Sinds 1 maart 2026 zijn de regels rond de omgevingsvergunning voor hernieuwbare energie aanzienlijk versoepeld. Deze wijziging in het Vrijstellingenbesluit heeft een grote impact op hoe we binnen appartementsgebouwen omgaan met zonnepanelen en zonneboilers. Hiermee zet Vlaanderen een belangrijke stap naar een vlottere energietransitie.
Tot voor kort immers was de regelgeving voor appartementen vaak complexer dan deze voor eengezinswoningen.
Welnu, sinds 1 maart 2026 is de administratieve drempel verlaagd en gelden volgende regels.
Wijzigingen administratieve regelgeving (Omgevingsrecht)
Voor de installatie van zonnepanelen of zonneboilers op platte daken is geen vergunning meer nodig, mits de installatie niet hoger dan één meter boven de dakrand uitsteekt. Daarmee geldt een vrijstelling voor de plaatsing van dergelijke toestellen op platte daken.
Ook nieuw is de specifieke vrijstelling voor panelen die bevestigd worden aan de gevel (tot een oppervlakte van vier vierkante meter per gevel) of aan de balkonafsluiting. We onthouden daarbij dat dit het de individuele bewoners mogelijke maakt om op hun eigen terras bij te dragen aan energieopwekking via zogenaamde 'stekkerzonnepanelen'.
Voor panelen die geïntegreerd zijn in of bovenop het hellende dakvlak (met dezelfde helling), blijft de vrijstelling behouden, maar de procedure werd wel verder gestroomlijnd met minder lokale beperkingen tot gevolg.
De oude 'meldingsplicht' is nagenoeg volledig afgeschaft. Het is nu simpelweg: ofwel vergunningsplichtig, ofwel volledig vrijgesteld.
Zijn er uitzonderingen? Ja, de vrijstelling geldt niet voor:
- Erfgoedpanden: Gebouwen die op de inventaris van bouwkundig erfgoed staan of in een beschermd stadsgezicht liggen.
- Stabiliteit: De tussenkomst van een architect blijft verplicht indien de werken een impact hebben op de stabiliteit van het dak of het gebouw.
De impact van deze wijzigingen heeft dan ook impact op de verduurzaming van appartementsgebouwen.
Niet alleen zullen projecten voor collectieve zonnepanelen op het gemeenschappelijke dak sneller van start kunnen gaan omdat de maandenlange wachttijd voor een omgevingsvergunning in de meeste gevallen wegvalt, bovendien maken de nieuwe regels rond balkonafsluitingen het voor individuele appartementen makkelijker om eigen energie op te wekken.
Opgelet ! De VME heeft nog wat in de pap te brokken ! (Burgerlijk recht)
Aandachtspunt blijft uiteraard de burgerrechtelijke aspecten rond dergelijke installatie, met name de eerbiediging van de statuten van het gebouw en de voorafgaande noodzakelijke goedkeuring van de Algemene Vergadering, nog steeds in functie van het esthetische aspect en de veiligheid. Het is niet omdat men op niveau van de vergunningsverplichting versoepelt, dat dit vanzelfsprekend ook de nieuwe toetssteen van de AV wordt !
Weliswaar lezen we in de rechtspraak al druppelsgewijs uitspraken, die luiden dat de huidige trends en energietransitie bij belangenafweging naar de al dan niet rechtmatigheid van een geweigerde plaatsing voorzichtig begint over te hellen naar het individuele belang van de aanvragende mede-eigenaar (Vred. Waver 6 augustus 2021). De wijzigende wetgeving van de overheid doet natuurlijk gevoelen dat gebouwen steeds noodzakelijker onderhevig zijn aan aanpassingen.. “Niets doen” raakt in functie van het algemeen eigenaarsbelang steeds minder te verantwoorden.
Conclusie
Hoewel de overheid de weg dus vrijmaakt, is het blijvend noodzakelijk om bij plannen voor zonnepanelen of een zonneboiler altijd eerst contact op te nemen met de syndicus.
Er moet blijvend gewaakt worden over brandveiligheid, verzekerbaarheid en de technische haalbaarheid (vb. : technische draagkracht van bijvoorbeeld een dak).



0 reacties