Actualia

Wet van 4 april 2019: Contractuele vrijheid ondernemingen ingeperkt?

VDV Advocaten
Geschreven door VDV Advocaten
Deze bijdrage werd geschreven door Manu Vansteenhuyse, advocaat bij VDV Advocaten.

Op 21 maart werd het “wetsvoorstel d.d. 22 februari 2019 tot wijziging van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot misbruik van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen” door de Kamer goedgekeurd. Op 24 mei 2019 werd de nieuwe wet van 4 april 2019 inmiddels gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze nieuwe wet beoogt een betere bescherming van ondernemingen ten aanzien van grotere spelers. Het opzet van de nieuwe regelgeving is om kwaadwillige ondernemingen aan te pakken en het vlot handelsverkeer te verzekeren.

Initieel had de wetgever de bedoeling om de contractuele positie van kleine kmo’s te beschermen. Deze konden zich in het verleden niet beroepen op de verregaande bescherming die een consument wel geniet, terwijl een kleine kmo vaak te maken heeft met vergelijkbare contractuele verhoudingen.

Dan is het toch frappant om te zien dat de wetgever er uiteindelijk voor heeft gekozen om de nieuwe regels niet uitsluitend van toepassing te verklaren op kmo’s, maar op alle ondernemingen, en dit ongeacht hun omvang.

De bepalingen van de nieuwe wet zijn duidelijk geïnspireerd op het huidige regime inzake consumentenbescherming.

Het voorstel bevat drie componenten, namelijk:

(1) een verbod op misbruiken van economische afhankelijkheid;

(2) een controle van onevenwichtige contractuele clausules/onrechtmatige bedingen;

(3) een uitbreiding van de verboden marktpraktijken in een B2B-context.

I. Verbod op misbruik economische afhankelijkheid

Het voorwerp van dit verbod is niet de positie van de economische afhankelijkheid als dusdanig, maar het misbruik dat er het gevolg van is. Het feit dat een onderneming in een positie van afhankelijkheid verkeert, is op zich niet verboden.

Door het verbieden van misbruik van economische afhankelijkheid wil de wetgever misbruiken verhinderen van ondernemingen die hun dominantie uitspelen, zonder daarom zelf een machtspositie te hebben op de volledige markt of op een wezenlijk deel daarvan.

Er kan sprake zijn van misbruik bij (niet-limitatief):

(1) het onrechtmatig weigeren van een verkoop, een aankoop of van andere transactievoorwaarden; (2) het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aankoop- en verkoopprijzen; (3) het beperken van productie, afzet of technische ontwikkeling ten nadele van verbruikers; (4) het toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties ten aanzien van economische partners; (5) het feit dat het sluiten van een overeenkomst afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de contracterende partners van bijkomende prestaties, die geen verband houden met het onderwerp van de overeenkomst.

De Belgische Mededingingsautoriteit is bevoegd om voormelde inbreuken te bestraffen. Zo kunnen boetes worden opgelegd (met een plafond  van 5 % van de omzet van de onderneming in kwestie), en kan een dwangsom worden opgelegd voor het misbruik van de economische afhankelijkheid tot beloop van 2 % van de gemiddelde dagelijkse omzet van de betrokken onderneming.

Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan na een klacht een zaak aanhangig maken bij de Belgische Mededingingsautoriteit.

II. Onrechtmatige bedingen

Ingevolge ongelijke verhoudingen tussen bedrijven worden soms contractvoorwaarden opgelegd die het juridisch evenwicht tussen de rechten en plichten van partijen verstoren. De nieuwe wet beoogt te voorzien in een regeling met betrekking tot deze voorwaarden/bedingen die gelijkaardig is als deze in het consumentenrecht.

Alle overeenkomsten tussen ondernemingen vallen onder het toepassingsgebied. Er is opnieuw geen beperking wat de omvang van de ondernemingen betreft. Alleen voor ‘financiële diensten’ en voor ‘overheidsopdrachten en contracten die daaruit voortvloeien’ wordt een uitzondering gemaakt. Zoals in het consumentenrecht worden kernbedingen/voorwaarden uitgezonderd van controle, en dit enkel als zij duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld.

Deze controle op de onrechtmatigheid van de bedingen zal plaatsvinden aan de hand van een zwarte en een grijze lijst. Indien de bedingen voorkomen op de zwarte lijst worden zij onder alle omstandigheden als onrechtmatig beschouwd. De bedingen op de grijze lijst worden vermoed onrechtmatig te zijn.

Daarnaast is er net als in het consumentenrecht een open norm die bedingen verbiedt die ‘alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht scheppen tussen de rechten en plichten van de partijen’. Dezelfde beoordelingscriteria als in het consumentenrecht worden ook hier gebruikt.

Wat de invulling van deze algemene norm betreft, dient terughoudendheid aan de dag te worden gelegd. Bedingen die als onrechtmatig worden beschouwd in het consumentenrecht kunnen niet zonder meer onrechtmatig worden bevonden tussen ondernemingen.

Net als in het consumentenrecht bestaat de sanctie hier ook uit de nietigheid van de desbetreffende clausule.  Dit betekent dat enkel de clausule op zich nietig kan worden verklaard. De overige bedingen in de betrokken overeenkomst, die niet onrechtmatig zijn, blijven overeind, zodat de overeenkomst niet in zijn totaliteit nietig kan worden verklaard.

III. Oneerlijke marktprakijken

Het algemene verbod van ‘met de eerlijke marktpraktijken strijdige daden’ tussen ondernemingen wordt uitgebreid. Alweer werd de mosterd gehaald uit het consumentenrecht.

De nieuwe wet voorziet in een uitgebreide regeling van agressieve en misleidende praktijken.

Conform de definitie in het consumentenrecht, houdt een agressieve marktpraktijk in dat een onderneming ongepast druk uitoefent op een consument, waardoor de keuzevrijheid van deze consument of zijn vrijheid van handelen beperkt wordt. De betrokken onderneming dwingt de consument als het ware om te contracteren.

Voortaan worden deze agressieve en misleidende praktijken aldus ook verboden tussen ondernemingen. Een agressieve marktpraktijk zou erin kunnen bestaan indien de “sterke” partij (in de relatie retailer-leverancier of ook omgekeerd) op ongeoorloofde wijze druk uitoefent op de “zwakkere partij”.

Teneinde de bescherming van de ondernemingen die er het slachtoffer van zijn te waarborgen, lijkt de stakingsvordering als sanctiemechanisme tegen dergelijke inbreuken nog steeds het meest effectief. Daarnaast voorziet de nieuwe wet in strafsancties bij inbreuken op de bepalingen inzake agressieve en misleidende praktijken.

IV. Inwerkingtreding

De bepalingen van de verschillende onderdelen van de nieuwe wet zullen op verschillende momenten in werking treden:

  • Oneerlijke marktpraktijken: eerste dag van de vierde maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, namelijk op 1 september 2019;
  • Misbruik economische afhankelijkheid: eerste dag van de dertiende maand na de bekendmaking ervan, namelijk op 1 juni 2020;
  • Controle op de onrechtmatige bedingen: eerste dag van de negentiende maand na de bekendmaking, namelijk op 1 december 2020.

De lopende contracten worden niet getroffen door de nieuwe bepalingen. Enkel de nieuw aangegane overeenkomsten vallen onder het toepassingsgebied van de nieuwe regelgeving.

Ondernemingen zullen bijgevolg de tijd krijgen om de bestaande praktijken en contractuele voorwaarden aan te passen.

V. Besluit

De rode draad van de nieuwe wetgeving bestaat erin te voorzien in een sterkere bescherming voor ondernemingen in hun contractuele verhoudingen. Vraag is of het beginsel ‘alle wettig aangegane overeenkomsten strekken partijen tot wet’ niet met de voeten wordt getreden. Ingevolge de nieuwe bepalingen speelt de vrijheid tot contracteren tussen ondernemingen niet meer volledig.

Ook heeft de wetgever er voor gekozen om de nieuwe regelgeving van toepassing te verklaren op alle ondernemingen, ongeacht de omvang ervan. Daar het de initiële bedoeling was om kleine kmo’s te beschermen – gezien de vergelijkbare positie met consumenten in het handelsverkeer – krijgen ondernemers nu ineens, bij bepaalde aangelegenheden een quasi zelfde bescherming als een consument.

Het zal aan de rechtbank zijn om terughoudend te zijn bij de beoordeling van de verhouding tussen bedrijven. Voornamelijk de ingevoerde grijze lijst en open norm bij de onrechtmatige bedingen, scheppen veel ruimte voor interpretatie.

Manu Vansteenhuyse

VDV Advocaten

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.