‘Hoe kijkt de burger naar justitie en haar actoren?’ Op deze centrale vraag tracht de vijfde Justitiebarometer, een kwantitatief opinieonderzoek uitgevoerd op vraag van de Hoge Raad voor Justitie (hierna: HRJ), een antwoord te geven. Er wordt gefocust op de algemene vragen en de vragen omtrent burgerlijk recht. We sluiten af met enkele reflecties omtrent de waarde van dergelijk onderzoek en enkele aanbevelingen.
Grondig opinieonderzoek over de Belgische justitie dateert van 2002 als reactie op de talrijke problemen van de Belgische politie en justitie in de voorafgaande decennia. Om de houding van de bevolking ten aanzien van justitie in kaart te brengen, namen toen twee onderzoeksploegen van de KU Leuven en de Université de Liège de eerste Justitiebarometer af. Er werd een vragenlijst ontwikkeld die telefonisch werd voorgelegd aan een representatief staal van de Belgische bevolking. Nadien werden de volgende afnames (2007, 2010, 2014 en 2024) toevertrouwd aan de HRJ. Wat opvalt, is de langere tijdsperiode tussen de voorlaatste en laatste afname. Daarnaast valt op dat de omvang van het aantal respondenten van de laatste twee afnames (2014 = 1.501 en 2024 =1.693) slechts de helft van het aantal bevraagde personen tijdens de eerste drie afnames omvat (2002 = 3.200; 2004 = 3.210; 2007 = 3.237).
Resultaten van de vijfde Justitiebarometer (2024)
Iets meer dan de helft (54%) van de respondenten gaf aan (eerder) vertrouwen te hebben in justitie. Justitie staat hiermee op de derde plaats na de politie (81%) en het onderwijs (81%). Dit is een daling van 7 procentpunten ten opzichte van de editie van 2014 (61%) maar ligt 13 procentpunten hoger dan de eerste barometer van 2002 (41%). Hooggeschoolde respondenten en respondenten die zichzelf tot de hogere sociale klasse rekenen, hebben (eerder) vertrouwen. Wie in de afgelopen vijf jaar contact had met justitie n.a.v. een burgerlijke of strafrechtelijke zaak, blijkt (eerder) geen vertrouwen te hebben.
Wat betreft de mate van algemene tevredenheid blijkt dat zowel iets minder dan de helft (48%) van de respondenten (eerder) tevreden te zijn, als (eerder) ontevreden (46%). Wie (eerder) tevreden is, had de afgelopen vijf jaar geen contact met justitie. Daarnaast blijkt dat 36% van de respondenten vindt dat de werking van justitie achteruitgaat, wat het hoogste aandeel van alle edities is. Amper 15% vindt dat de werking erop vooruit is gegaan, wat dan weer het laagste aandeel is doorheen de tijd. Wie contact had met justitie, gaat (eerder) akkoord dat de werking erop achteruit is gegaan.
Ongeveer 8 op 10 respondenten (79%) verneemt informatie over justitie bij het bekijken van het (televisie)journaal. Bijna 7 op 10 (68%) haalt zijn info via gesprekken met familieleden, vrienden of kennissen. Op de derde plaats staat het lezen van kranten en tijdschriften (61%), gevolgd door het bekijken van duidings- (58%) en opsporingsprogramma’s (53%). Iets meer dan de helft (52%) doet dit via sociale media. Hiermee blijkt dat de traditionele media nog steeds een grote bron voor informatieverzameling zijn. In de vorige edities werd deze stelling niet opgenomen waardoor een vergelijking niet mogelijk is.
Wat betreft het burgerlijk recht werden aan de respondenten stellingen voorgelegd over het aanstellen van deskundigen. Bijna 9 op 10 respondenten (89%) vindt dit (eerder) belangrijk omdat dit zorgt voor een beter dossier. Ook de meerderheid van de respondenten gaat met de aanstelling (eerder) akkoord ook al worden de kosten hoger (71%) en wordt de duur van de rechtszaak hierdoor langer (87%). Wie professionele ervaring heeft met justitie gaat met de twee laatste stellingen (eerder) akkoord.
9 op 10 respondenten is ook (eerder) voorstander van verzoening, waarbij partijen eerst onderling zelf naar een oplossing zoeken.
Conclusie
Deze barometer levert, net zoals bij de vorige edities, een goudmijn aan informatie op en laat deze editie ook een genuanceerd beeld zien. Het algemeen vertrouwen ligt net boven de helft (54%) en is het laagste vergeleken met de vorige vier edities. Toch is dit steeds nog 13 procentpunten hoger dan bij de afname van de allereerste editie. Ook bij de meer specifieke vragen, krijgen we een genuanceerd beeld. Respondenten zijn positief wanneer het over het aanstellen van deskundigen en verzoening gaat, maar zijn eerder negatief over bijvoorbeeld de evolutie van de werking van justitie.
Daarnaast moeten we stellen dat het moeilijk is om de verschillende edities doorheen de tijd te bekijken. Een accurate vergelijking vereist dezelfde vraagstelling en begrippen bij een gelijkaardige steekproef. In vergelijking met de vorige barometers zijn er andere achtergrondvariabelen toegevoegd, werden vragen geschrapt of toegevoegd en werden bepaalde begrippen anders bevraagd.
De vraagstelling van de barometer (eerder niet akkoord – niet akkoord – eerder akkoord – akkoord – geen mening) levert beschrijvende statistiek op en via de socio-demografische en -economische kenmerken kan men zich een beeld van het profiel van de respondent vormen. Hieruit blijkt dat hooggeschoolde respondenten en respondenten die zichzelf tot de hogere sociale klasse rekenen (eerder) positief staan tegenover justitie en haar actoren. Ook het contact hebben gehad met justitie blijkt een belangrijk kenmerk in het al dan niet (eerder) vertrouwen hebben. Verklaringen over het ‘waarom’, de denkprocessen en redeneringen kunnen hier echter niet uit afgeleid worden. Bij de interpretatie van de cijfers is het daarnaast ook belangrijk rekening te houden met de maatschappelijke tendensen en media-aandacht voor bepaalde gevoelige zaken.
De Justitiebarometers leveren geen concrete oplossing voor de geschetste problemen maar zijn desalniettemin waardevol voor het justitieel beleid. Men kan de resultaten gebruiken als een ‘oriënterend en diagnostisch instrument’ om aangepast beleid te ontwikkelen en als indirecte informatiebron. Daarnaast zijn de cijfers geschikt als uitnodiging voor een ‘open debatcultuur’ en kunnen als uitgangspunt voor reflectie en actie dienen.
Charlotte François en Stephan Parmentier
De auteurs spreken ook over dit onderwerp op de Alumnidag van de VRG Leuven.



0 reacties