. Er wordt dus gedaan alsof een stijging van 2% van de tewerkstellingsgraad van de vrouwen ’s lands belang gaat redden. Dat de regering bij haar doelstellingen een ernstige inbreuk pleegt op de manier waarop koppels hun privéleven wensen te organiseren wordt statistisch genegeerd!

Bij de officiële motieven van de afschaffing van het huwelijksquotiënt kunnen kritische vragen worden gesteld. Waarom werd het huwelijksquotiënt bv. niet uitgebreid naar feitelijke samenwonenden? Waarom steeds le nivellement vers en bas? Waarom worden vermeende fiscale discriminaties tussen verschillende belastingplichtigen onderling steevast weggewerkt in het voordeel van de schatkist? De afschaffing van het huwelijksquotiënt kan ook gezien worden als een rem op de vrije keuze van een koppel waarbij één van de partners ervoor kiest om voor de schoolgaande kinderen te zorgen, of voor een hulpbehoevende ouder. Waarom moet de gezinsfiscaliteit afgestemd worden op tweeverdienersgezinnen? Waarom kan de overheid de belastingplichtigen niet de vrije keuze laten bij de manier waarop zij in hun gezin willen samenleven?

De werkelijke reden voor de afschaffing van het huwelijksquotiënt is waarschijnlijk te vinden in de kosten voor de overheid: het huwelijksquotiënt kost de Belgische begroting jaarlijks ongeveer 320 miljoen euro. In de praktijk zal de afschaffing dus leiden tot een navenante verhoging van de fiscale druk voor eenverdienersgezinnen of koppels met sterk ongelijke inkomens.

320 miljoen euro besparen om 2,54 miljard euro te blijven uitgeven

Met de besparing voor ogen die de afschaffing van het huwelijksquotiënt oplevert; is het redelijk surrealistisch te moeten vernemen dat maar liefst 85.227 statutaire overheidsambtenaren een ziektepensioen krijgen dat jaarlijks 2,54 miljard euro kost. Minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) antwoordde dit op een vraag van Vincent Van Quickenborne (partij Anders); een voorganger van Jambon met die portefeuille.

In het stelsel van het ziektepensioen krijgen statutaire ambtenaren, die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt, voor de rest van hun leven (soms zelfs vanaf zeer jonge leeftijd), een pensioen om medische redenen. Gelukkig heeft de regering met de pensioenhervorming beslist dat het stelsel zal uitdoven doordat de instroom van ambtenaren in het ziektepensioen zal stoppen. Maar dat neemt niet weg dat het de begroting nog vele jaren veel geld zal kosten.

Het blijft een surrealistische vorm van (fiscaal) beleid. Enerzijds zoekt de overheid met de afschaffing van het huwelijksquotiënt naar een besparing van 320 miljoen euro bij de werkende mensen; maar anderzijds blijft diezelfde overheid 2,54 miljard euro spenderen aan het zgn. ziektepensioen van inactieve ambtenaren. En dat door een regering die de leuze in het vaandel voerde dat werken moet lonen. Die leuze doorstaat alvast de toets van de maatschappelijke werkelijkheid niet!

Aanslagjaar 2027 belooft in elk geval een fiscaal horror jaar te worden voor veel belastingplichtigen. Met de beperking van aftrekbaarheid van onderhoudsgelden, de afschaffing van de interestaftrek op leningen voor tweede verblijven en de afschaffing van het huwelijksquotiënt zal de fiscale aanslag veel hoger uitvallen dan voorheen. Vooruitziende belastingplichtigen zullen zich voorbereiden op wat komen zal!

Werner Niemegeers, Advocaat

Lees hier andere opiniestukken van Werner Niemegeers

Recente Jobs

Adjunct-kabinetschef
Management
3 - 7 jaar
Antwerpen
Advocaat
Burgerlijk recht Strafrecht Familierecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *