De digitalisering van Justitie is al decennialang een belofte die telkens opnieuw als een fata morgana aan de horizon verschijnt. Elke nieuwe legislatuur kondigt met veel tromgeroffel een versnelling aan. Ministers komen en gaan, beleidsnota’s stapelen zich op, proefprojecten worden gelanceerd en weer afgevoerd. Maar telkens opnieuw verdampt het momentum in een mist van institutionele traagheid, bestuurlijke versnippering en politieke onmacht. Waar blijft die wake-upcall, voor collega-magistraten en voor het bredere publiek van juristen en niet-juristen? Want wat vandaag dreigt te gebeuren, is geen detail of tijdelijk incident.
Binnen de rechterlijke orde zit enorm veel knowhow en goodwill. Magistraten en gerechtspersoneel hebben van meet af aan gewild dat digitalisering zou slagen. Maar ondanks die goodwill worden we al jaren geconfronteerd met falende projecten en verspilde middelen. Zo kan het niet verder.
De huidige digitale malaise komt niet uit de lucht vallen. Ze is het gevolg van een kwarteeuw aan mislukte IT-projecten. Het bekendste voorbeeld blijft het Phenix-project, gelanceerd begin jaren 2000 met de ambitie om Justitie grondig te moderniseren. Het project mislukte, verzandde in procedures en liet vooral een bittere nasmaak na; tientallen miljoenen euro’s verdampten, en dit zonder duurzame meerwaarde. Phenix had een breuklijn moeten zijn. Dat is het niet geworden. Integendeel, opeenvolgende ministers van Justitie hebben sindsdien hetzelfde falende patroon herhaald. Steeds opnieuw zien we megalomane projecten zonder draagvlak, onduidelijke bevoegdheidsverdelingen, afhankelijkheid van externe leveranciers en systemen die slecht of niet met elkaar communiceren. Steeds opnieuw wordt gekozen voor top-down ‘big bang’-oplossingen, zonder voldoende tests, zonder gefaseerde uitrol en zonder echte betrokkenheid van de gebruikers op het terrein. Het resultaat is voorspelbaar: hoge verwachtingen, gevolgd door teleurstelling. En daarna… het volgende falende digitaliseringsproject.
Binnen de rechterlijke orde zit enorm veel knowhow en goodwill. Magistraten en gerechtspersoneel hebben van meet af aan gewild dat digitalisering zou slagen
De gevolgen zijn ernstig. Rekenhofrapporten en audits schetsen een onthutsend beeld van structureel wanbeheer. Projecten lopen fors over budget of raken nooit afgewerkt. Basisprincipes van planning, controle en verantwoordelijkheid worden met de voeten getreden. Justitie doet massaal beroep op externe consultants, vaak zonder duidelijke doelstellingen of resultaatsverbintenissen. Controle op prestaties ontbreekt, waardoor tijd, geld en energie verloren gaan. Maar het probleem is niet alleen financieel. De menselijke tol is minstens even zwaar. Medewerkers en magistraten die zich met engagement inzetten voor modernisering, raken ontmoedigd wanneer de zoveelste digitale hervorming strandt. Mensen branden op. Expertise verdwijnt. Cynisme sluipt binnen. Dat is misschien wel de grootste schade: het langzaam wegvreten van vertrouwen.
Wie eerlijk is, moet erkennen dat de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij de politiek ligt. Ook binnen de rechterlijke orde zelf heeft het thema digitalisering te lang op de achtergrond gestaan. Terwijl digitalisering raakt aan de kern van onze onafhankelijkheid, werd ICT vaak gezien als een technisch bijproduct, iets voor experten of voor de uitvoerende macht. Dat is een gevaarlijke misvatting. Een rechter die moet werken met digitale systemen die ontworpen, beheerd en gecontroleerd worden door anderen, verliest autonomie. Databeheer, cybersecurity, toegang tot systemen en audit-trails zijn geen technische details, maar fundamentele rechtsstatelijke kwesties. Toch ontbreekt nog steeds een gedeelde visie binnen de magistratuur. Expertise is aanwezig, maar versnipperd. Er is geen collectieve stem die tot op beleidsniveau doordringt.
Op de werkvloer zie ik veel bereidheid om het anders aan te pakken. Maar goodwill alleen volstaat niet. Zonder visie en eigenaarschap blijft de digitalisering van Justitie een verhaal van anderen. Een nuchtere analyse van de huidige digitaliseringsaanpak legt een aantal structurele problemen bloot.
Jarenlang ontbrak een coherent cybersecuritybeleid, wat moeilijk te verzoenen valt met de verantwoordelijkheid die Justitie draagt
Ten eerste is er het gebrek aan wettelijke conformiteit. Privacy- en gegevensbeschermingsverplichtingen werden lange tijd onvoldoende geïntegreerd. ‘Legal by design’ en ‘privacy by design’ bleven vaak dode letter, terwijl Justitie met de meest gevoelige gegevens werkt. Daarnaast is er de informatieveiligheid. Jarenlang ontbrak een coherent cybersecuritybeleid, wat moeilijk te verzoenen valt met de verantwoordelijkheid die Justitie draagt. Verder schort het aan governance en transparantie. Beslissingslijnen zijn onduidelijk, verantwoordelijkheden versnipperd. Verschillende entiteiten werken naast elkaar, soms zelfs in concurrentie, zonder overkoepelende regie. Dat is geen recept voor succes.
Ten slotte staat ook de scheiding der machten onder druk. Wanneer de uitvoerende macht top-down digitale systemen uitrolt die diep ingrijpen in rechterlijke werkprocessen, zonder voldoende tegengewicht vanuit de rechterlijke orde, ontstaat een reëel risico op afhankelijkheid. Digitale infrastructuur is macht.
De conclusie is onontkoombaar: zo kan het niet verder. Doormodderen is geen optie meer. Wat nodig is, is een fundamentele koerswijziging, gebaseerd op twee pijlers: visie en aanpak. Eerst de visie. Justitie heeft nood aan een duidelijke, gedeelde langetermijnvisie op digitale transformatie. Geen opeenvolging van losse projecten, maar een coherent kader dat vertrekt van fundamentele principes: dienstverlening aan de burger; respect voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht; verankering van wettelijke en grondwettelijke waarborgen; integratie van privacy en veiligheid vanaf het ontwerp; en een realistische omgang met nieuwe technologieën, waaronder artificiële intelligentie. AI is geen toekomstmuziek meer. Ze biedt kansen om rechtspraak efficiënter en toegankelijker te maken, maar roept ook fundamentele vragen op over transparantie, controleerbaarheid en menselijke verantwoordelijkheid. Die vragen moeten nu worden beantwoord, niet achteraf. Daarnaast is een andere aanpak nodig. Weg van de alles-of-niets-projecten. Weg van de illusie dat één groot systeem alles zal oplossen. Wat nodig is, is een agile, gefaseerde en geïntegreerde aanpak: klein beginnen, testen, bijsturen en pas daarna opschalen. Met echte betrokkenheid van magistraten, griffiers, balie en eindgebruikers. Met duidelijke verantwoordelijkheid en evaluatie. Digitalisering is geen louter technisch project. Het is een institutioneel en democratisch project.
De tijd van halve maatregelen is voorbij. Als we de koers niet ingrijpend wijzigen, blijft de digitalisering van Justitie een fata morgana
De tijd van halve maatregelen is voorbij. Als we de koers niet ingrijpend wijzigen, blijft de digitalisering van Justitie een fata morgana. Dat is niet alleen een gemiste kans, maar een bedreiging voor de legitimiteit van de rechtsstaat. Een Justitie die structureel achterophinkt, verliest vertrouwen.
We staan op een kantelpunt. Dit is een oproep aan iedereen die Justitie een warm hart toedraagt: magistraten, politici, advocaten, IT-experten en burgers. Neem verantwoordelijkheid. Leer uit vijfentwintig jaar mislukkingen. Breek met oude patronen. En bouw eindelijk aan een digitaal justitieel ecosysteem dat wel werkt. Niet morgen. Nu.
Pierre Thiriar
Meer artikels over de digitalisering van justitie door Pierre Thiriar.
- Ctrl+Alt+Del voor Justitie: reboot dringend nodig
- De Amerikaanse cloud boven de Belgische rechtsstaat
- Kort zal zij leven, kort zal zij leven in de infamia – Over de tweede verjaardag van de wet op het Centraal Register van vonnissen en arresten
- Van papieren waarborgen naar digitale ketenen: Hoe ICT de rechterlijke macht hertekent
- Waarom de digitalisering van justitie ook deze legislatuur op niets zal uitdraaien



0 reacties