Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Onderstaande tekst van meester Antoon Dierick is een ingekorte versie zijn openingsrede voor de Balie Gent, in zijn tekst over digitalisering gaat hij verder ook nog in op advocatenwebsites, advocaten en sociale media, gevaren van cybercrime, en gaat hij nog dieper in op GDPR-regels aan de hand van twee bijzondere casussen. De volledige rede kunt u hier downloaden.


Ik specialiseer mij al meer dan een decennium in het IT-recht in de ruime zin van het woord. Het is dan ook correct te stellen dat ik dagdagelijks “met computers” bezig ben, en in ruimere zin met de voortschrijdende digitalisering van de maatschappij. Die digitalisering stelt ook voor de advocaat, en de manier waarop die haar of zijn beroepsactiviteit uitoefent, bijzondere uitdagingen.

Deze rede is niet bedoeld om een opleiding te geven in het IT-recht, maar wel om verder na te denken over de manier waarop wij met z’n allen, als advocaat, in die digitale wereld staan.

In wat volgt, wil ik u dan ook graag meenemen voor een korte uiteenzetting over enkele belangrijke uitdagingen waarvoor de advocaat in een gedigitaliseerde wereld staat, alsook over de opportuniteiten (en eventuele bedreigingen) die ongetwijfeld in een niet zo verre toekomst op ons als beroepscategorie afkomen.

Voor alle duidelijkheid: dit zowel voor de advocaat die zich in het IT-recht of de digitalisering meer algemeen specialiseert, als voor diegenen die dat niet doen.

Corona: superverspreider van de digitalisering

Na een intermezzo van een aantal jaren waarbij ik als hoofdjurist werkzaam was in een IT-bedrijf, keerde ik op 1 januari 2020 terug naar de Gentse balie om me opnieuw als advocaat toe te spitsen op mijn specialisatie.

Eén maand later, op 3 februari 2020 om precies te zijn, startte in België de coronacrisis. Het virus verspreidde zich nadien razendsnel en op 18 maart 2020 zaten we met z’n allen in lockdown. Voor een pas (opnieuw) begonnen advocaat was dat toch even slikken, hoewel anderen er in perspectief uiteraard veel slechter aan toe waren.

De coronacrisis speelde daarentegen wel in op mijn juridische vakgebied. Digitale webshops, videomeetings, telewerken en afstandsonderwijs werden voor iedereen standard practice. Plots dienden we allemaal onze werkzaamheden een groot stuk online uit te voeren om onze maatschappij draaiende te houden.

Specifiek wat de advocatuur betreft, is het uiteraard zo dat we met z’n allen al in meer of mindere mate digitaal werken. We gebruiken Office 365, hebben advocatensoftware voor onze digitale dossiers, gebruiken VoIP-telefonie enz. Maar plots belegden we allemaal onze vergaderingen online en organiseerden we met z’n allen Teams, Zooms en Google Meets als nooit tevoren.

In vele kantoren werkten de advocaten en ondersteunende functies zo goed als mogelijk van thuis uit, wat voordien voor veel kantoren niet of althans in veel mindere mate mogelijk of wenselijk was.

We gingen niet meer naar studiedagen met lekkere broodjes en een drankje achteraf, maar zaten gezellig achter ons scherm voor de zoveelste webinar.

Plots deden we dus allemaal (nog) veel meer op ons computerscherm, en gebruikten we met z’n allen wat minder papier.

Sommige van deze veranderingen bleken in de praktijk goed werkbaar, en het valt in te denken dat we de restanten ervan zullen blijven zien en voelen, ook in de advocatuur.

Zo blijkt uit de resultaten van de digimeter van de OVB dat ruim 75% van de respondenten gebruikmaakt van videoconferencing als manier om te communiceren met cliënten of derde partijen. Eveneens lijkt het houden van webinars een blijver.

Allicht zijn daarvan geen officiële cijfers te vinden, maar mijn (sterke) indruk is dat ook het thuiswerk (net zoals dat trouwens in andere sectoren ook het geval is) ook bij de advocatenkantoren meer ingeburgerd is geraakt en meer aanvaardbaar is dan vroeger het geval was.

Ondertussen zijn we als advocaat dus ook nog een stuk meer digitaal actief geworden wat betreft de uitvoering zelf van onze beroepswerkzaamheden.

Die plotse en noodgedwongen evolutie kwam natuurlijk ook met haar uitdagingen en kwetsbaarheden. In de eerste plaats kon op een breder maatschappelijk vlak worden vastgesteld dat er nog steeds een grote digitale kloof bestaat.

Ook bij de andere stakeholders in de juridische wereld laat de verdergaande digitalisering als gevolg van corona zich voelen. Zo werden de zittingen tijdens corona digitaal georganiseerd en werd door de advocaten gepleit voor een webcamera in aanwezigheid van de partijen en de rechter(s).

De gevolgen daarvan laten zich tot op de dag van vandaag voelen. Recent behandelden we op kantoor bijvoorbeeld een dossier waarbij partijen in het kader van een rechtspleging in kort geding voor de Raad van State werden opgeroepen om bijeen te komen ten huize van de voorzitter van de bewuste kamer … dit door een virtuele zitting via Teams. Partijen werden daarbij vriendelijk verzocht om met het oog daarop “Teams te downloaden op [hun] apparatuur” en “bij voorkeur een LAN-verbinding te gebruiken tijdens het videogesprek”.

Die plotse en noodgedwongen evolutie kwam natuurlijk ook met haar uitdagingen en kwetsbaarheden. In de eerste plaats kon op een breder maatschappelijk vlak worden vastgesteld dat er nog steeds een grote digitale kloof bestaat.

Ook de naleving van de diverse en soms complexe toepasselijke wettelijke regels in de digitale sfeer is een uitdaging. Denk aan de wetgeving betreffende de elektronische handel, de consumentenwetgeving, de privacywetgeving, de arbeidswetgeving enz., om er maar enkele te noemen.

Zoals hoger vermeld, zijn we als advocaat uiteraard uniek geplaatst om met die juridische uitdagingen om te gaan.

Bovendien bleven de cybercriminelen actief, waarbij een gevoelige stijging kon worden waargenomen van cyberaanvallen tijdens de coronacrisis, alsook een shift van aanvallen op individuen en kleine ondernemingen naar aanvallen op grotere bedrijven en overheden. Het is wel zo dat ook voor de coronacrisis (grote) advocatenkantoren reeds het slachtoffer werden van zware cyberaanvallen, met een sterke disruptie van de bedrijfsprocessen tot gevolg.

Het moet ons allen doen nadenken over de kwetsbaarheid die uiteraard ook digitale systemen met zich meebrengen. Dat geldt niet enkel voor de vertrouwelijkheid van de informatie die we van en over onze cliënten verwerken, maar het slaat tevens op het eigenlijke voorwerp van onze werkzaamheden, waarbij we vaak gebonden zijn door deadlines allerhande, zoals het tijdig instellen van rechtsmiddelen, neerleggen van conclusies, maar ook het sluiten van contracten, het afronden van transacties enz.

Voor de hedendaagse advocaat is er nog veel ruimte om in te zetten op bewustmaking over de uitdagingen en valkuilen die deze digitalisering met zich mee kan meebrengen.

De volledige en ongecompromitteerde toegang tot onze digitale dossiers is een absolute noodzaak. Beeld u maar eens in dat die op een dag volledig zou worden verstoord …

Begrijp me niet verkeerd; als advocaat die bijna geheel paperless werkt, pleit ik geenszins (en zelfs integendeel) voor het tegenhouden van de digitalisering. Naar mijn mening is er echter voor de hedendaagse advocaat nog veel ruimte om in te zetten op bewustmaking over de uitdagingen en valkuilen die deze digitalisering met zich mee kan meebrengen.

Legal tech: een SWOT-analyse

Legal tech verwijst naar oplossingen die bepaalde (soms meer eenvoudige, soms complexere) taken automatiseren. Vaak geeft men daarbij het voorbeeld van geautomatiseerde systemen die grote hoeveelheden aan informatie kunnen doornemen en in een bepaalde mate kunnen analyseren (denk bv. aan het scannen van grote hoeveelheden rechtspraak om precedenten te vinden, het analyseren van een grote hoeveelheid aan contracten in een dataroom enz.).

Nochtans mag men legal tech niet verwarren met kunstmatige intelligentie of artificial intelligence (AI). Legal tech kan (een stuk) AI omvatten, maar dat moet niet noodzakelijk. Er worden ook legal tech oplossingen aangeboden op de markt waar geen AI bij komt kijken.

De vraag rijst hoe bereid wij met zijn allen als beroepsgroep zijn om deze vernieuwende technologieën te omarmen en te implementeren in onze bedrijfsprocessen.

Op de Belgische markt zijn er diverse nationale en internationale spelers die legal tech oplossingen aanbieden op maat voor advocatenkantoren. Dat betreft onder meer oplossingen die ondertussen mainstream zijn geworden (denk aan juridische zoekmachines als Jura en Strada of managementsoftware zoals Kleos en Advodata), maar ook spelers die zich op nieuwe gebieden begeven die voorlopig nog vrijwel onontgonnen gebied zijn.

Legal tech oplossingen kunnen zeer divers zijn en zich uitstrekken van administratieve taken, over kennisbeheer, tot het inhoudelijke werk van de advocaat zelf. Zowel advocaten als het ondersteunend personeel binnen een advocatenkantoor kunnen er dus mee in aanraking komen en kunnen de voordelen ervan ondervinden.

De vraag rijst vervolgens hoe bereid wij met zijn allen als beroepsgroep zijn om deze vernieuwende technologieën te omarmen en te implementeren in onze bedrijfsprocessen.

Daarover bestaan er naar mijn weten geen officiële cijfers, maar uit een brede (internationale) enquête van Wolters Kluwer blijkt dat een grote meerderheid van advocatenkantoren zich verwacht aan een sterk verdergaande digitalisering, maar tegelijkertijd ook stelt daar onvoldoende op voorbereid te zijn.

In een niet zo ver verleden ben ik, zij het langs de zijlijn, betrokken geweest bij de opstart en de uitrol van een legal tech oplossing die zich voornamelijk concentreert op het inhoudelijke werk van een advocaat, en dan meer bepaald het opstellen van contracten. Die ervaring heeft mij geleerd dat Belgische advocaten en advocatenkantoren wel degelijk een sterke interesse vertonen voor wat het legal tech gebeuren betreft, maar dat het water soms nog te diep is om de oversteek te wagen.

Meer algemeen kan men zich de vraag stellen of we als beroepsgroep in zekere mate ook een stuk behoudsgezind zijn en of we de zaken niet liever bij het bekende laten … Sommigen zien de toenemende rol van technologie in de uitoefening van ons beroep ongetwijfeld als een bedreiging voor de invulling, en wie weet zelfs het voortbestaan, ervan.

Naar mijn mening zullen we de evolutie van legal tech echter niet kunnen tegenhouden. Legal tech is hier, en is hier om te blijven.

Het zich blind afsluiten van technologische ontwikkeling of de onwil om daar adequaat mee om te gaan stelt de advocaat bloot aan een aantal reële risico’s. Twee daarvan lijken mij een bredere discussie waard.

Ten eerste zal naar verwachting blijken dat cliënten (professionele cliënten maar gaandeweg ook particulieren) meer en meer zullen verwachten dat ook hun advocaat gebruikmaakt van oplossingen die het werk efficiënter maken en, uiteindelijk, het factuurbedrag doen dalen.

Uit het bovenvermelde rapport van Wolters Kluwer blijkt dat advocatenkantoren tegenwoordig een groter risico op ontslag lopen door hun cliënten. De belangrijkste reden voor zakelijke cliënten om de samenwerking met een advocatenkantoor te beëindigen is blijkens deze enquête wanneer het kantoor geen blijk geeft van efficiëntie en productiviteit.

De overgrote meerderheid van de bevraagde juridische afdelingen, maar liefst 91%, geeft aan dat het voor hen in de komende drie jaar belangrijk wordt om te werken met een advocatenkantoor dat ten volle gebruikmaakt van technologie. Tegen 2025 zal 97% van de juridische afdelingen van de door hen in te huren advocatenkantoren een beschrijving verlangen van de technologieën die deze kantoren inzetten om hun productie en efficiëntie te bevorderen.

Cliënten zullen zich dus, naar verwachting, veeleisender gaan opstellen voor wat betreft het gebruik van technologie. Ze geven ook aan dat ze van hun advocaat daaromtrent verantwoording zullen vragen.

Naar mijn mening mag dit op het eerste gezicht dan wel lijken op een bedreiging voor onze beroepsactiviteit, maar eerder dan dat lijkt mij dit een enorme opportuniteit te zijn voor de advocatuur in haar geheel en ons ook de kans te geven om aan de buitenwereld te tonen dat ook wij de digitale trein niet (willen) missen.

Ten tweede laat legal tech ook niet-advocaten toe zich makkelijker op het pad van de juridische adviesverlening te begeven. Advocaten genieten in België dan wel een pleitmonopolie, maar van een dergelijk monopolie voor juridische dienst- of adviesverlening is geen sprake.

Welnu, legal tech oplossingen zullen het naar de toekomst toe allicht steeds makkelijker maken voor bijvoorbeeld bedrijfsjuristen om interne juridische diensten te verlenen, mogelijkerwijs ten koste van diezelfde adviesverlening door de advocaat. De dreiging van een eventuele recessie zou dat proces nog kunnen versnellen.

Maar niet alleen bedrijfsjuristen kunnen voordeel halen uit legal tech, ook andere beroepsgroepen kunnen (en allicht zullen) er hun voordeel uit halen. Denk aan notarissen, gerechtsdeurwaarders maar ook consultancybedrijven, accountants enz.

Zij zouden, zelfs als een nice-to-have zijactiviteit, aan hun klanten ook diensten kunnen aanbieden zoals het verlenen van eenvoudige juridische adviezen, het opstellen van contracten of het opmaken van standaardiseerbare juridische documenten (denk aan type ontslagbrief, interne policy’s enz.). Via legal tech zou dat wel eens op een snelle, laagdrempelige en relatief goedkope manier kunnen. Anderzijds kan men zich ook de vraag stellen naar de professionele aansprakelijkheid bij dergelijke activiteiten (alsook de verzekering/verzeker baarheid daarvan).

Het is eveneens denkbaar dat dergelijke diensten door niet-advocaten zouden worden aangeboden als gratis (of bijna gratis) dienst/product om klanten te lokken of als een upsell naar de core-activiteiten van deze beroepscategorieën.

Welnu, ook in dit (m.i. realistische) scenario zie ik legal tech niet als dé grote bedreiging die de advocatuur op termijn overbodig zou maken. Hoewel legal tech naar mijn mening een zekere disruptieve invloed zal hebben op het businessmodel van de advocaat zoals we dat tot nu toe kennen (naar ik verwacht vooral met betrekking tot eenvoudigere contracten, adviezen, transacties, repetitief werk enz.), blijft de advocaat toch een expert ter zake die zijn/haar expertise verder moet kunnen uitspelen. Net waar legal tech de toegang tot bepaalde documenten en informatie voor een breder publiek kan vergemakkelijken, zal het de advocaat zijn die een cruciale rol kan spelen om die documentatie concreet toe te passen in het belang van zijn of haar cliënt.

Dus: naar mijn mening is legal tech geen bedreiging voor ons beroep, maar we moeten er wel voor open durven staan en toelaten dat dergelijke oplossingen onze dienstverlening optimaliseren. Legal tech zal namelijk stilaan een shift met zich meebrengen in het verwachtingspatroon van cliënten, en laat ook niet-advocaten toe om zich (verder?) op het terrein van de juridische dienstverlening te wagen.

Digitalisering als bron van uitdaging en risico

Hoewel digitalisering ongetwijfeld vele voordelen biedt, mogen we de ogen niet sluiten voor de juridische uitdagingen en zelfs de risico’s die deze evolutie met zich meebrengt. Het is onmogelijk zelfs maar te trachten daarvan een sluitend overzicht te geven, dus beperk ik mij in dit kader tot enkele van deze uitdagingen die zich specifiek voor de advocaat kunnen stellen en de manier hoe we daarmee om kunnen (of zelfs moeten) gaan.

Digital = automated processing = GDPR

De AVG is van toepassing “op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen”. Advocaten, die uit de aard van hun activiteit doorgaans persoonsgegevens verwerken, zijn onderhevig aan de bepalingen van de AVG.

Dit geldt des te meer bij een verder gevorderde digitalisering van een advocatenkantoor, aangezien die digitalisering doorgaans samengaat met bijkomende verwerkingsstromen van (persoons)gegevens.

Denk bijvoorbeeld aan het ontvangen van gegevens via een contactformulier op een website, maar ook het opslaan en verder verwerken van die gegevens in de advocatensoftware die in het kantoor wordt gebruikt.

Ook het gebruik van legal tech oplossingen betekent doorgaans een meer doorgedreven vorm van dataverwerking, vaak mits tussenkomst van de legal tech provider (als verwerker). Denk aan de informatievergaring door een legal chatbox, tools die documenten (met persoonsgegevens) scannen en analyseren enz.

Het is niet de bedoeling om in het kader van deze rede een herhaling te geven van de (basis)principes van de AVG. Daarvoor kan men zich wenden tot de vele andere naslagwerken en opleidingen die daarover sinds de inwerkingtreding in 2018 (en ook ervoor) zijn verschenen.

@dvocaat: #quo_vadis?

Rest mij nog even samen met u te reflecteren over de digitale (r)evoluties waarmee de advocaat van morgen allicht zal worden geconfronteerd.

Sommige van die evoluties kwamen eerder al aan bod (bv. de toenemende aanwezigheid op sociale media, een verwachte groei in investeringen in legal tech enz.). Daarnaast zijn er uiteraard nog andere te verwachten evoluties, waarvan we er hierna enkele belichten. Dit overzicht is, je bent advocaat of je bent het niet, niet (en zelfs verre van) limitatief.

De digitale wereld wordt nog complexer …

Een eerste evolutie, waarvan we de concrete gevolgen vandaag al kunnen vaststellen, is dat de digitale wereld ontegensprekelijk complexer wordt.

In een nog niet zo ver verleden hadden we te maken met digitale evoluties die voor de leek (ook op technisch vlak) nog enigszins te doorgronden en te begrijpen waren. Ik schreef daarover samen met Patrick Van Eecke een decennium geleden een artikel in de doctrine, waarin we een aantal (vandaag grotendeels ingeburgerde) nieuwigheden belichtten, zoals:

  • permanente toegang tot het internet;
  • ubiquitous computing en het Internet der Dingen (ook wel IoT);
  • cloud computing;
  • digital natives;
  • i2i en P2P;
  • gebruik van cookies en tracktechnologieën;
  • de opkomst van sociale netwerken;
  • enz.

Uiteraard staat de wereld (en de technologische ontwikkeling) niet stil en komen er ook vandaag, tien jaar na de bovengenoemde bijdrage, vanzelfsprekend nieuwe trends op ons af. We moeten echter vaststellen dat deze nieuwe ontwikkelingen alsmaar complexer worden, zodat ze, zelfs voor diegenen die met deze materie bezig zijn, niet steeds meer volledig te vatten zijn.

Enkele voorbeelden van dergelijke complexe ontwikkelingen:

Blockchain: Een buzzwoord dat bij het bredere publiek ingeburgerd is geraakt door de groeiende populariteit van cryptomunten (ook als belegging). Vaak zonder doorgedreven kennis van wat de blockchain eigenlijk is. Zelfs de definitie van ‘een blockchain’ blijkt in de praktijk nog niet zo’n eenvoudige klus. In een (voor wie in het onderwerp geïnteresseerd is, zeer aan te raden) boek van Pieter-Jan Aerts, Frank Hoogendijk en Niels Vandezande (eds.) wordt een definitie van blockchain voorgesteld, zij het vanuit drie invalshoeken, namelijk vanuit een zakelijk perspectief, vanuit een juridisch oogpunt en vanuit de technische invalshoek. Dat alleen al toont het complexe karakter van een technologie als blockchain aan.

Smart contracts: Evenzeer bijzonder complex zijn de op de blockchain gebaseerde zogenaamde slimme contracten of smart contracts. Een smart contract is in mensentaal uitgedrukt een in codetaal geschreven overeenkomst die automatisch van kracht wordt wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Met andere woorden, als aan voorwaarde(n) X is voldaan (bv. A geeft aan B 100 euro), dan treedt gevolg Y automatisch in werking (bv. B geeft het vooraf gedefinieerde goed aan A). Daar komt geen tussenpersoon (bv. een overheid, een notaris) aan te pas en de transactie wordt gevalideerd en bijgehouden aan de hand van een op blockchain gebaseerde technologie. De voordelen die worden aangehaald, zijn het veilige karakter van de transactie, het uitsluiten van fraude en het wegwerken van de zogenaamde middle man.

Iets technischer definieert men het smart contract als een deterministische code die wordt gerepliceerd en uitgevoerd op een op de blockchain gebaseerd system als gedecentraliseerd of gedistribueerd register (of op een onafhankelijk platform dat deze functionaliteit overneemt) en die in staat is om overeengekomen transacties automatisch (zonder tussenkomst van de mens) uit te voeren.

De praktische toepassingen van smart contracts zijn op heden nog relatief beperkt, maar het valt te verwachten dat met de ontwikkelende technologie ook deze trend zich zal verderzetten.

Kunstmatige intelligentie, artificial intelligence of AI: Misschien een tastbaarder voorbeeld, maar daarom niet minder complex, zijn de AI-toepassingen die meer en meer doorbreken. Wikipedia definieert AI als volgt: “Artificial intelligence (AI) is intelligence demonstrated by machines, as opposed to the natural intelligence displayed by animals and humans.

Een andere definitie van AI is het vermogen van een machine om doelbewust te handelen, rationeel te denken en op een effectieve wijze te interageren met de omgeving, net zoals mensen dat in een ideale wereld worden verondersteld te doen. Een gekend concept in deze sfeer is de zogenaamde Turing test: als de machine/computer een mens kan doen geloven dat hij ook een mens is, dan moet die machine/computer wel noodzakelijkerwijs intelligent zijn. Desalniettemin bestaat er ook over het concept van “intelligentie” veel discussie, zodat niet alle computertoepassingen die op zich “slim” zijn, ook daadwerkelijk als AI kunnen worden gezien.

… maar elk van ons zal er meer mee in aanraking komen …

Een tweede trend die ik specifiek voor de advocatuur verwacht, is dat we met z’n allen meer en meer in aanraking zullen komen met technologie en digitalisering, ongeacht in welke sector we actief zijn.

In de eerste plaats in het kader van onze bedrijfsvoering als advocaat of advocatenkantoor. Net zoals voor alle andere ondernemingen, in gelijk welke sector, zal de digitalisering en technologische ontwikkeling niet stilstaan.

Als ondernemers zullen ook wij die evoluties moeten blijven volgen. We bespraken in die zin al het voorbeeld van legal tech.

Maar ook wat betreft de uitoefening van onze juridische dienstverlening zelf zie ik een toenemend belang aan kennis van technologie en digitalisering.

Dat geldt in eerste instantie ongetwijfeld voor de IT-advocaat die zich dagelijks met de materie bezighoudt, maar evengoed voor advocaten die zich in andere disciplines specialiseren, zoals medisch recht, financieel recht, …

Slotwoord

Ik hoop u met deze rede een stukje te hebben meegenomen in de digitale reis die we ondertussen met z’n allen als advocaat, in meer of mindere mate, hebben afgelegd, alsook in het traject dat in een niet zo verre toekomst voor ons ligt.

De verdergaande digitalisering schept vele opportuniteiten voor onze beroepsgroep, ongeacht of men zich daarbij al of niet specialiseert in het IT-recht. Ondernemingen, maar ook particulieren, ageren in een steeds meer gedigitaliseerde wereld en de juridische problematieken die daaruit kunnen voortspruiten, komen vroeg of laat terecht bij de advocaat.

Maar naast de opportuniteiten stellen zich ook juridische uitdagingen, ook voor de advocaat als ondernemer. Daar lijkt mij een belangrijke rol weggelegd voor de balies en voor de ordes. Sensibilisering en/of opleiding van onze beroepsgroep, zoals die op dit moment trouwens al voor een stuk plaatsvindt, valt daar zonder enige twijfel onder.

Antoon Dierick is advocaat, hij specialiseert zich voornamelijk in de juridische aspecten van de informatie- en digitale maatschappij. Hij legt daarbij de klemtoon op een brede waaier aan IT- en data-gerelateerde zaken, nieuwe technologieën en (online) consumenten- en ondernemingsrecht.

In zijn openingsrede spreekt hij uitgebreid over digitalisering, hij gaat verder ook nog in op advocatenwebsites, advocaten en sociale media, gevaren van cybercrime, en gaat hij nog dieper in op GDPR-regels aan de hand van twee bijzondere casussen. De volledige rede kunt u hier downloaden.


Ontdek hier ook enkele andere openingsredes:

Openingsrede Balie Limburg: Voor 16h besteld, morgen geleverd

Openingsrede Balie West-Vlaanderen: duurzaamheid en recht

Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.