AI is geen bedreiging voor studenten, maar voor achterhaald onderwijs cover

9 apr 2026 | Column

AI is geen bedreiging voor studenten, maar voor achterhaald onderwijs

Recente Jobs

Accounting officer
Accountancy
5 - 10 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountant
Accountancy
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Familierecht Privaatrecht verkeersrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Er wordt vandaag bijzonder veel geschreven over artificiële intelligentie (AI). Misschien zelfs te veel. Het debat lijkt soms te kantelen in herhaling, met telkens dezelfde bezorgdheden, dezelfde waarschuwingen en dezelfde doemscenario’s. Maar waar het opvallend stil blijft of waar het debat althans te vaak verengt, is in het onderwijs. Nochtans is precies daar de inzet het grootst.

In gesprekken met collega’s, zowel in het secundair als in het hoger onderwijs, valt een zekere verkramping op. AI wordt er niet zelden benaderd als een bedreiging: voor de klassieke lesmethodes, voor de waarde van evaluaties en vooral voor de ontwikkeling van studenten. Er heerst een hardnekkige vrees voor wat dan ‘deskilling’ wordt genoemd: het idee dat studenten minder zouden leren, minder zouden nadenken, minder vaardigheden zouden ontwikkelen omdat AI een deel van het werk overneemt. Die reflex is begrijpelijk, maar tegelijk fundamenteel misplaatst.

Wat vandaag voorligt, is geen proces van deskilling, maar van reskilling. Zoals bij elke technologische omwenteling verschuift het zwaartepunt van de vereiste vaardigheden. Bepaalde taken worden eenvoudiger, sneller of zelfs geautomatiseerd, maar dat betekent niet dat de onderliggende competenties verdwijnen. Ze veranderen van aard. Het kritisch omgaan met informatie, het correct formuleren van vragen, het beoordelen van gegenereerde output, het herkennen van fouten of bias: dat zijn geen bijkomstige vaardigheden, maar kerncompetenties in een AI-gedreven context.

Het hoger onderwijs kan zich niet permitteren om deze evolutie te negeren of te minimaliseren. Wie vandaag studenten opleidt zonder hen te leren hoe zij op een doordachte en kritische manier met AI moeten omgaan, rust hen onvoldoende uit voor het werkveld waarin zij morgen terechtkomen. Dat werkveld verandert immers al. Niet morgen, niet binnen tien jaar, maar vandaag.

Voor juristen is dat niet anders. Het juridische beroep is nooit een monolithisch geheel geweest, maar altijd een bundel van uiteenlopende taken: analyseren, structureren, schrijven, argumenteren, opzoeken, synthetiseren, overleggen, adviseren, geruststellen en begeleiden. Sommige van die taken lenen zich bijzonder goed tot ondersteuning door AI. Denk aan het snel doorzoeken van grote hoeveelheden rechtspraak, het structureren van complexe dossiers of het genereren van eerste tekstvoorstellen. Andere taken blijven intrinsiek menselijk, zoals het normatief afwegen, het inschatten van context, het voeren van een pleidooi of het nemen van een beslissing.

De geschiedenis leert dat dergelijke evoluties zelden leiden tot het verdwijnen van een beroep, maar wel tot een herdefiniëring ervan. Ingenieurs zijn niet overbodig geworden door de komst van de rekenmachine of de computer. Integendeel, hun mogelijkheden zijn exponentieel toegenomen. Dezelfde redenering geldt voor juristen. Een jurist die AI op een kritische, doordachte en gecontroleerde manier inzet, is geen verarmde versie van de klassieke jurist, maar een versterkte variant ervan.

Dat veronderstelt wel dat we in het onderwijs een fundamentele omslag maken. Niet door AI blind te omarmen of kritiekloos toe te laten, maar door het expliciet te integreren in het leerproces. Studenten moeten niet leren hoe ze AI kunnen omzeilen, maar hoe ze het kunnen gebruiken zonder hun eigen denkvermogen uit handen te geven. Dat betekent ook dat evaluatievormen moeten worden herbekeken. Niet om AI uit te sluiten – wat in de praktijk steeds moeilijker wordt – maar om na te gaan of studenten begrijpen wat ze doen, waarom ze het doen en hoe ze de output van AI moeten beoordelen.

Het alternatief is weinig aantrekkelijk. Als we AI blijven diaboliseren in het onderwijs, creëren we een kloof tussen opleiding en praktijk. Studenten zullen AI toch gebruiken, maar dan buiten het zicht van de opleiding, zonder begeleiding, zonder kritische reflectie en zonder correct referentiekader. Dat is precies wat we als onderwijsinstellingen zouden moeten vermijden.

De verantwoordelijkheid ligt dan ook bij ons, lesgevers. Niet om het verleden te beschermen, maar om de toekomst vorm te geven. Dat vraagt moed, maar ook intellectuele eerlijkheid. De vraag is niet of AI een plaats heeft in het onderwijs, maar hoe die plaats eruit moet zien. Door die vraag uit de weg te gaan, schieten we tekort in onze opdracht.

Het is tijd om het debat te heroriënteren. Minder angst, minder reflexmatige afwijzing en meer aandacht voor wat werkelijk telt: het opleiden van studenten die kritisch, zelfstandig en verantwoordelijk kunnen omgaan met de middelen die hun ter beschikking staan. AI is daar één van. Wie dat negeert, leidt niet op voor de wereld van morgen, maar voor die van gisteren.

Pierre Thiriar

Deze bijdrage vertolkt louter de opinie van de auteur in eigen naam.

Andere opiniestukken van Pierre Thiriar lees je hier.

Recente Jobs

Accounting officer
Accountancy
5 - 10 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountant
Accountancy
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Familierecht Privaatrecht verkeersrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *