Het Hof van Cassatie op de barricades! Activisme vanuit de torens van Cassatie…?! cover

2 nov 2026 | Column

Het Hof van Cassatie op de barricades! Activisme vanuit de torens van Cassatie…?!

Recente Jobs

Manager
Finance
5+ jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht Bouwrecht
0 - 3 jaar
Brussel Vlaams-Brabant
Management Assistent
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Juridisch adviseur
Commercieel recht
1 - 4 jaar
Oost-Vlaanderen

Deze column roept niet op tot radicaliteit of polarisering, maar durft vraagtekens te plaatsen bij de manier waarop het Hof van Cassatie moet omgaan met rechtsvorming. Die vraag kadert binnen de hele rechterlijke orde, maar Cassatie staat enigszins op een eenzaam hoog schavotje. Het is de cassatierechter die rechtsvormende knopen zal doorhakken en daarmee richting zal geven aan het recht.

Eerder schreef ik al een artikel voor De Juristenkrant over de rechtsvormende rol van het Hof van Cassatie. Ik paste de leer van Hannah Arendt toe en plaatste een vraagteken bij de eenzame positie die het Hof bekleedt. Tot een echte conclusie kwam ik niet en dat was een bewuste voorkeur.

Het Hof van Cassatie bekleedt een belangrijke rol in de rechtsorde, net zoals de andere hoogste rechtscolleges dat doen. Toch heeft het Hof van Cassatie een subtielere rol dan pakweg het Grondwettelijk Hof. Constitutionele rechters waken over de grenzen van het recht. Zij bepalen als het ware de speelruimte waarin burgerlijke rechters kunnen interpreteren. De grenzen worden initieel getekend door de wetgever, en worden vervolgens bijgestuurd door het Grondwettelijk Hof. Binnen die speelruimte zwaait het Hof van Cassatie de scepter. De vraag die ik hier wil stellen is in welke mate het Hof een vrijgeleide heeft om binnen dat kader te regeren.

​De vraag of het Hof van Cassatie als instituut aan rechtsvorming mag doen, is vrij simpel te beantwoorden: ja.

De vraag of het Hof van Cassatie als instituut aan rechtsvorming mag doen, is vrij simpel te beantwoorden: ja. Een belangrijkere vraag is hoe en onder welke premissen dat mag gebeuren.

Vorig academiejaar liep ik een dag mee binnen het Hof en daar werkte ik aan een zaak rond rechtsmisbruik. Tijdens het fictief beraad stond ik tegenover drie mederechters die de feitenrechter wilden volgen. Ikzelf wou casseren, vanwege de onbillijke toepassing van het recht. Ik moest niet onderhandelen met twaalf, maar met ‘three angry men’. Tijdens de lunch bleef de kwestie in mijn hoofd sluimeren in de zoektocht naar een evenwichtig oordeel, maar vooral naar de verantwoording daarvan. Als fictief cassatierechter mocht ik niet in de feiten treden. Ondanks dat ik mijn collega’s niet heb kunnen overtuigen, bleek dat de echte cassatierechters wel hadden gecasseerd zoals ik aanbeveelde. Een klein momentje van overwinning, maar desondanks toch ook de prangende vraag naar de legitimiteit van mijn acties. Was ik niet te activistisch, te welwillend voor een bepaalde partij omdat dat mijn billijkheid bevredigde?

Voor een vak methoden van het rechtswetenschappelijk onderzoek las ik een tekst van Kaithan over ‘scholactivism’; de vraag of academici activistisch mogen zijn. Persoonlijk ben ik voor een zeer ruime invulling van academische vrijheid. De universiteit is bij uitstek een plaats van debat en criticisme. Maar daar gaat het me hier niet zozeer over. Veeleer wil ik de vraag stellen of ook rechters activistisch mogen zijn. In tal van internationale tribunalen zetelen rechters die een vrij activistische houding aannemen. Verslechtert dit de uitspraken van dat tribunaal? Ik weet het niet. Toch vind ik het belangrijk deze vraag te stellen.

​In tal van internationale tribunalen zetelen rechters die een vrij activistische houding aannemen.

Vrome rechters die zich enkel bezighouden met uitspraken vellen in concrete dossiers vormen de grote meerderheid. Er zijn ook durvers die actief aan het rechtswetenschappelijk debat deelnemen. En dan nog een bescheiden groepje dat effectieve academische taken op zich neemt. Het voorbeeld bij uitstek is wijlen professor Eric Dirix, raadsheer en sectievoorzitter in het Hof van Cassatie en tevens professor insolventierecht aan de KU Leuven. Kan dat? Ik denk het wel. Ik denk dat we de rechtspraak en rechtsleer nauw aan elkaar mogen hechten. Het academische debat vormt voor rechters bij uitstek een platform waar zij op een wetenschappelijk onderbouwde manier hun persoonlijke visie kunnen delen. Dat is belangrijk. Een prangende vraag die daaruit volgt, is: moet een academicus-rechter die als academicus een contra legem toepassing bepleit, van schoenen wisselen als hij optreedt als rechter?

Ik denk dat een raadsheer in het Hof van Cassatie wel degelijk activistisch mag oordelen. In Cassatie zetelt men niet alleen, waardoor dat activisme enigszins wordt verzacht. Door activisme toe te laten binnen het Hof introduceren we pluralisme in het rechtsdebat. En zo kom ik terug bij de theorie van Hannah Arendt en mijn eerdere artikel. Ik geef bij deze dan toch enige inkijk in mijn kaarten. Activisme hoeft niet altijd slecht te zijn. Het noopt ons tot een grondiger debat gebaseerd op een pluraliteit aan visies en daardoor bij uitstek geschikt voor het Hof van Cassatie.

​​​​​Nuno Daneel

Recente Jobs

Manager
Finance
5+ jaar
Oost-Vlaanderen
Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht Bouwrecht
0 - 3 jaar
Brussel Vlaams-Brabant
Management Assistent
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Juridisch adviseur
Commercieel recht
1 - 4 jaar
Oost-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *