Willy van Eeckhoutte

Licentiaat (1975) en doctor op proefschrift (1985) in de rechten (UGent).
Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent, waar hij van 1986 tot 2018 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceerde.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie en is dat nog altijd.
Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht).

Willy van Eeckhoutte, buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent en advocaat bij het Hof van Cassatie, laat zijn licht schijnen over het nieuws dat verzekeraar Axa slechts een gedeeltelijke indexering van de lonen doorvoert.

Is het loon maar gedeeltelijk indexeren, wettig?

De wet, dat zijn cao’s

Een ‘wet’ die koppeling van de lonen aan de schommelingen van het indexcijfer voorschrijft, bestaat niet. Het zijn sectorale cao’s die dat opleggen.

In de bedrijfstak van de verzekeringen gaat het om de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 1979, gesloten in het paritair comité voor het verzekeringswezen, betreffende de arbeids- en loonvoorwaarden.

Artikel 60 van die cao bepaalt dat “de minimummaandlonen, de opklimmingen in de loonschaal en het vast bedrag [waarmee de minimumlonen worden verhoogd]”, worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (zoals ook het bedrag van de reis- en representatiekosten).

Artikel 61 van de cao voorziet in zijn § 2 in een jaarlijkse indexering:
“§ 2. Vanaf de maand januari 2009 inbegrepen worden de in de maand december van het vorige jaar geldende loonschalen jaarlijks elke 1ste januari geïndexeerd, waarbij die indexering betrekking heeft op het totale niveau van de geldende loonschaal”.

Een gecoördineerde versie van de cao van 19 februari 1979 is (onder meer) hier te vinden (de artikelen 60 en 61 staan op de bladzijden 51 en 52).

Loonschalen

Wat wordt geïndexeerd, zijn dus inderdaad de minimumlonen of de loonschalen (oef, eindelijk eens sociale partners die de goede Nederlandse term gebruiken en niet het Frans-Belgische barema’s) en de vaste bedragen waarmee de minimummaandlonen op grond van de bepalingen van de cao worden verhoogd. En enkel die: anders dan in andere bedrijfstakken gaat het niet om (ook) de reële lonen.

De loonschalen van het paritair comité voor het verzekeringswezen (nr. 306) zijn terug te vinden in de artikelen 10.II (voor agenten), 19 – 24 (voor uitvoeringspersoneel), 32 – 33 (voor inspecteurs) en 54 – 59 (voor stafpersoneel). De desbetreffende bepalingen herhalen telkens dat het “de minima” of de “minimum maandlonen” (en de vaste bedragen waarmee zij worden verhoogd) zijn die gekoppeld worden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

De lonen enkel indexeren tot een bedrag dat lager ligt dan het hoogste bedrag van de hoogste loonschaal, schendt de cao dus niet en is derhalve wettig.

Verworven rechten?

De artikelen 60 en 61 van de cao van 19 februari 1979 vormen de sectie 1 van hoofdstuk VI van de cao, dat het opschrift “Gemeenschappelijke bepalingen” draagt. Dat hoofdstuk bevat nog een sectie 2 “Regel van de verworven rechten”. Het eerste lid van artikel 62, de enige bepaling van die sectie, luidt:

“Voor zover het nodig is, wordt bevestigd dat elke verworven positie welke gunstiger is dan deze waarin de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst voorzien, voor de belanghebbenden moet behouden blijven”.

Ondernemings-cao of individuele arbeidsovereenkomst

Als een ondernemings-cao of de individuele arbeidsovereenkomst dat zou hebben bedongen of als een verzekeringsonderneming de reële lonen zou hebben aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen, dan hebben de werknemers die ‘positie’ die gunstiger is dan die waarin de cao voorziet, wellicht verworven. In dat geval is er geen ontkomen aan, tenzij de ondernemings-cao of de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd.

Gebruik of verbintenis door eenzijdige wilsuiting

Als “altijd al” de reële lonen van alle werknemers werden geïndexeerd, hebben de werknemers dat wellicht verworven op grond van een gebruik. Een andere mogelijkheid is dat de werkgever zich verbonden heeft door eenzijdige wilsuiting, bv. doordat de indexering van reële lonen is vastgelegd in een van hem uitgaand document. Van het een noch van het ander kan een werkgever zomaar af geraken.

Maar ook een gebruik kan worden opgezegd. En waarom zou dat niet eveneens kunnen met een voor onbepaalde tijd aangegane verbintenis door eenzijdige wilsuiting? Zoals bv. de voorwaarden die gesteld worden voor de geldigheid van een overeenkomst, ook van toepassing zijn op eenzijdige rechtshandelingen, lijkt voor gebruiken en voor onbepaalde tijd aangegane verbintenissen door eenzijdige wilsuiting de opzeggingsmogelijkheid te bestaan  die er altijd is voor overeenkomsten gesloten zonder tijdsbepaling (zie wat dit laatste betreft: Cass. 13 januari 2022, C.21.0357.N). Wel moet altijd een redelijke opzeggingstermijn worden in acht genomen.

Verankering?

De vraag rijst of artikel 62 van de sectorale cao van 19 februari 1979 de indexering die op grond van een ondernemings-cao, een gebruik of een eenzijdige wilsuiting ‘verworven’ is,  niet verankert en opzegging daarvan uitsluit.

Ik denk het niet, omdat de formulering van het artikel (“Voor zover het nodig is”) erop lijkt te wijzen dat in die bepaling geen nieuwe verbintenissen worden aangegaan, maar dat daarin enkel het bestaan “wordt bevestigd” van wat al bestaat. En dus kan worden ongedaan gemaakt.

(tekst loopt verder onder afbeeldingen)

De Tijd donderdag 17 november pagina drie
De Tijd donderdag 17 november pagina drie

Het paard van Troje

Tot slot nog dit.

Vorige week was er een kleine heisa rond een standpunt van het Comité voor de vrijheid van vereniging (Committee on Freedom of Association, afgekort CFA) van de Internationale Arbeidsorganisatie volgens welk de Loonwet strijdig is met het recht op vrije loononderhandelingen (Report in which the committee requests to be kept informed of development – Report No 400, October 2022, Case No 3415 (Belgium) – Complaint date: 06-DEC-21 – Follow-up). Dat rapport kwam er op klacht van de drie Belgische interprofessionele representatieve werknemersorganisaties. Volgens de werkgevers hebben die daarmee het Paard van Troje van stal gehaald. De vakbonden zouden zich met hun klacht “in de voet hebben geschoten”, want de Loonnormwet afschieten, zou ook de automatische indexering ongedaan maken.

Dat is natuurlijk niet zo. Zoals mevrouw Els Jans terecht opmerkt in De Tijd van 17 november 2022, zijn het de sociale partners die op sectorniveau bepalen hoe de indexering gebeurt. Zij bepalen bovendien zelfs of de lonen worden aangepast aan de evolutie van het indexcijfer. De Loonnormwet bepaalt weliswaar dat de indexeringen “steeds gegarandeerd” blijven (art. 6, § 4, Loonnormwet). Maar dat is natuurlijk enkel het geval als daarin is voorzien.

Met het verdwijnen van de Loonnormwet verdwijnen sectorale indexeringen dan ook niet. De indexeringsbal blijft in het kamp van de sociale partners liggen.

Misschien is de verkeerde inschatting toe te schrijven aan het feit dat sommigen de Internationale Arbeidsorganisatie beschouwen als een vakbond, zij het een “onafhankelijke” van de werkgevers?:

Willy van Eeckhoutte

Lees meer artikels van Willy van Eckhoutte

Willy van Eeckhoutte

Licentiaat (1975) en doctor op proefschrift (1985) in de rechten (UGent).
Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent, waar hij van 1986 tot 2018 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceerde.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie en is dat nog altijd.
Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht).

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.