Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Een man boekt via een online reisbureau een retourvlucht van Amsterdam naar Paramaribo met de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij. Meer dan een maand voor het vertrek informeert de luchtvaartmaatschappij het online reisbureau dat de vlucht geannuleerd is. Het reisbureau laat de man 10 dagen vóór vertrek weten dat de vlucht een dag later zou vertrekken. Heeft de man recht op een compensatie?

De Europese verordening 261/2004 geeft passagiers recht op compensatie als de luchtvaartmaatschappij de vlucht annuleert. Passagiers hebben echter geen recht op compensatie als hen de annulering ten minste 2 weken vóór vertrek wordt meegedeeld.

De luchtvaartmaatschappij wilde de man geen compensatie betalen, omdat zij het reisbureau meer dan 2 weken op voorhand had geïnformeerd van de annulering. Het zou aan het reisbureau toekomen om de annulering door te geven aan de passagiers. Het reisbureau wees iedere verantwoordelijkheid af. Volgens haar was zij enkel verantwoordelijk om overeenkomsten af te sluiten tussen luchtvaartmaatschappijen en passagiers. De man stelde tegen de luchtvaartmaatschappij een procedure in bij de rechtbank Noord-Nederland. Daarop heeft de rechtbank een prejudiciële vraag gesteld aan het Europees Hof van Justitie.

Volgens verordening 261/2004 moet de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert aantonen dat zij de annulering aan de passagier gemeld heeft en het tijdstip waarop dat gebeurd is. De bewijslast ligt dus bij de luchtvaartmaatschappij. Als de luchtvaartmaatschappij niet kan aantonen dat de passagier minstens twee weken vóór vertrek van de annulering op de hoogte is gesteld, is zij compensatie verschuldigd. Dat geldt volgens het Hof niet alleen als de passagier rechtstreeks bij een luchtvaartmaatschappij heeft geboekt, maar ook als hij dat via een reisbureau heeft gedaan. Enkel de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert is verantwoordelijk om de verplichtingen van de verordening 261/2004 na te komen. Wel zou de luchtvaartmaatschappij volgens het Hof verhaal kunnen uitoefenen op het reisbureau.

Besluit is dat de passagier recht heeft op een compensatie van de luchtvaartmaatschappij als de vlucht geannuleerd wordt en hij hiervan niet minstens twee weken op voorhand is geïnformeerd. Dat geldt ook als de luchtvaartmaatschappij het reisbureau twee weken voordien informeert van de annulering en het reisbureau die informatie minder dan twee weken voor vertrek aan de passagier doorgeeft.

Marek Verhoeven

De auteur is referendaris bij de rechtbank van eerste aanleg Oost – Vlaanderen, afdeling Gent. Hij schreef deze bijdrage in eigen naam. Hij blogt over reisrecht op reisrecht.co.nf.

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.