Nabeschouwing bij de interactieve debatavond georganiseerd door GEMME Belgium. Na afloop van de Algemene Vergadering op 26 maart 2026 verwelkomde GEMME Belgium[1] in Brussel de Franse magistraat Fabrice Vert, voor een interactief debat rond de minnelijke geschillenregeling in Frankrijk en België. Hij ging in dialoog met Anouk Devenyns en Annelien Verschaeve, respectievelijk voorzitter van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van Brussel en raadsheer bij het hof van beroep van Brussel.
Fabrice Vert is eerste vicevoorzitter bij de ‘tribunal judiciaire de Paris’, waar hij tevens optreedt als coördinator van de afdeling verbintenissenrecht en ‘referent médiation’[2] /verzoening. Daarnaast is hij een van de ambassadeurs van de minnelijke geschillenbeslechting, benoemd door voormalig minister Dupont-Moretti. Hij is lid van de recent opgerichte Conseil national de la médiation in Frankrijk en vicevoorzitter van GEMME France. Tevens doceert hij alternatieve vormen van geschillenbeslechting aan verschillende universiteiten. Onlangs publiceerde hij het werk La justice amiable : guide des bonnes pratiques (LGDJ), een bijzonder toegankelijk en praktijkgericht handboek.
Hoewel Frankrijk eerder al verschillende wetgevende hervormingen heeft doorgevoerd met betrekking tot gerechtelijke minnelijke geschillenregeling en de verzoenende rol van de rechter, werd het land recent geconfronteerd met een versneld hervormingstraject, gedragen door een duidelijke politieke wil om minnelijke geschillenregeling te stimuleren. [3]
Zoals Fabrice Vert toelichtte, gaat het daarbij veeleer om een ‘top-down’-benadering dan om een ‘bottom-up’-proces. Dit staat in contrast met de recente Belgische hervorming via de wet van 19 december 2023, die de kamers voor minnelijke schikking (KMS/ CRA) heeft veralgemeend tot alle rechtsdomeinen. Hoewel de KMS oorspronkelijk enkel voor familiale aangelegenheden was voorzien, ontstonden op het terrein via diverse pilootprojecten ook KMS’en in andere rechtsdomeinen.
Het Franse recht beschikt over een uitgebreid arsenaal aan instrumenten en actoren inzake minnelijke geschillenregeling.
Artikel 21[4] van het Franse wetboek inzake burgerlijk procesrecht bepaalt dat het tot de opdracht van de rechter behoort om partijen te verzoenen “en samen met hen de meest geschikte wijze van geschillenbeslechting te bepalen”. Dit weerspiegelt een samenwerkingsmodel tussen alle betrokken actoren.
Verder heeft Fabrice Vert ons onderhouden over een specifiek Franse figuur in de gerechtelijke verzoening: de ‘conciliateur de justice’. Dit is een vrijwilliger die optreedt als bemiddelaar. Vaak gaat het om gepensioneerde rechters in handelszaken. Hoewel deze bemiddelaars niet altijd de nodige erkenning kregen[5], wordt hun doeltreffendheid vandaag algemeen erkend. In Frankrijk zijn er ongeveer 2.900 vrijwillige bemiddelaars actief, die jaarlijks circa 200.000 dossiers behandelen.
Vanuit haar hoedanigheid als voorzitter van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank te Brussel sprak Anouk Devenyns haar bijzondere interesse uit voor deze vorm van samenwerking tussen rechters en ‘conciliateurs de justice’. Zij wees op het feit dat de rechters in ondernemingszaken hiervoor zouden kunnen worden aangesproken.
Daarnaast kent het Franse recht de zogenaamde ‘audience de règlement amiable’ (hierna: ARA), die functioneel vergelijkbaar is met de Belgische KMS, waarbij de rechter een verzoenende rol speelt. In dit kader neemt de rechter zelf een verzoenende rol op binnen een specifiek daartoe ingericht tijds- en ruimtekader. De toepasselijke regels vertonen onderling sterke gelijkenissen: vertrouwelijkheid, de mogelijkheid tot afzonderlijke vertrouwelijke gesprekken (caucus) en de mogelijkheid tot het in voortzetting plaatsen van een zaak.
De verschillen tussen de ARA en KMS zitting werden uiteengezet door Anouk Devenyns en Annelien Verschaeve, waaronder de mogelijkheid in België om een verzoeningszitting voor de KMS reeds in een pre-contentieuze fase op te starten. Deze praktijk wordt met name frequent toegepast voor de ondernemingsrechtbanken en arbeidsrechtbanken.
Het succes van de KMS binnen de arbeidsrechtbanken werd in België onderstreept, terwijl Fabrice Vert betreurde dat de ARA geen toepassing vindt binnen de Franse arbeidsrechtbanken (nu daar reeds een aparte kamer is voorzien: nl. de ‘conseils de prud’hommes’).
De rechters aan beide zijden van de grens gaven aan dat deze vorm van rechtspraak bijdraagt tot een meer humane benadering van geschillen.
Tijdens het interactief debat kwamen tevens andere Franse bijzonderheden aan bod.
Zo bestaat er in het Franse recht het rechterlijk bevel tot het bijwonen van een informatiegesprek met een bemiddelaar, zijnde een mogelijkheid gegeven aan de rechter om partijen te bevelen een bemiddelaar te ontmoeten.
Dit bevel verplicht hen om deel te nemen aan een kosteloze informatiesessie. Indien partijen overtuigd raken, kiezen zij nadien vaak voor een bemiddelingstraject. Dit type bevel wordt reeds enkele jaren toegepast en kan in voorkomend geval gepaard gaan met een voorwaardelijke aanwijzing van de bemiddelaar, voor het geval de partijen instemmen met het proces, zonder dat een nieuwe tussenkomst van de rechter vereist is.
Meer recent heeft de wetgever bepaald dat de rechter een dergelijk bevel kan opleggen op straffe van een geldboete. Er werd onlangs melding gemaakt van een eerste zaak waarin een rechter een aanzienlijke geldboete heeft opgelegd aan een partij (een verzekeringsmaatschappij) die principieel had geweigerd deel te nemen aan het informatiegesprek met de bemiddelaar.
Tot slot werd aandacht besteed aan wettelijke bepalingen die een voorafgaande poging tot minnelijke regeling verplicht stellen, zoals ook het geval is in Italië en Spanje.
In Frankrijk bepaalt artikel 750-1 van het Wetboek van Burgerlijk Procesrecht dat een vordering, op straffe van onontvankelijkheid, moet worden voorafgegaan door een poging tot minnelijke oplossing (via een ‘conciliateur de justice’, bemiddeling of een participatieve procedure)[6] wanneer zij betrekking heeft op een bedrag van minder dan 5.000 euro of op burenconflicten, behoudens bepaalde uitzonderingen.
Daarnaast voorziet artikel L-213-11 van het Wetboek Administratief recht een verplichte voorafgaande bemiddeling voor bepaalde geschillen binnen de overheidssector.
Deze gedachtewisseling, die nadien informeel werd voortgezet, was bijzonder verrijkend en weerspiegelt het DNA van GEMME Europe: een vereniging die voornamelijk magistraten en bemiddelaars verenigt en als doel heeft de bevordering van minnelijke geschillenbeslechting, onder meer via grensoverschrijdende en zowel inhoudelijk als menselijk waardevolle ontmoetingen.
door Caroline Verbruggen[7] en Marielle Schumacker[8] – vertaald Régine Claeys[9]
De originele Franse versie van dit artikel verscheen eerder in Journal des Tribunaux: C. VERBRUGGEN en M. SCHUMACKER, « Colloques — Regards croisés sur l'amiable, en France et en Belgique », Journal des tribunaux, 2026/17, nr. 7065 – 25 april 2026.



0 reacties