Aviniti

Koen Geens

BIOGRAFIE:

- Buitengewoon hoogleraar KU Leuven Faculteit Rechtsgeleerdheid (sinds 1993; docent sinds 1986)
- Directeur Jan Ronse Instituut voor Vennootschapsrecht (sinds 1986)
- Voorzitter Afdeling Economisch Recht KU Leuven (sinds 2009)
- Lid Raad van Bestuur Thomas More Hogescholen Antwerpen, Mechelen en Kempen (sinds 2010)
- Lid Inrichtende Overheid KU Leuven en Associatie KU Leuven (sinds 2010)
- Lid Raad van Bestuur VZW Le Concert Olympique (sinds 2010)
- Lid Koninklijk Vlaamse Academie België voor Wetenschap en Kunst, klasse Humane Wetenschappen (sinds 2012)
- Lid Academia Europaea (sinds 2013)
- Minister van Financiën (2013-2014, regering Di Rupo)
- Minister van Justitie (2014 - 2020, regering Michel I)
- Vice-Premier (2019-2020, regering van lopende zaken)
- Federaal Volksvertegenwoordiger (2020 - )

Bron: http://www.koengeens.be/over/biografie

Door de aanslagen in Brussel afgelopen dinsdag beleefde de regering-Michel de week waarvan ze had gehoopt dat ze nooit zou komen. ‘Het was dinsdag het pijnlijkst mogelijke ontwaken’, erkent een zichtbaar aangedane minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Samen met zijn collega van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) zat hij de hele week geprangd tussen het tonen van empathie voor de slachtoffers en het verdedigen van de veiligheidsdiensten, waarvan snel duidelijk werd dat die fouten hebben gemaakt.

‘De uren na de aanslag overleefden we op adrenaline en namen we de beslissingen die we moesten nemen’, zegt Geens. ‘Woensdagochtend volgde het besef hoeveel slachtoffers er waren gevallen en wie achter de aanslagen zat. Een half uur relatieve rust volstaat dan om de ernst van de zaken te laten doordringen. Dat is een heel confronterend moment.’

Voelt u zich verantwoordelijk voor wat fout is gelopen?

Koen Geens: ‘Natuurlijk, ik ben bevoegd voor een deel van de diensten die dit moesten vermijden en ik ben medeverantwoordelijk voor het vastleggen van het dreigingsniveau en het nemen van de juiste maatregelen. Het is logisch dat een minister van Justitie dit drama op een andere manier beleeft dan een minister van Financiën. Je komt zó dicht bij politieke verantwoordelijkheid als een minister maar kan komen.’

Heeft u daarom in de nacht van woensdag op donderdag uw ontslag aangeboden aan premier Charles Michel (MR)?

Geens: ‘Als je ziet in welke omstandigheden ministers in het verleden ontslag namen, zoals bij de zaak-Dutroux of de dioxinecrisis, dan is het logisch dat die vraag ook nu werd gesteld. Er zit zeker geen politieke communicatiestunt achter, zoals sommigen suggereren. Daarvoor was het menselijk leed veel te groot. Ik ben woensdagnacht om vier uur gaan slapen en ik was zeker dat ik ‘s ochtends geen minister meer zou zijn. De regering, en de premier in de eerste plaats, moest oordelen of het beter was om al dan niet met een nieuwe minister van Binnenlandse Zaken en van Justitie voort te gaan. De premier heeft daarop beslist het ontslag niet te aanvaarden.’

De bal ging aan het rollen toen duidelijk werd dat Turkije een van de daders, Ibrahim El Bakraoui, op het vliegtuig had gezet naar Nederland. Hij werd bij ons gezocht, maar niemand reageerde. Hebben we een terrorist laten lopen?

Geens: ‘El Bakraoui was vrij onder voorwaarden, maar heeft die geschonden en daarom werd hij gezocht. Het was een misdadiger met heel wat op zijn kerfstok. Maar we wisten niet dat hij geradicaliseerd was en de Turken hebben daar ook geen signaal over gegeven. Ze deelden ons enkel mee dat El Bakraoui aan de grens met Syrië werd opgepakt en dat zijn broer betrokken was bij de aanslagen van Parijs. Het was zaak hem terug te vinden. Dat is in dit geval helaas niet tijdig gebeurd, wellicht doordat er vergissingen zijn gebeurd.’

De broers El Bakraoui opereerden binnen een groot netwerk, dat eerst de aanslagen in Parijs kon organiseren en vervolgens die in Brussel. Het is toch zeer pijnlijk voor ons land dat zij onder de radar konden blijven?

Geens: ‘Veel van die mensen hadden we op de radar. Van Abdelhamid Abaaoud, die een van de cruciale pionnen was bij de aanslagen van november in Parijs, wisten we al lang dat hij gevaarlijk was. En van Salah Abdeslam weten we dat sinds Parijs. Maar anderen bleven onzichtbaar, wat grotendeels een gevolg is van de stevige verankering van dat netwerk in het Brusselse. We hebben meer dan honderd huiszoekingen georganiseerd, maar we konden hen niet vinden. Het wijst erop dat het allemaal niet zo gemakkelijk is als het lijkt.’

Zegt u nu dat de Belgische diensten machteloos staan?

Geens: ‘Nee, maar ik vraag wel begrip. We worden geconfronteerd met misdadigers die valse identiteiten aannemen en met mensen die plots opduiken en van wie we niet eens wisten dat ze bestonden. Het gaat over mensen die hier zijn geboren, maar ook over mensen die plots vanuit het Midden-Oosten in Europa opduiken. In Brussel heb je daarenboven ook te maken met een zeer internationale huurmarkt. De vele expats of het ambassadepersoneel willen soepele regels. Daardoor kan je zonder al te veel identiteitscontroles en voor korte periodes een huis of verblijf huren. Door het gebrek aan sociale controle maken buren ook nauwelijks melding van eventueel verdacht gedrag. Dat stelt ons voor een gigantische uitdaging.’

De Amerikanen zetten onze diensten weg als amateurs. Raakt u dat?

Geens: ‘De Verenigde Staten hebben een heel stevig veiligheidssysteem en toch zijn er vliegtuigen in het World Trade Center gevlogen. We moeten beseffen dat een aanslag zelfs in het meest beveiligde land ter wereld kan voorkomen. Dat is een boodschap die mensen niet graag horen op het moment dat net een aanslag heeft plaatsgevonden, maar het is wel zo.’

Het zeer strikte Amerikaanse systeem is er pas gekomen na de aanslagen van 9/11, al ging dat wel ten koste van de privacy. Moeten we dezelfde richting uitgaan?

Geens: ‘Nadat onze diensten de terreurcel in Verviers hadden opgerold, heeft mijn kabinet minstens 15 maatregelen uitgewerkt die ons moeten helpen in de strijd tegen het terrorisme. De vraag is nu of we verder moeten gaan. Ik betwijfel in elk geval of we in Europa zo ver willen gaan als in de Verenigde Staten. Sterker nog, er is hier geen draagvlak om een grote militaire rol te spelen in het Midden-Oosten, al moet Europa wel dringend een coherente strategie daarvoor ontwikkelen. En op het vlak van de repressie? Ik heb er geen probleem mee om de vervroegde vrijlating pas mogelijk te maken nadat de helft van de straf is uitgezeten in plaats van na een derde. Maar de doodstraf invoeren? Of het opsluiten van mensen zonder een vorm van proces? Dat gaan we niet doen.’

Hoe gaan we dan het hoofd bieden aan terroristen die zich steeds beter organiseren?

Geens: ‘Meer Europa is de enige oplossing. Op de Europese Raad van ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie is donderdag nog eens beloofd werk te maken van een versterking van de Europese buitengrenzen en van de Schengenzone. De uitvoering daarvan verloopt traag, omdat landen niet graag hun soevereiniteit afstaan. Ze geloven dat ze het nog altijd zelf kunnen doen, al is dat een illusie. Maar het is onze enige toekomst, we kunnen niet terug naar België.’

Wat met een Europese inlichtingendienst?

Geens: ‘Daarvoor is het te vroeg. Inlichtingendiensten willen samenwerken en de samenwerking met Frankrijk, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk is meer dan uitstekend. Maar nu pleiten voor de volledige integratie van de diensten is even hard vloeken in de kerk als tien jaar geleden ijveren voor één Europese bankencontrole. Bovendien ga ik als Belgisch minister niet pleiten voor één Europese dienst, want dan gaan alle stekels naar omhoog. Dat zou op dit moment niet geloofwaardig zijn. Maar op de lange termijn is het de logische gang van zaken dat we daar naartoe gaan.’

Door de terreur dreigt onze samenleving te polariseren, waarbij het wantrouwen tegenover moslims alleen maar toeneemt. Bent u daar bang voor?

Geens: ‘Nee, want ik heb de voorbije dagen veel hoopgevende signalen van solidariteit gezien. Onze samenleving wordt niet revanchistisch. Ik voel bij jonge mensen heel veel behoefte om aan hun kinderen en omgeving uit te leggen wat er gebeurt. Onze samenleving is veel opener dan enkele decennia geleden.’

Is dat niet naïef? In Frankrijk speelt de terreurgolf toch in het voordeel van het Front National?

Geens: ‘Het is voor onze samenleving niet altijd even gemakkelijk om te reageren op dit soort hardheid, vooral omdat ze werd uitgevoerd door mensen van een andere religieuze overtuiging. De communistische terreur van de jaren zeventig en tachtig was bij wijze van spreken gemakkelijker te vergeven omdat het de kinderen waren van onze eigen intellectuelen die misleid waren door het communisme. Vandaag zijn de terroristen weliswaar jongeren die bij ons zijn opgegroeid, maar die werden misleid door een voor ons vreemde cultuur en godsdienst. Jongeren kunnen gemakkelijk het onderscheid tussen die religie en dat terrorisme maken. Mijn kleinkind zegt gewoon dat Mohammed zijn vriend is. Voor ouderen is dat iets moeilijker.’

Had, met alles wat u weet, deze aanslag kunnen of moeten worden vermeden?

Geens: ‘Het is logisch dat de vraag opduikt of dit vermeden had kunnen worden. De veiligheidsdiensten doen ook hun uiterste best om dit te vermijden en het is logisch dat ze, als het dan toch misloopt, op fouten worden gewezen. Dat is uniek, want bij andere diensten gebeurt dat minder. Zelfs bij een spoedgevallendienst worden artsen niet zo nauw op de vingers gezien. Het woordje ‘kunnen’ vermijden is echter misplaatst, omdat ‘kunnen’ in een heel klein hoekje schuilt. Een detail dat anders loopt kan maken dat de aanslag niet had plaatsgevonden. Een kleine vergissing tijdens een onderzoek kan ertoe leiden dat een aanslag wél kan plaatsvinden. Of we hem hadden moeten vermijden? Dat moet de parlementaire onderzoekscommissie uitzoeken die de Kamer gaat samenroepen. Ik zal daar in elk geval voluit aan meewerken.’

BIO Koen Geens

De zakenadvocaat en hoogleraar Koen Geens heeft nog niet veel politieke jaren op de teller. Tussen 2007 en 2009 was hij al kabinetschef van toenmalig Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V). In 2009 gaf hij die job op om een gooi te doen naar het rectorschap van de KU Leuven, dat hij nipt miste. Toen CD&V-voorzitter Wouter Beke in 2013 op zoek ging naar een opvolger voor toenmalig minister van Financiën Steven Vanackere viste hij Geens op. Vanackere nam ontslag door de aanhoudende controverse in het Arco-dossier. In 2014 werd Geens minister van Justitie.

JASPER D’HOORE EN LARS BOVE – 26 maart 2016  De Tijd

Meer informatie kan u terugvinden in de Nieuwsbrief van minister Geens

Koen Geens

BIOGRAFIE:

- Buitengewoon hoogleraar KU Leuven Faculteit Rechtsgeleerdheid (sinds 1993; docent sinds 1986)
- Directeur Jan Ronse Instituut voor Vennootschapsrecht (sinds 1986)
- Voorzitter Afdeling Economisch Recht KU Leuven (sinds 2009)
- Lid Raad van Bestuur Thomas More Hogescholen Antwerpen, Mechelen en Kempen (sinds 2010)
- Lid Inrichtende Overheid KU Leuven en Associatie KU Leuven (sinds 2010)
- Lid Raad van Bestuur VZW Le Concert Olympique (sinds 2010)
- Lid Koninklijk Vlaamse Academie België voor Wetenschap en Kunst, klasse Humane Wetenschappen (sinds 2012)
- Lid Academia Europaea (sinds 2013)
- Minister van Financiën (2013-2014, regering Di Rupo)
- Minister van Justitie (2014 - 2020, regering Michel I)
- Vice-Premier (2019-2020, regering van lopende zaken)
- Federaal Volksvertegenwoordiger (2020 - )

Bron: http://www.koengeens.be/over/biografie

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.