Groei en schaalvergroting worden vaak genoemd als de sleutel tot succesvol ondernemerschap. Aan de zijlijn roept men er vandaag graag bij dat “AI zo’n grote opportuniteiten biedt”. Midden in die wereld van logge mastodonten, wil ik de stiel van het advocatenberoep opnieuw koesteren. We verkopen als advocaat geen product. We werken met mensenlevens. Ons bestaansrecht ontlenen we aan het vertrouwen dat ons geschonken wordt.
Wanneer ik iemand hoor pleiten over ‘een triest dossier’, dan hoor ik een contradictio in terminis. Dan overvalt me een soort tristesse over hoe we ons beroep zijn gaan beoefenen. Sinds wanneer verdedigen we een dossier in plaats van een mens?
Groei is goed, maar groei zonder fundament richt schade aan. Schade aan de mensen die in je kantoor werken en die uitgewrongen worden tot eer en glorie van wie de top van de piramide bezet. Maar vooral schade aan de mensen die aan de deur aankloppen voor bijstand. Hun leven kan niet herleid worden tot een zoveelste dossier en kan niet ingepast worden in een standaardmodel dat gereproduceerd wordt. Het advocatenberoep is bovenal een stiel. Het ondernemerschap waarbinnen die stiel wordt beoefend, moet die stiel bewaken. Noem mijn ideeën ouderwets. Noem het stilstand. Ik noem het liefde en eergevoel voor het vak.
Disclaimer: geen handleiding
Wat volgt is geen handleiding voor het runnen van een advocatenkantoor. Het is een inkijk in een persoonlijk verhaal over hoe ik als strafrechtadvocaat mijn boetiekkantoor heb gebouwd: met waarden, met focus, en niet in zeven haasten.
Eind 2018 was ik vennoot in een groot kantoor. Een gouden kooi. Op papier had ik alles wat ik moest hebben, behalve het gevoel dat ik daar nog op mijn plaats was. Het was alsof ik tegen een plafond botste. Vastroesten was geen optie. Als ik verder wilde groeien in dit beroep, kon ik niet anders dan springen. Weggaan.
Men zegt dat je moet beginnen met een businessplan. Ik begon met een ongemakkelijke vraag aan mezelf: waar ligt mijn kern als mens en als advocaat?
Jordan & Ray is het antwoord op die sprong. Er lag geen kant‑en‑klaar businessmodel in de lade. Mijn onderneming was het resultaat van een langzaam gegroeid gevoel: als ik dit vak op mijn manier wil doen, moet ik mijn eigen huis bouwen. Het ondernemerschap drong zich op die manier aan mij op, traag maar onmiskenbaar, tot ik er niet meer omheen kon.
Een vraag bij een koffie en een ongemak
Men zegt dat je moet beginnen met een businessplan. Ik begon met een ongemakkelijke vraag aan mezelf: waar ligt mijn kern als mens en als advocaat, en hoe kan ik daar zo dicht mogelijk bij blijven?
Toen mijn kantoor in de startblokken stond, kreeg ik bij een koffie een vraag die me tot op vandaag bijblijft: waarom zou iemand uitgerekend bij jou komen als strafrechtadvocaat en niet bij een ander? Het is een prikkelende vraag die me dwong mijn identiteit scherp te krijgen. Het antwoord is nooit definitief verworven. Die vraag dwingt je om elke dag de beste versie van jezelf te geven. Wellicht start daar het ondernemerschap, bij een overtuiging.
Waarden die er al waren
De waarden die mijn onderneming drijven, heb ik niet moeten verzinnen; ze zaten er al. Het werk bestond erin ze langzaam vrij te slijpen, scherper te maken, tot ik ze helder genoeg zag om er mijn kantoor op te bouwen. Dat klinkt eenvoudig, maar in werkelijkheid was het een worsteling, een lang zoeken en schaven voor alles helder werd. In dat slijpwerk zit voor mij ook ondernemerschap. Je moet durven kijken wie je al bent, in plaats van jezelf in een bestaand model te duwen, en van daaruit keuzes maken die soms tegen de stroom ingaan. Je moet ballast afwerpen tot de essentie bovendrijft. Die overtuiging kristalliseert zich uit in waarden. En het zijn die waarden die je unieke identiteit vormen. Daarin schuilt je kracht.

Eerst vakvrouw, dan ondernemer
De eerste vijftien jaar van mijn loopbaan heb ik eigenlijk blind gewerkt. Niet blind in de zin van gedachteloos, wel blind voor ondernemerschap. Ik had vooral een buitengewone goesting in advocatuur. Ik stortte me inhoudelijk op het werk, zonder bewust bezig te zijn met het bouwen van een eigen cliëntenportefeuille. Achteraf ben ik daar niet rouwig om. Dat heeft mij toegelaten om eerst in de diepte een vakvrouw te worden. Vanaf dag één heb ik uitdagende dossiers in het strafrecht mogen doen, en daar heb ik gul ja op gezegd. Wie een boetiekkantoor wil uitbouwen, heeft er baat bij dat de inhoud tot in de diepte zit. Dan wordt een ondernemingsplan geen in elkaar gebokste constructie, maar een vorm rond een vak dat al bestaat.
Het is pas gaandeweg, door de veeleisendheid van dit werk, dat de vraag kwam: is dit het nu? Die vraag dwong me om te zoeken wat mij gelukkig maakt als advocaat. Het antwoord lag niet in meer van hetzelfde, maar in de manier waarop ik het vak wilde beoefenen. Voortaan moest het op mijn manier, voluit, dicht bij mijn kern, in lijn met mijn waarden. Die waarden zijn niet universeel juist. Ze zijn juist voor mij. Ze zijn zelfs van levensbelang om dit werk te kunnen blijven doen en tegelijk in de spiegel te kunnen kijken, met zorg voor mijn cliënten.
Identiteit is niet iets wat je van buitenaf op een gevel kleeft. Ze zit er al. Iets unieks dat klaar ligt en dat je naar de oppervlakte moet halen
Identiteit als ruggengraat
Aan de oprichting van mijn kantoor is dus veel denkwerk voorafgegaan. Niet over omzetdoelen of branding, wel over identiteit. Identiteit is niet iets wat je van buitenaf op een gevel kleeft. Ze zit er al. Iets unieks dat klaar ligt en dat je naar de oppervlakte moet halen. Eerst voor jezelf helder krijgen, dan toelaten dat het naar buiten gaat uitstralen.
Eens die kern zichtbaar wordt, komt er veel in beweging. Cliënten voelen het, mensen die met je willen werken voelen het. Het is alsof er een rode draad door alles loopt: hoe je zaken aanpakt, hoe je met je medewerkers omgaat, de uitstraling van je kantoor, de strategische keuzes die je maakt. Vanuit die plek trek je vanzelf de cliënten aan die bij je passen.
De juiste cliënten vinden is geen mystiek verhaal. Je moet je identiteit tonen. Voor een website, een blog, of een post op LinkedIn heb je geen groot marketingbudget nodig. Maar in de massa val je op door een authentiek gedragen missie. Ik ben in beweging gekomen vanuit wat me drijft. Ik heb daar nooit een groot plan van gemaakt. Het gaat eerder om volgehouden koppigheid. Telkens opnieuw dezelfde kwaliteit, dezelfde zorgvuldigheid. Dat vraagt vooral geduld. En consequent zichtbaar zijn op de plekken waar reputatie ontstaat: in je werk, in wat je schrijft en zegt, en in hoe je samenwerkt. Reputatie is geen verhaal dat je zelf vertelt. Je kan dat niet controleren; je moet enkel consequent zijn en de tijd zijn werk laten doen. Reputatie is wat anderen over je vertellen.
Waarden en cijfers
Identiteit is niets wolligs. Het is een economische realiteit. Ze betekent dat je neen moet zeggen tegen zaken die niet passen bij wie je bent. Een moeilijke maar noodzakelijke opdracht, vanuit de wetenschap dat capaciteit eindig is en dat kwaliteit ruimte vraagt.
We hanteren als kantoor selectiecriteria. Niet elke zaak wordt aanvaard. Ik weet wat dit werk vraagt als je het goed wilt doen. Ik moet voelen dat ik er voluit voor zal gaan. Wat iemand al dan niet gedaan heeft, is daarbij niet het criterium. Ik filter mijn cliënten niet op hun moraliteit, anders moet ik een ander vak gaan doen. Maar ik moet wel voelen dat we op één lijn kunnen komen en dat er vertrouwen is. Mijn manier van werken moet passen bij wat iemand nodig heeft.
Mijn kantoor is geen hobbyproject en ook geen levensbeschouwelijk project. Het is een plek waar ik mijn vak op een bepaalde manier wil uitoefenen, en tegelijk een economische entiteit
Ondernemen vanuit je waarden, betekent niet dat de cijfers van ondergeschikt belang zijn. Dat heb ik the hard way moeten leren, want ik duik het liefst in de inhoud. Een kantoor zal niet draaien omdat je inhoudelijk sterk bent. Zeker niet in strafrecht. De werkdruk is grillig. Het denkwerk vreet tijd en je ziet het niet altijd op een factuur. Als je de economische kant te lang laat liggen, krijg je dat hard terug: een agenda die dichtslibt, dossiers die zich opstapelen, of een cashflow die net op het verkeerde moment onder druk komt. De basis moet kloppen, als voorwaarde om de kwaliteit mogelijk te maken.
Mijn kantoor is geen hobbyproject en ook geen levensbeschouwelijk project. Het is een plek waar ik mijn vak op een bepaalde manier wil uitoefenen, en tegelijk een economische entiteit. Ik moet facturen sturen, mensen vergoeden met wie ik samenwerk, investeren in mensen en tijd. Waarden alleen houden een kantoor niet overeind. Maar een kantoor dat financieel prima draait en waar mijn waarden niet doorheen lopen, voelt voor mij leeg.
Boetiek als consequente keuze
Intussen werk ik niet meer alleen. Ik werk met mensen naast mij aan wie ik iets doorgeef, maar van wie ik minstens evenveel leer. Dat team is geen decor, het is mee de motor. We kijken samen naar dossiers, we discussiëren en twijfelen hardop. In een vak dat zo veeleisend is als het strafrecht, biedt samenwerken het comfort om dit werk op niveau te blijven doen zonder onderuit te gaan. Ons huis is geen piramide waarin stagiairs en medewerkers onzichtbaar blijven, maar een vlakker huis waarin ervaring en frisse blik elkaar versterken.
De boetiekvorm past bij ons. We willen goed groeien, of niet. Strafrecht is een stiel. Of we nu aan de zijde staan van verdachten of van slachtoffers, we werken met mensenlevens. Of het nu gaat om een moordzaak of een verkeerszaak, steeds is er het besef dat achter elk dossier een leven zit dat grondig door elkaar is geschud. Die verantwoordelijkheid heeft gevolgen voor de manier waarop je onderneemt. Cliënten vertrouwen ons een stuk van hun leven toe. Daar hoort vakmanschap bij, maar ook authenticiteit en ethiek.
Schaalvergroting kan dan een valkuil zijn. Groeien is relatief gemakkelijk. Goed groeien is de echte uitdaging. Als de fundering niet meegroeit, betaalt de cliënt de prijs. Voor mij hoeft het niet te snel te gaan. Ik wil kunnen blijven bewaken wat voor mij niet onderhandelbaar is: kwaliteit, tijd om te denken, nabijheid bij cliënten en bij mijn team.
Durven kiezen betekent gekozen worden
De opportuniteit vandaag is dat er ruimte is voor kleine, uitgesproken kantoren. In een markt waar veel kantoren op elkaar lijken, maakt een duidelijke identiteit het voor cliënten makkelijker om te weten waarvoor ze bij jou moeten zijn. Wij doen niet alles, wij kunnen ook niet alles, maar wat wij doen – en dat geloof ik oprecht – doen we goed. Onlangs drong iemand aan om door ons bijgestaan te worden met de woorden: “Ik wil jullie als advocaat, want jullie trekken het je tenminste aan.” Beter had ik onze identiteit niet kunnen samenvatten. Ik was trots om de echo weerkaatst te horen. Dan voel je dat we geen slogan zijn. Dit is wie we zijn.
Ik was op zoek naar zingeving en vond die als ondernemer in de boetiekformule. Dat is mijn persoonlijk verhaal. Dat geldt niet noodzakelijk als de juiste weg voor iedere advocaat. Ik maak graag de vergelijking met de grootkeuken. Wie een ambachtelijke spaghettisaus wil opschalen, kan niet gewoon alle ingrediënten maal honderd doen. In een grote pot warmt alles anders op, de verdamping verandert, het roeren loopt trager en de smaken verschuiven. Als je niets aanpast, eindig je plots bij een andere smaak. Met strafrechtkantoren is het niet anders. Zodra je op grotere schaal gaat werken, moet je dingen veranderen om de stiel te beschermen. Wie dan zijn oude manier van werken simpelweg vermenigvuldigt, riskeert dat precies datgene verwatert wat hem sterk maakte. Het punt is niet dat groot of klein beter is. Het punt is dat je een ondernemingsvorm kiest die past bij je persoon en bij je stiel, zodat de structuur je toelaat je werk te doen zoals het hoort.
Anne Marie De Clerck, advocaat, Jordan & Ray
Dit artikel verscheen eerder inToday’s Lawyer, uitgegeven door KnopsPublishing.

Foto auteur (c) Ellen van den Bouwhuysen



0 reacties