Verwacht u van een column die op de laatste dag van het jaar verschijnt dat er kritisch wordt gekeken naar het voorbije jaar en dat er een aanzet wordt gegeven tot goede voornemens en wensen voor de toekomst? Misschien is de titel bovenaan dit stuk al voldoende scherp om uw aandacht te trekken en doet die wat denken aan het boek dat de Amerikaanse denker Francis Fukuyama in 1992 schreef (“Het einde van de geschiedenis en de laatste man”). Zijn voorspelling dat er geen realistisch alternatief meer zou zijn voor de liberale democratie bleek een grote historische vergissing. Is het einde van de advocatuur in zicht?
De verworvenheden van de democratische rechtsstaat staan nu meer dan ooit onder druk. Niemand had een jaar geleden durven voorspellen dat zelfs in landen als de Verenigde Staten de onafhankelijke advocatuur zo onder druk zou komen te staan. In het voorjaar was er in Europa weliswaar een lichtpuntje, toen binnen de Raad van Europa de Conventie ter bescherming van het beroep van advocaat werd ondertekend als antwoord op de toenemende meldingen van druk, bedreigingen en geweld tegen advocaten in veel landen in Europa.
De advocatuur moet alert blijven. Peter Callens is niet enkel de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies, maar ook een hoogstaand intellectueel die in zijn erudiete columns en tussenkomsten op het belang van onafhankelijke advocatuur blijft wijzen (hij houdt ook de vinger aan de pols op tal van andere domeinen, maar dit terzijde). In zijn column van 9 mei stelde hij terecht dat de advocatuur – en ik citeer hem woordelijk – een “onvervangbare taak vervult in de evenwichtige opbouw van het rechtsstelsel en de samenleving. Dat is geen borstklopperij van een wanhopige die zichzelf ervan probeert te overtuigen dat hij iets belangrijks aan het doen is. Wat ik hier schrijf over de advocatuur is wat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, het Hof van Justitie en het Grondwettelijk Hof erover zeggen”. Het citaat komt uit een van zijn columns, die de titel “Doen. Smijt u. Durf.” kreeg. Peter Callens moest in zijn bevlogenheid in eenzelfde beweging ook wel ootmoedig bekennen dat het moeilijk blijft om kandidaten te vinden voor de lokale raden van de orde binnen de advocatuur. Opkomen voor de hogere waarden van een evenwichtig rechtsstelsel mag dan al van groot maatschappelijk belang zijn, velen laten het toch liever aan anderen over. Ten onrechte.
In 2026 zijn er ook verkiezingen voor de organen van de Orde van Vlaamse Balies zelf. Ook daar zal allicht een oproep plaatsvinden om te durven, te doen en zich te smijten. De uitdagingen zijn bijzonder groot. De Orde van Vlaamse Balies heeft de afgelopen jaren veel, nuttig en vernieuwend werk verricht voor de beroepsgroep zelf, maar was in het maatschappelijk debat over justitie te vaak afwezig. Recent publiceerde een magistraat op sociale media tien dagen na elkaar artikels om het belang van een onafhankelijke magistratuur te benadrukken, omdat er volgens hem (terecht) te veel misverstanden zijn. Hij motiveerde zijn schrijfactie door te verwijzen naar de mercuriale van Ria Mortier, procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, die in 2024 stelde: “We mogen er ons absoluut gelukkig mee prijzen dat in ons land, en dit in tegenstelling tot andere landen, de rechtsstaat als concept niet ter discussie staat. Maar ook dit is niet zonder risico, omdat de vanzelfsprekendheid die ermee gepaard gaat de legitimiteit van de rechtsstaat evenzeer kan bedreigen. Wanneer immers niet voldoende vaak en openlijk wordt benadrukt hoe bijzonder het bestaan van de rechtsstaat is, zijn mensen zich wellicht ook te weinig bewust van de waarde ervan en worden zij misschien gemakkelijk aangetrokken tot alternatieven. Indien dit ertoe leidt dat in een democratische rechtsstaat het concept ‘rechtsstaat’ als een weinig hip en sexy, eerder overbodig of belemmerend model plaats moet ruimen voor het meer populaire concept ‘democratie’, is dit niet zonder gevaar.”
Er wordt ook niet voldoende vaak en openlijk benadrukt hoe bijzonder de positie is van de advocatuur in die rechtsstaat. De advocatuur gaat er te gemakkelijk van uit dat die rol evident is en dat iedereen die begrijpt en aanvaardt, maar dat is steeds minder het geval. Er blijft veel uit te leggen, ook en niet in het minst over de verhouding tot de magistratuur en de politieke wereld.
In oktober verscheen op de website van de OVB een stuk over de rechtsstaat, met onder meer de retorische vraag van een bestuurder of wij er als juristen nog in slagen de relevantie van het recht en de rechtsstaat duidelijk te maken. Is het niet de allergrootste prioriteit van de OVB om daar nog meer een speerpunt van te maken?
Enkele dagen geleden liet advocaat Mario Van Essche (die in een andere hoedanigheid ook voorzitter is van het Humanistisch Verbond) zich op Facebook ontvallen dat hij niet zo hoog oploopt met de OVB. “Onze verplichte beroepsvereniging heeft soms nogal hautaine, protserige, rechtse en bijwijlen zelfs Vlaams-nationalistische trekjes.” Die wat zure oprispingen hebben als voordeel dat ze tenminste geuit worden, want meestal kan de Orde enkel rekenen op de volstrekte onverschilligheid van de eigen achterban. De kritiek met open vizier is om die reden dan ook verdienstelijk, maar dat maakt niet dat ze gegrond is. De discussie over het vrijwaren van de onafhankelijkheid van de advocatuur is geen zaak van links of van rechts (voor zover die criteria overigens in deze discussie veel relevantie hebben). Het gaat over onafhankelijkheid, over het eerlijk proces, over de checks and balances in een samenleving, en dit volgens duidelijke en transparante regels.
Er zijn veel bijzonder geëngageerde advocaten en zij zijn actief in alle mogelijke politieke partijen. Ondanks die onmiskenbare ideologische verschillen is er ook veel wat hen bindt, want wie de democratische rechtsstaat niet onderschrijft, hoort niet thuis aan de balie.
De advocatuur heeft een onvervangbare rol in het staatsbestel. Dat mag en moet blijvend gezegd worden. De balie moet de pleinvrees overwinnen en die rol ook meer zichtbaar opnemen.
Een bestuurder van de OVB liet op LinkedIn weten dat 2026 voor hem het jaar zou moeten zijn van “vertrouwen en verbinding: tussen alle generaties, tussen advocaten, tussen vernieuwers en behoeders van de traditie”. Dat wil hij doen via dialoog en modernisering.
Dat klinkt zeer goed, maar is het ook niet de plicht van de Orde om de buitenwereld duidelijk te maken dat zonder onafhankelijke advocatuur dit ook meteen het einde is van de rechtsstaat? We hebben dus niet enkel nood aan grotere interne verbondenheid, maar ook aan meer maatschappelijk engagement dat past bij de rol die de advocatuur collectief hoort te spelen. Misschien is het daarom te hopen dat in 2026 meer advocaten zich in de baliestructuren engageren om op die manier een nog grotere slagkracht te krijgen en de stem van de advocatuur luider te laten klinken. Omdat de burger (wat zijn politieke overtuiging ook moge zijn) daar recht op heeft. Omdat het de plicht is van de advocatuur om op te komen voor de rechtmatige belangen van de burger die op zoek is naar recht en rechtvaardigheid. Omdat het nodig is, zoals de voorbeelden in het buitenland ons al leren, en omdat de rechtsstaat broos is.
Hugo Lamon
Lees hier meer columns van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.




0 reacties