knokke art fair

Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

Veronderstel: de tijd is aangebroken om een eigen nest te gaan zoeken. Je vindt een mooi appartementje, wat dichter bij je werk of bij je vrienden, en je verlaat de ouderlijke woning. Je nodigt een aantal vrienden uit, en geeft een mooie housewarming.  Heeft dit ook fiscale gevolgen? Jawel.

Onderhoudsgeld wordt aftrekbaar en belastbaar

We hebben vorige keer gezien dat onderhoudsgeld niet aftrekbaar en ook niet belastbaar is, zolang je bij je ouders woont. Dit verandert nu. Uitkeringen die men ontvangt van personen van wiens gezin men geen deel uitmaakt, in uitvoering van het Burgerlijk Wetboek of het gerechtelijk wetboek, of van de wet op de wettelijke samenwoning, zijn belastbaar bij degene die ze ontvangt, en aftrekbaar bij degene die ze betaalt[1]. Er zijn wel een aantal voorwaarden.

Zo moeten de betalingen regelmatig toegekend worden. Sporadische uitgaven, ook al zijn ze overeengekomen in een notariële akte van echtscheiding van de ouders, zijn dus niet noodzakelijk onderhoudsuitkeringen[2]. Een eenmalig groot bedrag, bv. om te helpen bij de aankoop van een onroerend goed, is niet aftrekbaar.

Wanneer de ouders uit de echt scheiden, wordt de onderhoudsuitkering meestal vastgesteld in een overeenkomst[3]. Dat belet niet dat het een wettelijke verplichting blijft, geen contractuele[4], en dus blijft ze aftrekbaar bij de ouders, en belastbaar bij de kinderen.

De uitkeringen worden in aanmerking genomen voor 80% van het werkelijk betaalde of toegekende bedrag, zowel bij de betaler als bij de ontvanger[5].

Voorbeeld

Greet verlaat de ouderlijke woning, en gaat in Leuven wonen. Ze heeft onvoldoende inkomsten, en haar ouders leggen dus bij, elke maand, met een doorlopende bankopdracht. Ze betalen ook de huur van het appartement, samen 1.000 euro per maand, 12.000 euro per jaar.

De ouders zullen een bedrag van 12 000 × 80% = 9.600 euro kunnen aftrekken in hun aangifte personenbelasting. Greet zal ditzelfde bedrag van 9.600 euromoeten aangeven in haar aangifte. Meestal zullen de ouders daardoor een belastingvoordeel genieten dat groter is dan de belasting die Greet betaalt: de aftrek gebeurt immers van de hoogste schrijven. De fiscus kijkt daarom tamelijk nauwlettend toe op de voorwaarden: heeft Greet er wel recht op, gebeurt de betaling regelmatig, is het bedrag niet overdreven, zijn de bedragen werkelijk ontvangen?

Meer details

Hierover is nog veel meer te zeggen, bijvoorbeeld:

  • Wat gebeurt er met achterstallige onderhoudsgelden?
  • Wat met de waardering van alimentatie in natura, bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van een woonhuis?
  • Wat met de afbetaling van kapitaalaflossingen van een lening die overgenomen wordt?
  • Wat als de belasting op de onderhoudsgelden ten laste genomen wordt?
  • Wat als de grootouders een onderhoudsgeld betalen aan hun behoeftige kleinkinderen, omdat de ouders van de kinderen zelf behoeftig zijn?
  • Wat met betalingen van school- en internaatkosten?

Daarvoor verwijzen wij naar de gespecialiseerde literatuur[6].

Erfbelasting

Er zijn dus gevolgen aan het afzonderlijk gaan wonen op het gebied van inkomstenbelasting. Maar we zagen eerder ook al dat het samenwonen belangrijk is voor de erfbelasting. Wanneer men de ouderlijke woning verlaat heeft dat immers ook gevolgen voor de erfbelasting.

“Afzonderlijk gaan wonen”

Wat verstaat men eigenlijk onder: afzonderlijk gaan wonen? Dat is niet altijd heel duidelijk. Een student die op kot gaat, maar in het weekend nog naar huis gaat, woont niet apart. Maar als de student maar eens in de maand naar huis gaat? Of eens in de twee maanden? Of het hele jaar in het buitenland studeert, “op Erasmus”?

In de inkomstenbelasting let men in principe op de inschrijving in het rijksregister. De wet vermoedt dat je daar ook effectief woont[7], maar de fiscus kan dat controleren en bewijzen dat de werkelijkheid niet overeenkomt met de verklaringen in dat register.

Voor de erfbelasting is dat anders: daar zegt de wet dat men moet kijken naar de plaats waar iemand zijn domicilie of de zetel van zijn vermogen heeft gevestigd op het ogenblik van zijn overlijden. Hetzelfde geldt voor de schenkbelasting: wat telt is waar men woont op het ogenblik van de schenking. We moeten dus kijken naar de werkelijkheid: waar verblijft iemand, als er geen reden is om anders te verblijven? Waar keert hij terug, als hij gedaan heeft met werken, als hij niet langer op reis is?

De Vlaamse belastingdienst vindt dat het bewijs dat de overledene een rijksinwoner is, voldoende geleverd is wanneer de overledene op datum van overlijden volgens de gegevens van het bevolkingsregister ingeschreven is in een Belgische gemeente. Dit keert de bewijslast om, het is dan aan de tegenpartij om te bewijzen dat overledene geen rijksinwoner is, aldus een beslissing van 2015[8]. Dit standpunt is juridisch eigenlijk niet correct[9], maar het feit dat iemand zich inschrijft op een bepaald adres kan natuurlijk wel een indicatie zijn dat hij daar wil wonen.

Voorbeeld

Greet verlaat de ouderlijke woning, en gaat in Leuven wonen. Zij vergeet zich echter uit te schrijven in de gemeente van haar ouders, en zich in te schrijven in Leuven. Haar slaapkamer thuis wordt heringericht als bibliotheek voor haar vader, die nogal wat boeken heeft en die er stiekem al een tijdje naar uitkeek.

Als Greet zou erven van haar broer, die nog thuis woonde, zal zij op het eerste gezicht toch kunnen erven tegen het tarief in rechte lijn, maximum 27%. De Vlaamse belastingdienst zal zich ook in eerste instantie daarnaar richten. Maar als blijkt dat zij in werkelijkheid in Leuven woont, zal het maximumtarief van 55% verschuldigd zijn. Dit kan bewezen worden met alle middelen: correspondentie met de overheid, bankrekeningen, enzovoort. En dus ook berichten op Facebook over een housewarming bijvoorbeeld!

De oplossing: een testament

Wie dus alleen gaat wonen doet er goed aan, als hij al een zeker vermogen heeft, om een testament te maken ten voordele van zijn ouders, en zijn broers en zussen dus te onterven, toch zeker als de verstandhouding in de familie goed is. De broers en zussen zullen nadien wel erven van de ouders, tegen het verlaagd tarief, of misschien krijgen ze het bij wijze van schenking en als de schenker daarna nog drie jaar leeft is er geen erfbelasting over verschuldigd.

Voorbeeld

Na de housewarming maakt Greet een testament waarin zij schrijft:

“Dit is mijn testament. Ik, Greet Vandenbergh, stel mijn ouders aan als algemeen legatarissen. Opgemaakt te Leuven, op (datum).”

Zij schrijft het dus eigenhandig, ondertekent het en geeft het aan haar ouders om veilig te bewaren. Niemand hoeft er verder iets van te weten, en er zijn dan ook geen kosten aan verbonden. Maar het is wel geldig.

Mocht haar iets overkomen dan gaan haar goederen naar haar ouders, tegen het tarief tussen 3 en 27%.

Rik Deblauwe, Wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien advocaten

In de Inleiding tot de Vlaamse erfbelasting, derde editie, KnopsPublishing, 2021, vindt u meer over het begrip Rijksinwoner en de geschiedenis ervan, p. 244 nr. 407, en over de woonplaats van gastarbeiders, diplomaten, en beroepsmilitairen op p. 247 nr. 416.

Over de vorm van testamenten vindt u meer in Het nieuwe erfrecht Anno 2019, KnopsPublishing, 2019, p. 243 nr. 482.

Over de woonplaats van een student in het buitenland: zie Bergen, 6 mei 2020, in www.taxwin.be 6 mei 2020: “De eerste rechter stelde dan ook terecht dat A.L. in de loop van het betwiste boekjaar geen afzonderlijk gezin van haar ouders vormde.”


[1] Art. 90,3 en artikel 104 WIB92.

[2] Antwerpen 24 juni 1997, Handboek Fiscaal Recht Tiberghien, nummer 1306.

[3] De zogenaamde “regeling van wederzijdse rechten”, waarvan sprake in artikel 1288 van het gerechtelijk wetboek: De echtgenoten die besloten hebben tot echtscheiding door onderlinge toestemming over te gaan zijn (…) ertoe gehouden hun overeenkomst omtrent de volgende punten bij geschrift vast te leggen: … de bijdrage van elk van beide echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van voornoemde kinderen, onverminderd de rechten hen door Hoofdstuk V van Titel V van Boek I van het Burgerlijk Wetboek toegekend.

[4] Antwerpen 20 april 2014, Handboek Fiscaal Recht Tiberghien, nummer 1306.

[5] Art. 99 WIB92.

[6] Handboek Fiscaal Recht Tiberghien, nummer 1306 en volgende, en de verwijzingen die daarin opgenomen zijn.

[7] Art. 2, § 2, 1° lid 2 wetboek inkomstenbelastingen; zie Handboek Fiscaal Recht Tiberghien nummer 1002 en volgende.

[8] Standpunt 15123, zie https://belastingen.vlaanderen.be/sp-15123-begrip-rijksinwoner .

[9] Deblauwe, Inleiding tot de Vlaamse erfbelasting, Knops Publishing, 2015, update op www.lexfin.be , randnr. 416.50 en 416.70.

Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.