Auteursrechten en architecten: positieve rechtspraak zet de juiste toon cover

5 feb 2026 | Tax & Private equity

Auteursrechten en architecten: positieve rechtspraak zet de juiste toon

Recente vacatures

Advocaat
Publiek recht Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Specialist
Publiek recht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Jobstudent
Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Het debat inzake het fiscaal gunstregime voor auteursrechten, voor de aanslagjaren tot en met 2022, wordt zoals aangekondigd (zie o.a. Auteursrechten en architecten: hof van beroep Luik wijst fiscus terecht) momenteel gevoerd voor de rechtbanken. Dit is onder meer zo voor architecten, één van dé creatieve beroepsgroepen bij uitstek, die in administratieve fase geen of weinig gehoor kregen. Vers van de pers is er een positief vonnis van de rechtbank van Hasselt in een dossier behandeld door ons kantoor. Eerder was er ook positieve rechtspraak van de rechtbank van Antwerpen.

Voorbije jaren zijn er veel dossiers gerezen waarin de administratie de toepassing van het auteursrechtenregime ontzegde. Ook op het bezwaarniveau was er vaak weinig of geen aandacht voor het relevante juridische kader en de pertinente feiten eigen aan ieder dossier, ondanks het hoorrecht. Kern van de discussie was doorgaans de voorwaarde van de originaliteit. Ook werden wel eens voorwaarden aan de wet toegevoegd.

De belastingplichtigen werden aldus genoopt tot het voeren van een gerechtelijke procedure. De rechtbanken zetten de puntjes nu op de i aan de hand van het juiste wettelijke kader en de concrete feitelijke onderbouw. Treffende illustratie is de recente positieve uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg van Hasselt van 15 januari 2026.

In een onderbouwd vonnis is geoordeeld dat de voorwaarden voor de toepassing van het auteursrechtenregime in fiscalibus, in casu voor de aanslagjaren 2020 en 2021, zijn voldaan. Ook worden vaak terugkerende argumenten van de administratie één voor één duidelijk teruggefloten.

​Het moet gaan om inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten en het werk waarmee de inkomsten zijn behaald, moet auteursrechtelijk beschermd zijn.

Vooreerst brengt de rechtbank de relevante wettelijke voorwaarden voor de betrokken aanslagjaren voor ogen. Het moet gaan om inkomsten verkregen uit de cessie of concessie van auteursrechten. Het werk waarmee de inkomsten zijn behaald, moet auteursrechtelijk beschermd zijn. Dat zijn de voorwaarden voor die aanslagjaren, geen andere.

Auteursrechtelijk beschermd betekent dat het werk moet voldoen aan de originaliteitsvereiste. De rechtbank bevestigt in dit verband, met verwijzing naar rechtspraak van het Hof van Justitie en van het Hof van Cassatie, dat het werk een eigen intellectuele schepping van de auteur is; dit kan worden afgeleid uit de vaststelling dat vrije creatieve keuzes werden gemaakt.

Dat een auteur een werk produceert in het kader van zijn beroepsactiviteit, en daarbij wordt verondersteld de nodige professionele deskundigheid aan de dag te leggen, verhindert niet dat het werk als oorspronkelijk in aanmerking kan komen, aldus de rechtbank.

Wanneer voor de creatie van een werk technische overwegingen, regels of andere beperkingen gelden die géén ruimte laten voor creatieve vrijheid, heeft dat werk niet de vereiste oorspronkelijkheid. Een werk komt daarentegen wel in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming, ook al wordt de verwezenlijking bepaald door technische overwegingen, regels of andere beperkingen, als een dergelijke bepaling de auteur niet heeft belet zijn persoonlijkheid in het werk door vrije en creatieve keuzes tot uiting te brengen.

​Het is aan de administratie aan te tonen dat als roerende inkomsten aangegeven inkomsten, als beroepsinkomsten zouden moeten worden belast.

Inzake de bewijslast bevestigt de rechtbank dat het aan de administratie is aan te tonen dat als roerende inkomsten aangegeven inkomsten, als beroepsinkomsten zouden moeten worden belast. De rechtbank preciseert dat het gaat om het bewijs van een negatief feit dat het geen originele werken zouden zijn; dat deze bewijslevering door de fiscus moet uitgaan van feiten of stukken aangehaald door de belastingplichtige, waarbij zij in voorkomend geval ook zou kunnen verwijzen naar het ontbreken van voldoende feiten of stukken. De facto is de bewijslevering door de belastingplichtige dus wel van doorslaggevend belang.

De rechtbank heeft vastgesteld dat er voldoende voorbeelden waren in het dossier van de bouwwerken die de belastingplichtige ontwierp als architect.

De rechtbank kon tevens vaststellen dat het geen bouwwerken waren die louter zouden zijn bepaald door technische overwegingen, regels of andere beperkingen die geen enkele ruimte zouden laten voor creatieve vrijheid. De vorm, uitzicht, indeling en de samenstelling van de bouwmaterialen van de gebouwen bleken mee bepaald te zijn op basis van vrije en creatieve keuzes van de architect. Niets wees erop dat het ging om het “in serie” bouwen van eenzelfde gebouw dat al eerder werd gebouwd. Er waren geen aanwijzingen dat het ontwerp louter zou zijn bepaald door de bouwheer en dat de architect helemaal geen invloed zou hebben gehad bij de gemaakte keuzes.

Dat de gebouwen zouden aansluiten bij een bepaalde bouwstijl, betekent niet dat er geen enkele creatieve keuze werd gemaakt, zo gaat de rechtbank verder. Er werden immers nog steeds keuzes gemaakt over de concrete vorm, indeling en samenstelling van elk individueel gebouw.

Uit de stukken van het dossier volgde tevens dat de architect in kwestie de betrokken ontwerpen heeft opgesteld en de creatieve keuzes heeft gemaakt, en dat overige architecten van zijn kantoor instonden voor uitvoerende en opvolgende taken.

​Projecten kunnen perfect in aanmerking komen, ook als de effectieve betaling ervan zou zijn gelegen in een jaar na het betwiste inkomstenjaar.

Tenslotte had de administratie nog aangevoerd dat de belastingplichtige steeds zou dienen aan te tonen dat de desbetreffende werken inkomsten hebben doen genereren in de betwiste inkomstenjaren, zulks door elk beschermd werk te linken aan de desbetreffende facturen, én betalingen van klanten met datum … De rechtbank volgt de belastingplichtige dat de wet een dergelijke link helemaal niet vereist. Projecten kunnen dus perfect in aanmerking komen, ook als de effectieve betaling ervan zou zijn gelegen in een jaar na het betwiste inkomstenjaar.

Een duidelijk vonnis dus, met meerdere principiële uitgangspunten, concreet afgetoetst aan de voorliggende illustrerende stukken.

Eerder heeft ook de rechtbank van Antwerpen positieve vonnissen voor architecten gewezen meer bepaald op 9 oktober 2024 en op 21 mei 2025, evenzeer aan de hand van de relevante wetgeving en van de concrete illustrerende bewijsstukken.

In de betwistingen omtrent de toepassing van auteursrechten in fiscalibus brengt de rechtspraak, na een lange administratieve tunnel, licht. Zonet velde de rechtbank van Hasselt een uitermate positief vonnis voor een architect, met als uitgangspunt de relevante wettelijke bepalingen, het weerleggen van de non-argumenten van de administratie, en de toets aan de concrete stukken. Eerder was er ook positieve rechtspraak van de rechtbank van Antwerpen. Een heuse opsteker voor de sector. De principes kunnen uiteraard worden toegepast op andere creatieve beroepsgroepen. Met een accurate onderbouw biedt een gerechtelijke procedure dus goede slaagkansen; waar nodig kan dat ook nog in graad van beroep.

​Dries Verhaeghe & Jihen Haouel

Volg ook onze IMPOSTO Tax Talks, ook op LinkedIn

Recente vacatures

Advocaat
Publiek recht Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Specialist
Publiek recht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Jobstudent
Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *