Er is al heel wat inkt gevloeid over de nieuwe meerwaardebelasting. Vermits de principes inmiddels grotendeels gekend zijn, hebben we opgelijst welke impact deze nieuwe belasting heeft op heel wat courante estate planningstechnieken. Als tweede: opdat de nieuwe meerwaardebelasting verschuldigd is, moet er sprake zijn van de verwezenlijking van een meerwaarde.
Vandaar onze volgende vraag: wat verstaan we in het kader van estate planning onder meer onder een “verwezenlijking” van een “meerwaarde”?
Wanneer spreekt men van een meerwaarde?
Er is een meerwaarde als de prijs (in geld, effecten of enige andere vorm van vergoeding) voor de overgedragen financiële activa meer bedraagt dan de aanschaffingswaarde van die activa. Het positieve verschil tussen beide vormt de meerwaarde. Als het verschil negatief is, is er sprake van een minderwaarde.
Wanneer is een meerwaarde ‘verwezenlijkt’?
De Memorie van Toelichting verduidelijkt het als volgt: “In beginsel wordt de meerwaarde slechts gerealiseerd bij een overdracht ten bezwarende titel. De overdrager moet een prijs ontvangen in ruil voor de financiële activa die hij overdraagt.” Essentieel is dus dat het financiële actief wordt overgedragen en dat er een prijs voor wordt ontvangen.
Wel zijn er een aantal situaties waarin op grond van een specifieke wetsbepaling een meerwaarde geacht wordt te zijn verwezenlijkt, ook al vindt er geen overdracht plaats of wordt er geen prijs ontvangen, bijvoorbeeld in het geval van emigratie.
Welke verrichtingen geven geen aanleiding tot de verwezenlijking van een meerwaarde ondanks dat het om een “overdracht onder bezwarende titel" gaat?
Wanneer een echtgenoot een goed inbrengt in de huwelijksgemeenschap of in een onverdeeldheid tussen de echtgenoten, kan dit een voordeel inhouden voor de andere echtgenoot als gevolg van de werking, samenstelling of verdeling van het huwelijksvermogensstelsel (i.e. een huwelijksvoordeel). Eerder is besproken dat een huwelijksvoordeel mogelijk binnen het materieel toepassingsgebied van de meerwaardebelasting kan komen, zij het dat dergelijke kwalificatie louter op een burgerrechtelijke fictie berust en de doorwerking daarvan zeer betwistbaar is op het vlak van de inkomstenbelasting. Voor zover een huwelijksvoordeel effectief kan worden gezien als een overdracht onder bezwarende titel voor de toepassing van de meerwaardebelasting, zal er o.i. (meestal) een gebrek zijn aan enige werkelijke tegenprestatie door de andere echtgenoot. Er ontbreekt immers een in geld waardeerbare prijs. Er is bij huwelijksvoordelen namelijk vaak een gebrek aan enige werkelijke tegenprestatie door de andere echtgenoot. In die zin verlaat iets het vermogen van een echtgenoot in het voordeel van de andere, zonder dat deze laatste iets daarvoor in ruil krijgt. Hoewel het standpunt van de fiscus ter zake nog zal moeten blijken, lijkt er prima facie te kunnen worden besloten dat er geen belastbare meerwaarde tot stand kan komen in het kader van huwelijksvoordelen.
Er zijn nog tal van andere verrichtingen, vaak in een familiale context maar ook daarbuiten, die kunnen leiden tot de overdracht van financiële activa en ten bezwarende titel zijn, maar bij nader inzien geen aanleiding zullen geven tot de verwezenlijking van een meerwaarde omdat een essentieel element ontbreekt. Denk aan erfovereenkomsten, kanscontracten (in het bijzonder bedingen van aanwas en tontine), enz. Ingeval van een beding van aanwas ten voordele van de langstlevende echtgenoot, kan de eerststervende (i.e. de echtgenoot die iets heeft overgedragen) onmogelijk een meerwaarde realiseren op het actief dat bij zijn overlijden aanwast bij dat van de langstlevende. Op de keper beschouwd is er mogelijks zelfs sprake van een minderwaarde!
Omgekeerd zijn er eveneens verrichtingen waarvan men niet onmiddellijk verwacht dat zij aanleiding kunnen geven tot de verwezenlijking van een meerwaarde maar, nader beschouwd, het wel degelijk kunnen. Denk bijvoorbeeld aan de persoon die een schuld niet met geld maar met financiële activa betaalt. In het jargon heet dit een “inbetalinggeving”. Als de schuld 100 bedraagt en de financiële activa 100 waard zijn maar destijds voor 60 werden gekocht, dan wordt er een meerwaarde van 40 verwezenlijkt.
Is er sprake van een belastbare meerwaarde bij de overdracht of vestiging van een vruchtgebruik?
Het is niet geheel duidelijk in welke mate de overdracht of de vestiging van een vruchtgebruik op financiële activa de meerwaardebelasting triggert. Merk op dat het ontwerp van nieuw artikel 90, eerste lid, 9° WIB92 enkel voorziet in de belastbaarheid bij overdracht onder bezwarende titel van financiële activa. Daarmee lijkt het zich te onderscheiden van artikel 90, eerste lid, 8° en 10° wat bepaalde overdrachten onder bezwarende titel van onroerende goederen of “zakelijke rechten met betrekking tot zulke goederen” betreft. Het is onduidelijk of hieruit mag afgeleid worden dat bv. de overdracht van een vruchtgebruik op financiële activa op zich dan niet tot het belastbaar voorwerp behoort van nieuw artikel 90, eerste lid, 9° WIB92.
Gelet op het feit dat de blote eigenaar de belastingplichtige is, leidt een principiële belastbaarheid daarvan o.i. tot onbillijke situaties. Denk bijvoorbeeld aan de situatie van een gesplitste eigendom op aandelen waarbij het vruchtgebruik wordt overgedragen zonder inspraak van de blote eigenaar (waartoe de vruchtgebruiker conform artikel 3.148 BW in sommige gevallen inderdaad mag beslissen). Op basis van de huidige ontwerpteksten is het niettemin de blote eigenaar die de meerwaardebelasting verschuldigd is.
Het verdient aanbeveling dat de wetgever zo snel mogelijk verduidelijking verschaft aangaande de belastbaarheid van dergelijke verrichting en indien de principiële belastbaarheid inderdaad bevestigd wordt, hoe de belastingplicht van de blote eigenaar zich daartoe moet verhouden.
Is er sprake van een belastbare meerwaarde bij de omzetting van vruchtgebruik?
Ook de omzetting van een vruchtgebruik geeft in principe aanleiding tot een belastbare meerwaarde omdat het opnieuw een overdracht onder bezwarende titel betreft (zie hoger). Er kan worden verwezen naar voormelde vraag en het antwoord.
Ditmaal is het de blote eigenaar bij wie het vruchtgebruik opnieuw zal aanwassen, waarvoor hij de waarde van het vruchtgebruik afkoopt bij de vruchtgebruiker. Ook dit toont de onbillijkheid aan van de huidige ontwerpteksten (mits dergelijke omzetting van vruchtgebruik inderdaad tot het belastbaar voorwerp kan worden gerekend (zie vorige vraag)). De voormalige blote eigenaar betaalt dus tweemaal: eenmaal voor het vruchtgebruik, en eenmaal als belastingplichtige voor de realisatie van een meerwaarde die de vruchtgebruiker realiseert.
Is er sprake van een belastbare meerwaarde bij een latere uitonverdeeldheidtreding? Worden er in bepaalde uitzonderingen voorzien?
Volgens de meest recente ontwerpteksten wordt een uitonverdeeldheidtreding in beginsel aangemerkt als een overdracht onder bezwarende titel voor de toepassing van het nieuwe regime inzake de belasting van meerwaarden op financiële activa (zie hoger).
Bepaalde uitonverdeeldheidtredingen lenen zich er echter niet toe om binnen dit nieuwe regime als een belastbare overdracht te worden behandeld, waardoor in een uitzondering wordt voorzien. Dit betreft met name de uitonverdeeldheidtredingen die rechtstreeks voortvloeien uit een overlijden, evenals deze die het gevolg zijn van de ontbinding van een huwelijksgemeenschap in het kader van een echtscheiding, of van het beëindigen van een wettelijke dan wel feitelijke samenwoning. Het gaat hierbij om de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel, ongeacht de aard ervan (wettelijk stelsel, conventioneel gemeenschapsstelsel, algehele gemeenschap, of een stelsel van scheiding van goederen met beperkte of uitgestelde gemeenschap).
De meest recente ontwerpteksten verduidelijken expliciet dat voornoemde uitonverdeeldheidtredingen slechts van een vrijstelling kunnen genieten indien zij plaatsvinden binnen een termijn van drie jaar na het overlijden, de echtscheiding of het einde van de wettelijke of feitelijke samenwoning.
Cazimir
Lees ook het andere artikel over de impact van de nieuwe meerwaardebelasting op estate planning:
Lees hier het volledige artikel van Cazimir:




0 reacties